Seksfilmpje versturen via WhatsApp is geen smaad of belediging

| AE 5615 | Regulering, Uitingsvrijheid | 34 reacties

webcamHet versturen van een seksfilmpje via WhatsApp naar één persoon maakt je niet schuldig aan smaad, ook niet als die persoon het vervolgens doorstuurt. Dat bepaalde de rechtbank Overijssel deze week. Van smaad kan pas sprake zijn als “het publiek” kennisneemt van die berichten, en daarvan is bij een WhatsApp bericht geen sprake. Daarbij is de bedoeling immers dat alleen de ontvanger het bericht leest. Hoe juridisch om te gaan met ongewenst naakt blijft dus een lastige.

De verdachte had een seksfilm met hem en zijn partner (gemaakt tijdens zijn relatie) verspreid naar een gezamenlijke vriendin, en daarbij aangegeven dat deze het niet verder mocht verspreiden. En dan, eh, “bevestigt [zij] dat en verklaart dat zij dat desondanks tóch heeft gedaan. Vanaf dat moment is het filmpje verder verspreid en naar verluidt ook op internet beland.”

(Waarom dat filmpje nu zo nodig moest worden verspreid, wordt niet echt duidelijk. De verdachte was ‘boos’ dat zijn ex-vriendin een ander had, maar hoe je die situatie verbetert door iemand anders een naaktfilm te whatsappen ontgaat me.)

De politie kwam vervolgens bij hem aan met de strafbare feiten smaadschrift en belediging. Beiden komen kort gezegd neer op iemands eer en goede naam aantasten, hoewel het bij smaad vooral gaat om een specifiek feit (“Henk is een oplichter”) en bij belediging meer om gewoon nare taal (“Henk is een eikel”). Beiden zijn prima met een afbeelding te plegen – juridisch gezien heet zo’n afbeelding een geschrift, ook als het elektronisch is, en dat maakt het bij smaad in ieder geval erger want op smaadschrift staat een zwaardere straf.

Wel is bij beiden vereist dat sprake is van een uiting in het “openbaar”, althans “waaraan ruchtbaarheid wordt gegeven” bij smaad dan. Anderen moeten het gehoord of gezien hebben. Logisch ook wel: je kunt iemands reputatie moeilijk aantasten als niemand merkt dat dat gebeurt. Als niemand deze blog kan lezen, heeft Henk nergens last van.

Dat je iemands reputatie of goede naam kunt aantasten door een naaktfoto of -filmpje te verspreiden, lijkt me vrij duidelijk. Al in 2008 werd een man veroordeeld voor het publiceren van dergelijke foto’s van zijn ex. Wel moet je intentie erop gericht zijn om die goede naam aan te tasten. In de Manon Thomas-zaak was er geen sprake van smaad of belediging, hoewel me nog steeds niet duidelijk is waarom. Is het een compliment als iemand je foto’s online zet?

Hoe dan ook, een ander vereiste is dus dat de foto’s wel openbaar moeten zijn. En daarvan was hier geen sprake:

kan het versturen van één ‘WhatsApp’ naar één persoon, met de opdracht dit niet verder te sturen, niet gelden als in het openbaar gedaan. Evenmin kan bewezen worden dat verdachte, zoals ook is tenlastegelegd, heeft beledigd door via de ‘social media’ het filmpje naar derden te sturen. Hij heeft het filmpje immers naar slechts één persoon, anders dan het slachtoffer, verstuurd.

Dat vervolgens die andere persoon het verspreidde, valt hem niet aan te rekenen. Dat voelt wel een beetje gek aan, maar dat zat hem erin dat de verdachte het duidelijk had gemaakt dat het niet mocht. Eigenlijk had die andere persoon dus vervolgd moeten worden, maar dat was niet gebeurd. Onbevredigend voelt het wel.

Arnoud

Provider IS InterNed niet aansprakelijk voor smaad door klant

| AE 1039 | Ondernemingsvrijheid | 7 reacties

Een hostingprovider hoeft bij vermeende smaad door een klant niet meteen in te grijpen. Tenminste, als hij de feiten niet kent en daarom niet kan inschatten wat er klopt aan het verhaal. Dat blijkt uit een gisteren verschenen vonnis tussen de Staat en hostingprovider IS InterNed Services. En ik heb een leuke aankondiging, helemaal onderaan. 🙂

Een klant van IS had ruzie met de Belastingdienst. Zijn tweedehands-autobedrijf had de nodige aanslagen opgelegd gekregen, en omdat de Belastingdienst bang was dat meneer terug naar zijn eigen land zou gaan, had men aangekondigd deze aanslagen ineens te komen innen. Dat zette het nodige kwaad bloed, en de klant begon op zijn bedrijfswebsite een hetze tegen de Belastingdienst. Daarbij werd de betrokken inspecteur met naam en toenaam genoemd. Zo schreef hij bijvoorbeeld “this corrupt and racist tax official decided to impose a very high tax on me.” Ook werden zowel de inspecteur als de Dienst beschuldigd van racisme, corruptie, machtsmisbruik en discriminatie.

De Staat besloot om de hoster te sommeren de informatie weg te halen. De hoster had dit echter geweigerd met een beroep op de wettelijke bescherming voor hosting providers. De wet zegt namelijk dat providers alleen materiaal van klanten offline hoeven te halen als het ‘onmiskenbaar’ is dat dat materiaal niet door de beugel kan. Je moet met andere woorden in redelijkheid niet kunnen twijfelen aan de juistheid van de sommatie.

Wanneer is het onmiskenbaar dat iets niet mag? Bij een een illegaal aangeboden film gaat dat nog wel, maar hoe schat je als provider in of een uitlating van een klant beledigend of racistisch is? Je kent de feiten en achtergronden van de ruzie niet, dus hoe weet je dan of een opmerking terechte kritiek is of smaad?

Het is dan ook een goede zaak dat de rechter hier oordeelde dat de provider niet in de discussie tussen de Staat en de klant hoeft te treden. Precies omdat je van een provider niet kunt vragen om te oordelen over het beledigende of smadelijke karakter van een publicatie. Dat zou al snel tot een chilling effect leiden: providers die alles waar een klacht over komen, meteen maar offline halen om aansprakelijkheid te voorkomen.

Wel is het jammer dat de rechter niet nader toelicht waarom deze tekst niet onmiskenbaar beledigend is. Het vonnis zegt dat het niet hoefde omdat IS “niet wist, en ook niet kon weten, waarop de uitlatingen waren gebaseerd, zodat zij zich geen oordeel omtrent de juistheid of rechtmatigheid ervan kon vormen”. Dus als IS meer van het geschil had geweten, had ze wel zo’n oordeel moeten vormen? Waar ligt dan de grens? Hoe bekend moeten de feiten zijn? En wanneer moet de provider op de stoel van de rechter gaan zitten? Zou bijvoorbeeld de provider moeten weten dat teksten waarin de Holocaust ontkend of gebagatelliseerd wordt, discriminerend en haatzaaiend zijn? Want dan is de provider verplicht deze weg te halen. Op die vragen geeft dit vonnis helaas geen duidelijk antwoord.

En als ik dan even commercieel mag worden: sinds gisteren biedt mijn nieuwe werkgever ICTRecht een speciale Notice en takedown adviesdienst. Voor webhosters, maar ook voor bloggers en forumbeheerders die dit soort klachten krijgen en zelf niet kunnen of willen inschatten of die klachten kloppen en wat ze nu moeten doen.

Arnoud

Veroordeling voor publicatie naaktfoto’s ex-partner op internet

| AE 881 | Privacy | 5 reacties

Afgelopen vrijdag is een man tot 6.000 euro schadevergoeding veroordeeld voor het verspreiden van naaktfoto’s van zijn exvriendin via internet (Emule en MSN), las ik op Nu.nl. De foto’s bleken via Emule, een filesharing netwerk, aangeboden te worden. Ook had de verdachte deze foto’s via MSN gedeeld met allerlei mensen. Gauw het vonnis erbij gepakt, want zo’n hoge boete had ik nog niet eerder gezien. Waarom is dat nu strafbaar?

De grondslag blijkt smaadschrift: aantasting van de eer en goede naam van de vrouw in kwestie door het verspreiden van geschriften. Logisch. Door het publiceren van pornografische foto’s kun je iemands goede naam behoorlijk schaden. Zelfs als de foto’s, zoals hier, met toestemming waren gemaakt. En digitale foto’s zijn prima te zien als geschriften.

Met het verweer dat het wellicht iemand anders was geweest, maakt de politierechter korte metten:

Naar eigen zeggen is verdachte de enige persoon die gebruik maakt van zijn computer, is zijn Windows gebruikersnaam [usernaam] en zijn e-mailadres [e-mailadres]. Bij de hierboven aangehaalde via MSN Messenger gevoerde gesprekken, waarbij de genoemde bestanden werden verzonden, werd gebruik gemaakt van het genoemde e-mailadres, terwijl er was ingelogd onder de genoemde gebruikersnaam. Hiermee staat voldoende vast dat verdachte de genoemde MSN Messenger gesprekken heeft gevoerd en ook de genoemde bestanden heeft verzonden.

Hetzelfde gaat op voor het delen via het P2P programma Emule: de verdachte had zelf gezegd dat hij verstand had van computers, en daarom vond de rechter het onwaarschijnlijk dat de foto’s per ongeluk in een gedeelde map terecht waren gekomen. Wat ook meewoog, is dat alle foto’s hernoemd waren van de bekende nietszeggende naam (DSC00007.JPG) naar “Ex-vriendin [bestandsnaam], uit [plaatsnaam]”. Dat kan alleen iemand gedaan hebben die weet hoe de ex-vriendin heette en waar deze woont. Een willekeurige grapjas die de foto’s toevallig had gevonden, had ze waarschijnlijk niet hernoemd, of in ieder geval niet naar die specifieke namen.

De gevolgen voor de ex waren zeer ernstig:

Bij de uitoefening van haar beroep en in haar woongenot heeft zij zodanig problemen ondervonden dat zij klanten verloor en is verhuisd.

De verdachte kreeg dan ook een boete van 1500 euro opgelegd, plus een schadevergoeding voor het slachtoffer van 5860,50 euro.

Update (16 mei 2012) de Hoge Raad bepaalt dat het fotograferen an sich geen ontucht is. Je moet meer doen.

Arnoud