Studenten raken diploma kwijt na haperend online tentamentoezicht

| AE 12214 | Ondernemingsvrijheid | 36 reacties

Denk je jouw tentamen met een mooi cijfer gehaald te hebben, krijg je twee maanden later een mailtje van de universiteit dat het tentamen toch ongeldig is, omdat het online toezicht haperde. Zo opende de NOS vorige week over een incident bij de Erasmus Universiteit School of Law. Deze had proctoring ingezet bij een aantal tentamens, maar bleek achteraf de webcambeelden niet terug te kunnen kijken door een interne fout. Daardoor kunnen vermoedens van fraude niet worden geverifieerd, waardoor de tentamens nu alsnog ongeldig zijn verklaard. En ja, dan raak je dus ook je tentamen kwijt.

Ik weet niet wat de verjaringstermijn is van ongeldigverklaring van tentamens, maar bij mij zullen die angstdromen van ineens weer tentamen moeten doen dat wel blijven. Want ik deed het allemaal op papier, en fraudecontrole was een rondlopende meneer die door je wettenbundel bladerde.

Dat kan natuurlijk nu niet meer, vandaar die proctoringsoftware en de bijbehorende zoektocht naar de balans tussen privacy en betrouwbare tentamens. Omdat we vinden dat studenten hun privacy maar even moeten parkeren tot na hun bul, wordt op grote schaal proctoring ingezet. Maar geen zorgen: weliswaar word je het hele tentamen gefilmd en wordt alles gelogd dat je doet, alleen bij een vermoeden van fraude (zoals besloten door “het algoritme” van de proctoringleverancier) kan de universiteit de beelden gaan bekijken. En ze worden echt niet ingezet om het algoritme te verbeteren, dat staat in de verwerkersovereenkomst.

Oké ja ik doe alweer zakelijk. In ieder geval, het punt is dus dat je als universiteit een seintje krijgt en dan de beelden kunt bekijken: was iemand aan het hoesten of aan het overleggen? Keek iemand opzij omdat er werd gesouffleerd of moest ze even de ogen rusten? Dat controleert een mens, en zo hoort het ook lijkt me.

Alleen: als die beelden dan weg zijn, dan heb je een probleem. “Wat er precies is gebeurd en of het gaat om technische problemen of de verbinding, is niet duidelijk” maar het is niet mogelijk om nu te verifiëren wat er is geregistreerd. Mogelijk heeft de software de beelden niet kunnen uploaden, zo lees ik tussen de regels door, terwijl de studenten geen foutmelding over hun internetverbinding kregen.

Dit voelt wel erg cru en dat is het natuurlijk ook. Want je bent op deze manier echt overgeleverd aan de techniekleverancier, en jij krijgt een herkansing omdat die zijn zaakjes niet op orde heeft. Een analogie is moeilijk voorstelbaar, dat de menselijke proctor zijn bril kapot ging halverwege en toen niet meer de hele zaal kon overzien? Ga je daarvoor een tentamen ongeldig verklaren? Of hebben we daarvoor noodprocedures zoals een reservebril of een collega die het overneemt?

Ik denk dat de universiteit dit wel mag doen: er was een redelijk vermoeden van fraude en dat kon niet worden nagegaan. Dan heb je denk ik weinig keus anders dan het tentamen (voor die studenten dus) ongeldig verklaren. Maar ik zou als student nu wel de studievertraging gaan verhalen bij de technologieleverancier.

Arnoud

Studenten protesteren tegen tentamensoftware die beelden van hun huiskamer opslaat

| AE 11897 | Informatiemaatschappij, Privacy | 25 reacties

Kijk. Dit is dus wat ik gisteren bedoelde. “Studenten ervaren software voor online tentamens als een inbreuk op hun privacy”, meldde de Volkskrant onlangs. Schandalig, je moet tijdens tentamens iemand mee laten kijken via je webcam (én je mobiel die je op 3 meter afstand op je werkplek moet richten) zodat ze kunnen nagaan of je niet fraudeert. Dat is dus geen sterk verhaal, ondanks dat je de AVG erbij kunt halen want er zitten vast ergens bijzondere persoonsgegevens in beeld (niet gniffelen daar achterin) en oh ja er kijken algoritmes mee. Nee, hier is iets anders mis.

Sinds de coronacrisis zoekt iedereen naar manieren om op afstand te kunnen werken. Dat betekent vaak vanuit huis aan de slag, en communicatie gaat dan vaak met video want dat voelt handiger (of zo, ik ben zelf te ouderwets daarvoor). Ook bij studie of school, en dan wordt het gelijk ingewikkelder want daar moet getentamineerd of getoetst worden en daarbij ligt fraude op de loer.

De oplossing waar dan naar gegrepen wordt, is toezicht. Net als in de tentamenzaal immers. Dus je webcam aan, en om te voorkomen dat het hulpje dan achter je scherm gaat zitten (of er voor? in ieder geval, waar de webcam het niet ziet) moet er dan ook nog een opstelling met je telefoon gemaakt die dan een overzichtsbeeld geeft. En algoritmes analyseren dan de beelden op fraude-achtige signalen (iemand die door het beeld loopt, met name, of dat je opstaat) waarna je in aanmerking komt voor een extra onderzoek. Nee, word ik ook niet vrolijk van als ik mijn eigen studietijd met zulke tooling zou voorstellen.

Maar is het dan echt de beste koers om over je privacy te beginnen? Dat is dus precies wat ik gisteren bedoelde, waar het mis mee gaat met dat argument. Als je tentamen doet, moet je privacy maar even wijken, is het gemakkelijke tegenargument. In de tentamenzaal mag ook je boek geïnspecteerd en in de tas kijken bij enig vermoeden, daar moet je ook maar mee leren leven. Je wilt toch dat vak halen? Nou dan.

Het is vooral: die discussie leidt af van het werkelijke punt, dat de Volkskrant in een ander artikel aanstipte: het kan zo veel beter bij afstandsonderwijs:

Denk aan een toets waarbij een studieboek gebruikt mag worden (een openboektentamen), essays, mondelinge presentaties en ‘take home examens’, een test waarbij studenten enkele uren of dagen de tijd krijgen om een opdracht thuis uit te werken. … Geluk bij een ongeluk: dit zijn stuk voor stuk toetsen die zich lenen voor een ‘formatieve beoordeling’, waarbij het er niet om gaat of je slaagt of faalt voor een opdracht, maar je duidelijk wordt gemaakt waaraan je moet werken.

Cru gezegd: een universiteit die kiest voor digital proctoring, is lui en niet geïnteresseerd in zich aanpassen aan afstandsonderwijs. Als het onderwijs anders gaat, hoort ook de toetsing dat te worden. En dat de student dan op afstand allerlei hulpbronnen in kan zetten die hij in het zaaltje niet kan, dat is dan een gegeven waarmee je vertrekt bij je beoordelingsmethodologie. Dát zou de discussie moeten zijn, en niet hoe je toestemming voor proctoring vraagt of hoe je het beste iemands laptop inspecteert op overlegsoftware.

Arnoud