De privacy van de dader in beeld

| AE 2919 | Iusmentis, Privacy, Security | 18 reacties

Deeltje zoveel in de vraag: Mag je camerabeelden gebruiken als bewijs in een strafzaak? Hier is veel over te doen, omdat camerabeelden worden gezien als “bijzondere persoonsgegevens” en daarmee de privacywet in werking treedt. De wet kent dan ook extra waarborgen voordat de politie die gegevens mag gebruiken.

Eén zo’n waarborg is dat de politie niet zomaar mag vragen om camerabeelden. Zij moet de juiste wettelijke grondslag hebben om beelden te mogen vorderen, omdat die wettelijke grondslag ervoor zorgt dat de belangenafweging juist wordt uitgevoerd. Zomaar vragen verstoort die afweging. Zo kan een betrokkene zich verplicht voelen de beelden af te geven omdat een agent het vraagt, zonder te beseffen dat dat eigenlijk niet hoeft.

Maar wat nu als de beelden toch bij de politie terechtgekomen zijn zonder zo’n vordering? Kan de dader dan ongestraft vrijuit? Nou, zo makkelijk gaat dat ook weer niet. Want die regel die ik net uitlegde, is er om de cameraman te beschermen en niet om de dader te beschermen. Zoals de rechter hier de wetgever samenvat:

Degene die de politie informatie verschafte kon immers – voordat daarvoor een vordering vereist was – een probleem krijgen met de persoon wiens gegevens werden verstrekt.

Zijn de beelden al te makkelijk opgevraagd, dan kan de cameraman daar een probleem van maken, bijvoorbeeld een klacht bij de korpschef. Maar de verdachte kan niets met die situatie, want zijn belang hier is irrelevant.

Maar eh die privacywet dan? Die verdachte staat er toch op en daarmee vallen de beelden toch onder de Wet bescherming persoonsgegevens?

Nou nee, zegt de rechter: de verdachte kán niet in zijn privacy zijn aangetast – omdat hij immers ontkende überhaupt in de juwelierszaak te zijn geweest!

Arnoud