Is een stichting een bedrijf?

| AE 2560 | Ondernemingsvrijheid | 20 reacties

stichting-belasting.jpgEen lezer vroeg me

Als je als consument iets koopt bij een stichting is er dan altijd spraken van een consumentenkoop of zal dit af hangen van de omstandigheden en zo ja welke omstandigheden?

Wanneer een consument iets koopt bij een bedrijf of professioneel handelaar, is sprake van een consumentenkoop (art. 7:5 lid 1 BW). De wet spreekt formeel van een “verkoper die handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf”. Nergens is gedefinieerd wanneer je precies daaraan voldoet. Belangrijk is hoe de verkoper zichzelf presenteert: wie zich voordoet als bedrijf- of beroepsmatig handelaar, kan ineens een consumentenkoop hebben gesloten. Winst willen maken is ook een belangrijke factor.

Een stichting kan een onderneming drijven en die onderneming mag dan winst maken. Vaak wordt gezegd dat een stichting (of vereniging) geen winst mag maken, maar dat is onjuist. Het is alleen verboden deze winst uit te keren aan het bestuur of andere betrokkenen (art. 2:285 lid 3 BW). De winst kan echter probleemloos worden aangewend voor het doel van de stichting. Denk aan een stichting die een theatergezelschap ondersteunt en daarvoor toegangskaartjes verkoopt die meer dan een kostendekkende prijs kosten.

Van Hout noemt drie factoren waarmee de Belastingdienst oordeelt of een stichting een onderneming drijft:

  1. Een duurzame organisatie van kapitaal en arbeid: een keer een t-shirt verkopen bij je jubileum maakt je nog geen onderneming, maar een webshop met diverse shirts die continu leverbaar zijn zou dat wel kunnen zijn; ook moet er op een of andere manier geld (kapitaal) en werk (arbeid) worden ingezet om de producten te verkopen.
  2. Deelneming aan het economisch verkeer: de stichting moet zich richten op een “niet-gesloten groep” van wederpartijen (klanten); voor een vereniging kan het daarbij uitmaken of iedereen lid mag worden of dat er een ballotagecommissie actief is.
  3. Het oogmerk om winst te behalen: er moet een opzet zijn waarmee winst gehaald kan worden. Een groot verschil tussen inkoop- en verkoopprijs kan zo’n opzet zijn. Dat in je statuten staat dat je geen winstoogmerk hebt, is niet relevant.

De webwinkel van de ANWB lijkt me zonder meer een onderneming. Die webwinkel is een duurzame organisatie. Weliswaar moet je lid zijn om er te mogen kopen, maar iedereen kan lid worden van de ANWB en dus richt men zich in principe op de gehele markt. En de prijzen zijn duidelijk niet puur kostendekkend, zodat er een winstoogmerk aanwezig is. Omgekeerd is echter een stichting die een keer wat t-shirts verkoopt en daar geld aan overhoudt niet automatisch een bedrijf.

Arnoud<br/> Foto: De stichting in het Nederlandse belastingrecht, C.R.M. van Hout, Kluwer 2009.

De ondernemer op de Marktplaats.nl

| AE 1041 | Informatiemaatschappij, Ondernemingsvrijheid | 4 reacties

Een lezer verkoopt regelmatig producten via Marktplaats.nl, en vroeg zich af wanneer hij nu te maken zou krijgen met de wettelijke regels voor consumentenkoop. Hoe veel producten moet hij daarvoor verkopen? Of welk ander criterium geldt er om te bepalen of hij zich aan deze regels moet houden?

Bij een consumentenkoop gaat het om de verkoop van een product aan een consument. Maar de verkoper moet dan wel handelen “in de uitoefening van een beroep of bedrijf”, zoals de wet (artikel 7:5 BW) dat noemt. Het lastige is alleen dat de wet daar geen definitie voor geeft. Er is dus geen duidelijk criterium waarmee dit eenduidig vast te stellen is.

Je kunt kijken naar bijvoorbeeld een inschrijving in het handelsregister. Als die er is, dan handelt de verkoper bedrijfsmatig. En als hij een BV of andere rechtsvorm heeft opgezet, is het ook duidelijk. Maar dat hoeft niet altijd het geval te zijn. Wat te denken bij bijvoorbeeld iemand die een Tupperware-party organiseert bij haar thuis? Volgens de Tekst & Commentaar is dat ook bedrijfsmatig handelen. De Tupperware-lady zal dus bijvoorbeeld moeten bewijzen dat een defect aan een product dat binnen zes maanden optrad, de schuld is van de koper (7:18 lid 2 BW, zie ook Alex’ gastpost over conformiteit).

In een zaak uit november 2007 kwam deze vraag aan de orde bij een hondenfokker. De koper had een pup gekocht van deze fokker, maar de pup bleek chronische nierfalen te hebben. De koper beriep zich op zijn wettelijke bescherming als consument, en de verkoper verweerde zich dat hij geen professionele fokker was. Hoe ging de rechter hiermee om?

Wil sprake zijn van beroeps- of bedrijfsmatig fokken, dan dient sprake te zijn van het in een zekere omvang en anders dan incidenteel fokken. … Het hof neemt als uitgangspunt dat ten aanzien van de vraag of de verkoper in de uitoefening van een beroep of bedrijf heeft gehandeld beslissend is wat partijen over en weer hebben verklaard en wat zij over en weer uit elkaars verklaringen en gedragingen hebben mogen afleiden. Veel zal afhangen van de manier waarop de verkoper naar buiten treedt. De professionaliteit van het handelen, dient aldus van geval tot geval te worden beoordeeld.

Vervolgens toetst het Hof een hele serie criteria, en komt tot de conclusie dat geen van allen een conclusie rechtvaardigen dat de verkoper bedrijfsmatig bezig was. Ik loop ze even langs:

  • Een fokkerij hebben: een bedrijfsmatige fokkerij kan natuurlijk, maar niet elke fokkerij is een bedrijf.
  • Een naam voeren: de klant noemde dit een handelsnaam, maar bij ook bij pure hobbyfokkers is het gebruikelijk om je kennel een naam te geven. Als uit de naam iets zou blijken dat een professionele activiteit suggereert, zou dat misschien anders zijn (denk aan woorden als “professional”, of “services”).
  • Adverteren: de verkoper adverteerde in een clubblad met haar dekreu en pups, maar omdat het blad alleen op hobbyisten gericht was, en een kleine oplage had, was de advertentie nog geen bewijs van professioneel handelen. Ook consumenten adverteren producten en diensten die zij willen leveren.
  • Een website hebben: goed, het speelde in 2004, maar ook toen al hadden genoeg consumenten en hobbyisten websites. Een fokker die trots is op zijn kennel, kan daar dus een website voor maken en daarop melden dat hij een dekreu heeft waar anderen tegen betaling gebruik van mogen maken.
  • Een betaalde kracht hebben: de verkoper betaalde iemand om te helpen in de kennel. Dat kunnen ook consumenten doen (bijvoorbeeld de hulp in de huishouding). Ook dat zegt nog niet dat je een bedrijf hebt dus.
  • Deskundig en ervaren zijn: de verkoper deed dit al jaren, maar ook hobbyisten kunnen zeer deskundig en ervaren zijn. Wederom geen bewijs dus.

Geen van de genoemde criteria afzonderlijk, noch de combinatie daarvan, overtuigde het Gerechtshof dus dat sprake zou van beroeps- of bedrijfsmatig handelen door de verkoper.

De Belastingdienst hanteert andere criteria. Zij kijken naar tijd die je in de activiteit steekt, of je financieel risico loopt, of je jezelf naar buiten presenteert als onderneming en natuurlijk of je winst maakt. Daarover kwam in deze zaak niets aan de orde. Maar het lijkt mij dat iemand die door de Belastingdienst als ondernemer wordt aangemerkt, voor het consumentenrecht als “verkoper die handelt uit beroep of bedrijf” gezien zal worden.

Met dank aan Rechtenforum.nl.

Update (20 februari 2011) zie ook deze zaak waarin

De advertentie op het Internet was gesteld op naam van [bedrijf 1] (r.o. 4.1. onder a), de eenmanszaak van [appellante]. [echtgenoot appellante] heeft ter gelegenheid van de comparitie van partijen verklaard dat “ons bedrijf” [bedoeld is: het [bedrijf 1] van [appellante]; toev. hof] zo’n 30 à 40 paarden binnen heeft staan, waarvan enkele merries die ieder jaar een veulen krijgen waarvan sommige worden verkocht. [appellante] bood met enige regelmaat onder haar bedrijfsnaam paarden te koop aan op het Internet. Dit alles leidt het hof tot de conclusie dat de verkoop van Pubertha aan [geïntimeerde] is geschied in het kader van het bedrijf van [appellante].

Update (22 mei 2012) iets andere context: verlies je je bijstandsuitkering als je gaat handelen op Marktplaats? Niet per se;

Zoals de Raad eerder heeft overwogen (CRvB 15 maart 2011, LJN BP8124) is het voor ontvangers van bijstand niet verboden om goederen via internet te verkopen, mits daarvan en van daaruit verkregen verdiensten tijdig melding wordt gemaakt aan het bijstandverlenend orgaan. De opbrengst van incidentele verkoop van privégoederen, al dan niet via internet, wordt in het algemeen niet als inkomen aangemerkt, zodat daarvan in beginsel geen mededeling behoeft te worden gedaan.

Arnoud