Van wie is de software die ik voor onze vennootschap maakte?

| AE 8176 | Intellectuele rechten | 8 reacties

i-heart-vof-vennootschap-firmaEen lezer vroeg me:

Samen met een kennis ben ik een paar jaar terug een vennootschap onder firma begonnen om de software te verkopen die ik heb gemaakt. Nu gaan we uit elkaar en stelt de kennis dat hij net zo veel recht heeft op de software als ik, omdat we immers als gelijke partners in de VOF zaten. Klopt dat? Wie heeft de rechten?

Volgens de auteurswet komt het auteursrecht op software toe aan de partij die het creatieve werk heeft gedaan. Dat is normaal de programmeur zelf, en niet de partij die af en toe feedback geeft of in grote lijnen zegt wat het moet worden. Ook wie er betaalt, is niet relevant.

Zoals de vraagsteller het schetst, heeft hij dus het auteursrecht en niet de compagnon. Ook de VOF niet, want de VOF is geen aparte rechtspersoon. De VOF kan wel auteursrechten bezitten maar dat kan alleen door ze (via het VOF-contract of een aparte akte) daarheen te verkopen of te schenken.

De vraagsteller heeft door het werk voor de VOF wel de VOF een licentie gegeven op grond waarvan die het werk mag exploiteren. Maar die licentie eindigt als de VOF wordt opgeheven. Tenzij er in het VOF contract andere afspraken zijn, houdt alles op na beëindiging en dan mag de vraagsteller als enige verder met die software.

Wat je kunt doen, is in het VOF-contract vastleggen dat de rechten naar de VOF gaan. Dan moeten de rechten bij het uit elkaar gaan worden verdeeld, waardoor je een gelijker speelveld creëert dan bij de vraagsteller het geval is. Of je gaat bij het sluiten van het contract alvast nadenken wat er met de rechten moet gebeuren, maar dat is hetzelfde als huwelijkse voorwaarden opstellen voor je gaat trouwen: een goed idee, maar het gebeurt veel te weinig.

Arnoud

De persoonlijke aansprakelijkheid van bestuurders

| AE 5970 | Ondernemingsvrijheid | 5 reacties

i-heart-bv-besloten-vennootschap-rechtspersoonMet enige regelmaat krijg ik vragen van internetondernemers die een bv willen oprichten (of een stichting) omdat ze hun aansprakelijkheid willen beperken. Dat kan (hoewel je altijd ook goed de fiscale implicaties moet doorrekenen met je boekhouder) maar het is geen 100% garantie. Een bestuurer kan wel degelijk in privé aansprakelijk zijn voor handelen van zijn bv of stichting, hoewel daar wel een hoge bewijslast bij geldt.

Een bv is een aparte rechtspersoon, een aparte entiteit en als die een fout maakt of schade veroorzaakt dan moet de bv die vergoeden. Niet de directeur of andere bestuurders persoonlijk. Bij een eenmanszaak is dat wél het geval.

Iedere handige jongen ziet dan meteen de juridische hack: open een bv, koop en doe vanuit de bv wat je wil, keer de winst aan jezelf uit en laat de schuldeisers het met de lege bv uitvechten terwijl jij in privé niet aansprakelijk bent.

Dergelijke handige jongens worden juridisch gezien niet op prijs gesteld, dus verbaast het niet dat de rechtspraak ondertussen richtsnoeren hiervoor heeft ontwikkeld. In een Hoge Raad-arrest uit 2006 werden twee eisen geformuleerd.

Er zijn twee mogelijkheden: óf de bestuurder heeft zelf namens de vennootschap de handeling verricht, óf hij heeft actief toegelaten of bewerkstelligd dat er schade ontstond. Een bestuurder die kort gezegd niets te maken had met de schade, kan dus niet in privé worden aangesproken. In geval 2

Bij mogelijkheid 1 wordt als maatstaf gehanteerd dat de bestuurder “wist of redelijkerwijze behoorde te begrijpen” dat dit mis zou gaan. Logisch. In mogelijkheid 2 is de maatstaf of zijn handelen zodanig onzorgvuldig was dat je hem dat als persoon kunt verwijten – en ja dat klinkt mij ook als een cirkelredenering in de oren, maar goed dit is wél de Hoge Raad. En ze vullen meteen aan dat ook hier dat “weten of behoren te begrijpen” een belangrijke aanwijzing is dat er zo’n persoonlijk verwijt kan worden gemaakt.

In juli dit jaar vonniste de rechtbank Den Haag dat een bestuurder privé aansprakelijk was voor inbreuk op merken en auteursrechten omdat hij zelf de inkoop deed en de klantenservice behandelde. In dat geval neem je toch een zeker risico, zal ik maar zeggen.

Maar in april vorig jaar vonniste de rechtbank juist dat een bestuurder niet aansprakelijk was voor de namaakhamsters verkocht door zijn bedrijf. Hij handelde alleen als bestuurder en dat deed hij niet zódanig onzorgvuldig dat hem dat persoonlijk te verwijten was. Hij kon de inbreukmakende hamsters niet terughalen wegens gebrek aan geld in het bedrijf, en dat is ‘gewoon’ een zakelijke beslissing die niet tot persoonlijke aansprakelijkheid zal leiden.

En om een of andere reden vind ik het hilarisch, inbreukmakende hamsters. Maar dat terzijde.

Arnoud