Moet een auteursrechtspeurhond bewijzen dat ze de rechten hebben?

| AE 13770 | Intellectuele rechten | 41 reacties

Een lezer vroeg me:

Recent kreeg ik een sommatiebrief van een voor mij onbekende club, die zegt dat ze de auteursrechten hebben op een foto die op mijn site staat. Of ik even 1750 euro wil betalen. Maar ik wil op zijn minst eerst weten of zij wel echt die rechten hebben, iedereen kan wel van alles beweren natuurlijk. Sta ik in mijn recht als ik weiger te betalen tot ik overtuigend bewijs heb gezien?
Het komt nog steeds vaak voor dat mensen foto’s van internet plukken zonder te controleren of de licentierechten wel in orde zijn. Het belangrijkste advies blijft dan ook: haal je foto’s van een legitieme fotosite of maak afspraken met de fotograaf. Er zijn echt héél veel fotografen die mooi werk publiceren en (na vragen) het niet erg vinden als je dat als illustratie gebruikt. En ook voor stockbeeld zijn er genoeg zeer betaalbare en zelfs gratis sites.

Maar goed, daar heb je natuurlijk weinig aan op het moment dat er zo’n claimclub in de mail zit. Er zijn er een hoop; beruchte organisaties zijn het Duitse Copytrack en het Nederlandse advocatenkantoor MillerReyBrighton maar er zijn er veel meer. De werkwijze is vaak min of meer dezelfde: men heeft de foto gevonden met een gespecialiseerde zoektool (omgekeerd zoeken, het kan ook via Google Images) en omdat de naam van de site-eigenaar niet in de licentiedatabank staat, volgt er een rekening voor ongelicentieerd gebruik.

In de basis is het natuurlijk simpel: afgezien van citaatrecht en nog een paar dingen mag je andermans foto’s niet gebruiken zonder toestemming. De daardoor ontstane schade moet je vergoeden, en “ik wist het niet” of “ik heb geen kans gekregen de foto snel weg te halen” is géén argument. Je bent per direct aansprakelijk voor auteursrechtinbreuk, en daar zijn geen excuses voor. De discussie gaat dan ook altijd over de hoogte van de vergoeding, want veel van die claimclubs schrijven met een hark: op een of andere prijslijst staat 750 euro voor “gebruik zonder licentie”, er ontbreekt naamsvermelding dus huppa nog eens 750 erbij, er is een hoekje afgeknipt dus verminking bám nog eens 750 en vier uur opsporingskosten à 195 euro maar we maken het af op 1750 euro als u dat binnen 48 uur overmaakt.

Of je dat moet betalen, is natuurlijk zeer de vraag. De rechter zal kijken naar het normale tarief van deze fotograaf (gemiddelde bedragen uit de branche boeien niet, dus kom niet aan met dat je bij iStock voor een tientje “ook zoiets” koopt). Als die normaal inderdaad 750 euro krijgt voor die foto dan is dat kennelijk de schade. In veel gevallen is dat zeer zeker niet zo, ik kan het aantal claimbrieven niet meer bijhouden waarin men normaal voor minder dan honderd euro foto’s verkoopt en nu 500+ vraagt. De beste reactie is dan ook nagaan wat dat normale tarief is, daar een vrijwillige opslag bij rekenen voor het ongemak en dat bedrag per direct en zonder discussie overmaken. Ga alsjeblieft niet met zo’n club in discussie, dat is als modderworstelen met een varkentje.

Menig vraagsteller zit met het punt dat er geen bewijs wordt overlegd. Verder dan duur briefpapier met in essentie “onze cliënt heeft de rechten en dus moet u betalen” komt men normaal niet. Dat is heel frustrerend want inderdaad kan dat betekenen dat iemand zit te liegen en dan 375 euro overgemaakt krijgt omdat zakelijk gezien dat de beste reactie is. Ik moet zeggen dat ik nog geen enkel geval heb gezien (en ik héb me een stapel claimbrieven gehad door de jaren heen) waarin zo’n club niet in haar recht stond, maar uitsluiten kan ik het niet.

Dus navragen, zeker als het niet eens genoemd wordt in de brief, is een logische reactie. Alleen: deze clubs zijn er niet op uit om in een gezond zakelijk gesprek tot een wederzijds acceptabel compromis te komen. Er is dus geen enkel scenario waarin zij zullen zeggen “ach verhip we hebben inderdaad geen akte van overdracht / vertegenwoordiging / procesvolmacht, sorry laat maar zitten die factuur”. De reactie die ik dan zie, is – zeker bij advocaten – niet meer dan een stellige “U mag erop vertrouwen dat wij gelijk hebben”, en dat wordt meestal gevolgd door “En tevens erkent u hiermee de inbreuk want als u een licentie had gehad, had u zelf geweten bij wie”. En omdat het kan gaat het tarief dan ook nog eens omhoog. Dit is dus waarom je niet in discussie moet gaan.

Kortom, ik snap de frustratie en zou ook graag een klap met een forel uitdelen aan zo’n zelfgenoegzame brieventyper, maar als je er zakelijk vanaf wilt dan blijf je bij de basisstrategie: zoek uit wat het normale tarief is, tel daar 25% bij op en maak dat bedrag over. Zonder discussie, zonder te vragen wat ze daarvan vinden en zonder vooraf tegeneisen te stellen (al is het maar dat je een factuur of bewijsje wil). En ga daarna een plan verzinnen waarmee je je oude foto’s vervangt en nieuwe foto’s legaal verkrijgt. Noem het een goed voornemen voor 2023.

Arnoud

Amazon mogelijk aansprakelijk voor nepproducten van verkopers

| AE 13766 | Intellectuele rechten, Ondernemingsvrijheid | 19 reacties

geralt / Pixabay

Amazon kan aansprakelijk zijn als anderen namaakproducten verkopen op zijn platform, las ik bij RTL Nieuws. Het Europese Hof van Justitie oordeelde namelijk op 22 december dat de alleswebwinkel zich niet kan beroepen op de juridische bescherming voor tussenpersonen. Amazon doet te weinig om duidelijk te maken wanneer ze zelf iets verkoopt en wanneer een partner dat doet. Daarmee kan Amazon zelf aangesproken worden op eventuele merkinbreuk of andere rechtenschendingen.

De zaak was aangebracht door schoenenmerk Louboutin, bekend van de rode zool. En ja, die is als merk gedeponeerd dus andere schoenen met rode zolen hebben een probleem. Desondanks duiken die vaak op bij grote webwinkels waar partners welkom zijn, want vaak opereer je onder de radar en kun je een leuke winst maken door zulke schoenen te verkopen. Vaak heeft het platform ook weinig contactinformatie, en bovendien is het platform zelf niet aansprakelijk zolang ze het aanbod maar weghalen zodra er een klacht komt.

Louboutin was het daar niet mee eens in het geval van Amazon, omdat die wel even iets meer doet dan een prikbord zijn voor andermans advertenties. Zij geven al het aanbod een uniforme vormgeving, plaatsen nadrukkelijk hun eigen logo bovenaan en vertonen productadvertenties op hun site (en elders, zoals in Google-advertenties) zonder duidelijk te melden dat die van partners zijn. Daardoor kun je makkelijk de indruk krijgen dat al het aanbod van Amazon zelf is, was dus het argument.

Het Hof van Justitie ziet daar wel wat in: als consumenten een link leggen tussen het geadverteerde en het platform, dan is eventuele merkinbreuk door dat geadverteerde toe te schrijven aan dat platform. “Buy now genuine replica Louboutin red sole shoes at Amazon.com” roepen in je advertentie en dan zeggen “ja nee kijk wij zijn alleen een neutraal platform dat geïnteresseerden bij elkaar brengt en wat volwassen mensen dan in een 1-op-1 contact afspreken daar staan wij buiten”, dat vind ik juridisch ook niet heel sterk.

Natuurlijk, bij ieder platform staat de naam er wel ergens bij. Maar waar het nu om gaat volgens het Hof is hoe makkelijk je kunt zien dat je bij verkoper ZoolenZo aan het kopen bent dan wel bij Amazon zelf:

51 However, the fact that the operator of an online sales website integrating an online marketplace uses a uniform method of presentation of the offers published on its website, simultaneously displaying its own advertisements and those of the sellers third party and displaying its own renowned distributor logo both on its website and on all of these advertisements, including those relating to products offered by third-party sellers, is likely to make such a clear distinction difficult and thus to give the normally informed and reasonably attentive user the impression that it is the said operator who markets, in his name and for his own account, also the products offered for sale by these third-party sellers.
Uit eigen ervaring weet ik dat je bij Amazon echt wel even moet kijken met wie je zaken doet. In veel gevallen zie je dat alleen met de kleine “Sold by” omschrijving rechts onder de “Add to cart”-knop, zoals hier:

Als je de hele pagina openklikt, dan is de branding van Amazon zelf een stuk aanweziger dan die van de daadwerkelijke verkoper, Hot Chocolate Design. Dus ik zie het argument wel dat mensen hier van de indruk kunnen krijgen dat ze met Amazon zaken doen. Wat de grote letters suggereren, kunnen de kleine lettertjes niet wegnemen.

In Nederland is het grote alleswarenhuis natuurlijk Bol.com. Die doen het toch iets duidelijker. Allereerst zie je in de zoekresultaten al de naam van de verkoper (direct boven de titel, weliswaar klein), daarna zie je net als bij Amazon “Verkoop door” en de bedrijfsnaam en als je dan gaat afrekenen dan wordt die naam nogmaals genoemd. Dat lijkt mij eerlijk gezegd genoeg om dit arrest te kunnen ontwijken.

Arnoud

 

Microsoft en Github aangeklaagd voor opensourceschending door AI tool

| AE 13669 | Informatiemaatschappij, Intellectuele rechten | 17 reacties

Otto, the inflatable autopilot from the movie “Airplane.”

Programmeur en jurist Matthew Butterick heeft Microsoft en Github aangeklaagd vanwege schendingen van opensourcelicenties, las ik bij Bleeping Computer. De reden is Github’s tool Copilot, een AI code generator die getraind is op de bergen software die op Github gehost worden. De generator blijkt regelmatig lappen tekst uit bestaande werken 1-op-1 aan te leveren, zonder daarbij de juiste licentie + bron te noemen. Hoe zeiden ze dat ook weer, één bron jatten is plagiaat en duizend is inspiratie?

Vorig jaar bracht Github de dienst Copilot uit, een AI-gedreven pair programmer die ontwikkelaars helpt bij het schrijven van code. Copilot stelt contextgebonden code en functies voor, en helpt actief bij het oplossen van problemen door te leren van de code die iemand schrijft. “Trained on billions of lines of public code, GitHub Copilot puts the knowledge you need at your fingertips, saving you time and helping you stay focused.” Het idee is vrij simpel: soms heb je even een klein zetje nodig, een paar regels code om weer verder te kunnen – of om te beseffen, nee dit is precies niet hoe het moet. (Ik experimenteer zelf met Lex.page, die dit doet voor tekstschrijvers, als iemand een invite wil hoor ik het graag.)

Het probleem is natuurlijk: die suggesties moeten ergens vandaan komen. Dat is dus die inspiratie, die patronen die Copilot leert herkennen in honderdduizenden bestanden met source code. Net zoals Lex.page en vele andere tools dat doen met tekst, en DALL-E en consorten met afbeeldingen. Alleen: die hebben een bronbestand dat orde van groottes ruimer is. Alle teksten van heel internet versus alle geprogrammeerde software op Github, dat scheelt nogal een slok op een borrel. Daar komt bij dat er bij software nou eenmaal heel wat minder manieren zijn om iets aan te geven, het moet nou eenmaal technisch aansluiten op het voorgaande.

Het verbaast mij dan ook helemaal niets dat je bij Copilot veel vaker gewoon een lap code uit eerdere software krijgt, “hier, zoals deze het doet”. Dat is helemaal logisch gezien context en dataset, alleen is dat juridisch dus problematisch want een lap broncode in je eigen werk overnemen noemen wij auteursrechtinbreuk tenzij dat mag van de licentie. En aangezien dat dus vaak een opensourcelicentie is, krijg je dan te maken met eisen zoals naamsvermelding of – bij de GPL – het weer moeten open sourcen van je eigen broncode wanneer je dat werk publiceert.

Naar goed Amerikaans gebruik is Butterick dus nu een class action lawsuit begonnen, waar iedereen mag meedoen die ook code op Github heeft staan. Het lastige bij zulke zaken is altijd bewijzen dat jouw werk is overgenomen. Maar specifiek bij dit soort Amerikaanse zaken kan dit interessant worden: als onderdeel van de discovery procedure moet Github op zeker moment onthullen hoe zij aan haar dataset is gekomen. En dan kun je gewoon zien dat jouw code daarin is opgenomen (of niet, maar dat lijkt onwaarschijnlijk).

Arnoud

Weer een puzzelstukje voor aansprakelijkheid erbij: wat is je klanten “aansporen” tot inbreuk?

| AE 12770 | Intellectuele rechten, Ondernemingsvrijheid | 6 reacties

Weer een nieuw puzzelstukje erbij in de toch al complexe constellatie van auteursrecht/platform-aansprakelijkheid. Waar we ooit hadden “platform niet aansprakelijk, reageer op claims” zijn er ondertussen boeken vol te schrijven over het regelkader. Het ging hier om twee Duitse rechtszaken, waarbij de Duitse rechter vragen stelde aan het Europese Hof: wanneer mag je een videoplatform nu… Lees verder

Gastblog: Ervaring uit de praktijk: hoe kun je het beste reageren bij een online auteursrechtinbreuk (3/3)

| AE 12481 | Intellectuele rechten | 54 reacties

Deze gastblog is geschreven door een bezoeker die anoniem wenst te blijven. Hij is meester in de rechten en procedeert regelmatig, maar is in het dagelijks leven niet werkzaam als jurist. In de voorgaande twee blogs heb ik een situatie beschreven waarin de beheerder van een website eigenlijk niet zoveel fout deed, maar toch met… Lees verder

Gastblog: Ervaring uit de praktijk: auteursrechtinbreuk (2/3)

| AE 12479 | Intellectuele rechten | 13 reacties

Deze gastblog is geschreven door een bezoeker die anoniem wenst te blijven. Hij is meester in de rechten en procedeert regelmatig, maar is in het dagelijks leven niet werkzaam als jurist. Vorige week in  Gastblog deel 1 de casus en de vraag: wat zou de rechter gaan doen? We gaan kijken hoe dat uitpakt, zo vertelt de… Lees verder

Gastblog: Ervaring uit de praktijk: auteursrechtinbreuk (1/3)

| AE 12474 | Intellectuele rechten | 28 reacties

Deze gastblog is geschreven door een bezoeker die anoniem wenst te blijven. Hij is meester in de rechten en procedeert regelmatig, maar is in het dagelijks leven niet werkzaam als jurist. Mijn cliënt heeft ongeveer tien jaar geleden in zijn studententijd een website opgezet die een soort wiki is voor een specifieke beroepsgroep in Nederland…. Lees verder

Overnemen van een disclaimer als auteursrechtinbreuk

| AE 9284 | Intellectuele rechten | 13 reacties

Kan het overnemen van een “free disclaimer” inbreuk op het auteursrecht van de disclaimermaker zijn? Een recent vonnis stelt die kwestie weer ter discussie (via Menno Weij). Kort gezegd: ja dat is inbreuk, maar de wijze van presenteren maakt dat de schadeclaim fors omlaag gaat. De disclaimer in kwestie werd overgenomen van www.freedisclaimer.eu. Het is… Lees verder

Moet je als commerciële website je links op inbreuk onderzoeken?

| AE 9134 | Intellectuele rechten | 19 reacties

De rechtbank Hamburg bepaalde onlangs dat een Duitse website auteursrechtinbreuk pleegde door een hyperlink naar een externe bron, las ik bij Ars Technica. Zij had gelinkt naar een pagina met daarop een Creative Commons-afbeelding, maar de site waar die stond had de CC licentie niet goed nageleefd. En omdat de linkende site an sich commercieel… Lees verder

Winkelhouder niet aansprakelijk voor inbreuken via open wifi-netwerk

| AE 8935 | Intellectuele rechten, Ondernemingsvrijheid | 16 reacties

Het Europese Hof van Justitie heeft in de Mc Fadden-zaak beslist dat een winkelhouder niet aansprakelijk is voor auteursrechtinbreuken die worden begaan via een open wifi-netwerk. Dat meldde Tweakers vorige week donderdag. Wel kan een rechthebbende partij eisen dat een winkel zijn netwerk beschermt met een wachtwoord, omdat je anders het té makkelijk maakt dat… Lees verder