Zijn digitale handtekeningen ineens juridisch ongeldig verklaard?

| AE 12325 | Informatiemaatschappij, Ondernemingsvrijheid | 46 reacties

Elektronische handtekening niet voldoende betrouwbaar, kopte ITenRecht onlangs. In een recent vonnis verwees de rechtbank Zeeland-West-Brabant een borgtochtovereenkomst naar de prullenbak, omdat de digitaal geplaatste handtekening niet betrouwbaar was. Daarmee kon niet worden bewezen dat de wederpartij daadwerkelijk deze had getekend, zodat de borgtocht niet kon worden opgeëist. Opmerkelijk, want het hele punt van digitale handtekeningen was nu juist die betrouwbaarheid.

De eisende partij had in 2018 voor zijn bedrijf een geldlening aangevraagd bij Swishfund, waarbij hij persoonlijk zich borg stelde voor de lening. Daarvoor werd een digitaal contract ondertekend, en wel met Adobe Sign dat een heel proces heeft voor tekenen:

Het contract wordt naar het e-mailadres van de aanvrager gestuurd. Alvorens deze het document kan openen en digitaal kan ondertekenen dient hij een verificatiecode in te voeren. Deze code wordt per SMS naar het door de aanvrager opgegeven telefoonnummer gestuurd. Nadat de aanvrager het document heeft geopend kan hij parafen en een handtekening plaatsen door deze te typen, tekenen of door een afbeelding in te voegen. De aanvrager kan zelf kiezen welke van deze methoden hij gebruikt. Wanneer het ondertekenen is afgerond wordt het document door Adobe Sign voorzien van een zegel. Hierdoor kan het document niet meer worden gewijzigd.
In 2019 ging het bedrijf failliet, waarna Swishfund de borgsteller uiteraard aansprak. Die liet de zaak lopen, waardoor hij bij verstek werd veroordeeld tot betaling. Daar kwam hij vervolgens tegen in verzet, met het argument dat hij nooit een rechtsgeldige borgovereenkomst had getekend. Dat is belangrijk, want in art. 7:859 BW staat dat een borgovereenkomst alleen kan worden bewezen met een door de borgsteller ondertekend geschrift. Wat je dus online allemaal zegt of aanvinkt, is dus niet van belang als er geen handtekening onder een (elektronisch of papieren) geschrift staat.

Nou, laat maar zien dan. Swishfund had inderdaad een digitaal ondertekend document, en meende sterk te staan: zij stelde dat de handtekening een gekwalificeerde elektronische handtekening betreft in de zin van artikel 3, onderdeel 12, van de eidas-verordening. Die term wijst op de hoogste en meest veilige vorm van digitaal ondertekenen, namelijk

een geavanceerde elektronische handtekening die is aangemaakt met een gekwalificeerd middel voor het aanmaken van elektronische handtekeningen [dat dus voldoet aan de strengste eisen uit de wet] en die gebaseerd is op een gekwalificeerd certificaat voor elektronische handtekeningen [dus dat is afgegeven door een gekwalificeerde verlener van vertrouwensdiensten, dus eentje die voldoet aan de strengste wettelijke eisen];
Ik vat hier de wet enorm samen. Maar de kern komt erop neer dat je voor zo ongeveer elke component van je handtekeningenproces een wettelijke eis hebt, en dat niet zomaar iedere partij even dergelijke krabbels kan faciliteren. Ik ben vast weer te cynisch als ik zeg dat dat zelden goed gaat; laten we het hier er dan op houden dat Swishfund niets had aangedragen waaruit blijkt dat zij met deze bureaucratische wirwar aan eisen had gewerkt. (Dit soort bewijs vergeten gebeurt opmerkelijk vaak; toevallig las ik gisteren nog een vrij ernstige geval waarin eiser Ziggo überhaupt niet eens een contractstekst had overlegd, laat staan bewijs dat het contract aanvaard was.)

Geen gekwalificeerde handtekening dus. Maar dat is niet perse een ramp, want de wet benoemt expliciet dat dit niet mag betekenen dat er geen geschrift ondertekend is (artikel 25 lid 1 eidas-verordening):

Het rechtsgevolg van een elektronische handtekening en de toelaatbaarheid ervan als bewijsmiddel in gerechtelijke procedures mogen niet worden ontkend louter op grond van het feit dat de handtekening elektronisch is of niet aan de eisen voor gekwalificeerde elektronische handtekeningen voldoet.

Wat je vervolgens doet, is kijken hoe er dan wél een krabbel is gezet en hoe betrouwbaar je dat gezien de omstandigheden mag beschouwen. Een simpel voorbeeld is de krabbel voor ontvangst van een pakketje. Dat is echt alleen maar een tekening met je vinger, vaak zelfs zonder verificatie tegen je identiteitsbewijs of het lijkt op je ‘echte’ handtekening. (Ja, haha of het lijkt, nee precies. En sterker nog, je ‘echte’ handtekening bestaat niet eens.) In de omstandigheden – vastleggen dat het aan de deur is afgegeven – vind ik dat echter een prima betrouwbare handtekening. Rechtsgeldig bewijs dus.

Hier ging het om een overeenkomst tot borgstelling, wat natuurlijk ietsje meer impact heeft dan tekenen voor een pakketje. Daarom kijkt de rechter een stuk strenger naar het proces:

Het enige direct aan [eiser] te relateren document waarover Swishfund beschikt is het kopie van zijn identiteitsbewijs. Vast staat dat er voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomsten op geen enkel moment direct persoonlijk contact is geweest tussen Swishfund aan de ene kant en [eiser] aan de andere kant, terwijl ook niet is gebleken dat partijen eerder zaken met elkaar hebben gedaan. Swishfund stelt weliswaar telefonisch te hebben gesproken met [eiser] , maar deze stelling is tegenover de betwisting door [eiser] onvoldoende onderbouwd. Hoewel geen enkele ondertekeningsmethode bestand zal zijn tegen alle mogelijke vormen van misbruik, levert de door Swishfund gevolgde methode een groot risico op van misbruik door personen die de beschikking hebben over de e-mailadressen en de bankgegevens van een vennootschap en over de persoonsgegevens van haar bestuurders.
Oftewel, een oplichter zou vrij eenvoudig een borgtocht kunnen afsluiten als ze die gegevens uit de laatste zin hebben, en de digitale handtekening van Swishfund verandert daar niets aan. Daar had dus meer verificatie tussen moeten zitten, bijvoorbeeld een videogesprek waarbij je foto en persoon vergelijkt en dan de handtekening laat zetten.

Die meer verificatie is waar we de definitie van “geavanceerde digitale handtekening” voor hebben. Daar zit onder meer de eis in dat je “gegevens voor het aanmaken van elektronische handtekeningen die de ondertekenaar, met een hoog vertrouwensniveau, onder zijn uitsluitende controle kan gebruiken” gebruikt. Dat zou hier dan de SMS met code zijn, maar als je alleen een webformulier gebruikt dan weet je natuurlijk niet van wie dat nummer is of zelfs maar dat alleen de aanvrager die telefoon kan lezen. Dat is dus niet genoeg.

Dus kortom, geen superveilige wettelijk gekwalificeerde handtekening, geen unieke middelen voor ondertekening dus ook geen geavanceerde handtekening en gezien de omstandigheden ook geen vrije of eenvoudige digitale handtekening. (IT-ers die laatst zeiden dat ze een training IT-recht bij me willen doen, dit is niveautje op de helft, nog steeds interesse?) Daarmee is het stuk dus niet ondertekend door meneer, en vanwege die wettelijke eis is de borgtocht dus niet bewezen. En zelfs als het geen “particuliere borg” is, dan vindt de rechter het ondertekeningsproces niet betrouwbaar genoeg om desondanks van aanvaarding door meneer te spreken.

Zijn hiermee nu digitale handtekeningen ongeldig verklaard, zoals diverse tipgevers me vroegen. Nee, zeer zeker niet. Het zit hem (zoals zo vaak) in de slechte implementatie. Het proces gaat er te makkelijk vanuit dat je de juiste persoon tegenover je hebt, en dat is specifiek bij deze zware verplichting (een borg van totaal iets van 25k) een onoverkomelijk probleem. Heb je minder ernstige verplichtingen, zoals een arbeidscontract waarbij je weet dat je de juiste persoon tegenover je hebt, dan was deze zelfde technologie en proces helemaal prima geweest.

Arnoud

Mag PostNL het nummer van mijn identiteitsbewijs overnemen bij een afhaling?

| AE 11502 | Privacy | 16 reacties

Via Twitter:

Als ik een pakketje ophaal, moet ik me legitimeren. Logisch. Maar waarom moet het @PostNL-punt mijn documentnummer dan intypen en opslaan? Dat is behoorlijk gevoelige informatie die ik helemaal niet af wil geven.

Waarop PostNL reageert: “Dit doen we op verzoek van de afzender om bij claims en navragen te kunnen controleren aan wie de zending is uitgereikt. Het is wettelijk toegestaan om het documentnummer over te nemen. Deze gegevens worden 90 dagen bewaard.” Wat een tikje gek klinkt, want als ik pakketjes verzend wordt me nooit gevraagd of ik van de ontvanger het documentnummer wil. Sterker nog, bij mijn PostNL punt werd me net verteld dat ik vanwege de privacy dat nummer niet mag hebben. (“Ja meneer de AVG he, heeft u misschien van gehoord.”)

Dat gezegd hebbende, heeft PostNL wel een punt (haha). Want “wettelijk toegestaan” is een tikkeltje kortaf geformuleerd, maar het klopt denk ik wel. Bij pakketjes is het redelijkerwijs noodzakelijk dat je de ontvanger identificeert, om te voorkomen dat zendingen aan de verkeerde persoon meegegeven worden. Daarmee samen hangt het punt dat je achteraf wilt kunnen nagaan hoe die identificatie is verlopen (logging) en dat je bij problemen (zoals een vermist pakketje) genoeg informatie hebt om bijvoorbeeld aangifte te doen.

De meest logische manier is om na een identificatie het nummer van de identificatiekaart te registreren. Dat nummer kun je eigenlijk alleen weten als je die kaart net gezien hebt, en de medewerker zal het pas opschrijven als de persoon genoeg lijkt op de foto op de kaart. Daarmee heb je een stevige verslaglegging (logging) van het proces, en kun je eenvoudig het documentnummer aan politie of andere instanties verschaffen.

Omdat het documentnummer an sich nergens voor te gebruiken is (het is geen bsn), lijkt het risico me zeer laag als dat nummer lekt. Ik zie dan ook geen reden om alternatieven te overwegen. Je zou bijvoorbeeld kunnen zeggen, noteer slechts de laatste drie cijfers van dat nummer en/of de geboortedatum. Dan zijn mensen ook redelijk uniek vastgelegd, zodat de politie met die gegevens alsnog de persoon kan vinden. Maar dat is foutgevoeliger want twee achternaamgenoten kúnnen dezelfde geboortedatum hebben of zelfs dezelfde drie tegens van het documentnummer.

Belangrijker voor mij is dat een heel documentnummer verzinnen (om een persoon zonder identificatiekaart toch het pakket te geven) iets lastiger is dan drie cijfertjes intypen. Je moet dan het goede formaat weten, en elke keer net wat anders bedenken zodat het niet te snel opvalt. (Er zit geen elfproef of iets dergelijks in die nummers, dat maakt dit argument iets zwakker.) Daarom vooral zie ik geen echt alternatief dan dat nummer noteren.

Arnoud

Mogen wij een appartementsnetwerk zonder identificatie opzetten?

| AE 9132 | Ondernemingsvrijheid | 9 reacties

netwerk-verkennen-kijkenEen lezer vroeg me:

Wij (een groep netwerk engineers in een appartementencomplex) hebben een eigen netwerk gebouwd en gekoppeld aan internet via één provider. De kosten worden omgeslagen en via de VvE geïncasseerd. We loggen echter niets in verband met privacy. Nu krijgen wij wel eens abusemeldingen maar we weten dus niet om wie het gaat. Moeten we hier nu meer in doen?

Een internettoegangsprovider is in beginsel niet aansprakelijk voor wat er over zijn lijn gaat, ook niet na een abusemelding. De wet (art. 6:196c lid 1 BW) zegt dat je categorisch niet aansprakelijk bent wanneer je als passief doorgeefluik fungeert, dus niet zelf het initiatief neemt voor de informatielevering, niet kiest naar wie het moet en niet selecteert of wijzigt wat er doorgegeven wordt.

Een abusemelding is dus leuk en aardig maar wettelijk ben je als ISP niet verplicht daaraan gehoor te geven. Het is vaak wel handig omdat je anders op allerlei zwarte lijsten komt, maar dat is geen juridisch argument.

Het hiervoor bepaalde staat niet in de weg aan het verkrijgen van een rechterlijk verbod of bevel, zo staat in lid 6 van dat wetsartikel. Een rechter (of toezichthouder) kan dus bepalen dat bepaalde abuse wél moet stoppen. Zo heeft de rechter ooit toegang tot The Pirate Bay verboden (hoewel dat werd teruggedraaid in hoger beroep) en zou de toezichthouder (de ACM) ook bepaalde blokkadebevelen kunnen geven.

Dat laatste geldt dan weer niet voor het soort netwerk als hierboven, want de ACM is alleen bevoegd op te treden bij aanbieders van openbaar internet, zoals Ziggo of Vodafone. Een netwerk waar alleen een beperkte categorie gebruikers bij kan, valt niet onder die definitie. Dat scheelt, want dan geldt ook niet de plicht het netwerk stevig te beveiligen (art. 11.3 Telecomwet) en de vertrouwelijkheid van de communicatie te borgen (art. 11.2 en 11.2a).

Recent bepaalde het Hof van Justitie echter dat ook niet-openbare aanbieders soms wel in beweging moeten komen. In die zaak ging het om een auteursrechtclaim vanwege een download door een bezoeker van een winkel via het winkelwifinetwerk. Het Hof bepaalde dat de winkel niet aansprakelijk was voor die download, omdat de winkel slechts een platform was.

Op grond van dat lid 6 mag een rechter dus een verbod of bevel uitspreken om aan een abuse-situatie een einde te maken. En concreet waar het ging om auteursrechtinbreuk, bepaalde het Hof dat het opnemen van een wachtwoord en het identificeren van ontvangers daarvan een legitiem bevel kan zijn. Op die manier kun je inbreukmakende klanten identificeren (en dat aan eisende rechthebbenden geven) zonder dat je gelijk je hele netwerk zou moeten opheffen of moeilijk moet doen met voorwaarden en zo.

Het is nog niet duidelijk hoe ver die identificatieplicht moet gaan. Maar in de situatie van zo’n appartementencomplex denk ik dat je toch al snel uitkomt bij een koppeling van de NAT-vertaling aan het appartementsnummer. Dat adres zou genoeg moeten zijn voor een rechthebbende om dan een dagvaarding uit te brengen.

Hoe het zit met andere abuse-situaties (bijvoorbeeld een privacyschending of participatie in een ddos-aanval) is nog niet bepaald. Ik denk dat je daar ook al snel bij identificatie van de gebruiker uitkomt, dat is immers het meest geëigende middel om aan die abuse-situatie een einde te maken. Maar wie een andere effectieve oplossing heeft, mag dat ook doen.

Arnoud