Supreme Court deelt nieuwe klap uit aan Amerikaanse patenttrollen

| AE 9447 | Intellectuele rechten | 32 reacties

Het wordt in de VS moeilijker om patentrechtszaken aan te spannen in districten die worden gezien als ‘gunstig’ voor de aanklager, las ik bij Nu.nl. Dit raakt met name patenttrollen, organisaties met patenten maar zonder eigen bedrijfsactiviteiten. Deze proberen geld los te peuteren van organisaties door te dreigen met rechtszaken in dergelijke jurisdicties, met name het Eastern District of Texas. Maar dat gaat niet meer zo makkelijk: in de Heartland-uitspraak bepaalt het Supreme Court nu dat alleen de rechtbank bevoegd is voor de plaats waar een bedrijf formeel opgericht is.

Een octrooitrol is een bedrijf dat niet zelf een uitvinding op de markt brengt en zichzelf beschermt met een octrooi, maar als enige bedrijfsactiviteit heeft het uitoefenen van haar octrooien tegen derden. Vaak zijn deze octrooien, of de claims jegens derden die men daarmee legt, van dubieuze waarde. De meeste bedrijven schikken echter toch, omdat octrooiprocedures in de VS tot de duurste ter wereld behoren en vele jaren kunnen duren. Bovendien geldt in de VS in beginsel geen proceskostenveroordeling voor de verliezende partij, zodat een bedrijf zelfs bij een overwinning duurder uit kan zijn dan het door de trol geëiste schikkingsbedrag.

Octrooitrollen of patenttrollen zijn berucht, met name in de ICT omdat patenten in die sector ook al een slechte reuk hebben. Dan krijg je dus dat mensen met een onzinpatent een claim leggen, en het toch goedkoper is om ze te betalen dan om naar de rechter te stappen. Zeker omdat je nooit kunt voorspellen of de mensen van de jury (die eigenlijk per definitie niets weten van techniek) niet tóch denkt dat het nieuw is, een hyperlink met je vinger aanklikken. En dan hang je voor een héleboel geld.

Trollen stappen ook naar de rechter als het moet: ongeveer de helft van alle patentzaken zou door trollen worden aangespannen. En dan is het mogelijk om een leuke plek te kiezen waar je dat doet, want uit allerlei statistieken is te achterhalen wie het gunstigt zou oordelen over de zaak.

Het Eastern District of Texas is daarbij berucht: ze zijn snel en deskundig, maar zeer vriendelijk voor eisers en zelden geneigd dingen ongeldig te verklaren. En het is makkelijk om daar uit te komen, want als er ook maar één product wordt verkocht in die buurt dan vindt de rechtbank dat ze bevoegd is.

De Supreme Court zet nu een dikke streep door die praktijk: “As applied to domestic corporations, “reside[nce]” in §1400(b) refers only to the State of incorporation.” Dus alleen de rechtbank in de staat waar een bedrijf opgericht is, is bevoegd om over dat bedrijf recht te spreken. En omdat bedrijven zelden opgericht worden in Texas, is daarmee dat Eastern District een vrijwel onmogelijke bestemming geworden. Het zal eerder de neutrale zakelijke rechtbank in Delaware worden of de technology-vriendelijke rechtbank in Californië.

Sowieso hebben patenttrollen al een tijdje problemen: sinds de Alice-uitspraak van 2015 is het vrijwel niet meer mogelijk om een softwarepatent er door te krijgen bij het USPTO, of bij de rechtbank overeind te houden. De cijfers blijven dramatisch: twee derde van alle patenten wordt bij de rechtbank ongeldig verklaard omdat het niet technologisch genoeg is. Dit is een nieuwe klap voor het businessmodel van de trol, en hopelijk de genadeklap.

Arnoud

Open source als schild tegen patentaanvallen?

| AE 6389 | Intellectuele rechten | 35 reacties

hardware-software-computer-gollem-huh.jpgOpen source kan een schild zijn tegen patentaanvallen, las ik in deze Amerikaanse blog. Nu het zeker in de VS steeds populairder wordt om alles en iedereen aan te klagen met een octrooi, is het een goed idee eens na te gaan denken wat je kunt doen mocht zo’n claim op jouw bureau landen. En voor bedrijven die met open source actief zijn, is er een leuke truc: die patenthouder gebruikt ongetwijfeld open source, en schendt met grote waarschijnlijkheid de licentie. Want die uitspraak is namelijk voor vrijwel ieder bedrijf waar.

Mooie quote uit de blog:

Patent lawyers may be surprised to know that while today, most companies today use open source software, most of them struggle greatly with implementing the internal controls to coordinate their use of open source software with their patent portfolio management.

Dat is een héél nette manier van zeggen “de meeste bedrijven gebruiken gewoon open source, en niemand vraagt de bedrijfsjurist of patentafdeling of dat nog speciale consequenties heeft”. Wat overigens ook mijn ervaring is bij de meeste bedrijven die ik tegenkom en “iets met open source” zeggen te doen. (ADV: bent u nu een bezorgde bedrijfsjurist? Volg dan onze juristentraining Open source) Het leukste vind ik nog als er keihard bedrijfsbeleid is “wij gebruiken geen open source zonder schriftelijke toestemming van de CEO/bedrijfsjurist” en ondertussen de kernproducten of -diensten vrolijk op Linux draaien.

In het specifieke geval waar blogger Heather Meeker het over heeft, komt dit gerommel goed uit: de octrooihouder die bij jou een claim indiende, heeft er waarschijnlijk óók een potje van gemaakt. Dus ga even zoeken en je komt vast een opensourceinstallatie tegen in een van zijn producten. Met een beetje geluk betreft dat een regel code van jou, of van iemand die je kent en die best bereid is samen te werken met een tegenclaim op basis van auteursrechtschending.

Natuurlijk, het is een gok, maar een beredeneerde: over het algemeen zijn het concurrenten die elkaar beprocederen, en concurrenten die iets met open source doen, zullen al snel bij dezelfde categorie software uitkomen. Dus een goede kans dat de producten qua basissoftware overlappen.

Ook een mogelijkheid is om via de open source licentie van de software die zij gebruiken, een tegenclaim op tafel te leggen. Veel open source licenties vermelden namelijk expliciet dat je de software wel mag gebruiken, maar dan andere gebruikers niet meer lastig mag vallen met een patent waar die open source inbreuk op maakt. Wel vereist dit dat je als patentgedaagde inbreuk pleegt via die open source. Die patentlicentie uit de open source licentie geldt immers alleen bij gebruik van die open source zelf.

Helaas is dit middel geen remedie tegen de vele patenttrollen die er rondlopen. Een patenttrol is per definitie een partij die zelf niets doet (behalve procederen en geld eisen), dus daar zul je geen producten of diensten vinden waar open source in zit. Een tegenclaim is er dus niet te brouwen. Meer dan in de octrooiwet opnemen dat je alleen een verbod mag gaan halen bij de rechter als je zélf met een product op de markt bent, kan ik niet bedenken tegen dit fenomeen.

Arnoud