Hoe verwijder je sneller maar wel eerlijk ongewenste content van internet?

| AE 12332 | Ondernemingsvrijheid | 17 reacties

Voor mensen die geconfronteerd worden met onrechtmatige content op het internet is het moeilijk om deze snel verwijderd te krijgen, zo opent het WODC in een nieuwsbericht over deze lastige problematiek (via). 15 procent van de Nederlanders heeft direct of indirect ervaring met schadelijke, en mogelijk onrechtmatige, content die hen persoonlijk raakt, zoals bedreigingen, privacy-inbreuken en wraakporno. Daarvan overweegt slechts 1,4 procent juridische stappen te zetten. Het WODC deed onderzoek naar oplossingen voor dit probleem die óók recht doen aan de positie van de plaatser en de tussenpersoon.

Het onderzoek is uitgevoerd door het Instituut voor Informatierecht als onderdeel van het speerpunt van de Minister voor Rechtsbescherming om de positie van slachtoffers van onrechtmatige uitingen op het internet te verbeteren. De kern van het probleem is natuurlijk dat er nooit één partij is die je gewoon met één rechtsgang aanspreekt, zoals je zou doen wanneer iemand op een zeepkist gaat staan en wat over jou gaat roepen. Er zijn vele routes met voor- en nadelen, zoals dit schema uit het onderzoek laat zien:

(klik voor schema)

Er zijn enerzijds procedurele routes die snel, laagdrempelig en schaalbaar zijn, en anderzijds procedures die optimale rechtstatelijke waarborgen bieden. Een combinatie van al deze kwaliteiten in één procedure lijkt uitgesloten, aldus het rapport. Dat vind ik ook niet gek gezien de verschillende partijen en hun belangen in dit proces.

Wat voor mij met name wringt, is de lage waarborgen bij de notice&takedown procedure, die voor mij toch de eerst aangewezen stap zou moeten zijn. Snel en effectief, en volgens de wet inclusief een beoordeling door de tussenpersoon die de notice krijgt of de eis wel terecht is. Maar daar gaat het dus vaak mis:

Dit alles bijeengenomen maakt dat mogelijk veel rechtmatige en toegestane uitingen verwijderd worden. Vervolgens wordt degene die de vermeend onrechtmatige content geplaatst heeft, niet altijd de mogelijkheid geboden zich te verdedigen of zich na verwijdering te verzetten. Ook bleek uit de bovenstaande uiteenzetting over de transparency reports dat het nog zeer moeilijk is zicht te krijgen op het daadwerkelijk functioneren van de Notice and Takedown-procedures van de verschillende grote internetdiensten.
Een belangrijke factor is daarbij dat veel takedowns automatisch plaatsvinden. Dat komt denk ik met name omdat dat het goedkoopste en snelste is, en vanuit de Amerikaanse achtergrond het meest logisch: onder de DMCA Notice & Takedown procedure is het weghalen na klacht de verplichte stap, en pas daarna ga je de discussie voeren. Die discussie verzandt vaak in standaardantwoorden, maar het materiaal is dan al weg. Eigenlijk moet de discussie inhoudelijk worden gevoerd (“nee, dit was legitieme kritiek” bijvoorbeeld) vóórdat de tussenpersoon besluit het materiaal weg te halen. Maar als je systeem gebouwd is volgens de Amerikaanse norm, dan gebeurt dat dus niet.

Hoe moet het dan wel? Het rapport doet een aantal voorstellen. Allereerst het verder normeren en codificeren van Notice and Takedown-procedures en het daarvoor geldende afwegingskader, bijvoorbeeld dus door expliciet op te schrijven dat een takedown niet automatisch op klacht mag gebeuren. Een simpele verbeterstap daarbij is providers verplichten op duidelijke en eenvoudige manier te publiceren hoe een takedown verzoek gedaan kan worden en wat er dan gebeurt, iets dat nu al geldt als best practice bij hostingproviders. Een experimentele opzet bij de kantonrechter (een soort supersnelrecht) vond ik ook een hele leuke, dan heb je wel gerechtelijke toetsing maar heel laagdrempelig. Hierbij speelt natuurlijk wel dat je vervolgens dan ook snel het vonnis bij de tussenpersoon uitgevoerd moet kunnen krijgen.

Het rapport gaat niet in op wat volgens mij een hele belangrijke factor is: de anonimiteit en daarmee onbereikbaarheid van de plaatser van de content. Logisch gezien de scope, maar wel meteen een sterk complicerende factor. Tegelijk besef ik ook dat een plaatser vaak internationaal kan zijn, zodat de naam en woonplaats weinig toevoegen.

Arnoud

Een rechtbank mag providers (en dus ook Facebook) tot notice en *stay* down verplichten

| AE 11534 | Ondernemingsvrijheid, Uitingsvrijheid | 8 reacties

Het Hof van Justitie in Luxemburg heeft bepaald dat er geen EU-regels zijn die zich verzetten tegen een verplichting voor hostingproviders als Facebook om commentaren te verwijderen die sterk gerelateerd zijn aan eerdere onwettig verklaarde commentaren. Dat las ik bij Tweakers. Nogal een omweg om te zeggen dat rechters providers kunnen verplichten om onrechtmatig verklaarde inhoud ook werkelijk down te hóuden, bijvoorbeeld door met filters te herkennen dat iets vrij sterk lijkt op eerder, geweerd commentaar. Maar ze moesten wel, want er is geen EU-regel die letterlijk zegt dat rechters dit mogen doen. Daarmee is eindelijk een grondslag gekomen voor wat in het jargon notice and stay down heet; je hoeft niet apart een procedure te voeren over iedere repost met een toegevoegde komma of een zin “hear hear” er boven geplakt.

Wanneer iemand een onrechtmatige uiting plaatst op een platform zoals een website of een Facebookpagina, kun je een klacht indienen bij de beheerder. Die moet dan (als de klacht evident juist is) de uiting weghalen. Dat is notice & takedown zoals we dat al bijna 20 jaar kennen. Maar vaak speelt dan het probleem dat die content dan weer opnieuw wordt geplaatst door een ander, eventueel met kleine aanpassingen zodat het niet direct opvalt. Dan moet je als klager dus wéér aan de bak en die hele notice&takedown procedure doorlopen.

In een Oostenrijkse zaak had de eisende partij (dus de klager) tegen Facebook geëist dat deze stay down maatregelen zou nemen om een smadelijk bericht blijvend offline te houden. De rechter aldaar vond het belangrijk genoeg om dit aan het Hof van Justitie voor te leggen, dat dus niet alleen bevestigt dat die maatregelen er moeten komen maar ook dat de rechtbank mag vonnissen dat dat wereldwijd gevolg moet hebben.

En dus dat het ook moet gelden voor inhoudelijk grofweg dezelfde teksten. Dit omdat je anders nog steeds aan de gang blijft; iedere trol weet dat je een komma weg kunt halen of een zin toevoegen en dan een simpel algoritme kunt omzeilen. Het gaat alleen niet zo ver dat ieder bericht van gelijke strekking automatisch geweerd moet worden, ik denk echt dat het beperkt is tot tekstuele aanpassingen op het bericht, zeg maar even als we het plagiaat zouden noemen. Dit omdat de reden achter deze uitspraak is dat een verbod op herpublicatie niet te eenvoudig omzeild moet worden. Een volledig nieuwe tekst valt sowieso niet onder dat verbod, immers.

Bijzonder is nog dat het Hof expliciet zegt dat de rechter zo’n verbod ook wereldwijd mag opleggen. Althans, dat niets in het Europese recht zegt dat dat niet mag. Een paar weken terug zei het Hof nog wat anders bij het vergeetrecht. Maar het verschil is dat in die zaak de Europese wetgever vrij duidelijk niet aangedurfd had om een wereldwijd vergeetrecht aan te nemen. Bij dit soort klachten is er überhaupt weinig Europees recht, landen mogen dus zelf uitzoeken of zo’n vonnis wereldwijde werking mag hebben. Daarom kan de Europese rechter daar geen uitspraak over doen.

Arnoud

Fair use moet je meewegen bij een notice/takedownverzoek

| AE 8020 | Intellectuele rechten | 8 reacties

Een Youtube-gebruiker die een video van haar dansende baby online zette en werd aangeklaagd door het platenlabel van zanger Prince heeft een slag gewonnen in haar auteursrechtenzaak, las ik bij Nu.nl. In 2007 uploadde zij een video van 29 seconden van haar peuter die danste op het liedje Let’s go crazy van Prince. Youtube haalde de video echter weg toen men een DMCA takedownclaim kreeg van Universal Music Group, omdat deze ongeautoriseerde publicatie inbreuk op auteursrechten zou zijn. De rechtbank in hoger beroep oordeelt nu dat dit onterecht was: Universal had rekening moeten houden met ‘fair use’ voordat zij de claim deed.

Het gebeurt zeer, zeer regelmatig dat rechthebbenden verzoeken doen om materiaal weg te laten halen dat hun werk bevat, terwijl er toch op zijn minst een begin van een argument is dat dit gebruik een citaat, parodie of Amerikaansrechtelijk ‘fair use’ oplevert. Denk aan een remix van een muziekwerk, een flits uit een film in een commentaar of zoals hier een achtergronddeuntje bij een toevallige opname.

Jarenlang is het argument geweest dat zo’n fair use-verweer niet relevant is. De wet zegt immers alleen, als je als rechthebbende een schending ziet, kun je dat werk laten weghalen. Is men het daar niet mee eens, dan kan men een tegenclaim indienen waarin eventuele fair use-bezwaren worden onderbouwd. Dat had wisselend succes, zeker als een rechthebbende gewoon bleef zeggen “volgens ons is het inbreuk”. Veel mensen lieten het er dan bij zitten, want een rechtszaak over zo’n situatie is het geld niet waard.

Deze uitspraak maakt de zaak wat lastiger voor rechthebbenden. Het Hof zegt namelijk dat men bij het opstellen van de claim al direct moet nadenken over fair use, en dat het verboden is om claims in te dienen wanneer dat niet is gebeurd. Dat is niet hetzelfde als “je mag geen claim indienen als fair use in theorie mogelijk is” of “je mag geen claim indienen totdat je fair use volledig weerlegd hebt”. De eis uit de wet is dat men “in good faith” oftewel te goeder trouw mocht denken dat de video de rechten van Universal schond. En dat betekent:

Universal faces liability if it knowingly misrepresented in the takedown notification that it had formed a good faith belief the video was not authorized by the law, i.e., did not constitute fair use.

In dit geval was duidelijk dat Universal in het geheel niet had nagedacht over fair use; in hun visie was dat immers iets dat pas bij de tegenclaim of bij de rechter überhaupt een issue kon zijn. Dat is dus fout, aldus het Hof, je moet als rechthebbende wel íets van een evaluatie doen voordat je een claim indient. Dus laat maar zien, Universal, waaruit blijkt welke evaluatie je hebt gedaan.

Intrigerend is nog dat het Hof vervolgens opmerkt dat het best mogelijk moet zijn zo’n evaluatie te automatiseren. Als je automatisch werken kunt herkennen (en erover klagen) dan kun je vast ook iets inbouwen waardoor je automatisch kunt zeggen “dat zou fair use kunnen zijn, skip”. Code as law, dus.

Ik ben alleen heel benieuwd hoe dat eruit moet gaan zien. Het punt van fair use is namelijk dat het geen simpel trucje is. Er zijn vier factoren:

  1. Het doel en karakter van het gebruik, inclusief de vraag of het gebruik commercieel is of educatief en non-profit;
  2. De aard van het beschermde werk;
  3. De omvang en de scope van het overgenomen deel in verhouding tot het beschermde werk als geheel; en
  4. Het effect van het gebruik op de potentiële markt voor of waarde van het beschermde werk.

Je kunt dus niet zeggen “minder dan 30 seconden dus fair/meer dan 30 dus unfair”. Alle vier de factoren moeten worden langsgelopen. Lengte en commerciële intenties wegen mee maar bijvoorbeeld óók hoe transformerend jouw gebruik van het werk is. Letterlijk het hele werk herpubliceren voor geldelijk gewin is zelden fair use, een nauwelijks herkenbaar fragmentje in een privéfilmpje vrijwel altijd.

Maar misschien zijn er toch shortcuts te verzinnen. Het gaat immers niet om een algoritme dat fair use bewijst of weerlegt, maar om een algoritme waarmee je te goeder trouw kunt zeggen “fair use is onwaarschijnlijk, takedown die hap”. Het Hof suggereert dat dat bijvoorbeeld kan door te kijken welk deel van het werk is gebruikt: hoe kleiner het deel, hoe groter de kans op fair use. Ook kun je kijken naar de website, staan er advertenties op of wordt er toegang tot het werk verkocht? (Ik ben benieuwd welke jullie nog zouden weten.)

In ieder geval is het niet meer mogelijk om gewoon botweg te zeggen “ons algoritme detecteert een fragment dat van ons is, takedown die hap”. En dat is alvast een heel stuk winst.

Arnoud

Automatische auteursrechtaansprakelijkheidsclaims

| AE 4564 | Intellectuele rechten | 17 reacties

Microsoft eist Google-ban op BBC, Wikipedia en Bing, meldde Webwereld maandag. Het bedrijf had via automatisch gegenereerde DMCA notice/takedownberichten de verwijdering geëist van zo’n vijf miljoen webpagina’s, volgens TorrentFreak omdat deze het getal “45” bevatten dat kennelijk iets met Windows 8 te maken heeft. Eh, oeps. Het idee achter de DMCA was een simpel wettelijk… Lees verder

EBay moet filteren op inbreukmakende advertenties

| AE 2624 | Ondernemingsvrijheid | 12 reacties

Het langverwachte arrest in L’Oréal/Ebay over merkenrechtelijke aansprakelijkheid van exploitanten van online marktplaatsen als eBay, zo noemde Boek 9 het. Het Hof van Justitie bepaalt dat eBay aan te spreken is wanneer haar gebruikers illegale import of namaakproducten verkopen via de wereldwijde elektronische marktplaats, mits eBay ‘actief’ betrokken is bij plaatsen of optimaliseren van de… Lees verder

Waarom verwijdert Google zoekresultaten op grond van de DMCA?

| AE 2578 | Intellectuele rechten, Ondernemingsvrijheid | 28 reacties

Een lezer vroeg me wat het betekende als hij bij een Google-zoektocht het volgende tegen komt: Als reactie op een klacht die we hebben ontvangen in het kader van de Amerikaanse DMCA (Digital Millennium Copyright Act), hebben we 1 resulta(a)t(en) van de pagina verwijderd. Indien gewenst, kunt u op ChillingEffects.org de DMCA-klacht lezen op basis… Lees verder

Politie vraagt verwijdering opruiende tekst, mag dat wel?

| AE 2490 | Uitingsvrijheid | 25 reacties

De Nationale Recherche eist dat Publicintelligence.net stopt met het publiceren van het magazine Inspire, meldde Webwereld gisteren. De site zou opruiende informatie publiceren, die volgens de KLPD tegen de wet is. Als de publicatie niet vrijwillig gestaakt wordt, zal de server offline gehaald worden, dreigt de brief. Alleen: dat mag de politie helemaal niet. In… Lees verder

Adverteren bij Google voor tweedehands merkproducten mag

| AE 2150 | Ondernemingsvrijheid | 13 reacties

Adverteren bij Google voor tweedehands merkproducten mag, zolang je advertentie maar duidelijk is over jouw relatie tot de merkhouder. Dat blijkt uit het Europese arrest C-558/08 in de Portakabin/Primakabin-zaak (via) waarover onze eigen Hoge Raad vragen had gesteld. Het Hof van Justitie komt nu met nadere regels over wanneer de uitzonderingen op het merkrecht opgaan… Lees verder

Merkinbreuk door AdWords: adverteerders wel, Google niet

| AE 2030 | Ondernemingsvrijheid | 27 reacties

Daar zijn we dan: het langverwachte Adwords-arrest, meldt Boek9.nl. Naar aanleiding van een Franse rechtszaak heeft het Europese Hof van Justitie nu eindelijk uitsluitsel gegeven in haar arrest C-236/08 tot en met C-238/08. Kort gezegd: Google pleegt geen merkinbreuk als mensen adverteren op merknamen, maar moet wel ingrijpen als de merkhouder een klacht indient over… Lees verder