Mag mijn werkgever gezichts- en stemherkenning inzetten om Teams-transcripties beter te maken?

Photo by Chris Montgomery on Unsplash

Een leezr vroeg me:

Mijn werkgever wil het mogelijk maken om Copilot onze Teams-meetings te laten opnemen en transcriben tot vergaderverslagen. Dit inclusief gebruik van stem- en gezichtsherkenning, omdat dit de kwaliteit van het verslag  zou verhogen. Wij moeten daar nu toestemming voor geven in Teams, maar weigeren lijkt niet echt aan de orde. Kan de werkgever me dit verplichten?
Hoofdregel voor inzet van ict op het werk: de werkgever kiest de middelen waarmee het werk wordt gedaan. Als werknemer heb je daar weinig van te vinden. Natuurlijk moet de werkgever wel rekening houden met jouw redelijke belangen, en privacy (en AVG) is er daar een van.

Wanneer je privacy of persoonsgegevens in het geding zijn, moet de werkgever dat via de AVG rechtvaardigen. Toestemming is daarbij geen optie, omdat in een werknemersrelatie eigenlijk altijd sprake is van afhankelijkheid (je wil dat vaste contract, opslag, managementfunctie). Dus dan moet de werkgever óf betogen dat het echt nodig is voor werk, óf dat zijn gerechtvaardigd belang wint van het jouwe.

De lat bij nodig voor het werk ligt erg hoog, en ik denk dat je met “onze vergaderverslagen worden er beter van” daar niet aan komt. Dus dan komen we automatisch bij het gerechtvaardigd belang.

Voor een transcriptie sec zie ik dat wel. Die meeting was werk en een transcriptie van een meeting is nuttig en weinig privacygevoelig. Ik zou het moeilijk vinden daar concrete bezwaren tegen te verzinnen (even aangenomen dat de AVG-randzaken gedicht zijn en we doen alsof Privacy Shield gewoon geldt, want we zijn jurist).

Die extra feature was nieuw voor mij. Bij Microsoft lees ik hierover dat

Voice and face enrollment is a feature in Microsoft Teams that allows users to create a voice and face profile. Voice and face enrollment is used to improve the audio quality and user experience of Teams meetings and calls. This feature helps to reduce background noise and secondary speakers and provides speaker attribution and Microsoft Copilot accuracy in meeting rooms equipped with Microsoft Teams Rooms devices. Admins and security teams can manage and control this feature and ensure for which user the enrollment and usage of the profile are turned on.
Het idee is dus inderdaad dat je via je stem en gezicht beter herkend wordt, en dat een transcriptie daarop afgestemd kan worden. Alice heeft een Vlaams accent, vandaar de aarzeling tussen “afstemming” en “afzetting”. Bob zit rechts en het geluid kwam van links, dus was dat Bob niet.

Uit dat Microsoft-artikel haal ik niet dat je toestemming moet geven. Een admin kan deze feature gewoon aanzetten. Maar goed, toestemming had ook geen zin, en zou je hooguit kunnen opvatten als een expliciete waarschuwing “let op, dat gaan we vanaf nu doen”.

De wijze waarop dit werkt, lijkt me gezien de beperkte impact (MS bezweert dat ze er niets mee doen verder) nog wel verdedigbaar. Het probleem zit hem zoals altijd in dat “bezweert”: velen (waaronder ik) zijn ondertussen zo cynisch over alle mooie beloftes van beperkt gebruik dat ze daar niet meer op willen varen.

Arnoud

Politie waarschuwt via eigen nepwebshop voor ticketfraude op Marktplaats, mag dat?

Photo by sbgonti on Pixabay

De Nederlandse politie heeft een nepwebshop opgezet om burgers bewust te maken van de gevaren van ticketfraude. Dat las ik bij Tweakers. De site doet zich voor als ticketplatform waar mensen “snel en eenvoudig toegang [kunnen] krijgen tot uitverkochte evenementen”. Maar wie een ticket wil kopen, krijgt meteen “Ai… je trapte er (bijna) in” te horen. Diverse mensen vroegen me of dat wel mag.

De site was een behoorlijk succes, zo te lezen:

Meer dan 300.000 keer zagen mensen tussen 30 oktober 2025 en 11 januari 2026 een advertentie van TicketBewust.nl langskomen op Marktplaats. Ruim 30.000 mensen klikten erop en bekeken de advertentie. 7402 keer werd er doorgeklikt naar de nepwebshop. 3432 keer probeerden mensen, ondanks de ingebouwde aanwijzingen dat het om een nepwebshop gaat, ook echt een kaartje te bestellen.
Het is niet de eerste keer dat men zoiets doet. Vrijwel exact een jaar geleden werd onthuld dat de electronicadozenschuiver Pakjedealsnu een politiesite was. En in alweer 2013 hadden we de Taskforce Opsporing Vuurwerkbommenmakers die pretendeerde illegaal vuurwerk te verkopen.

De site zit vol met aanwijzingen, zoals dat je alleen “uitverkochte” tickets kunt kopen en het vestigingsadres dat bij een politiebureau uitkomt. En de stagiair mocht helemaal los bij Trustpilot om 1-sterrecensies namens “Ben de Klos” en anderen te componeren.

Weinig mis mee, zou ik zeggen. Het past keurig binnen de algemene voorlichtende en helpende taak van de politie. Omdat er niet werkelijk transacties worden afgesloten, hoeven we ook geen discussie over misleiding of oplichting te voeren. Tevens wordt zo keurig de AVG omzeild: je kunt niet eens persoonsgegevens invullen om te bestellen.

Arnoud

 

 

Wie draagt het retourrisico als de ondernemer een vooruitbetaald retourlabel verstrekt?

Photo by Kampus Production on Pexels

Een recente Tweakersdiscussie bracht het weer onder mijn aandacht: wordt je als ondernemer verantwoordelijk voor een retourzending als je een prepaid label verstrekt aan de consument?

Even recapituleren: de hoofdregel bij een retourzending onder de Wet koop op afstand is dat je als consument het risico draagt totdat het pakket bij de ondernemer is. De winkel moet de kosten betalen, tenzij ze vooraf hebben gezegd dat het op kosten consument is.

Een retourzegel is een makkelijke manier om dat punt van de kosten op te lossen. Die kun je in bulk inkopen en eenvoudig verstrekken. Maar betekent het verstrekken van zo’n zegel ook dat jij het eigenlijk dan op jouw verantwoordelijkheid laat terugzenden?

De Geschillencommissie meent van niet. Zij zien een retourlabel als niet meer dan een vergoeding voor de kosten. Zoals in deze uitspraak, waarin men zegt

Rechtens komt het terugzenden van de camera voor risico van de consument ook in het geval deze daarbij gebruik maakt van een als service door de ondernemer verstrekte retourlabel waarmee de camera gratis kan worden geretourneerd.
Een vaker aangehaalde is deze zaak uit 2022, die echter niet verder komt dan “maakt niet uit wat je doet, pas als het bij de ondernemer over de drempel is”. Er is weinig onderbouwing, maar tussen de regels door lees ik dat een zorg is dat je geen grip hebt op wat iemand terugstuurt. Als je zelf een koerier langs laat komen, dan heb je wel enige grip.

Brancheorganisatie Thuiswinkel onderschrijft dit maar geeft wel aan:

Dit kan anders zijn als een retourmethode wordt opgelegd. Dan heeft de consument namelijk geen keuze en heeft hij alleen de instructies van de webwinkel opgevolgd.
Dat kan dus die “onze koerier komt bij u langs” optie zijn, maar ook een standaard online route waarbij je de retour aanmeldt, een label krijgt en opgedragen krijgt om naar PostNL/DHL/UPS/wiedanook te gaan voor de retourzending.

Een recente rechtszaak benadert het via een andere insteek. Hier had een consument kleding van Zalando tijdig retour gezonden met gebruik van een retourlabel dat door Zalando ter beschikking was gesteld. De retourzending raakte vermist. Wiens risico is dat nu?

Allereerst was er die discussie over wat er dan daadwerkelijk was verzonden. Vanwege een procedurefout van de incassopartij van Zalando geeft de rechter de consument hierin gelijk. Maar essentieel voor mij is dat de consument naar vervoerder DHL is gegaan maar geen gehoor kreeg omdat zij niet de opdrachtgever was:

Daar komt bij dat [gedaagde] in mei 2022 aan [incassopartij] Alektum heeft bericht dat zij contact had opgenomen met DHL over de vermissing van de retourzending, dat DHL haar echter had laten weten niets voor haar te kunnen betekenen omdat het Zalando is die voor de retourzending heeft betaald en het retourlabel heeft aangemaakt, en dat alleen Zalando een onderzoek naar het vermiste pakket kan starten.
Dit gaat dus in tegen de stellingname van de geschillencommissie dat het de consument is die de opdrachtgever is van de vervoerder. Misschien is dit specifiek voor DHL, maar ik heb het vaker in de mail gehad van mensen die retourzendingen kwijt waren bij diverse vervoerders.

Arnoud

Mag je uit een adresboektoestemming afleiden dat je elkaars aandelentransacties mag zien?

Photo by BOOM ? Photography on Pexels

Een lezer vroeg me:

Laatst kwam in het nieuws dat sommige bunq-klanten in de bunq-app de aandelenhandel van hun contacten kunnen zien. Bunq zegt dat gebruikers bij het installeren van de bunq-app twee keer de vraag krijgen of ze de app toegang willen geven tot hun contacten, maar klanten geven aan dat niet duidelijk genoeg is dat die contacten dan ook je aandelen- en cryptotransacties kunnen zien. Hoort bij de vraag om toestemming niet duidelijk te worden vermeld waar deze toestemming precies voor is?
Inderdaad eist de AVG dat toestemming “vrij, specifiek, geïnformeerd en ondubbelzinnig” is. Uit het punt “geïnformeerd” volgt dat je moet weten waar je allemaal toestemming voor geeft. En als dat meer dan één ding is, dan moet dat dus worden uitgesplitst.

Er is wat discussie over of je de toestemmingsvraag mag combineren (alles ja of alles nee), maar dat je apart moet noemen voor welke dingen de toestemming geldt, is geen onderwerp van discussie.

Bunq zegt ‘Als je Bunq downloadt, krijg je tweemaal de vraag of je toegang geeft tot je contacten’ en daarna ‘Die lijst wordt gebruikt om te verbinden met andere Bunq-gebruikers. Je kunt daarna de functie aan- en uitzetten.’ Die eerste vraag is een klassieker, maar natuurlijk enorm onduidelijk. Het gaat er niet om of bunq bij je adresboek mag, maar waarom. En dat staat er niet bij.

Verder zegt de wordvoerder dus dat je daarna “de functie” van het aandelendelen kunt aan- en uitzetten. Dat gaat via je Instellingen:

  1. Open the Crypto tab in the app
  2. Tap the Settings Gear in the top right corner
  3. Disable the toggle “See Friend’s Trades”
Nou is dat een duidelijke toestemmings-knop, alleen staat deze dus standaard áán zodra je de toegang tot contacten verleent. En dat klopt niet. Of de “toegang tot contacten”-vraag had ook een “laat contacten je aandelenhandel zien”-tekst moeten hebben, of er had een aparte vraag moeten komen voor deze optie. Of hij stond gewoon uit tot je hem ontdekte.

Arnoud

Heb ik recht op (duurdere) gelijkwaardige RAM als mijn huidige module niet meer verkocht wordt?

Photo by Harrison Broadbent on Unsplash

Een lezer vroeg me:

Ik heb geheugenmodules (RAM) gekocht waarop nog garantie zit, maar één daarvan is defect geraakt. De verkoper verkoopt dit exacte type inmiddels niet meer. Zij gaan het opsturen naar de fabrikant om te laten repareren. Lukt dat niet, dan krijg ik mijn geld terug. Alleen, in de tussentijd is de prijs van vergelijkbaar geheugen echter sterk gestegen, waardoor ik voor dat bedrag geen gelijkwaardig product meer kan kopen. Heb ik geen recht op vervanging voor een gelijkwaardig product?

De term ‘garantie’ en de verwijzing naar de fabrikant maken het even spannend wat hier nu gebeurt. Want deze consument heeft twee routes om de RAM-modules hersteld of vervangen te krijgen:

  1. Inroepen van de fabrieksgarantie, met inachtneming van de spelregels daarvan;
  2. Een beroep op de conformiteitseis (“wettelijke garantie”), waarbij de winkel het dan moet oplossen en de wettelijke regels gelden.

Voordeel van route 1 is dat deze meestal sneller is, en als je binnen de kaders valt je eigenlijk ook wel krijgt wat je nodig hebt. Ook biedt het soms oplossingen voor dingen die wettelijk niet gedekt zijn, zoals slijtage of vlekschade. Maar het is vrijwillig, en als je dan halverwege toch niet blijkt te voldoen dan heb je pech.

Route 2 biedt expliciete rechten en bovendien hoef je geen contact te hebben met ver weg gevestigde fabrieken en hun procedures. Want de verkoper is je enige aanspreekpunt. Maar deze route kan wel hard werken zijn, zeker wanneer de verkoper ook maar doorschuift wat de fabrikant hem aanreikt.

Ik ga er maar even van uit dat de consument route 2 heeft ingezet, en dat de winkel vanuit technisch oogpunt de fabrikant er bij gehaald heeft. Vrij logisch bij zo’n specialistisch product. Maar het betekent niet ineens dat je overgeleverd bent aan de eisen van de fabrieksgarantie.

De wet zegt dat bij een nonconform product je recht hebt op herstel of vervanging. Jouw keuze, tenzij die onmogelijk is of “niet gevergd” kan worden gezien de situatie. Herstel van een bij transport gebroken theekopje is bijvoorbeeld onzin, dus daar heb je automatisch recht op een nieuwe.

In dit geval is herstel wellicht mogelijk, dus de consument moet even afwachten. Maar als de uitkomst is dat het product onherstelbaar defect is, dan heeft hij dus recht op vervanging. Probleem is echter dat dit product niet meer wordt gemaakt, dus een nieuwe als alternatief is onmogelijk.

Echter, als een product niet meer leverbaar is, moet de winkel eenvoudigweg een gelijkwaardig alternatief leveren. En daarbij gaat het niet om de prijs of de prijs/prestatieverhouding: het product moet op inhoudelijke, functionele criteria voldoen. Ik vond dit wat ouder vonnis waarbij voor een auto de kleur meewoog.

Bij RAM (altijd lichtpaars) zijn de technische specificaties normaal makkelijk te achterhalen, zodat een gelijkwaardig setje goed te vinden moet zijn. Dat het duurder is, is daarbij niet relevant. Pas als het zó veel duurder is dat we uitkomen bij “niet gevergd”, zou de winkel vervanging mogen weigeren.

Arnoud

 

Baas leest privé-appjes en moet werknemers elk 2000 euro betalen

Photo by Christian Wiediger on Unsplash

Een Noord-Hollands horecabedrijf moet twee voormalige werknemers elk 2000 euro betalen, omdat de leiding van het bedrijf door hun privé-appberichten had zitten te neuzen.  Dat meldde RTL onlangs. Privé-apps op de werklaptop, wel te verstaan. Dus een mooi precedent tegen alle “de werkgever mag alles op de werkapparatuur”-roepers.

De achtergrond is weinig verrassend een zakelijke ruzie:

De zaak betreft twee jonge koks, die sinds eind 2024 werkten voor een Haarlems café-restaurant, dat onder het Amsterdamse horecabedrijf De Jaren valt. De mannen, die goede vrienden van elkaar zijn, waren door het bedrijf aangetrokken om een nieuw concept voor de keuken te ontwikkelen. Maar de invoer daarvan werd enkele malen uitgesteld, tot frustratie van de koks.
De twee bespraken dit via een Whatsapp-chat, en eentje gebruikte daarbij de zakelijke laptop. En dat ging mis, zo las ik in het vonnis:
[leidinggevende] had de laptop van [bedrijf] nodig om iets te checken voor een partij. Toen ze de laptop opende stond er een chat open tussen [kok 1] en [kok 2]. (Zie bijlage).
Ik denk dat de meeste werkgevers wel beseffen dat je niet gaat zoeken en spitten in privéchatapplicaties. Maar ik zie ook wel dat het onvermijdelijk is als je een laptop opent voor een legitiem doel en je dan een privéconversatie ziet, dat je die dan leest.

Uiteraard is die “als” in de vorige zin cruciaal: als de werkgever gaat snuffelen in WhatsApp-conversaties, wordt het een heel ander verhaal. En dat is natuurlijk een welles-nietes discussie. Maar, zoals de rechter aangeeft, het gaat er vooral om wat je vervolgens doet:

Het is voor de kantonrechter feitelijk onduidelijk gebleven of [die leidinggevende] bewuste handelingen heeft verricht om toegang te verkrijgen tot het WhatsApp-gesprek tussen [verzoeker 1] en [verzoeker 2]. Wel staat zonder meer vast dat zij, nadat zij toegang had, gedurende geruime tijd door de berichten heeft gescrold en actief het gesprek heeft doorzocht. Vervolgens heeft zij zonder toestemming of overleg met [verzoeker 1] en [verzoeker 2] foto’s gemaakt van onderdelen van het gesprek en deze beelden gedeeld met [betrokkene 1], [betrokkene 2] en [betrokkene X].
Zelfs als het scherm dus open stond en je de berichten niet kón missen, dan had je als leidinggevende zo snel mogelijk je ogen moeten sluiten. Als je dat niet doet, is dat ernstig verwijtbaar. En dat werkt door in wat je vervolgens doet:
[bedrijf] heeft zelf bevestigd dat de ontstane vertrouwensbreuk — die uitsluitend het gevolg was van kennisname van de privé-berichten — bepalend was bij de keuze om de arbeidsovereenkomsten niet te verlengen. Daarmee staat vast dat zonder de ongerechtvaardigde inbreuk op de privacy van [kok 1] en [kok 2] deze vertrouwensbreuk niet zou zijn ontstaan. Het causale verband tussen de privacy-schending en het niet-verlengen van de arbeidsovereenkomsten is daarmee direct en evident.
Bijgevolg krijgen ze ieder een billijke vergoeding van € 2.000,- bruto. Omdat ze vrijwel direct een andere baan hadden gevonden, is er geen inkomensschade.

Ik moet zeggen, het klopt helemaal maar als werkgever zou ik het héél moeilijk vinden zo’n stevige negatieve tekst over mij of mijn bedrijf van me af te zetten. Hoe zouden jullie dat doen?

Arnoud

Mag de VVE beheerder ons allemaal hun nieuwsbrief door de inbox duwen?

Photo by Nate Watson on Unsplash

Een lezer vroeg me:

Ons appartementencomplex werkt met een VVE beheerder in opdracht van onze VVE. Nu stuurt deze een nieuwsbrief naar alle bewoners, met de “laatste activiteiten” van de VVE beheerder zelf. Dus niet namens de VVE of uitsluitend over ons complex, maar hoe goed zij wel niet bezig zijn door het hele land. Mijn klacht werd afgedaan met “dit is toegestaan omdat het om gelijksoortige diensten gaat” en ik moest me maar afmelden met de link. Hoe zit dit juridisch?
De eerste vraag bij een nieuwsbrief is altijd wat de inhoud is. Vaak wordt de term als synoniem voor reclame gebruikt, maar het kan ook gewoon een brief met nieuws zijn. Zeker bij een VVE of andere vereniging zie ik dat vaak gebeuren (zoals bij de Advocatenorde in 2019).

De strenge regels over opt-in bij nieuwsbrieven gelden juridisch namelijk alleen bij reclame, dus commerciële nieuwsbrieven. En voor de duidelijkheid: dat je als bedrijf een nieuw product of een kortingsactie hebt, is misschien wel nieuws maar toch echt vooral reclame. Hetzelfde gebeurt als je je serviceberichten van al te veel gezelligheid over je dienstverlening voorziet.

Zo te lezen gaat het hier om een promotionele nieuwsbrief van de VVE. Dat is al heel snel reclame, ook al worden er niet concreet producten verkocht of kortingen aangeboden. Dergelijke nieuwsbrieven vereisen dus toestemming.

De VVE beheerder beroept zich hier op de uitzondering voor “eigen gelijksoortige producten en diensten” uit de antispamwet. En het klopt, je mag op basis van opt-out je klanten mailen over ‘gelijksoortige’ dingen. (Die term ‘gelijksoortig’ wordt vrij breed uitgelegd; vrijwel iedere webwinkel gooit gewoon de algemene nieuwsbrief eruit en stemt de inhoud niet af op wat je daadwerkelijk gekocht hebt.)

Deze uitzondering kent twee aspecten waar het vaak op misgaat. Allereerst moet er bij verkrijging al gemeld zijn dat dit gaat gebeuren, en moet je dan al bezwaar kunnen maken. Dit is dus waarom nieuwsbriefvinkjes bij webshops vooraf aangevinkt mogen zijn. Het weghalen van dat vinkje is dan het bezwaar maken.

Daarnaast moet het gaan om partijen met wie je een klantrelatie hebt. Nou geldt dat soms ook bij een gratis dienst, maar bij een VVE beheerder zie ik die relatie niet. Als je al ergens ‘klant’ bent als bewoner, dan is dat bij de VVE en niet bij de door de VVE ingeschakelde beheerder.

Daarnaast zit ik AVG-technisch met het punt dat de VVE beheerder die mailadressen als verwerker onder zich heeft, bijvoorbeeld om de contributiefacturen te versturen of updates over onderhoud te melden. Dergelijke gegevens mag je sowieso niet voor eigen doeleinden zoals reclame inzetten.

Als we dan héél ver gaan zoeken, dan kom ik uit bij de KNTLB-situatie: de VVE had geld nodig en verhuurt het ledenbestand aan de beheerder, die dan commerciële reclame stuurt. Dan passeren we die verwerkersdiscussie. Dit past dan binnen de lijntjes van het Hof van Justitie over gerechtvaardigd belang, zij het dat de leden dan wel vooraf geïnformeerd hadden moeten worden – én bezwaar hadden kunnen maken.

Arnoud

Is een offerte accorderen via de mail een koop op afstand?

Photo by Alex Cooper on Unsplash

Via Reddit:

Ik ben in de winkel geweest om naar vloeren te kijken. Ik heb geen contact gehad met verkopers. De volgende dag heb ik een mail gestuurd of het mogelijk is om staaltjes mee naar huis te nemen voor de twee vloeren waar we in geïnteresseerd zijn. Ze hebben me gebeld dat ze ze klaarleggen en we hebben een dag afgesproken waarop ik die kon ophalen in de winkel. [Via gemailde plattegronden] heeft hij een berekening gemaakt, en twee offertes toegezonden op basis daarvan. Daar zaten wat fouten in waar we mailcontact over hebben gehad. De staaltjes hebben we terug gebracht naar de winkel, wederom geen gesprek met de verkoper of advies. Een paar dagen later heb ik een van de offertes via e-mail geaccepteerd.
De consumentkoper wil nu annuleren omdat hij toch een ander type vloer nodig blijkt te hebben. De vraag is dan of hier sprake is van een koop op afstand, omdat je dan zonder verder gedoe van de koop af kunt (binnen de 14 dagen, wat zo is).

Natuurlijk, het begon in een fysieke winkel maar dat maakt voor de regels van koop op afstand niet uit. In de Richtlijn waar dit alles uit komt, staat immers:

Die definitie dient ook situaties te bestrijken waarin de consument de verkoopruimten alleen bezoekt om informatie over de goederen of dienst te vergaren, terwijl vervolgens de onderhandelingen over en de sluiting van de overeenkomst op afstand plaatsvinden.
Ik zie wel hoe het verhaal (kijken, stalen ophalen, per mail plannen, offerte via mail, daarna onderhandeling) past in deze omschrijving. Maar laten we even beginnen met de definitie zelf. De wet definieert “koop op afstand” (art. 6:230g BW) als:
de overeenkomst die tussen de handelaar en de consument wordt gesloten in het kader van een georganiseerd systeem voor verkoop of dienstverlening op afstand zonder gelijktijdige persoonlijke aanwezigheid van handelaar en consument en waarbij, tot en met het moment van het sluiten van de overeenkomst, uitsluitend gebruik wordt gemaakt van een of meer middelen voor communicatie op afstand
Er staat hier dus “tot en met het moment van sluiting uitsluitend communicatie op afstand” maar gezien die tekst uit de Richtlijn mag je dus initieel vrijblijvend contact in de winkel negeren. Dan blijft dus over “we mailden over plattegronden en ontwerp en kregen toen een offerte gemaild” en dat is allemaal “communicatie op afstand”.

De winkel lijkt dat ook te denken, want men citeert de bevestiging van de bestelling met daarin:

“Met uw aanbetaling bevestigt u dat u de bestelde producten persoonlijk hebt gezien in een showroom. U verklaart hiermee afstand te doen van het herroepingsrecht voor koop op afstand en akkoord te gaan met de bijgevoegde algemene voorwaarden.”
Deze tekst doet juridisch echter niets: bevestigen dat je de producten hebt gezien, is immers irrelevant bij de vraag of je op afstand hebt gekocht. Ook kun je helemaal geen afstand doen van je herroepingsrecht, behalve bij online games en content. Ik vermoed dat men bedoelde “U heeft de producten fysiek gezien in de showroom. U begrijpt dan ook dat dit geen koop op afstand is.” Wat dus ook niet klopt.

De online communicatie is begonnen door een mail van de consument met de plattegronden. Daarna kwam een ontwerp en een offerte, en is er discussie gevoerd waarna men in de mail akkoord gaf. Dit raakt aan de vraag of sprake is van een “georganiseerd systeem voor verkoop of dienstverlening op afstand”.

Die term doet wellicht denken aan mooi opgezette webshops (met een specifieke bestelknop), maar het gaat niet perse enkel om technische systemen. In haar richtsnoeren uit 2021 geeft de Europese Commissie aan dat het vooral gaat om het contrast met “incidenteel”:

Het is echter niet nodig dat de handelaar een complexe organisatie, zoals een online-interface, opzet voor verkoop op afstand. Ook eenvoudiger regelingen, zoals het bevorderen van het gebruik van e-mail of telefoon voor het sluiten van overeenkomsten met consumenten, zouden aanleiding geven tot de toepassing van de vereisten van de richtlijn consumentenrechten.
Het is dus zeker mogelijk dat je met uitsluitend emailcommunicatie een koop op afstand kunt sluiten (bijvoorbeeld in deze zaak). De vraag is daarbij vooral of dit gebruikelijk is voor de winkel. Uit het verhaal maak ik op dat dit redelijk achteloos werd gebracht, wat voor mij wijst op een standaard actie. “Laten we het even per mail uitwerken” is volgens mij niet heel gek in 2025.

Arnoud

Mag mijn werkgever eisen dat ik een 360-graden feedback met ChatGPT doe?

(Bron: Jobbird)

Een lezer vroeg me:

Jaarlijks worden mijn collega’s en ik beoordeeld via het bekende instrument van de 360 graden feedback. Nu krijgen we dit jaar de instructie dat een van de feedbackgevers de dienst ChatGPT moet zijn, met als argument dat deze met gerichte vragen zeer accurate sterkte/zwakte analyses kunnen maken, zelfs zonder het personeelsdossier te uploaden. Ben ik verplicht daar aan mee te werken?
De 360 graden feedback is een bekende methode om van mensen om je heen feedback over je functioneren te krijgen. Die bundelen levert dan waardevolle inzichten op. Zoals ze het bij Jobbird zeggen:
Hierbij krijg je niet alleen terugkoppeling van jouw leidinggevende, maar van allerlei betrokkenen. Dit zijn meestal collega’s, maar kunnen bijvoorbeeld ook klanten zijn. Zo ontstaat er een completer beeld van jouw prestaties en manier van werken. … Dat is meteen een groot voordeel van de 360 graden feedback methode: het schept een compleet beeld van jou als werknemer. Je krijgt feedback vanuit verschillende invalshoeken en krijgt de kans om hierop in te gaan. Daarbij komt de terugkoppeling voor een deel van collega’s met wie jij dagelijks samenwerkt, dus je weet zeker dat zij weten waarover ze het hebben.
De inzet van de dienst ChatGPT (of Copilot, of Gemini of wie je maar wilt) lijkt op het eerste gezicht hier goed bij te passen. Het is een andere invalshoek, je krijgt uitgebreide feedback en het is ook nog eens snel beschikbaar.

Juridisch is er van alles van te vinden: je moet persoonsgegevens invullen om feedback op je persoon te krijgen. Die gaat naar Amerika, wat doen ze daarmee en welke grondslag geldt daarvoor. Gaat het hier om een betaald account van de werkgever, of moet je maar gewoon de gratis versie gebruiken? Alleen al hierom zou ik het afraden.

Laten we even aannemen dat de werkgever een compliant omgeving heeft ingericht. Copilot met alle enterprise toeters en bellen, of een eigen local hosted LLM voor mijn part. Dan nog lijkt het me geen goed idee, en wel hierom.

Een collega kan feedback geven omdat die je heeft gezien werken: in vergaderingen, onder druk, in conflicten, in samenwerking. Een leidinggevende kan dat vanuit een andere rol. Klanten en relaties weer vanuit een derde perspectief. ChatGPT heeft geen toegang tot je feitelijke gedrag, prestaties of context. Alles wat het “zegt” is per definitie afgeleid van prompts, niet van observaties. Daarmee is het geen extra invalshoek, maar een spiegel van wat er al in de vraagstelling zit.

Daarnaast: 360-gradenfeedback werkt omdat mensen expliciet maken wat ze weten, inclusief onzekerheden, twijfels en tegenstrijdigheden. “Dat weet ik niet” of “dat heb ik nooit bij jou gezien” is óók waardevol. LLMs geven dat soort dingen niet; die geven een lap tekst die mooi klinkt.

En het belangrijkste: ChatGPT draagt geen verantwoordelijkheid voor wat het zegt. Een collega of werkgever kun je aanspreken op waarom die iets zegt. Of op zijn minst je eigen verhaal meenemen bij de evaluatie. Bij taalmodellen wordt de output al snel gelezen alsof die “objectief” of “neutraal” is, juist omdat het van een systeem komt. Dat creëert een vorm van synthetisch gezag: woorden met het uiterlijk van deskundigheid, zonder een deskundige erachter.

Kun je daar juridisch wat mee? Niet direct; de keuze van evaluatietools is voor de werkgever. Als die een minder handige tool wil gebruiken dan is dat zakelijk onverstandig maar op domme wijze mensen managen is niet verboden. De compliance-grenzen zijn een punt, maar kunnen (in theorie) worden behaald.

Ik houd dan eigenlijk alleen nog de ondernemingsraad (OR) over, die instemmingsrecht heeft bij onder meer “een regeling op het gebied van de personeelsbeoordeling”. Als de feedback dus input is voor je beoordeling, dan moet dit langs de OR. Is het puur voor zelfverbetering zonder impact op je beoordeling, promotie, vaste aanstelling en dergelijke, dan kan de OR hooguit dringend afraden.

Arnoud

Wat is er juridisch te vinden van de overname van Solvinity door een Amerikaans bedrijf?

Een lezer vroeg me:

Welke juridische risico’s zie jij met betrekking tot het feit dat Solvinity, het cloudbedrijf waar de overheid zowel Digid en Mijn Overheid heeft ondergebracht, door een Amerikaans bedrijf wordt overgenomen?
Zuiver juridisch bekeken is hier weinig over te zeggen. Het probleem is vooral praktisch en beleidsmatig: dit is “niet handig” om het zachtjes uit te drukken. Maar er is geen wet die dit verbiedt, of die maakt dat het gebruik van deze diensten nu onmogelijk of zeer moeilijk wordt.

Natuurlijk, de AVG (en tot op zekere hoogte de Data Act) verbieden overdracht van gegevens naar buiten de EU, en in Europa gevestigde bedrijven mogen geen gehoor geven aan bevelen onder de CLOUD Act (art. 48 AVG). Maar binnen die grenzen opereren is vooral een papieren kwestie: afspraken vastleggen, service level agreements herzien en auditbevindingen documenteren. Als dat goed uitgewerkt wordt, dan zit je juridisch goed.

Het probleem is dat de zorgen over wat hier mis kan gaan, eigenlijk ongrijpbaar zijn voor de bestaande juridische toetsingskaders. De kern van de angst is niet “er wordt vandaag een wet overtreden”, maar “we creëren een afhankelijkheid die ons morgen kwetsbaar maakt”. Het is juridisch niet verboden je land kwetsbaar te maken voor buitenlandse druk of invloed.

Iedereen snapt intuïtief dat het ongelukkig is als vitale digitale overheidsinfrastructuur onder de zeggenschap van een buitenlandse – en zeker Amerikaanse – moeder komt te vallen. Maar dat gevoel laat zich niet eenvoudig vertalen naar: dit mag niet of dit had voorkomen moeten worden. Of nou ja: dat kan wel, maar dan moet er een (Nederlandse of Europese) wet komen die dat expliciet zegt. Clouddiensten aan de overheid mogen slechts geleverd worden door een concern naar Nederlands recht, zoiets.

Probleem daarmee is dat dat dan weer tegen algemene regels over eerlijke behandeling bij aanbestedingen aanloopt. Binnen de huidige kaders kun je dit probleem niet adresseren, totdat het een keer echt is misgegaan. Want pas dan is te betogen dat deze partij uitgesloten moet worden, dat deze overname niet mag, et cetera.

En het gegeven dat Microsoft de mailbox van de hoofdaanklager van het Internationaal Strafhof heeft geblokkeerd? Ook daar kun je niet heel veel mee, vrees ik. Het flauwe antwoord is: we weten niet precies waarom, tevens gaat het niet om een EU-instantie dus kun je niet zeggen dat Europees recht geschonden wordt. Ook hier weer, dit is te vaag om met juridische regels naar een verbod te leiden. De enige route is een duidelijke politieke keuze, die dan in een nieuwe wet vastgelegd kan worden. Koopt Nederlandsche Cloud.

Arnoud