Mijn collega laat Siri de hele dag meeluisteren, mag dat?

Photo by omid armin on Unsplash

Een lezer vroeg me:

Op mijn nieuwe werkplek zit ik met meerdere personen op een kamer. Eén daarvan is een iPhone gebruiker die ook Siri gebruikt. Ze praat er zelf tegen (zoals muziek op haar oortjes bestellen) maar dat ding zit dus de hele dag mee te luisteren. Ook naar mij. Mag dat zomaar?
Juridisch gezien mag er weinig zomaar. Hier maakt het wel uit of die collega Siri met deze functionaliteit inzet voor het werk, of alleen voor privédoeleinden.

Afgaande op de beschrijving lijkt het een privételefoon die de collega gebruikt tijdens het werk. De persoonsgegevens die dan verwerkt worden, vallen wat mij betreft dan duidelijk onder de AVG-exceptie van “zuiver persoonlijke of huishoudelijke activiteit”. De collega heeft gegevens van de vraagsteller niet nodig, en Siri zal diens uitspraken negeren.

Het kan een vervelend gevoel geven. Daar moet de werkgever (soms) iets mee vanuit goed werkgeverschap. Wrevel op de werkvloer is op zichzelf ongewenst. Een instructie geven dat je maar gewoon typt of klikt op je telefoon, lijkt me niet meer dan redelijk.

Als de collega de telefoon ook gebruikt voor werkzaken, dan wordt de AVG ineens wél van toepassing. Denk aan opnemen en transcriberen van werkoverleg. (Er is een grijs gebied als je voor jezelf zulke opnames maakt.) In die situatie zal de werkgever dus inhoudelijk iets moeten vinden van dergelijke opnames.

Arnoud

Hoe krijg ik mijn schade vergoed voor dat Franse datalek van mijn persoonsgegevens?

Photo by geralt on Pixabay

Een lezer vroeg me:

Een online muziekdienst waar ik gebruik van maakte heeft wegens een groot datalek van de Franse toezichthouder een boete gekregen. Bij dit datalek werden ook mijn persoonlijke gegevens gestolen. Alleen, het geld van die boete gaat nu naar de Franse overheid. Als gedupeerde Nederlandse gebruiker zie ik hier helemaal niets van terug. Waarom is dit zo en kun je er als getroffen gebruiker iets aan doen?
Inderdaad kunnen onder de AVG boetes worden opgelegd voor gebrekkige beveiliging van persoonsgegevens, zeker als die daardoor in onbevoegde handen zijn gekomen.

De bevoegde toezichthouder die zo’n maatregel neemt, hangt (in principe) af van het land waarin het incident plaatsvond, wat vaak samenhangt met waar de verwerkingsverantwoordelijke gevestigd is. In dit geval was dat dus Frankrijk, vandaar dat daar de boete is opgelegd. (Wie de juridische details wil: artikelen 55 en 56 AVG.)

Doel van een boete is organisaties bestraffen, en anderen afschrikken zodat die hun zaakjes beter gaan regelen. Uit de boete worden slachtoffers dus niet schadeloos gesteld, en ze kunnen ook geen aanspraak maken op een kostenvergoeding of iets dergelijks. De boete gaat ‘gewoon’ de staatskas in.

Getroffenen mogen wél een schadeclaim indienen bij de organisatie in kwestie, al dan niet via een collectieve procedure met alle andere gedupeerden samen. Dat de organisatie is beboet door de toezichthouder, is dan een heel sterk argument dat die schade moet worden vergoed. Maar formeel staat deze procedure los van het boetetraject. (In het Nederland strafrecht kun je je als slachtoffer voegen, wat betekent dat je via de strafrechter je schade vergoed krijgt van de dader. In het bestuursrecht, waar de AVG onder valt, bestaat zo’n route niet.)

Arnoud

‘Cameratoezicht op auto’s in het centrum van Goes deugt juridisch niet’

Foto: Gemeentehuis Goes, Paul Hermans, Wikimedia Commons

Het cameratoezicht op auto’s in de binnenstad van Goes is juridisch gebaseerd op de verkeerde wet. Dat meldde Omroep Zeeland onlang. Goes is sinds een tijdje autoluw en dat wordt hiermee gehandhaafd. Maar die camera’s hangen daar onder de Wet politiegegevens, niet de AVG. Hoe problematisch is dat?

De Zeeuwse gemeente wil graag “de binnenstad van Goes meer ruimte geven voor voetgangers, meer groen, schonere lucht, minder lawaai en meer gezelligheid”. Zoals ik het lees, zijn daarom auto’s in het centrum verboden behalve ontheffinghouders en partijen die willen laden en lossen in bepaalde tijdvakken.

Dit wordt gehandhaafd met cameratoezicht: die lezen je kenteken en checken dat tegen de lijst van ontheffinghouders. Maar, lees ik dan:

Als grondslag voor deze maatregel gebruikt de gemeente Goes de Wet politiegegevens (Wpg). En dat is fout, zegt oud-deskundige privacywetgeving van de Politie Zeeland, Martin Slingenberg. “Met de Wet politiegegevens worden gegevens geregistreerd, zoals bedoeld in de Politiewet uit 2012. De politie, de Koninklijke Marechaussee en de Rijksrecherche gaan over die gegevens. De gemeente en de boa’s niet.”
De Wpg is iets minder bekend dan de AVG maar heeft grofweg dezelfde insteek: een zorgvuldige omgang met persoonsgevens van burgers, alleen nu binnen de context van het politiewerk.

Gebruik van persoonsgegevens in de Wpg is uitputtend geregeld: alleen dat wat er staat, dat mag. Nu mogen ook boa’s van de gemeente bij politiegegevens (dit is geregeld in Goes), maar het punt is dat ze dan wel met een strafrechtelijke kwestie bezig moeten zijn. En handhaving van het autoluw karakter valt juridisch onder de Wet Mulder, en is daarmee een bestuursrechtelijke kwestie. Aldus Slingenberg.

Deze kwestie was even nieuw voor mij; het leek mij vanzelfsprekend dat dit onder de Wpg gebeurt juist omdat de boa’s bezig zijn met opsporing van strafbare feiten. Dat de afhandeling van dat feit bestuursrechtelijk gaat, is dan volgens mij de vervolgstap. Maar ik zie dat als je het heel letterlijk leest, je de open vraag hebt hoe die gegevens dan “uit” de Wpg naar het AVG-domein (dat voor het bestuursrecht geldt) krijgt.

Andere gemeenten lijken dit al langer zonder problemen te doen. Omroep Zeeland noemt Middelburg en Vlissingen, een snelle zoektocht geeft ook Leiden, Almelo en Waalwijk. In mijn ervaring is men eerder te voorzichtig dan te snel bij gemeentes als het gaat om persoonsgegevens, dus ik zou érg verbaasd zijn als iedereen het zo fundamenteel fout heeft.

Arnoud

 

Ophef in Valkenswaard over beveiligingscamera’s met ingebouwde microfoons

Photo by Medi2Go on Pixabay

In Valkenswaard is ophef ontstaan over beveiligingscamera’s in het Marktpaviljoen die beschikken over ingebouwde microfoons, las ik bij Security.nl. Nergens voor nodig, aldus de AP: “Als er iets wordt gestolen, volstaat beeldmateriaal”. En de microfoons staan trouwens uit. Dus, eh, wat?

Bij Omroep Brabant weten ze meer. Het gaat om het zogeheten Marktpaviljoen, een “cadeautje van de provincie na de omleiding van de N69 dwars door het centrum”.

De glazen kiosk moest zorgen voor meer ontmoeting en verbinding in het dorp. Het wordt beheerd door de stichting Markt Paviljoen Valkenswaard. Die is ook verantwoordelijk voor de inrichting en heeft de camera’s met ingebouwde microfoons laten plaatsen.
Men citeert diverse Valkenswaarders die al geruime tijd daar komen en nu nogal negatief verrast worden door deze ontdekking.
Volgens de voorzitter [van de beheerstichting] hangen de camera’s er omdat de verzekering dat eist. “En omdat het een publiek gebouw is. We kunnen ons niet veroorloven om de hele dag toezicht te houden.”
Waarom er precies voor camera’s met geluid is gekozen, wordt uit het artikel niet duidelijk. Men heeft wel alvast de AP gevraagd:
De Autoriteit Persoonsgegevens laat in een reactie weten het moeilijk te vinden deze situatie op afstand te beoordelen. Toch zet de woordvoerder vraagtekens bij de uitleg van de voorzitter van het Marktpaviljoen: “Het opnemen van geluid lijkt niet noodzakelijk voor het beveiligen tegen diefstal. Als er iets wordt gestolen, volstaat beeldmateriaal.”
Daar valt wat voor te zeggen, maar cameratoezicht is natuurlijk niet alléén voor diefstal nuttig. Bij overlast kan meeluisteren zeker handig zijn, misschien zelfs met een terugpraatfunctie. Dat is ook wat de gemeente zegt:
Stichting Marktpaviljoen geeft aan dat opnames uitsluitend worden bekeken na alarm om te zien en te horen wat er aan de hand is.
Ondertussen staat de opnamefunctie uit. Maar het riep bij mij wel de vraag op: hoe zou je dat moeten aankondigen? Er zijn vele, vele varianten van het bordje “cameratoezicht” met elk hun subtiele eigen betekenis en uniek taalgebruik.

Maar bordjes die zeggen “wij luisteren mee bij overlast”, die ken ik niet. Jullie wel? (Je kunt <IMG> in de comment doen.)

Arnoud

Boete voor Fortnite-eigenaar vanwege het aanzetten van kinderen tot aankopen

(uit vonnis)

Gameontwikkelaar Epic Games International moet van de rechter de boete van 1,1 miljoen euro betalen die opgelegd is door Autoriteit Consument & Markt (ACM). Dat las ik bij Nu.nl. Ik zou epic fail moeten zeggen want het bedrijf krijgt werkelijk nergens gelijk.

In 2024 beboette de toezichthouder de exploitant van het populaire Fortnite. Dit omdat kinderen rechtstreeks werden aangemoedigd om geadverteerde producten te kopen of om hun ouders of andere volwassenen daartoe over te halen. Zie bijvoorbeeld het plaatje hiernaast met de knop “I want the battle pass”. Ook termen als “Check it out”, “Get it now”, “Get [naam item]’’ of “Grab it’’ zijn vrij duidelijk gericht op kopen-kopen-kopen.

Maar er was meer, zoals te lezen was in het originele Sanctiebesluit met de boete:

Bij het aanbod in de Item Shop wordt onder andere gebruik gemaakt van timers (in combinatie met roulerend aanbod). Timers duiden op een beperking in tijd om te beslissen over een aanbod. Het roulerend aanbod na afloop van de timer wijst op (kunstmatige) schaarste. Kinderen zullen logischerwijs denken dat items in de Item Shop na afloop van de timer niet meer beschikbaar zijn en dat kan gevolgen hebben voor hun aankoopbeslissing.
Zo’n manier van druk uitoefenen is ook een vorm van agressief of oneerlijk handelen als bedrijf jegens consumenten, dus dan al helemaal jegens kinderen.

Epic’s argument in beroep bij de rechter: dat is geen aanzetten tot koop want je moet nog een heel bestelproces door. Nope, zegt de rechter:

Die stappen doen er immers niet aan af dat er op het eerdere scherm al uitingen staan die rechtstreeks aanzetten tot aankoop. De verbodsbepaling beoogt te voorkomen dat kinderen rechtstreeks aangespoord worden om te kopen. De bepaling ziet niet op kinderen voldoende gelegenheid bieden hun opties te overwegen voordat zij tot aankoop besluiten. Ook is in dit verband – zoals de ACM terecht stelt – niet relevant of de aankoop daadwerkelijk is gedaan.
Epic had verder nog betoogd dat de term “kind” te ongenuanceerd werd toegepast: iedereen onder de 18. Er zijn vele gradaties “kind” en zij wilde daarom een principiële uitspraak over dat begrip:
Epic betoogt … dat de ACM bij het begrip kind onterecht uitgaat van een homogene groep “tot 18 jaar”. Zij voert – onder verwijzing naar literatuur, soft law en een uitspraak van een Duitse rechter (procedure bij het Landgericht Berlin (LG Berlin) – aan dat de ACM bij de beoordeling van reclame-uitingen onderscheid zou moeten maken tussen kinderen tot en met 15 jaar en jongeren (adolescenten) van 16 jaar en ouder.
Dat onderscheid vanaf 16 kennen we bijvoorbeeld uit de AVG, dus helemaal uit de lucht gegrepen is dit niet. Maar de rechter ziet nergens hoe Epic in haar implementatie dat onderscheid maakt. Het is bijvoorbeeld niet zo dat die aanprijzingen alleen getoond worden bij zestienplussers, bijvoorbeeld. Dus ze maken net zo goed reclame bij de jongere groep.

Uiteindelijk blijft dan gewoon een serie dark patterns over (zoals de rechter het terecht omschrijft) waarmee kinderen worden aangespoord om dingen te kopen in het spel. Dat heeft de ACM adequaat onderbouwd en ook de hoogte van de boete is prima gemotiveerd.

Arnoud

 

Mag mijn werkgever gezichts- en stemherkenning inzetten om Teams-transcripties beter te maken?

Photo by Chris Montgomery on Unsplash

Een leezr vroeg me:

Mijn werkgever wil het mogelijk maken om Copilot onze Teams-meetings te laten opnemen en transcriben tot vergaderverslagen. Dit inclusief gebruik van stem- en gezichtsherkenning, omdat dit de kwaliteit van het verslag  zou verhogen. Wij moeten daar nu toestemming voor geven in Teams, maar weigeren lijkt niet echt aan de orde. Kan de werkgever me dit verplichten?
Hoofdregel voor inzet van ict op het werk: de werkgever kiest de middelen waarmee het werk wordt gedaan. Als werknemer heb je daar weinig van te vinden. Natuurlijk moet de werkgever wel rekening houden met jouw redelijke belangen, en privacy (en AVG) is er daar een van.

Wanneer je privacy of persoonsgegevens in het geding zijn, moet de werkgever dat via de AVG rechtvaardigen. Toestemming is daarbij geen optie, omdat in een werknemersrelatie eigenlijk altijd sprake is van afhankelijkheid (je wil dat vaste contract, opslag, managementfunctie). Dus dan moet de werkgever óf betogen dat het echt nodig is voor werk, óf dat zijn gerechtvaardigd belang wint van het jouwe.

De lat bij nodig voor het werk ligt erg hoog, en ik denk dat je met “onze vergaderverslagen worden er beter van” daar niet aan komt. Dus dan komen we automatisch bij het gerechtvaardigd belang.

Voor een transcriptie sec zie ik dat wel. Die meeting was werk en een transcriptie van een meeting is nuttig en weinig privacygevoelig. Ik zou het moeilijk vinden daar concrete bezwaren tegen te verzinnen (even aangenomen dat de AVG-randzaken gedicht zijn en we doen alsof Privacy Shield gewoon geldt, want we zijn jurist).

Die extra feature was nieuw voor mij. Bij Microsoft lees ik hierover dat

Voice and face enrollment is a feature in Microsoft Teams that allows users to create a voice and face profile. Voice and face enrollment is used to improve the audio quality and user experience of Teams meetings and calls. This feature helps to reduce background noise and secondary speakers and provides speaker attribution and Microsoft Copilot accuracy in meeting rooms equipped with Microsoft Teams Rooms devices. Admins and security teams can manage and control this feature and ensure for which user the enrollment and usage of the profile are turned on.
Het idee is dus inderdaad dat je via je stem en gezicht beter herkend wordt, en dat een transcriptie daarop afgestemd kan worden. Alice heeft een Vlaams accent, vandaar de aarzeling tussen “afstemming” en “afzetting”. Bob zit rechts en het geluid kwam van links, dus was dat Bob niet.

Uit dat Microsoft-artikel haal ik niet dat je toestemming moet geven. Een admin kan deze feature gewoon aanzetten. Maar goed, toestemming had ook geen zin, en zou je hooguit kunnen opvatten als een expliciete waarschuwing “let op, dat gaan we vanaf nu doen”.

De wijze waarop dit werkt, lijkt me gezien de beperkte impact (MS bezweert dat ze er niets mee doen verder) nog wel verdedigbaar. Het probleem zit hem zoals altijd in dat “bezweert”: velen (waaronder ik) zijn ondertussen zo cynisch over alle mooie beloftes van beperkt gebruik dat ze daar niet meer op willen varen.

Arnoud

Politie waarschuwt via eigen nepwebshop voor ticketfraude op Marktplaats, mag dat?

Photo by sbgonti on Pixabay

De Nederlandse politie heeft een nepwebshop opgezet om burgers bewust te maken van de gevaren van ticketfraude. Dat las ik bij Tweakers. De site doet zich voor als ticketplatform waar mensen “snel en eenvoudig toegang [kunnen] krijgen tot uitverkochte evenementen”. Maar wie een ticket wil kopen, krijgt meteen “Ai… je trapte er (bijna) in” te horen. Diverse mensen vroegen me of dat wel mag.

De site was een behoorlijk succes, zo te lezen:

Meer dan 300.000 keer zagen mensen tussen 30 oktober 2025 en 11 januari 2026 een advertentie van TicketBewust.nl langskomen op Marktplaats. Ruim 30.000 mensen klikten erop en bekeken de advertentie. 7402 keer werd er doorgeklikt naar de nepwebshop. 3432 keer probeerden mensen, ondanks de ingebouwde aanwijzingen dat het om een nepwebshop gaat, ook echt een kaartje te bestellen.
Het is niet de eerste keer dat men zoiets doet. Vrijwel exact een jaar geleden werd onthuld dat de electronicadozenschuiver Pakjedealsnu een politiesite was. En in alweer 2013 hadden we de Taskforce Opsporing Vuurwerkbommenmakers die pretendeerde illegaal vuurwerk te verkopen.

De site zit vol met aanwijzingen, zoals dat je alleen “uitverkochte” tickets kunt kopen en het vestigingsadres dat bij een politiebureau uitkomt. En de stagiair mocht helemaal los bij Trustpilot om 1-sterrecensies namens “Ben de Klos” en anderen te componeren.

Weinig mis mee, zou ik zeggen. Het past keurig binnen de algemene voorlichtende en helpende taak van de politie. Omdat er niet werkelijk transacties worden afgesloten, hoeven we ook geen discussie over misleiding of oplichting te voeren. Tevens wordt zo keurig de AVG omzeild: je kunt niet eens persoonsgegevens invullen om te bestellen.

Arnoud

 

 

Wie draagt het retourrisico als de ondernemer een vooruitbetaald retourlabel verstrekt?

Photo by Kampus Production on Pexels

Een recente Tweakersdiscussie bracht het weer onder mijn aandacht: wordt je als ondernemer verantwoordelijk voor een retourzending als je een prepaid label verstrekt aan de consument?

Even recapituleren: de hoofdregel bij een retourzending onder de Wet koop op afstand is dat je als consument het risico draagt totdat het pakket bij de ondernemer is. De winkel moet de kosten betalen, tenzij ze vooraf hebben gezegd dat het op kosten consument is.

Een retourzegel is een makkelijke manier om dat punt van de kosten op te lossen. Die kun je in bulk inkopen en eenvoudig verstrekken. Maar betekent het verstrekken van zo’n zegel ook dat jij het eigenlijk dan op jouw verantwoordelijkheid laat terugzenden?

De Geschillencommissie meent van niet. Zij zien een retourlabel als niet meer dan een vergoeding voor de kosten. Zoals in deze uitspraak, waarin men zegt

Rechtens komt het terugzenden van de camera voor risico van de consument ook in het geval deze daarbij gebruik maakt van een als service door de ondernemer verstrekte retourlabel waarmee de camera gratis kan worden geretourneerd.
Een vaker aangehaalde is deze zaak uit 2022, die echter niet verder komt dan “maakt niet uit wat je doet, pas als het bij de ondernemer over de drempel is”. Er is weinig onderbouwing, maar tussen de regels door lees ik dat een zorg is dat je geen grip hebt op wat iemand terugstuurt. Als je zelf een koerier langs laat komen, dan heb je wel enige grip.

Brancheorganisatie Thuiswinkel onderschrijft dit maar geeft wel aan:

Dit kan anders zijn als een retourmethode wordt opgelegd. Dan heeft de consument namelijk geen keuze en heeft hij alleen de instructies van de webwinkel opgevolgd.
Dat kan dus die “onze koerier komt bij u langs” optie zijn, maar ook een standaard online route waarbij je de retour aanmeldt, een label krijgt en opgedragen krijgt om naar PostNL/DHL/UPS/wiedanook te gaan voor de retourzending.

Een recente rechtszaak benadert het via een andere insteek. Hier had een consument kleding van Zalando tijdig retour gezonden met gebruik van een retourlabel dat door Zalando ter beschikking was gesteld. De retourzending raakte vermist. Wiens risico is dat nu?

Allereerst was er die discussie over wat er dan daadwerkelijk was verzonden. Vanwege een procedurefout van de incassopartij van Zalando geeft de rechter de consument hierin gelijk. Maar essentieel voor mij is dat de consument naar vervoerder DHL is gegaan maar geen gehoor kreeg omdat zij niet de opdrachtgever was:

Daar komt bij dat [gedaagde] in mei 2022 aan [incassopartij] Alektum heeft bericht dat zij contact had opgenomen met DHL over de vermissing van de retourzending, dat DHL haar echter had laten weten niets voor haar te kunnen betekenen omdat het Zalando is die voor de retourzending heeft betaald en het retourlabel heeft aangemaakt, en dat alleen Zalando een onderzoek naar het vermiste pakket kan starten.
Dit gaat dus in tegen de stellingname van de geschillencommissie dat het de consument is die de opdrachtgever is van de vervoerder. Misschien is dit specifiek voor DHL, maar ik heb het vaker in de mail gehad van mensen die retourzendingen kwijt waren bij diverse vervoerders.

Arnoud

Mag je uit een adresboektoestemming afleiden dat je elkaars aandelentransacties mag zien?

Photo by BOOM ? Photography on Pexels

Een lezer vroeg me:

Laatst kwam in het nieuws dat sommige bunq-klanten in de bunq-app de aandelenhandel van hun contacten kunnen zien. Bunq zegt dat gebruikers bij het installeren van de bunq-app twee keer de vraag krijgen of ze de app toegang willen geven tot hun contacten, maar klanten geven aan dat niet duidelijk genoeg is dat die contacten dan ook je aandelen- en cryptotransacties kunnen zien. Hoort bij de vraag om toestemming niet duidelijk te worden vermeld waar deze toestemming precies voor is?
Inderdaad eist de AVG dat toestemming “vrij, specifiek, geïnformeerd en ondubbelzinnig” is. Uit het punt “geïnformeerd” volgt dat je moet weten waar je allemaal toestemming voor geeft. En als dat meer dan één ding is, dan moet dat dus worden uitgesplitst.

Er is wat discussie over of je de toestemmingsvraag mag combineren (alles ja of alles nee), maar dat je apart moet noemen voor welke dingen de toestemming geldt, is geen onderwerp van discussie.

Bunq zegt ‘Als je Bunq downloadt, krijg je tweemaal de vraag of je toegang geeft tot je contacten’ en daarna ‘Die lijst wordt gebruikt om te verbinden met andere Bunq-gebruikers. Je kunt daarna de functie aan- en uitzetten.’ Die eerste vraag is een klassieker, maar natuurlijk enorm onduidelijk. Het gaat er niet om of bunq bij je adresboek mag, maar waarom. En dat staat er niet bij.

Verder zegt de wordvoerder dus dat je daarna “de functie” van het aandelendelen kunt aan- en uitzetten. Dat gaat via je Instellingen:

  1. Open the Crypto tab in the app
  2. Tap the Settings Gear in the top right corner
  3. Disable the toggle “See Friend’s Trades”
Nou is dat een duidelijke toestemmings-knop, alleen staat deze dus standaard áán zodra je de toegang tot contacten verleent. En dat klopt niet. Of de “toegang tot contacten”-vraag had ook een “laat contacten je aandelenhandel zien”-tekst moeten hebben, of er had een aparte vraag moeten komen voor deze optie. Of hij stond gewoon uit tot je hem ontdekte.

Arnoud

Heb ik recht op (duurdere) gelijkwaardige RAM als mijn huidige module niet meer verkocht wordt?

Photo by Harrison Broadbent on Unsplash

Een lezer vroeg me:

Ik heb geheugenmodules (RAM) gekocht waarop nog garantie zit, maar één daarvan is defect geraakt. De verkoper verkoopt dit exacte type inmiddels niet meer. Zij gaan het opsturen naar de fabrikant om te laten repareren. Lukt dat niet, dan krijg ik mijn geld terug. Alleen, in de tussentijd is de prijs van vergelijkbaar geheugen echter sterk gestegen, waardoor ik voor dat bedrag geen gelijkwaardig product meer kan kopen. Heb ik geen recht op vervanging voor een gelijkwaardig product?

De term ‘garantie’ en de verwijzing naar de fabrikant maken het even spannend wat hier nu gebeurt. Want deze consument heeft twee routes om de RAM-modules hersteld of vervangen te krijgen:

  1. Inroepen van de fabrieksgarantie, met inachtneming van de spelregels daarvan;
  2. Een beroep op de conformiteitseis (“wettelijke garantie”), waarbij de winkel het dan moet oplossen en de wettelijke regels gelden.

Voordeel van route 1 is dat deze meestal sneller is, en als je binnen de kaders valt je eigenlijk ook wel krijgt wat je nodig hebt. Ook biedt het soms oplossingen voor dingen die wettelijk niet gedekt zijn, zoals slijtage of vlekschade. Maar het is vrijwillig, en als je dan halverwege toch niet blijkt te voldoen dan heb je pech.

Route 2 biedt expliciete rechten en bovendien hoef je geen contact te hebben met ver weg gevestigde fabrieken en hun procedures. Want de verkoper is je enige aanspreekpunt. Maar deze route kan wel hard werken zijn, zeker wanneer de verkoper ook maar doorschuift wat de fabrikant hem aanreikt.

Ik ga er maar even van uit dat de consument route 2 heeft ingezet, en dat de winkel vanuit technisch oogpunt de fabrikant er bij gehaald heeft. Vrij logisch bij zo’n specialistisch product. Maar het betekent niet ineens dat je overgeleverd bent aan de eisen van de fabrieksgarantie.

De wet zegt dat bij een nonconform product je recht hebt op herstel of vervanging. Jouw keuze, tenzij die onmogelijk is of “niet gevergd” kan worden gezien de situatie. Herstel van een bij transport gebroken theekopje is bijvoorbeeld onzin, dus daar heb je automatisch recht op een nieuwe.

In dit geval is herstel wellicht mogelijk, dus de consument moet even afwachten. Maar als de uitkomst is dat het product onherstelbaar defect is, dan heeft hij dus recht op vervanging. Probleem is echter dat dit product niet meer wordt gemaakt, dus een nieuwe als alternatief is onmogelijk.

Echter, als een product niet meer leverbaar is, moet de winkel eenvoudigweg een gelijkwaardig alternatief leveren. En daarbij gaat het niet om de prijs of de prijs/prestatieverhouding: het product moet op inhoudelijke, functionele criteria voldoen. Ik vond dit wat ouder vonnis waarbij voor een auto de kleur meewoog.

Bij RAM (altijd lichtpaars) zijn de technische specificaties normaal makkelijk te achterhalen, zodat een gelijkwaardig setje goed te vinden moet zijn. Dat het duurder is, is daarbij niet relevant. Pas als het zó veel duurder is dat we uitkomen bij “niet gevergd”, zou de winkel vervanging mogen weigeren.

Arnoud