Legal tech gaat niets worden als je niet ook het declarabele uurtje afschaft

| AE 11762 | Innovatie | 6 reacties

Al jaren gaat het rond in de juridische sector: het wordt tijd om eens af te stappen van de billable hours oftewel het uurtje/factuurtje model. Klanten worden er nooit gelukkig van, het is een hoop gedoe voor medewerkers en het zou zo eenvoudig moeten zijn om gewoon een prijs te noemen. Maar toch blijft het maar gebruikt worden, een enkel experiment of uitzonderlijke case daargelaten. Daar zit inderdaad een probleem: wat moet het alternatief zijn? Maar op die vraag moet wel een antwoord komen, anders is het invoeren van nieuwe systemen (legal tech dus) gedoemd te mislukken.

De kern achter het uurtje/factuurtje model is dat je als dienstverlener eigenlijk je tijd verkoopt. Je wilt mij een uur spreken, je wilt Ronald een dag in de rechtszaal of Willem een week in de data room op zoek naar verborgen gebreken in contracten bij je overnametarget. Die tijd is kostbaar en kost dus tijd. Dat klinkt heel aantrekkelijk, zeker als je bedenkt dat je ook nog kunt differentiëren: de junior medewerkers zijn per uur goedkoop, de senior partners duur en daartussen is er flexibiliteit. En wil je echt exclusief zijn, dan verhoog je je uurtarief gewoon.

Een nadeel van dit model is dat het in feite volkomen arbitrair is. Waarom moet mijn tijd 150, 300 of 700 euro per uur waard zijn? En in dat nadeel zit ook de pijn bij invoering van software en diensten die je effectiever laat werken, want dan scheelt het tijd voordat de klus klaar is. En dan ben je dus goedkoper omdat je sneller klaar bent? Dat voelt raar. Als mensen een jurist willen hebben voor een klus, waarom betalen ze dan 3000 euro bij A die het handmatig doet en 750 bij B omdat die een handige tool heeft en alleen nog even een review hoeft te doen?

Het antwoord is natuurlijk: A en B zijn onvergelijkbaar. En dat is bij dienstverlening eigenlijk ook zo. Maar als je naar de juridische dienstverlening kijkt vanaf enige afstand, dan zie je toch echt standaardproducten opduiken. Dan moet ik gelijk aan Susskind denken: die verdedigt al meer dan een decennium het standpunt dat ook onze sector gaat standaardiseren en daarna commodificeren, en de opkomst van standaardproducten (in plaats van maatwerkdiensten) is daarbij de belangrijkste factor.

Het verschil tussen een product en een dienst is wezenlijk, en niet alleen maar een kwestie van een ander labeltje plakken op de pagina waar je ‘m adverteert. Een dienst is in principe maatwerk, en een product is standaard met wellicht wat aanpassingen hier en daar. Daarom kan op een product een vaste prijs worden geplakt en op een dienst eigenlijk niet.

Alleen, wat moet die vaste prijs dan zijn? Dat kun je pas zeggen als je weet wat het werk is, wat de investering is moet ik eigenlijk zeggen. In de klassieke wereld kijk je naar inkoop en andere kosten, met een opslag voor je bedrijfsvoering en de winst die je wilt maken. Bij sectoren die klassiek alleen diensten leverden tegen uurtarief is dat veel lastiger, daar is de historische kennis van wat het kóst veel moeilijker te reconstrueren. Maar dat is wel waar we naartoe moeten.

Legal tech kan daar een oplossing in bieden. Deze reduceren een hoop werk tot klikken op wat knopjes en elimineren zo de factor tijd. Dan blijft over de kosten van de kenniswerker om die op te leiden zodat hij weet wélke knopjes er nodig zijn, of wanneer je afwijkt van de standaarduitvoer. Maar daar is veel makkelijker mee te rekenen. Ik ben er dan ook van overtuigd dat je bij het standaardiseren van je proces je al snel een vaste prijs kunt plakken op je producten.

Arnoud

Wie een robot als confrère verwacht, begrijpt niets van legal tech

| AE 11449 | Informatiemaatschappij | 7 reacties

Een robot in de rechtbank zal niet snel voorkomen, want het werk van advocaten „is heel moeilijk te automatiseren”. Dat las ik in NRC Handelsblad onlangs. Het idee is hardnekkig: de robots en/of de AI’s komen eraan, en ze gaan onze banen inpikken (South Park referentie optioneel). Waarbij de illustrator van dienst dan vaste prik een robot in toga tekent die een vlammend betoog ter behoud van de democratische rechtsstaat houdt, of een moeilijk dossier leest met de vinger bij de betreffende regel. Allemaal leuk en aardig maar legal tech en robots gaan helemaal niet het werk van advocaten overnemen of automatiseren. Ze gaan de maatschappij transformeren zodat dat werk irrelevant of een beperkte niche wordt.

Dat het werk van advocaten heel moeilijk te automatiseren is geloof ik graag. Het “heeft een hoge creativiteitsfactor”, zo zegt ABN Amro-bankier en sectorspecialist Han Mesters in de NRC. Slimme argumenten, spitsvondige reacties, aanvoelen wat de rechter eigenlijk wil horen, een schikkingsvoorstel verzinnen dat de emotie van de wederpartij erkent, in een duister uitziende zaak toch een lichtpuntje vinden én met onvermoeibaar pleiten daar de winst uit slepen – nee, daar zie ik vooralsnog geen computerprogramma voor komen.

Software is goed in het automatiseren van het gewone, het alledaagse. Het vinden van afwijkingen, het controleren van patronen, het doen van extrapolaties. Dat is heel iets anders dan het soort maatwerk waar de advocatuur voor staat. Dat zie ik meteen. En om die reden hoef je je inderdaad nul zorgen te maken dat je pleitwerk overgenomen wordt door een robot in een toga.

Grappig genoeg lijkt het NRC artikel juist te bevestigen waar het wél pijn gaat doen in de juridische sector:

Bosman voorziet echter dat het ‘productiewerk’ dat zij verrichten door technologische ontwikkelingen veel sneller zal gaan. „Daar zit de pijn voor advocatenkantoren. Dan stort dit businessmodel in. Mensen zullen in de advocatuur niet vervangen worden door machines, maar er zullen wel minder mensen nodig zijn omdat men productiever wordt.”

Dus het werk van advocaten wordt niet weggeautomatiseerd, alleen 80% van de advocaten. Oké, dat is inderdaad een nuanceverschil.

Daar komt bij dat software-gedreven dienstverlening zorgt voor een andere manier van werken. Automatiseren is nooit het simpelweg automatisch doen van wat je voorheen handmatig deed. Toen de treinen van stoom naar elektrisch gingen, werden stokers overbodig en moesten machinisten hun vak opnieuw leren. Er kwam geen robot die schepjes diesel in de oven gooide. Datzelfde gaat gebeuren in de juridische sector.

Het is misschien een wat gevaarlijk voorbeeld, maar e-Court heeft laten zien wat er kan gaan gebeuren. De organisatie is controversieel omdat consumenten niet doorhadden dat ze naar arbitrage gingen (en dat een robotrechter daarbij meekeek), maar men had wel een alternatieve geschilbeslechting opgetuigd met effectieve inzet van ict-middelen. Lagere kosten, snellere rechtsgang en inzet van AI om standaardkwesties standaard af te doen. Dat is innovatie volgens het boekje. Niet slechts faxen in plaats van brieven, maar het proces opnieuw doen.

Die manier van denken, die wordt de toekomst. De bulk van het proceswerk is standaard, en dáár is software goed in om te verwerken. Daarom gaan die 80% van de advocaten minder werk krijgen. Die software zoekt de standaardzaken uit, en er is dan geen advocaat meer nodig die daar nog eens zhaar zegje over doet.

Ja, natuurlijk zullen er dan altijd nog rare gevallen zijn waarbij je wél een advocaat zou willen. Een mens die jou uit het bureaucratisch geweld van de machines plukt. Maar dat zullen zeldzame situaties zijn, en ik heb zelfs serieuze twijfels of die nieuwe systemen daar rekening mee gaan houden.

Arnoud

Worden advocaten ooit door robots vervangen?

| AE 10412 | Innovatie | 2 reacties

“Siri, maak een exclusieve licentieovereenkomst in dossier X.” Dat las ik bij IE-Forum als quote uit de speech van professor Bernd Hugenholtz over de opkomst van de robot-advocaat. Hij gelooft er geen bal van; een goede mens-advocaat heeft immers onmiskenbaar kwaliteiten zoals door de juridisch bomen het bos kunnen zien, goed kunnen onderhandelen en zelfs zo nu en dan fungeren als uithuilpaal. Allemaal kwaliteiten die de robo-advocaat ontbeert. Dat klopt helemaal maar het staat natuurlijk volkomen los van wat de robot-advocaat gaat doen en waarom dat het werk van de mens-advocaat (of mens-jurist, zo u wilt) gaat veranderen.

Ik heb het al vaker geschreven: robots gaan niet in de rechtbank staan pleiten, creatieve vernieuwende argumenten inbrengen om zaken te winnen of out-of-the-box oplossingen verzinnen om een geschil vlot te trekken. En al helemaal niet empathisch op de cliënt reageren zodat deze begrip krijgt voor dat nare vonnis of de beslissing niet in hoger beroep te gaan. Dat zijn zulke menselijke eigenschappen dat ze niet te automatiseren zijn.

Robotadvocaten gaan we dus niet krijgen. Maar robots gaan wel degelijk werk wegsnoepen van de mensadvocaten, namelijk het standaardwerk, de simpele checks zoals due diligence, een snelle review van standaarddocumenten of een voorselectie. En dat kan er nog best inhakken want véél van het juridische werk is dat soort standaardwerk. (En dan bedoel ik niet alleen de expertsystemen zoals Hugenholtz schetst, een AI die een voorselectie of due diligence doet is wel iets meer dan “maak even een contractje”.)

Zorgen maak ik me daar niet meteen over, want uiteindelijk is er in de juridische sector werk genoeg en zal de vrijgekomen tijd van dat standaardwerk zonder problemen met nieuwe dingen kunnen worden ingevuld. Die robotadvocaat zou je dus eigenlijk met open armen willen verwelkomen, in plaats van te brommen dat hij nooit een cliënt zal laten uithuilen om een onterecht verloren zaak of te kostbare procedure.

Toch hoor ik deze geluiden vaker, en ik blijf zoeken naar de verklaring. Is het ongeloof dat deze technologie dit kan? Of de afkeer van opgeblazen hype (die trouwens binnenkort instort)? Of gewoon de algemene moeilijkheid om verandering te accepteren?

Over die verandermoeilijkheden las ik recent een zeer interessant artikel bij de 3 Geeks and a Law blog (sowieso een dikke aanrader). Als artsen decennialang weigerden hun handen te wassen nadat onbetwistbaar vaststond dat dat de gezondheid ten goede zou komen, en een dorp steeds maar ziek blijft omdat ze hun water niet willen koken, waarom zouden wij juristen dan ineens wél besluiten iets nieuws te gaan doen enkel omdat er de belofte is dat het beter gaat worden allemaal?

The boiling water anecdote demonstrates those systems at work while also illuminating the curse of knowledge. The curse of ignorance is that we don’t know what we don’t know and therefore labor under delusions of adequacy. The curse of knowledge is that once we know something, it is hard to imagine not knowing it. The resulting mistakes about shared assumptions can be invisible barriers to change. Those unrecognized barriers are why, with boiling water, the change only occurred among a small set of outliers.

Misschien dat daar nog een speciaal stuk attitude van juristen meespeelt: wij hebben meer dan andere beroepsgroepen de overtuiging dat we keihard en foutloos moeten werken aan heel belangrijke zaken. Koppel dat aan een sterk gevoel van autonomie en korte deadlines en je krijgt een bovengemiddeld hoge weerstand tegen verandering. Dat maakt het natuurlijk niet makkelijker.

Arnoud

Gastpost: Hoe T-shaped moet je worden als advocaat?

| AE 8841 | Innovatie | 8 reacties

Omdat ik met vakantie ben, traditiegetrouw een aantal gastblogs. Vandaag advocaat Nine Damsté over de T-shaped lawyer, en die moest ik ook even opzoeken (klik op plaatje voor Het Concept). De advocatuur en de rechtspraak proberen te moderniseren. Zo worden er in de rechtspraak digitale dossiers toegevoegd, werken veel meer advocatenkantoren papierloos en in the… Lees verder