Provider IS InterNed niet aansprakelijk voor smaad door klant

| AE 1039 | Ondernemingsvrijheid | 7 reacties

Een hostingprovider hoeft bij vermeende smaad door een klant niet meteen in te grijpen. Tenminste, als hij de feiten niet kent en daarom niet kan inschatten wat er klopt aan het verhaal. Dat blijkt uit een gisteren verschenen vonnis tussen de Staat en hostingprovider IS InterNed Services. En ik heb een leuke aankondiging, helemaal onderaan. 🙂

Een klant van IS had ruzie met de Belastingdienst. Zijn tweedehands-autobedrijf had de nodige aanslagen opgelegd gekregen, en omdat de Belastingdienst bang was dat meneer terug naar zijn eigen land zou gaan, had men aangekondigd deze aanslagen ineens te komen innen. Dat zette het nodige kwaad bloed, en de klant begon op zijn bedrijfswebsite een hetze tegen de Belastingdienst. Daarbij werd de betrokken inspecteur met naam en toenaam genoemd. Zo schreef hij bijvoorbeeld “this corrupt and racist tax official decided to impose a very high tax on me.” Ook werden zowel de inspecteur als de Dienst beschuldigd van racisme, corruptie, machtsmisbruik en discriminatie.

De Staat besloot om de hoster te sommeren de informatie weg te halen. De hoster had dit echter geweigerd met een beroep op de wettelijke bescherming voor hosting providers. De wet zegt namelijk dat providers alleen materiaal van klanten offline hoeven te halen als het ‘onmiskenbaar’ is dat dat materiaal niet door de beugel kan. Je moet met andere woorden in redelijkheid niet kunnen twijfelen aan de juistheid van de sommatie.

Wanneer is het onmiskenbaar dat iets niet mag? Bij een een illegaal aangeboden film gaat dat nog wel, maar hoe schat je als provider in of een uitlating van een klant beledigend of racistisch is? Je kent de feiten en achtergronden van de ruzie niet, dus hoe weet je dan of een opmerking terechte kritiek is of smaad?

Het is dan ook een goede zaak dat de rechter hier oordeelde dat de provider niet in de discussie tussen de Staat en de klant hoeft te treden. Precies omdat je van een provider niet kunt vragen om te oordelen over het beledigende of smadelijke karakter van een publicatie. Dat zou al snel tot een chilling effect leiden: providers die alles waar een klacht over komen, meteen maar offline halen om aansprakelijkheid te voorkomen.

Wel is het jammer dat de rechter niet nader toelicht waarom deze tekst niet onmiskenbaar beledigend is. Het vonnis zegt dat het niet hoefde omdat IS “niet wist, en ook niet kon weten, waarop de uitlatingen waren gebaseerd, zodat zij zich geen oordeel omtrent de juistheid of rechtmatigheid ervan kon vormen”. Dus als IS meer van het geschil had geweten, had ze wel zo’n oordeel moeten vormen? Waar ligt dan de grens? Hoe bekend moeten de feiten zijn? En wanneer moet de provider op de stoel van de rechter gaan zitten? Zou bijvoorbeeld de provider moeten weten dat teksten waarin de Holocaust ontkend of gebagatelliseerd wordt, discriminerend en haatzaaiend zijn? Want dan is de provider verplicht deze weg te halen. Op die vragen geeft dit vonnis helaas geen duidelijk antwoord.

En als ik dan even commercieel mag worden: sinds gisteren biedt mijn nieuwe werkgever ICTRecht een speciale Notice en takedown adviesdienst. Voor webhosters, maar ook voor bloggers en forumbeheerders die dit soort klachten krijgen en zelf niet kunnen of willen inschatten of die klachten kloppen en wat ze nu moeten doen.

Arnoud

Deel dit artikel

  1. Dit is een vonnis waar ik wat mee kan. Ook handig voor ons als de partij A weer eens komt klagen dat de website van partij B een kopie is van de website van partij A etc. etc. Ik kan niet controleren wie rechthebbend is, of het toevallig een templatesite is die je overal kunt kopen of dat partij B eerder was.

    Ik stel altijd de beschuldigde (partij B) op de hoogte van het feit en geef aan partij A door dat we partij B op de hoogte hebben gesteld. We zullen uiteraard de site pas af kunnen sluiten wanneer het onmiskenbaar is gebleken dat het inbreuk op rechten van partij A betreft.

  2. Is de Playboy groot genoeg? Haha.

    Het ging toen om de naakfoto’s van Bridget Maasland waarvoor wij werden gevraagd om deze direct offline te halen vanwege schending van auteursrecht etc.

    Daarbij heb ik dus aangegeven dat door mij niet met zekerheid is te oordelen over het (on)rechtmatige van de door onze klant gepubliceerde materiaal en dat ik derhalve de inhoud niet onbereikbaar kan maken. Indien er een gerechtelijk bevel is zullen wij daar bij ontvangst direct gehoor aan geven. Met een verwijzing naar 6.196c uiteraard.

    Was voor de Playboy blijkbaar voldoende want die hebben toen (later) rechtstreeks contact opgenomen met onze klant en deze hebben toen besloten om de foto’s alsnog te verwijderen.

  3. Beetje flauw eigenlijk om de bal terug te kaatsen op de manier die Dennis hier verteld . Niet met zekerheid te beoordelen dat … Er is toch met 100% zekerheid wel te beoordelen dat het materiaal niet van hun was ? . dan kun je volgens mij maar ??n ding doen ( al is het maar uit fatsoen ) en dat is verwijderen .

  4. Ik stel het belang van onze klanten op de eerste plaats! Dat lijkt me niet meer dan logisch.

    Ik kan niet beoordelen of er een fotograaf meewerkt of dat iemand de foto’s geshopt heeft bijvoorbeeld waardoor zij mogelijk wel (bepaalde) rechten hebben. Wie zegt dat het geen oude foto’s van Bridget zijn die met toestemming gebruikt zijn?

    Oftewel, nog teveel opties om actie te ondernemen richting onze klant.

  5. Ik vind de uitkomst van deze zaak anders ook behoorlijk onbevredigend: Als providers helemaal niet hoeven meewerken wordt het handhaven van de wet in de praktijk wel erg lastig – en dat is met name onbevredigend wanneer die wet bedoeld is om (kwetsbare) particulieren te beschermen tegen de agressie van anderen zoals in dit geval (ik ben namelijk van de school die vindt dat de wet in de eerste plaats dient ter bescherming van de zwakste partij in een gegeven situatie – en dat is hier niet de provider).

    Het principe dat van de provider niet verwacht kan worden dat deze de inhoud van de websites van al zijn klanten in de gaten houdt lijkt me op zich prima. Maar zodra een opsporingsdienst constateert dat er sprake is van overtreding van een wet (privacy, discriminatie e.d.) lijkt het me niet onredelijk om van de provider te verwachten (eisen) dat deze de betreffende website afsluit. Analogie: als ik een auto huur en daarmee een snelheidsovertreding bega, dan werkt de verhuurder er ook op de een of andere manier aan mee dat de boete op mijn adres terecht komt (terwijl de verhuurder natuurlijk niet verplicht is om ervoor te zorgen dat ik geen overtredingen bega – dat blijft immers mijn eigen verantwoordelijkheid).

Laat een reactie achter

Handige HTML: <a href=""> voor hyperlinks, <blockquote> om te citeren en <em> en <strong> voor italics en vet.

(verplicht)

Volg de reacties per RSS