Fietspolitie verstuurt spam per telefoon

| AE 625 | Regulering, Security | 32 reacties

Gisteravond werd ik ineens gebeld, en tot mijn stomme verbazing begon er toen een bandje te lopen waarop een zogenaamde politieagent me begon te vertellen dat licht aan toch echt heel belangrijk is. Ja, een bandje. Na enig zoeken bleek dat van deze site Fietslicht aan : Vrienden bellen afkomstig te zijn:

Wil je nu iets leuks uithalen bij je vrienden? Vul hieronder het e-mailadres en het 06-nummer in van een vriend of vriendin. Die ga ik, agent Van Geel, dan hoogstpersoonlijk verrassen met een telefoontje – wedden dat je hem of haar daarna ineens altijd met licht op de fiets ziet rijden? Kan er nu al om lachen, weet je dat?

Kennelijk heb ik dus “vrienden” die menen dat dit grappig is.

Nu is de keuze van mijn vrienden mijn probleem, maar dit soort telefonische oproepen zijn al sinds 1998 als spam verboden. In de Telecommunicatiewet, artikel 11.7 staat namelijk:

Het gebruik van automatische oproepsystemen zonder menselijke tussenkomst, faxen en elektronische berichten voor het overbrengen van ongevraagde communicatie voor commerciële, ideële of charitatieve doeleinden aan abonnees is uitsluitend toegestaan, mits de verzender kan aantonen dat de desbetreffende abonnee daarvoor voorafgaand toestemming heeft verleend [of een hier niet relevante uitzondering van toepassing is]

Agent Van Geel is een automatisch oproepsysteem. Daarmee wordt een ongevraagde communicatie voor ideële doeleinden overgebracht. En het is niet de abonnee (“vriend”) die de toestemming geeft. Dat heet SPAM en dat is dus verboden!

UPDATE: (14 november) dat vindt ook de OPTA, zo lees ik op Webwereld:

“Dit soort dingen mogen alleen als de abonneehouder toestemming heeft gegeven en de beller dat kan aantonen”, zegt Ewa Walters, woordvoerdster van het controle-orgaan.

UPDATE 2: (14 november, 13:54) om tien voor één heb ik een interview gegeven voor het NOS Radio 1 Journaal! Luister via Uitzendinggemist (het begint om 12:53).

UPDATE 3: (14 november, 20:36) bij Ouders Online wordt terecht gewezen op de privacy-aspecten van deze actie. En ze hebben agent Van Geel als MP3!

UPDATE 4 (19 november): Agent Van Geel is met pensioen.

Ik vind het hoogst kwalijk dat een overheidsinitiatief (politiewebsite) spam verstuurt in een vorm die al sinds 1998 verboden is. U ook? Klachten indienen kan bij de OPTA, onder het kopje “Telefonisch oproepsysteem”.

Arnoud

Deel dit artikel

  1. De bedoeling van dat wetsartikel was het verbieden van belcomputers. Die belden lijsten telefoonnummers af, en speelden een bandje af zodra je opnam. Ik herinner me dat de stem van Karin Bloemen bij minstens ??n zo’n actie gebruikt is (volgens deze site was dat voor de Krant op Zondag, zie ook Jan Kabel’s opmerking hierover bij XS4All/Abfab).

    Ik vind het ide?le reclame. Die moet mensen aan het denken zetten over maatschappelijke thema’s, en dat is precies wat deze actie wil bereiken. “Onderbelichte maatschappelijke onderwerpen publiekelijk aan de orde stellen”, noemt SIRE het.

    Een Tell-A-Friend dienst van de vorm “vul hier uw adres in, hier het adres van uw vriend en klik op Doorsturen” lijkt mij in orde. Daar zit menselijke tussenkomst in. Bovendien ontbreekt daar meestal het commerci?le, ide?le of charitatieve doel. Ik wil jou informeren over een leuk artikel.

    Arnoud

  2. @Arnout: De verzonden boodschap is voor iedereen hetzelfde, en er zit geen enkele verwijzing in naar degene die het formulier ingevuld heeft. Het is niet zo dat zij meteen gaan bellen. Je vult het formulier in, met daarin e-mailadres en telefoonnummer van je “vriend of vriendin”. Zij sturen dan een mail naar dat adres, en als de ontvanger dan klikt op een link in die mail, wordt er naar dat nummer gebeld door een automatisch oproepsysteem. De link tussen het opgeven van het nummer en het bellen daarvan is dus niet heel direct.

    Misbruik is trouwens triviaal: vul je eigen e-mailadres in en het telefoonnummer van degene die spontaan gebeld moet worden. Klik op de jou toegezonden link, en je ‘slachtoffer’ wordt gebeld. Oh kijk, dat hadden ze bij Retecool ook al bedacht.

    Arnoud

  3. @Arnoud, het formulier op de bewuste website wordt puur en alleen ingevuld met als doel om een boodschap te verzenden. Het is dus niet zo dat de vriend toestemming geeft voor het verzenden van de boodschap (opt-in), maar het is de vriend zelf die de boodschap verzend. De rol van de politie is beperkt tot het mogelijk maken van de verzending van de boodschap (provider). De verzendende vriend is een natuurlijk persoon, dus zodoende is er geen sprake van spam.

  4. @Vincent:

    De exploitanten van het spelletje ???Koffers Kiezen??? mogen de mailadressen van de “vrienden” naar mijn mening niet gebruiken voor het versturen van commerci?le, ide?le of charitatieve mailings.

    Er is namelijk geen sprake van opt-in.

    De speler heeft geen toestemming om het mailadres van zijn vriend op te geven. De exploitanten kunnen op een later tijdstip dan ook niet aantonen dat er sprake is geweest van “opt-in”.

    Dat er bij het verzamelen van mailadressen sprake is van een menselijke tussenkomst doet niet af aan artikel 11.7 Tw.

  5. M.i. moet je dat “zonder menselijke tussenkomst” lezen als beperkende bijzin van “automatische oproepsystemen”. Het moet dus gaan om een computer die zelfstandig de boodschap aflevert. Er zijn ook belcomputers die nummers bellen en zodra er opgenomen wordt een menselijke medewerker er “in prikken”, is geen “automatisch oproepsysteem zonder menselijke tussenkomst”.

    Dat een mens het proces initieert, is dus niet relevant. Elk spamsysteem begint met een mens die op een knop drukt.

    Het wetsartikel eist verder dat er toestemming is van de abonnee oftewel de ontvanger van het bericht. Mijn vrienden kunnen geen toestemming geven voor gebruik van mijn 06-nummer. Dat kan alleen ik.

    Arnoud

  6. @Steven: mijn opmerking over het adressen verzamelen was aan ’t lezend publiek gericht; niet bedoeld om bij de discussie te betrekken; sorry als dat onduidelijk was. Helaas denk ik dat m’n punt pas echt duidelijk wordt als je dat spelletje eens probeert; bij voorkeur met een wegwerpadres dus.

    Mijn stelling is dat de uitnodiging aan mijn vrienden waaraan ik na het spelen van dat spelletje wordt aangemoedigd mee te werken, spam is. Die uitnodiging wordt weliswaar uit mijn naam verstuurd aan mijn vriende, maar de verzender (en opsteller van de tekst) is First Impressions / De Heus, en die uitnodiging dient vooral hun commerciele doel.

  7. Verschil tussen charitatief en informatief?

    Art. 11.7 heeft alleen betrekking op commerci?le, ide?le of charitatieve doeleinden.

    De overheid heeft het als taak opgevat om haar burgers te informeren (postbus 51 e.d.). Kan iedere vorm van voorlichting zonder winstbejag worden betiteld als ideeel? Lijkt mij niet.

    De vergelijking met Sire(3) loopt hierop ook spaak: het betreft immers niet het aansnijden van een maatschappelijk onderwerp (starten dialoog) maar communicatie over een stuk informatie dat bekend wordt verondersteld.

    Maar …. als dit toegestaan wordt dan heb ik ook nog wel wat informatie die ik op deze manier wil verspreiden ….

  8. Pingback:Wielrijder

  9. Justitie zet al jaren aan tot het niet naleven van de telecommunicatiewet. Zie hun “Handleiding Wet Bescherming Persoonsgegevens”. Op bladzijde 55 staat in het hoofdstuk over direct marketing:

    “Een bijzonder geval is verder het onderhouden van een directe relatie door middel van telefoongesprekken. Indien een betrokkene zich heeft verzet tegen verwerking van zijn persoonsgegevens voor direct marketingdoeleinden, mag u diegene voor die doeleinden ook niet bellen. U hoeft echter niet in ieder commercieel gesprek dat u met een (potenti?le) klant of donateur voert, te wijzen op de mogelijkheid van verzet. De betrokkene kan zich in het telefoongesprek uiteraard wel op eigen initiatief verzetten tegen het gebruik van zijn gegevens voor direct marketingdoeleinden.”

    Volgens de telecommunicatiewet moet er juist wel in ieder gesprek de mogelijkheid tot verzet aangeboden worden.

    Ook het CBP had deze foutieve informatie in zijn informatiebladen en op hun website staan. Op 4 april 2006 schreef ik daarom een e-mail aan het CBP, om haar te attenderen op de ‘nieuwe’ Telecommunicatiewet van 19 mei 2004. Ruim vier maanden later (11 augustus 2006) kwam het antwoord van het CBP:

    “Signalen van oplettende burgers zoals die van u zal het CBP zeker bij zijn activiteiten betrekken. Daarom zal het zijn informatieblad “Recht van verzet bij direct marketing” aanpassen. De “Handleiding voor verwerkers” is een uitgave van het ministerie van Justitie. Wellicht dat u daar uw signaal ook kunt neerleggen.”

    Gezien de laatste opmerking en gezien het ernaar uitzag dat de informatie op internet voorlopig ongewijzigd zou blijven, was ik niet tevreden met deze reactie. Op 20 augustus 2006 stuurde ik daarom een e-mail met een pittige reactie naar het CBP, met CC-tjes naar het ministerie van Justitie, het ministerie van EZ, de Opta en naar Bits of Freedom.

    Van een publieksvoorlichter Postbus 51 Informatiedienst kreeg ik kort daarop de bevestiging dat mijn e-mail ter informatie doorgestuurd was naar het ministerie van Justitie.

    In november 2006 paste het CBP de betreffende informatie op haar website aan en stuurde mij het volgende antwoord:

    “Het CBP heeft u in zijn e-mail van 11 augustus 2006 meegedeeld, naar aanleiding van uw signaal, het informatieblad ???Recht van verzet bij direct marketing??? aan te zullen passen. Het CBP wil u hierbij nogmaals bedanken voor uw signaal. Inmiddels is het informatieblad in aangepaste vorm op de website van het CBP te vinden. Dit geldt eveneens voor het aangepaste informatieblad ???Uw recht van verzet bij direct marketing??? en de aangepaste veelgestelde vragen met betrekking tot dit recht. In een later stadium zal verdere actualisering van de informatiebladen en de bijbehorende veelgestelde vragen plaatsvinden. Verder heeft het CBP het Ministerie van Justitie ge?nformeerd over de onjuiste informatie in de ???Handleiding voor verwerkers van persoonsgegevens???.”

    Men mag dus wel veronderstellen dat Justitie op de hoogte is van de foutieve informatie en dus bewust verkeerde voorlichting geeft.

    De Handleiding Wet Bescherming Persoonsgegevens door Justitie is te vinden op de website van het ministerie van Justitie onder Onderwerpen/Opsporing en Handhaving/Wet Bescherming Persoonsgegevens (http://www.justitie.nl/onderwerpen/opsporing%5Fen%5Fhandhaving/wbp/). Tevens is de handleiding te vinden op de homepage van het CBP via een directe link onder het kopje Veelgevraagd aan de rechterkant (de link heet “Handleiding voor verwerkers van persoonsgegevens”).

  10. T/m ziekenhuizen blijken van een dergelijke methode gebruik te maken. Zonder dat men ook maar iets gevraagd wordt krijgt men na een aantal afspraken gemaakt te hebben met specialisten op gegeven moment een computer die je belt. Deze meld zich als het ziekenhuis, vraagt of je door hen gezochte persoon bent, antwoorden bv. met een 1 te toetsen. Dan komt de vraag of je van plan bent een afspraak na te komen of dat je het wil annuleren, antwoorden weer met een keuze menu enz. enz steeds de volgende afspraak tot de lijst is afgewerkt. Als men een afspraak wil annuleren is de normale weg dat je zelf belt. Ook deze instelling overtreed op deze manier de telecomwet naar mijn mening, er is nl. nooit gevraagd of je op deze manier benaderd wil worden.

  11. Zo zie je maar, zelfs internetjuristen hebben allemaal een verschillende mening. Ook juristen hebben persoonlijke voorkeur of andere belangen en die schemeren door in hun analyses over wat ‘de juiste interpretatie’ is. Maar waar gaat het nu eigenlijk om? De burger wilde spambestrijding wettelijk geregeld hebben. Er was namelijk sprake van een toenemend maatschappelijk probleem. De politiek regelt dat voor ze. Het Ministerie van EZ werkt het uit. Resultaat: artikel 11.7 Tw. Tot zover alles in orde, maar dan gaat het mis. Dan staan er lieden op die alleen nog kijken naar de letterlijke formuleringen in die wet en laten er allerlei puristendiscussies op los. De OPTA doet vrolijk mee vanuit zijn belang als handhavingsorgaan. Gelukkig trekt de rechterlijke macht, als het erop aankomt, zulke discussies wel weer glad, waarvan de zaak van ondergetekende versus de OPTA over wel 35 (!) stuks vermeende spamberichten een aardig voorbeeld is. Zie http://www.arjenjongeling.com/2007/06/spam-boete-van-de-baan.html

    Maar wat is nu het maatschappelijke probleem van deze geinige actie van de politie? Liggen er mensen nachten lang wakker van? Lopen er telefooncentrales vast? Valt pillen-, porno- en pokerspam ineens in het niet bij agent Van Geel? Welnee! Is dit dus een interessante discussie? Misschien als juridisch-technische studie maar niet om kamerbreed de politie voor vuile spammers uit te maken. Zelfs niet als de OPTA het ook doet.

    Want de OPTA kent de wet die hij handhaaft ook maar matig als hij beweert dat deze actie van de politie spam is. Ik ben het namelijk roerend eens met Steven Ras eens: er is menselijke tussenkomst. Een vriend doet jou dit bericht toesturen. Als dat al niet meer mag, moet je ook Hotmail opdoeken aangezien daar ook vrienden een stuk tekst intypen op hotmail.com hetgeen vervolgens als e-mail bij jou wordt afgeleverd. En ook alle tell-a-friendsystemen: oppakken want het zijn dan vuile spammers. Wat er ook zij van de interpretatie van 11.7 Tw, de geest van de wet is nooit geweest om tell-a-friendsystemen te bestrijden. Deze actie is daar een vorm van.

  12. De reden dat het spam is, is omdat er mensen zonder voorafgaande waarschuwing, laat staan toestemming, gebeld worden en dan een bandje met een ide?le boodschap te horen krijgen. Dat is hinderlijk en ongewenst. Dat was het toen Karin Bloemen per bandje de Krant op Zondag promootte en dat is het vandaag met Agent van Geel ook.

    Dat een “vriend” mijn nummer doorgeeft aan de spammer, maakt dat niet anders. Mijn toestemming is nodig voordat computers mij mogen bellen. Zo simpel is dat.

    Een tell-a-friend systeem wordt over het algemeen niet gebruikt om commerci?le, ide?le of charitative boodschappen door te geven. “Kijk eens, leuk artikel” is geen reclame.

    Arnoud

  13. In het voorbeeld van Karin Bloemen was er geen sprake van menselijke tussenkomst. De opdrachtgever had een bellijst ingevoerd en de computer belde ze onbemand, ??n voor ??n, en speelde de tekst af. In het geval van agent Van Geel is er sprake van menselijke tussenkomst – een vriend initi?ert het proces. Net zoals een vriend het proces initi?ert dat een website (hotmail.com) jou een e-mail stuurt. Sterker nog, het is ook een computer die jou belt en vervolgens live en real time de stem van die vriend laat horen bij gewone telefoongesprekken. Waar ligt dan de grens?

    Er zijn bovendien voldoende tell-a-friend systemen met commerci?le achtergrond. ‘Word ook lid en win 100 euro’, dat soort initiatieven. Nog nooit vernomen dat dat verboden was. Er wordt veel geld mee verdiend en er komen nooit klachten over. De leden zijn uitermate tevreden, al zijn het vaak responsgevoelige consumenten die klikken op alles dat beweegt. Maar ook die mensen moeten er zijn.

    Ik denk dat de actie van de politie milder was ontvangen als ze hadden duidelijk gemaakt dat het bericht was verstuur door , bijvoorbeeld door de vriend zijn naam te laten inspreken en die in de boodschap te verwerken.

  14. @Arjen Jongeling Je hebt het over puristendiscussies die losgelaten worden op letterlijke formuleringen in de telecommunicatiewet. Je zegt dat de rechterlijke macht, als het erop aankomt, zulke discussies gelukkig wel weer glad trekt. Als voorbeeld noem je jouw zaak versus OPTA en verwijs je naar een artikel op jouw weblog. Ik heb noch in het artikel op jouw weblog, noch in de uitspraak van de rechtbank iets terug kunnen vinden dat lijkt op gladtrekken van zulke discussies. (Hint: wellicht kun je een deeplink opnemen op je weblog, dat maakt het zoeken wat makkelijker, zie http://www.rechtspraak.nl/Uitspraken/Deeplinken+naar+uitspraken.htm)

    Je vraagt je af wat het maatschappelijke probleem is van deze “geinige” actie van de politie? Het antwoord is: Privacy. Ik zie het verschil niet zo tussen pillen-, porno-, poker- of “politiespam”. Men wil gewoon niet lastiggevallen worden door ongevraagde belletjes met wervingsteksten, ongeacht de inhoud. Bovendien wordt van de politie verwacht dat zij het goede voorbeeld geeft.

    Je vraagt je af wat de reikwijdte is van “automatische oproepsystemen zonder menselijke tussenkomst” in het eerste lid van artikel 11.7 van de telecommunicatiewet. In een uitspraak van het hof (zie http://www.rechtspraak.nl/ljn.asp?ljn=AE5514) is daar het een en ander over te lezen. Het hof oordeelt:

    “Naar het oordeel van het hof geeft de tekst van artikel 11.7 lid 1 Telecommunicatiewet weinig aanleiding te veronderstellen dat daaronder ook e-mail begrepen moet worden geacht. Het begrip ‘automatische oproepsystemen’ is in de Engelse versie van de (aan de wetsbepaling ten grondslag liggende) Richtlijn 97/66/EG weergegeven als ‘automatic calling machines’. Het duidt derhalve op het op geautomatiseerde wijze tot stand brengen van een spraakverbinding (“oproep”). Daarom ligt het niet voor de hand e-mail te brengen onder een automatisch oproepsysteem zonder menselijke tussenkomst.”

    (Later is lid 1 artikel 11.7 uitgebreid zodat o.a. ook e-mail inbegrepen is.)

    Met “automatische oproepsystemen zonder menselijke tussenkomst” ofwel “automatic calling machines” wordt denk ik verstaan dat een computer opbelt, een gesprek voert en ophangt. Dit zonder dat een mens een gedeelte van het gesprek van de computer overneemt. Het is hierbij niet van belang dat voorafgaand iemand op een knop moet drukken om de computer te laten bellen. Ik denk dat Arnoud dus volkomen gelijk heeft toen hij zei:

    “De reden dat het spam is, is omdat er mensen zonder voorafgaande waarschuwing, laat staan toestemming, gebeld worden en dan een bandje met een ide?le boodschap te horen krijgen. Dat is hinderlijk en ongewenst. Dat was het toen Karin Bloemen per bandje de Krant op Zondag promootte en dat is het vandaag met Agent van Geel ook.”

    Dit geeft volgens mij precies de strekking van deze wet weer.

    Over wie de verantwoordelijkheid draagt bij tell-a-friendsystemen wil ik zeggen dat ik vind dat zowel degene die een tell-a-friendsysteem faciliteert als degene die er gebruik van maakt, verantwoordelijkheid draagt. Hoeveel verantwoordelijkheid hangt af van een aantal factoren. Ik noem bijvoorbeeld: * De doelstelling van degene die het tell-a-friendsysteem faciliteert. * De mate van controle over de berichtgeving. Hoe minder controle de gebruiker kan uitoefenen hoe meer verantwoordelijkheid ligt er bij degene die het tell-a-friendsysteem faciliteert. Wie doet de daadwerkelijke verzending? Kan de gebruiker de berichtgeving aanpassen naar zijn wil? Zo nee, krijgt de gebruiker het bericht eerst te lezen of te horen voordat deze verstuurd wordt? * De persoon of instelling die als afzender genoemd wordt bij de berichtgeving. * De mate waarin door het tell-a-friendsysteem persoonsgegevens verwerkt worden. Vergelijk de volgende situaties: 1) De gebruiker geeft geen persoonsgegevens op. Op de computer van de gebruiker wordt een nieuw bericht gecreeerd welke de gebruiker vervolgens kan adresseren en versturen. 2) De gebruiker geeft persoonsgegevens van de geadresseerde op. Die persoonsgegevens ondergaan allerlei bewerkingen op diverse computersystemen en vervolgens wordt automatisch een bericht afgeleverd bij de geadresseerde.

    In de gevallen dat een tell-a-friendsysteem persoonsgegevens verwerkt, zal de verantwoordelijke voor het tell-a-friendsysteem aangemerkt kunnen worden als verantwoordelijke in de zin van de WBP. De verwerkingen van persoonsgegevens dienen dan ook geregistreerd te worden bij het CBP (of bij de eigen functionaris gegevensbescherming). Of, als de gegevensverwerkingen incidenteel van aard zijn (zoals bij de actie “Fietslicht aan : Vrienden bellen” waarschijnlijk gepretendeerd zal worden), moeten de verwerkingen worden vastgelegd en bewaard gedurende ten minste drie jaren (artikel 28.4 WBP).

  15. Artikel 28.3 zegt dat je incidentele wijzigingen aan het doel, categorieen, ontvangers en beveiligingsmaatregelen van je verwerking niet hoeft te melden. Dat is dus wat anders dan een incidentele verwerking. Die moet worden aangemeld tenzij hij onder een vrijstellingsbesluit valt.

    Heel formeel zou elk Nederlandstalig forum of weblog, ook deze blog, aangemeld moeten worden. Ik verwerk tenslotte persoonsgegevens van jullie door ze in de WordPress-database te stoppen en te tonen in de context van reacties op berichten. Maar ik vermoed dat het CBP daar niet blij van wordt. Vandaar dat ik nog even wacht op de definitieve Richtsnoeren persoonsgegevens op internet en de daarin aangekondigde Vrijstelling persoonsgegevens op internet.

    Arnoud

  16. @yep Wat ik bedoelde met het gladtrekken van puristendiscussies door de rechterlijke macht is het feit dat ik in beroep ben gegaan tegen de draconische boete van 22.500 euro die de OPTA mij dacht op te leggen wegens 35 vermeende spamberichten, en dat ik die zaak heb gewonnen. Je hebt wel gelijk dat de rechter niet echt de discussie heeft gladgetrokken – de OPTA was vergeten net zo puristisch te doen met de bewijslast als met de beschuldigingen en op grond daarvan is het boetebesluit vernietigd.

    Mijn punt is dat er op het internet over spam (maar ook over andere online wantoestanden zoals privacyschending en illegale downloads) door Jan en Alleman wordt gespeculeerd. Meestal zijn dat lekendiscussies maar ook juristen doen mee, blijkens deze posting. Ik vind dat die discussies vaak verzanden in details die voorbijgaan aan de oorspronkelijke bedoeling van de wet die wordt besproken (bijvoorbeeld 35 mailtjes = maatschappelijke overlast???). Dat geldt ook hier. Als je je stoort aan tell-a-friendsystemen dan moet je je vrienden aanspreken, niet het systeem. En waar hebben we het over? Karin Bloemen in 1991 en Agent van Geel in 2007. Niet bepaald een maatschappelijk probleem waarvan we moeten wakker liggen. Als we nu 3x daags werden lastiggevallen door een actie als deze, dan gaat de lol er wel vanaf en dan geef ik je gelijk dat er gekeken moet worden naar de verantwoordelijkheden zoals jij die opsomt. Maar kom op zeg, die ene keer. En iedereen wil toch dat zijn zoon of dochter veilig thuiskomt op de fiets? Ik blijf het een prima actie vinden.

    PS Dank voor de deeplink naar het deeplinken op rechtspraak.nl. De oude link was een beetje link maar nu heb ik eindelijk een mooie rechtspraaklink.

    http://www.rechtspraak.nl/ljn.asp?ljn=BA6377

  17. Alsof wetten geheel los van het maatschappelijk gevoel worden aangenomen. Die wijziging in de Tw kwam er nu net omdat mensen belcomputers als uitermate irritant ervoeren. Bovendien gaat het niet aan voor een overheidsactie om kinderen er toe aan te zetten telefoonnummers van vriendjes op websites in te vullen.

    Het feit dat de actie ingetrokken is, zegt voor mij wel genoeg. Men wist dat men fout zat, en die fout is nu hersteld.

    Fiets jij met werkend licht eigenlijk?

    Arnoud

  18. Dat is nu precies wat ik beweer, wetten zijn het gevolg van een maatschappelijk gevoel. Het volk mort, het openbaar bestuur maakt een wet, opgelost. Maar over tell-a-friendsystemen heb ik nooit iemand horen klagen. De interpretatie dat ze onder de anti-spamwet moeten vallen is al discutabel en de maatschappij verandert niet noemenswaardig als dat zo zou zijn. En dat de politie de actie intrekt is niet omdat ze wisten dat ze fout zaten, maar omdat het ze door de OPTA en diverse media is aangepraat.

    En ja, ik fiets met werkend licht. Ik zal wel moeten, al was het alleen maar omdat het juist mij altijd overkomt dat er dan net een politiewagen om de hoek komt. Maar de belangrijkste reden is natuurlijk omdat ik niet voor mijn kanis gereden wil worden, het uitgangspunt achter het idee dat fietsverlichting verplicht is.

Laat een reactie achter

Handige HTML: <a href=""> voor hyperlinks, <blockquote> om te citeren en <em> en <strong> voor italics en vet.

(verplicht)

Volg de reacties per RSS