‘OpenBSD steelt code’, aldus Linux-ontwikkelaar (via Tweakers)

Vandaag op Tweakers.net:

Michael Buesch, ontwikkelaar van de Linux-driver voor de aansturing van draadloze netwerkchips van Broadcom, beschuldigt OpenBSD-ontwikkelaars van het stelen van programmacode. Hoewel beide besturingssystemen open source zijn, gebruiken ze verschillende licenties.

OpenBSD is een open source besturingssysteem dat wordt aangeboden onder de zeer liberale BSD licentie. Software onder deze licentie mag voor zo ongeveer alles worden gebruikt, zolang maar wordt vermeld wie de maker is. Linux daarentegen wordt aangeboden onder versie 2 van de GPL, en die legt meer restricties op. De belangrijkste eis uit de GPL is dat elke verspreiding van de software inclusief broncode moet gebeuren. Ook verdere verbeteringen aan de software mogen alleen inclusief broncode worden verspreid.

Michael Buesch is de auteur van een wireless LAN driver voor Broadcom chips. Hij ontdekte dat OpenBSD een driver had met exact dezelfde broncode. Hij stuurde dan ook een boze mail naar het OpenBSD team. Dat was aanleiding voor een stevige discussie; het OpenBSD team en helemaal hun leider Theo de Raadt staat niet bekend om hun softe, subtiele aanpak.

In het algemeen is het lastig om te bepalen of er sprake is van inbreuk op auteursrecht bij software. Alleen code met “het stempel van de maker”, eigen creatief werk dus, wordt beschermd door auteursrecht. Puur functionele code is niet beschermd.

Nu heeft een programmeur normaal veel ruimte voor creativiteit bij het schrijven van de code. Maar bij drivers is dat anders. Die moeten op een bepaalde manier werken om de hardware aan te kunnen sturen. Vaak ligt het communicatie-protocol met de hardware helemaal vast, en ook de manier waarop de gegevens doorgegeven moeten worden aan andere software. Het is dan lastig om te bepalen of een implementatie nu creatief is of puur functioneel. Kort gezegd, op hoe veel manieren kun je “als het apparaat aan moet, stuur dan code 0x3F” implementeren?

Dat wil alleen niet zeggen dat drivers dus niet beschermd zijn, of dat zomaar alle code van een driver mag worden overgenomen. In dit geval bleken er grote stukken code letterlijk gecopy&paste te zijn, inclusief variabelenamen, commentaar en dergelijke. En dat wijst er meestal op dat er meer is overgenomen dan puur het functionele aspect van het origineel.

Arnoud

Vergroot begrip voor auteursrecht

Via Boek 9 het rapport Hoe kan het begrip voor auteursrecht worden vergroot en wat is de rol van voorlichting daarbij?

Dit rapport komt van de Stichting Auteursrechtmanifestaties. Misschien kent u die nog van hun campagne Auteursrecht voor jou! (Ik niet eigenlijk, maar nu weet ik wel hoe de club achter Auteursrecht.nl heet) Hoe dan ook, bij de Stichting Auteursrechtbelangen zijn alle auteursrechtincasso-organisaties, maar ook BREIN, de publieke omroep, de vereniging van schrijvers en vertalers en nog vele anderen aangesloten.

Het rapport begint met een interessante observatie:

Sinds de Stichting Auteursrechtmanifestaties (STAM) in 1986 is opgericht, is na ruim 20 jaar de noodzaak om het publiek te overtuigen van het belang van auteursrecht niet verminderd, integendeel. Onder invloed van de vele digitale ontwikkelingen is het begrip voor auteursrecht eerder af- dan toegenomen en lijkt het niet al te best gesteld met het imago van het auteursrecht.
Ik neem aan dat ze met dat “sinds” niet bedoelen dat het de schuld van STAM is dat het imago van auteursrecht omlaag gegaan is de laatste 20 jaar.

STAM heeft interviews gehouden met “een groot aantal partijen uit diverse maatschappelijke geledingen, waaronder vertegenwoordigers van overheid, politiek, onderwijs, bedrijfsleven, rechthebbenden, consumentenbond en communicatiedeskundigen.” Het rapport is het resultaat van deze interviews, aangevuld met uitkomsten uit een rondetafelbijeenkomst van juni vorig jaar.

Wat zijn nu de belangrijkste bevindingen?

Uit de interviews bleek dat er naast (en volgens sommigen zelfs in plaats van) voorlichtings- en bewustwordingscampagnes nadrukkelijk aandacht zou moeten worden besteed aan:

  • collectieve rechtenorganisaties (wijze van uitoefening rechten, publieke verantwoording, transparantie, one-stop shop)
  • nieuwe businessmodellen (prijsstelling, alternatieve inkomstenbronnen, legale downloadportals) en/of
  • wetgeving c.q. vervolgingsbeleid.

De rondetafelconferentie van vorig jaar leverde ook veel stof voor discussie op. Dat kwam wellicht ook door de samenstelling:

Bij de selectie van de deelnemers aan de bijeenkomst is er bewust voor gekozen om niet zozeer (althans niet alleen) de bekende vertegenwoordigers van de rechthebbenden uit te nodigen (omdat zij deze discussie al vaker hebben gevoerd en al via de schriftelijke ronde konden reageren), maar juist ook personen uit een andere kring die vanuit hun ervaring of professie mogelijk een waardevolle en verfrissende bijdrage zouden kunnen leveren aan de discussie over auteursrecht.

De belangrijkste conclusie lijkt te zijn dat het niet alleen gaat om een imagokwestie. Er is meer nodig dan alleen communicatie om de maatschappelijke acceptatie van auteursrecht te verbeteren. Innovatie in de auteursrechtsector moet worden gestimuleerd. De deelnemers kwamen met deze aanbevelingen:

Onderzoek: Er zou een inventarisatie moeten plaatsvinden van nieuwe en/of innovatieve businessmodellen en van resultaten van onderzoek naar het effect van gratis aanbieden van content op verkoopresultaten. … Ook zou nader onderzoek kunnen worden gedaan naar de vraag welke specifieke problematiek bij welke doelgroep speelt en hoe daar het beste op kan worden ingespeeld.

Platform: Er zou een platform moeten worden ontwikkeld ten behoeve van de auteursrechtsector zelf (intern) en voor aanbieders en afnemers gezamenlijk (extern).

Interne discussie bevorderen: STAM zou het innovatieve karakter van de sector kunnen uitdragen door innovatieve businesscases te inventariseren en zichtbaar te maken: alternatieve modellen naast elkaar analyseren en benchmarken, met oog voor innovaties in andere sectoren. Ideeën bij elkaar brengen én uitdragen. … Daarbij past een open en enigszins kwetsbare opstelling: ‘we weten het ook niet precies, maar we proberen het wel.’ Enkele deelnemers raden de industrie aan zichtbaar te maken dat je openstaat voor innovatie, oog hebt voor ontwikkeling en om experimenten te stimuleren met oog voor de achterliggende businessmodellen.

Externe discussie bevorderen: STAM zou partijen (rechthebbenden en gebruikers) bij elkaar kunnen brengen en deze aansporen tot het (samen) bedenken van nieuwe modellen en tot het ontwikkelen van businesscases. Zo zou een natuurlijke alliantie gevormd kunnen worden tussen partijen die elkaar tot nu toe ‘vanuit de loopgraven’ bevochten. Gezamenlijk zou kunnen worden bekeken hoe de maatschappelijke acceptatie van het auteursrecht kan worden vergroot.

Arnoud

Mededeling EC: nieuwe ontwikkelingen rond Gemeenschapsoctrooi

Sinds 1973 worden Europese octrooien verleend via het Europees Octrooiverdrag. In dit systeem worden octrooien centraal beoordeeld, en na verlening omgezet in nationale octrooien. Dit systeem heeft twee belangrijke problemen:

  • Het talenprobleem: Op dit moment moet een octrooihouder zijn hele octrooi vertalen in vele Europese talen. Van het nieuwe gemeenschapsoctrooi zou alleen een beperkt deel van de tekst behoeven te worden vertaald.
  • De rechtspraak: Momenteel moet een octrooihouder in ieder land een afzonderlijk proces starten om zijn uitvinding te beschermen. Bij een gemeenschapsoctrooi zouden de rechtzaken centraal bij een gerechtshof voor heel Europa worden afgedaan. Hierdoor wordt het eenvoudiger uitvindingen te beschermen.

Al sinds de jaren zeventig wordt er dan ook gewerkt aan een Gemeenschapsoctrooi, een enkel Europees octrooi dat meteen in de hele EU geldt, en liefst ook bij één rechtbank beoordeeld wordt op geldigheid en inbreuk. In 1975 kwam er een Gemeenschapsoctrooiverdrag, maar dit werd niet door genoeg landen geratificeerd. Een poging tot reanimatie was het Agreement van 1989, maar dit mocht niet baten.

In 2000 besloot de Europese Unie dat het dan maar via een Verordening moest gebeuren. De EU kan met een Verordening uniforme regels instellen die automatisch in de hele EU gelden. Verdragen moeten eerst door alle landen afzonderlijk goedgekeurd worden. Na lang werk en veel ruzie sneuvelde ook dit plan vanwege de taalproblemen. Als een octrooi in elke EU-taal vertaald moet worden, zal dat de kosten gigantisch hoog maken. Maar het octrooi alleen in b.v. het Engels laten verlenen is politiek lastig te verkroppen voor landen waar Engels geen officiële taal is.

Nu lijkt er toch weer wat beweging in te komen. De Europese Commissie heeft op 3 april een Mededeling (met hoofdletter) gedaan over “Het verbeteren van het Europese octrooisysteem”.

Het rapport beschrijft twee opties:

  1. Het European Patent Litigation Agreement (EPLA). Dit is (of eigenlijk, wordt) een apart verdrag waarin wordt geregeld hoe rechtszaken over octrooien centraal afgehandeld moeten worden. Een voordeel hiervan is dat dat relatief snel kan worden opgezet, en toegesneden kan worden op dit ene onderwerp. Er komt dan geen centraal Europees gemeenschapsoctrooi; de rechtspraak gaat over de huidige Europese octrooien.
  2. Een nieuwe jurisdictie voor gemeenschapsoctrooien, binnen de context van de EU. Dit is (gezien vanuit de Europese Commissie) een betere oplossing, want het past dan binnen de structuren die de EU al heeft. Nadeel is dat het dan veel langer duurt.
De Commissie stelt voor om als compromis een combinatie van deze twee opties in te voeren.
This way forward could therefore be to reflect on one single court system inspired by the principles on which consensus is emerging, and addressing the respective concerns of Member States and stakeholders.

This could be achieved by creating a unified and specialised patent judiciary with competence for litigation on European patents and future Community patents. Such a judicial system could be strongly inspired by the EPLA model, in particular as regards the specificities of patent litigation, but could allow for harmonious integration in the Community jurisdiction.

Hoe nu verder?

The Commission will work with the Council and Parliament to build consensus on the way forward. When broad consensus is achieved, the Commission will take the necessary steps for implementing the agreed strategy and make relevant proposals.
Tsja. Dat wordt dus nog even afwachten.

Arnoud

Nieuw op Iusmentis: Regels voor forumsites

Regels voor forumsites (in Maatschappij > Juridische zaken op iusmentis.com):

Wie zijn website openstelt voor anderen, doet er verstandig aan om meteen duidelijke regels in te voeren. Forums en andere discussiesites lopen, net als bloggers, het risico aangesproken te worden voor wat deelnemers doen. Een duidelijk reglement is een goed middel om deze aansprakelijkheid in te perken. Er zijn verschillende soorten reglementen, elk met hun eigen specifieke doel.

Een goed en uitgebreid voorbeeld is het reglement van het Nationaal Computer Forum.

Arnoud

Visualiseren van gegevens

Eén van de grootste irritaties bij presentaties is de bomvolle sheet met tabellen of lijsten met getallen. Dat kan zo veel beter met een grafiek of een plaatje.

Kijk maar (voorbeeld van Presentation Zen):

of ?

Voor heel veel suggesties voor het visualiseren van gegevens is er nu het periodiek systeem van visualisatietechnieken. Zelf ben ik fan van mind maps:

Een hele bijzondere is de achtbaan: bekijk de grafiek niet, maar roetsj er met een karretje overheen. Maakt de dieptepunten een stuk spannender in ieder geval.

Arnoud

Opvallende opmerking in rommelig rapport over status van F/OSS in Europa

Via Livre vond ik het rapport Current Status of F/OSS, in opdracht van de werkgroep ’towards Open Source adoption and dissemination’ (tOSSad). Opvallende quote:

One of the major obstacle against F/OSS deployment within public IT infrastructure is a legal one which stems from previously signed contracts.
Nu ken ik licentiecontracten die voorschrijven dat de software niet meer dan een zeker aantal computers geinstalleerd mag worden. Maar minimumcontracten?

Wie overweegt het 80 pagina’s lange rapport te lezen, ziet daar hopelijk vanaf na de recentie van Victor van Reijnswoud:

Het rapport geeft weinig nieuwe inzichten en biedt een bevestiging van de situatie die iedereen kent die zich met de promotie en invoering van F/OSS bezighoudt. Onder de beslissers bij overheden is er nog steeds veel weerstand tegen de invoering van F/OSS en de tegenargumenten wegen nog altijd zwaarder dan de argumenten voor.

Het rapport, dat rommelig en met veel herhalingen is geschreven, zal niet veel mensen kunnen overtuigen dat er snel grote stappen gemaakt moeten worden en geeft onvoldoende concrete handreikingen om actie te ondernemen. Het is duidelijk dat er nog veel moet gebeuren aan promotie en dat succesverhalen beter beschreven moeten worden om ‘zwevende kiezers’ over de streep trekken.

Arnoud

Hoe bewijs je internet-oplichting?

In september 2006 werden op markplaats.nl o.a. X-box 360 Premium pakketten, Sony PSP’s en Ipods te koop aangeboden. Eerst betalen, dan zou het product opgestuurd worden. Helaas voor de kopers ging het in dit geval niet om een bona fide aanbod, maar om “één of meer listige kunstgr(e)ep(en) en/of een samenweefsel van verdichtsels”. Oplichting dus.

Meestal is het lastig om iemand op te sporen als hij via Internet dingen uithaalt. Bij oplichting ligt dat iets anders. Je moet uiteindelijk wel het geld krijgen van je slachtoffers, anders heeft het niet zo veel zin om iemand op te gaan lichten. Nu kun je natuurlijk zeggen -zoals de verdachte hier ook deed- dat je van niets wist maar tot je verbazing ineens allemaal bedragen overgemaakt kreeg. Dat kan op zich, alleen zou je dan mogen verwachten dat je dat terug gaat proberen te storten. Als je het dan uitgeeft “aan leuke dingen”, roep je de verdenking over je af dat je te kwader trouw bezig bent.

Bovendien is er nog het IP-adres. De politie kan aan de hand van IP-adres en datum/tijdstip bij de provider opvragen welke persoon hier gebruik van maakte:

Uit het mailcontact, voorafgaand aan de koop van een XBOX pakket door een van de slachtoffers, is gebleken dat de verkoper onder het hotmail adres [adres] gebruik maakte van een IP adres 89.98.17.252. Blijkens een algemeen proces-verbaal d.d. 11 december 2006, is dit IP adres van de provider Chello gekoppeld aan het woonadres van verdachte te weten [adres en woonplaats].

Ook kun je het een en ander afleiden uit de tijdstippen van de oplichtingen versus de tijdstippen dat de verdachte een eerdere gevangenisstraf wegens oplichting uitzat(!).

Verdachte is eerder veroordeeld ter zake van oplichting op dezelfde wijze als thans aan de orde. De onderhavige oplichtingen zijn begonnen slechts enkele dagen nadat verdachte in vrijheid was gesteld na tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde gevangenisstraf. De oplichtingen zijn vervolgens gestopt op het moment dat verdachte in verzekering werd gesteld voor de nieuwe feiten.

Alles bij elkaar genoeg bewijs om te concluderen dat de verdachte inderdaad degene was die achter de oplichting zat. In het vonnis werd hij dan ook veroordeeld tot 15 maanden cel en het betalen van een schadevergoeding aan de slachtoffers.

Arnoud