Verslag themamiddag netneutraliteit bij Economische Zaken

| AE 1843 | Ondernemingsvrijheid | 6 reacties

Afgelopen donderdag was ik dus bij die themamiddag netneutraliteit bij Economische Zaken in Den Haag. Zoals beloofd hierbij mijn verslag van de middag. Ik hoop dat jullie vragen hierin beantwoord worden šŸ™‚

De wetenschappelijke achtergrond kwam van Rudi Bekkers (Dialogic en TU/e). Hij beschreef zijn onderzoek van begin 2009 onder 20 belanghebbenden (6 ISP’s, 6 contentproviders, 3 vertegenwoordigers van end users, 5 technische experts). Als werkdefinitie werd aangehouden: de mate waarin het verschillend behandelen van internetverkeer toelaatbaar wordt geacht. Het rapport bespreekt motieven om dit te doen, gedragingen waarmee dit gebeurt en effecten die dit heeft.

Er zijn kortweg vier categorieƫn van motieven:

  1. beveiliging,
  2. schaarste,
  3. business,
  4. morele principes
Blokkeren van bv. DoS-aanvallen die via jouw systemen lopen, is een beperking van netneutraliteit, maar een dergelijke wordt algemeen gezien als een acceptabele. Bij ingrijpen op grond van schaarste (bv. bij mobiel internet) wordt het al iets discutabeler: mag KPN bij mijn HSDPA-abonnement het streamen van video beperken als blijkt dat de accesspoints regelmatig verstopt raken door video?

De echte discussie gaat over de businessmotieven, en dan met name prijsdifferentiatie. Een provider zou kunnen besluiten dat VoIP-diensten alleen tegen meerprijs beschikbaar komen.

Vervolgens beschreef staatssecretaris Van Heemskerk de Nederlandse (en Europese) insteek dat beperkingen en keuzes op diensten in ieder geval transparant en duidelijk moeten zijn. Bovendien moeten gebruikers makkelijk kunnen switchen van dienstverlener. Het telecomspackage (met inderdaad dat amendement 138) zou hier juridische handvatten moeten geven die van pas zullen komen als blijkt dat de marktwerking onvoldoende is.

Michel van Eeten (TU Delft) sprak over de problemen bij de bescherming van publieke belangen zoals innovatie, concurrentie, keuzevrijheid en vrije meningsuiting. Hij kwam met drie prikkelende stellingen:

  1. het debat gaat niet over voor of tegen bepaalde waarden; het gaat om de afweging van die waarden
  2. het gaat niet over bedrijven versus consumenten; voor beiden zijn er risico’s
  3. welke opvatting uiteindelijk in de wet terecht komt, de kans is reƫel dat deze contraproductief blijkt te werken.

Daarna nam Taylor Reynolds (OECD) het woord. Het OECD rapport over netneutraliteit kostte ruim twee jaar om te maken – men had consensus van meer dan dertig landen nodig namelijk. Belangrijk punt uit deze consensus is dat ‘traffic shaping’ op zichzelf een goed iets kan zijn, mits het maark consumentenrechten beschermt en innovatie dient. Het debat is dus niet langer over Ć³f er gefilterd/gecontroleerd/geknepen mag worden maar wanneer.

Reynolds’ lezing gaf een overzicht van hoe cappen van dataverkeer op diverse plaatsen ter wereld werkt. Marktwerking blijkt belangrijk, zo zijn afsluitkosten in Korea verdwenen nadat een aantal providers reclame maakten met “wij betalen uw afsluitkosten als u overstapt naar ons”. (In NL zijn afsluitkosten gewoon verboden, ook een manier.)

Bijzondere aandacht verdienen de mobiele markten. Daar blijkt veel vaker gefilterd of afgeknepen te worden dan in de ‘vaste’ markten. Hier is de eis van transparantie en makkelijk kunnen switchen dus nog veel belangrijker. In de afsluiting pleitte Reynolds nog voor duidelijke regels vooraf door instanties als NMa of OPTA.

Het laatste deel van de middag was een paneldebat. Frode Sorenson pleitte in zijn vijf minuten inleiding voor het bewaren van het open Internet: “Traffic should not be discriminated”. De gebruiker moet beslissen wat er mag met de internetverbinding, niet de provider. In Noorwegen is om dit te bereiken met “zachte regulering” gewerkt. Overleg tussen de toezichthouder en de providers heeft geleid tot een vrijwillige overeenkomst waarin “geen degradatie, geen blokkades en niet afknijpen” centraal staan. Deze zaken mogen alleen in specifieke uitzonderingsgevallen (bv. bij dreigende schade op het netwerk of wanneer dit technisch noodzakelijk is voor een goede werking van netwerk of applciaties).

Alex Blowers van de Engelse toezichthouder OFCOM sprak over de problemen van switchen in het Verenigd Koninkrijk. Kunnen switchen is een belangrijk onderdeel van netneutraliteit, want met een beetje gelukt zorgt de vrije marktwerking er dan voor dat het aanbod neutraler en consumentvriendelijker wordt.

Als laatste nam Martijn van Dam het woord. Hij stelt consumentenvrijheid voorop. Het gaat immers om burgerrechten, betoogt hij, want mensen moeten de vrijheid hebben om te communiceren zoals zij willen. Providers horen “ons burgers” niet te blokkeren daarbij. Blokkeren van communicatie mag nooit – providers moeten alleen doorgeefluik zijn. En de overheid moet hierbij regels stellen om te zorgen dat dit werkelijkheid wordt.

Vervolgens vroeg Michel van Eeten waarom Van Dam dan een iPhone had gekocht. (Niet helemaal eerlijk, maar wel grappig.)

Na een verder wel aardige maar niet heel opvallende discussie was het in de toch wel erg hete zaal tijd voor een borrel.

Arnoud

Deel dit artikel

  1. “Kunnen switchen is een belangrijk onderdeel van netneutraliteit, want met een beetje gelukt zorgt de vrije marktwerking er dan voor dat het aanbod neutraler en consumentvriendelijker wordt” Dat is wel erg na?ef als je het mij vraagt. Zie alleen al UPC vorige week, en dat betreft niet eens een mobiele aanbieder. Nee. Van de vrije marktwerking zal je het niet hebben.

    Ow, en hahaha @ Martijn van Dam.

  2. Arnoud,

    Frode gaf in zijn presentatie aan, dat in Noorwegen niet alle providers bij de afspraak zijn betrokken maar de grote aanbieders.

    Daarnaast is er in het Noorse protocol een mogelijkheid verkeer te definieren waardoor het buiten de afspraak valt. Als je als aanbieder een 1:1 deal sluit met een grote content aanbieder viel dat buiten het wolkje waarmee (ook hier weer) internet wordt voorgesteld. Daar was een vraag over, maar het antwoord daarop was suboptimaal.

  3. In artikel 7.2a van de Telecommunicatiewet staat dat je na het eerste jaar te allen tijde kosteloos mag opzeggen. http://lexius.nl/telecommunicatiewet/artikel7.2a Opzegkosten zijn dus niet toegestaan ongeacht welk labeltje erop geplakt wordt. Alleen binnen het eerste jaar mag er een vergoeding voor opzegging worden gevraagd, maar dan moet die redelijk zijn om gemaakte kosten of gederfde winst van de provider te dekken.

  4. Imho is de enige echt toelaatbare methode het positief discrimineren van verkeer: als er bij een bepaalde router een VOIP-pakket aankomt mag deze best naar voren in de queue, maar dan niet zo dat ander verkeer gedropt wordt. Als men een virtual circuit-achtige methode zou kunnen gebruiken om binnen een netwerk een hoeveelheid bandbreedte te ‘reserveren’ voor bijvoorbeeld VOIP, dan lijkt me dat dus wel een goed idee, mits geimplementeerd met een Weighted Fair Queuing-achtige methode (in het kort, Fair Queuing berekent in welke volgorde de pakketten geheel verzonden zouden zijn op het moment dat een bit-voor-bit methode gebruikt wordt. WFQ is een variant hierop die een gewicht aan bepaalde soorten verkeer gehangen kan worden). Met deze methode zou men een heel eind moeten komen. Preventief ‘throttlen’ moet wat mij betreft niet toegestaan worden.

    Maargoed, misschien is dit niet geheel de juiste plek om idee?n te spuwen.

    Hoe dan ook, bedankt voor het verslag.

Laat een reactie achter

Handige HTML: <a href=""> voor hyperlinks, <blockquote> om te citeren en <em> en <strong> voor italics en vet.

(verplicht)

Volg de reacties per RSS