De pizzaboer op afstand – met vervalste gegevens geplaatste bestelling

| AE 416 | Ondernemingsvrijheid, Security | 4 reacties

Het is een oude truc: bel een paar pizzabakkers en laat ze allemaal een paar dure pizza’s bezorgen bij de buurman. Tegenwoordig werkt die truc meestal niet meer, maar op internet kan het vaak nog wel. Als een site de mogelijkheid heeft om per acceptgiro te betalen, dan kun je in naam van een ander producten bestellen en laten bezorgen, zodat hij met de rompslomp zit. En als hij niet uitkijkt, met een incassobureau ook.

Die buurman riep destijds gewoon heel hard dat hij niks besteld had, waarna de bezorgers mopperend weggingen. Met de pizza’s uiteraard. Alleen, als het gaat om een ongevraagde toezending via internet, dan hebben we een bijzondere wettelijke regeling: die mag je houden en je hoeft niets te betalen.

Een maas in de wet? Je kunt tenslotte op die manier iets bestellen, en vervolgens de incasso afpoeieren door te zeggen dat je niets besteld hebt.

Even terug naar de basis. De winkel zal zeggen dat er toch echt een overeenkomst is gesloten en dat hij heeft geleverd. Dus betalen graag. De ontvanger zal zeggen dat hij niets besteld heeft en dus ook niet hoeft te betalen. De bewijslast ligt dan in eerste instantie bij de winkel: die stelt dat er een overeenkomst is, en dat moet hij dan maar bewijzen. Hij heeft dan een ingevuld webformulier, maar omdat hij met een acceptgiro werkte, is dat erg mager als bewijs dat de ontvanger ook werkelijk dat formulier heeft ingevuld.

Lukt de winkel dat toch, dan moet de ontvanger bewijzen dat hij niet degene was die het formulier heeft ingevuld. Dat kan ook lastig zijn natuurlijk. Is hij onder een ander account al klant bij die winkel, dan kan dat een aardig begin zijn voor zo’n bewijs.

Kan de winkel niet bewijzen dat er een overeenkomst is, dan is er dus geen overeenkomst.

In beide gevallen zal de winkel vervolgens stellen dat hij iets geleverd heeft zonder geldige reden, en dan kan hij dat terugeisen. Onverschuldigd betaald, noemen juristen dat. Artikel 6:203 BW. En daar heeft de ontvanger dus dat artikel 7:7 van het Burgerlijk Wetboek als tegenargument. Het was een niet door hem bestelde zaak (want er was geen overeenkomst), met het verzoek tot betaling van een prijs.

Wat nu?

In het recht geldt een algemene regel: speciale wet gaat boven algemene wet. Hier hebben we een algemene wet die zegt “terug als onverschuldigd betaald”, en een specifieke wet over het mogen houden van toegezonden zaken met een verzoek tot betalen. Die specifieke wet zou dan moeten winnen.

Bovendien is de bedoeling van die specifieke wet om de consument te beschermen tegen zomaar toegezonden artikelen. Het is moeilijk om het verschil te zien tussen een agressieve verkoopactie en een aflevering op grond van een door een grapjas aangegane bestelling. Dus ook daarom zou die specifieke wet de consument moeten beschermen in dit geval, zodat hij het artikel niet terug hoeft te geven.

Een slimme webwinkel laat de klant dus eerst betalen. Dan speelt deze hele discussie niet. De winkel heeft zijn geld, en de ontvanger van het product is óf blij met het bestelde, óf hij kiepert het in de vuilnisbak. Maar dat is niet meer de zorg van de winkel.

Arnoud