Per wanneer geldt de wet-Van Dam voor bestaande contracten?

| AE 2703 | Informatiemaatschappij | 96 reacties

Op 1 december treedt de “wet-Van Dam” in werking: contracten en abonnementen mogen niet meer stilzwijgend verlengd worden met een jaar. Als een contract na 1 december stilzwijgend verlengd wordt, geldt daarbij een opzegtermijn van één maand. Dit zal veel stof doen opwerpen, met name wat er gebeurt met bestaande contracten die nog vermelden dat er met een jaar verlengd wordt.

In deze gastbijdrage licht professor Marco Loos, hoogleraar Privaatrecht, in het bijzonder Europees consumentenrecht, aan de Universiteit van Amsterdam, toe waarom de wet-Van Dam óók per 1 december geldt op bestaande contracten.

Update (2 oktober) Zoals beloofd: onze factsheet over de Wet Van Dam met concrete uitleg over de nieuwe regels over stilzwijgende verlenging.

Na langdurige parlementaire behandeling treedt vanaf 1 januari 2012 de zogenaamde wet-Van Dam in werking.1 Deze wet beoogt de stilzwijgende verlenging van lidmaatschappen van verenigingen, abonnementen en overige overeenkomsten aan banden te leggen. De wet is het resultaat van een initiatief-wetsvoorstel van het kamerlid Van Dam en het voormalig kamerlid Crone.2

De inwerkingtreding van de nieuwe wet is voorwerp van uitgebreide bespreking gebleken. Artikel III van de wet bepaalt dat de wet met ingang van de eerste dag van de dertiende kalendermaand na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst. De wet is opgenomen in het Staatsblad van 30 november 2010. De dertiende kalendermaand na die datum is december 2011. Dat zou betekenen dat de wet vanaf 1 december 2011 in werking treedt.3 De wet bevat verder geen uitdrukkelijke bepaling over de toepasselijkheid ervan op bestaande overeenkomsten.

Dat lijkt mee te brengen dat het overgangsrecht bepaald wordt door de Overgangswet NBW.4 Met betrekking tot het lidmaatschap van verenigingen bepaalt art. 45 Overgangswet NBW dat ten aanzien van op het moment van inwerkingtreding al bestaande verenigingen, de wet niet van toepassing is op feiten die zijn voorgevallen voordat 3 jaren zijn verstreken na de inwerkingtreding. Ten aanzien van de algemenevoorwaardenregeling bepaalt art. 191 Overgangswet NBW dat afdeling 6.5.3 BW op algemene voorwaarden die op het tijdstip van inwerkingtreding van de wet reeds door een partij in haar overeenkomsten wordt gebruikt, pas van toepassing wordt nadat een jaar is verstreken na de inwerkingtreding van de wet. Hetzelfde geldt voor al bestaande algemene voorwaarden die na de inwerkingtreding van de wet worden gewijzigd.

Naar verluid stelt het Ministerie van Veiligheid en Justitie zich op het standpunt dat deze bepalingen ook van toepassing zijn op de Wet-Van Dam.5 Art. 45 Overgangswet NBW heeft, zo deze bepaling al van toepassing is op de te vermelden informatie, feitelijk geen betekenis, omdat moeilijk denkbaar is dat de voor nieuwe leden wel van 1 december 2011 verplicht te vermelden informatie afgeschermd zou kunnen worden voor oude leden.

Dat ligt anders voor bestaande abonnementen: als de Overgangswet inderdaad van toepassing zou zijn, betekent dat voor al gesloten overeenkomsten een beding waarmee een abonnement op een tijdschrift stilzwijgend verlengd wordt met meer dan 3 maanden, nog tot en met 30 november 2012 niet zonder meer verboden is.6 Als de algemene voorwaarden van de uitgever bijvoorbeeld bepalen dat het abonnement jaarlijks op 1 september stilzwijgend met een jaar wordt verlengd, is dat beding in 2012 nog effectief. Pas bij de nieuwe verlenging, per 1 september 2013, gaat het dan om een onredelijk bezwarend beding (art. 6:236 sub p BW).

De vraag rijst of de toepassing van de bepalingen van de Overgangswet in dit geval wel juist is. Dat is niet het geval wanneer de nieuwe wet (hier: de Wet-Van Dam) zelf regelt wat het overgangsrechtelijke regime is, want dan gaat die regeling natuurlijk als lex specialis voor. Artikel III van de Wet-Van Dam gaat uitdrukkelijk uit van uitgestelde werking met ruim een jaar. Daarmee lijkt verdedigbaar dat het artikel niet alleen de inwerkingtreding regelt, maar ook ter vervanging van het overgangsrecht dient. Is dat het geval? De artikelgewijze toelichting bij het oorspronkelijke wetsontwerp lijkt in eerste instantie op het tegendeel te wijzen. Deze stelt letterlijk:

“Deze wijziging voorziet niet in overgangsrecht. Daardoor is deze wijziging ook van toepassing op reeds gesloten overeenkomsten.”7

De toepassing van de wet op bestaande overeenkomsten is echter wel degelijk voorwerp van discussie geweest. In het oorspronkelijke wetsvoorstel werd bepaald dat de wet in werking zou treden “met ingang van de eerste dag van de derde kalendermaand na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.”8 De Raad van State stelde daarop dat het wetsvoorstel in die vorm gebruikers van algemene voorwaarden slechts twee tot drie maanden de gelegenheid laat tot aanpassing. De Raad vervolgt:

“Nu de looptijd van overeenkomsten als de onderhavige veelal een jaar is, en nu artikel 191 Overgangswet Nieuw BW het Nieuw BW (eerst) na een jaar van toepassing verklaarde op algemene voorwaarden die ten tijde van de inwerkingtreding waren overeengekomen, adviseert de Raad de termijn tot een jaar te verlengen, dan wel een overgangsbepaling in de Overgangswet Nieuw BW op te nemen waarmee wordt voorzien in een overgangsperiode van een jaar.”9

In reactie daarop hebben Crone en Van Dam

“het wetsvoorstel zodanig aangepast, dat voorzien is in een overgangstermijn van een jaar.”10

In de aangepaste Memorie van Toelichting wordt het aangepaste Artikel III als volgt toegelicht:

“Deze wijziging voorziet niet in overgangsrecht. De wet zal namelijk in werking treden met ingang van de eerste dag van de dertiende kalendermaand na de uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst. Dit geeft betrokkenen een jaar de tijd om zich aan de nieuwe bepalingen aan te passen, hetgeen overgangsrecht overbodig maakt.”

Met de gewijzigde datum van inwerkingtreding hebben Crone en Van Dam ” op advies van de Raad van State ” dus aan de gebruikers van algemene voorwaarden een termijn van een jaar willen geven om hun algemene voorwaarden aan de nieuwe wettelijke regeling aan te passen. Dit uitgangspunt is vervolgens tijdens de parlementaire behandeling van het wetsvoorstel ook niet bestreden.

Het lijkt dan ook in strijd met de uitdrukkelijke bedoeling van de wetgever om na de uitgestelde werking van een jaar, aan de uitgevers op basis van het overgangsrecht een extra termijn van een jaar toe te kennen. Het moge zo zijn dat gezien het ontbreken van een aanpassing van art. 191 Overgangswet NBW deze wet zich verzet tegen directe toepasselijkheid van de nieuwe bepalingen van de zwarte en grijze lijst op bestaande abonnementen. Niets verzet zich echter tegen anticiperende interpretatie van art. 6:233 sub a BW. Sterker nog: gezien de onmiskenbare bedoeling van de wetgever lijkt mij een dergelijke anticiperende interpretatie nogal voor de hand liggen.

Noten<br/>

  1. Wet van 26 november 2010, houdende wijziging van Boek 2 en Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek (stilzwijgende verlenging en opzegtermijn bij lidmaatschappen, abonnementen en overige overeenkomsten), Stb. 2010, 789.
  2. Voorstel van wet van de leden Crone en Van Dam houdende wijziging van Boek 2 en Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek (stilzwijgende verlenging en opzegtermijn bij lidmaatschappen, abonnementen en overige overeenkomsten), Bijl. H.TK. 2005-2006, 30520, nrs. 1-3.
  3. Deze datum lijkt te berusten op een fout bij het Ministerie van Veiligheid en Justitie. Volgens kabinetsbeleid kan wet- en regelgeving in beginsel slechts op twee momenten in het jaar in werking treden: op 1 januari en op 1 juli. Bedoeling hiervan is het voorkomen van overmatige administratieve lasten voor het bedrijfsleven, zie Bijl. H.TK. 2006″2007, 29 515, nr. 181. De Staatssecretaris van (toen nog) Economische Zaken heeft de indiener van het wetsvoorstel verzocht eraan mee te werken dat de wet op een van die data in werking zou treden, zie Bijl. H.TK. 2009″2010, 30 520, nr. 18, p. 6. De indiener van het wetsvoorstel heeft in reactie op vragen van de Eerste Kamer laten weten hieraan mee te willen werken door een gerichte plaatsing in het Staatsblad, zie Bijl. H.EK. 2009″2010, 30 520, nr. C, p. 6. Met de aanvaarding van het wetsvoorstel door de Eerste Kamer op 5 oktober 2010 en de formele ondertekening van de wet door het staatshoofd op 26 november 2010 leek de gewenste datum van inwerkingtreding ook geen probleem op te zullen leveren. Door de plaatsing van de wet in het Staatsblad van 30 november 2010 in plaats van het eerstvolgende nummer van het Staatsblad is de datum van inwerkingtreding echter 1 december 2011 in plaats van 1 januari 2012 geworden.
  4. Wet van 3 april 1989, Stb. 1969, 167, zoals nadien gewijzigd.
  5. Zie ook de door B. Wessels, “Overgangsrecht in ontwikkeling”, NTBR 2001/1, p. 44, geciteerde opmerkingen in de brief van het Ministerie van (thans) Veiligheid en Justitie van 11 mei 1999: “De Ow bestrijkt (uiteraard) aanvullingen van de Boeken 3-8. De Ow bestrijkt echter ook wijzigingen van reeds bestaande bepalingen uit deze Boeken.

  6. Het is uiteraard niet uitgesloten dat een dergelijk beding bij toetsing aan de open norm van art. 6:233 sub a BW alsnog onredelijk bezwarend wordt geoordeeld.
  7. Bijl. H.TK. 2005″2006, 30 520, nr. 3, p. 6.
  8. Zie art. III van het oorspronkelijke ontwerp, Bijl.H.TK. 2005″2006, 30 520, nr. 2.
  9. Bijl. H.TK. 2005″2006, 30 520, nr. 4, p. 5.
  10. Idem.

Deze bijdrage is ontleend aan een eind dit jaar te verschijnen redactioneel artikel voor het Tijdschrift voor Consumentenrecht en handelspraktijken.

Deel dit artikel

  1. Dat slaat op wat ik als ‘reflexwerking’ omschreef. Hierover blogde ik in maart: Wanneer kan een bedrijf aanspraak maken op consumentenrecht?

    De jurisprudentie zegt dat het moet gaan om een ondernemer die zich materieel niet van een consument onderscheidt en die in de uitoefening van beroep of bedrijf overeenkomsten sluit die buiten het gebied liggen van zijn eigenlijke professionele activiteit.

    Het is dus geen automatisme. Een ZZP’er die het juridisch beroep beoefent, zal niet snel reflexwerking kunnen claimen als het gaat om een bepaling in algemene voorwaarden voor een abonnement op een vaktijdschrift. Daar moet ie gewoon verstand van hebben. Een zelfstandig werkend klusjesman kan in die situatie wellicht wél reflexwerking claimen.

  2. @Charles: Cursussen en opleidingen worden meestal niet stilzwijgend verlengd, toch? De Wet Van Dam geldt alleen bij stilzwijgende verlenging. Als je je elk jaar opnieuw moet inschrijven is geen sprake van “stilzwijgend” en dus geldt de wet niet.

    Een cursus waarbij je elke maand een les krijgt tot wederopzegging, is na het eerste jaar per maand opzegbaar.

  3. Er zijn opleidings-instituten die opleidingen via Internet aanbieden. PluralSight biedt b.v. dergelijke opleidingen aan, waarbij de klant wat voorbeeld-bestanden krijgt plus een cursus op video waarin met slideshows en voorbeelden een leraar uitleg geeft over een bepaald onderwerp. Ik volg daar momenteel een cursus van. 🙂 In mijn profiel zit gelukkig een knopje waarmee ik automatische verlenging mee uit kan zetten. Dat scheelt dan weer $49,95 per maand. Maar eigenlijk wordt het dus stilzwijgend verlengd omdat je die optie toch even in je profiel moet zoeken. Ik ben dan ook benieuwd of er bedrijven zij die een dergelijke cursus voor medewerkers hebben aangevraagd en die vervolgens “vergeten” dat het abonnement automatisch verlengt wordt.

    Maar ja, dat is B2B en geen consumenten-zaak…

    Ik denk dat ik mijn werkgever nu maar geld ga besparen en dat vinkje uit zet. 🙂

  4. @Arnoud Engelfriet: bedankt voor je reply. Je hebt toch wel opleidingen waarvoor je je inschrijft voor de gehele duur van de (meerjarige) opleiding. Bijv. thuisstudies. Je hoeft je dan niet jaarlijks (opnieuw) in te schrijven, maar het contract wordt tegelijkertijd ook niet automatisch verlengd. Als student ga je dan wel een lange termijn overeenkomst aan. Zou je dan na een jaar de mogelijkheid moeten hebben om maandelijks op te zeggen?

  5. @Arnoud, even een andere situatie… Stel, je neemt een abonnement op een internet-service en je komt twee weken erna onder de bus en daarna in een coma. En dat voor meerdere maanden, zoniet nog langer. Hierdoor kun je je niet afmelden wegens bijzondere omstandigheden van die service en je familieleden zijn niet op de hoogte van dit abonnement en denken er dan ook niet aan om deze per direct weer te stoppen omdat je hem voorlopig niet meer zal gebruiken. Ofwel, de teller loopt door voor maanden, mogelijk zelfs jaren.

    Kun je dan later je abonnementskosten terugeisen over al die tijd of een gedeelte ervan? En situatie 2, het loopt uiteindelijk fataal af dus kunnen de nabestaanden het abonnementsgeld terugeisen?

    Hoe zit het overigens met getrouwde mensen en samenwonende mensen die een betaalrekening delen, waarbij de een een abonnement aangaat en de ander deze weer opzegt? De betaalrekening is van beiden, dus zouden eigenlijk beiden hun toestemming moeten geven.

  6. @Arnoud, de reparatiewet van de abonnementenwet zal door de Eerste Kamer inhoudelijk worden behandeld en dat is goed, al was het maar omdat er dan eindelijk duidelijkheid kan komen over de status van op 1 december 2011 al lopende stilzwijgend verlengde abonnementen.

    Van Dam schrijft in zijn memorie van toelichting dat hij zeker wil weten dat de nieuwe regels ook op bestaande algemene voorwaarden van kracht worden. Hij schrijft niet dat hij ook abonnementen die al voor 1 december met meer dan 3 maanden stilzwijgend zijn verlengd per direct vernietigbaar/opzegbaar wil maken. Met zijn reparatiewet, die art. 191 NBW buiten toepassing moet verklaren regelt hij dit volgens mij ook niet. Had hij dit ook willen regelen, dan had hij in zijn reparatiewet naast art. 191 ook artikel 79 overgangswet NBW buiten toepassing moeten verklaren. Dit artikel luidt:

    Tenzij anders is bepaald, wordt een rechtshandeling die is verricht voordat de wet daarop van toepassing wordt, niet nietig of vernietigbaar ten gevolge van een omstandigheid die de wet, in tegenstelling tot het tevoren geldende recht, aanmerkt als een grond van nietigheid of vernietigbaarheid.

    Met andere woorden: rechtshandelingen die al zijn afgerond voordat de wet wijzigt zijn onaantastbaar geworden. Wel worden algemene voorwaarden die niet in overeenstemming zijn met de nieuwe wet per 1 december vernietigbaar. Dat zou bijvoorbeeld gelden voor een te lange opzegtermijn; wordt een opzegtermijn in algemene voorwaarden niet aangepast aan de nieuwe wet, dan behoeft de abonnee geen opzegtermijn in acht te nemen. Is er sprake van een abonnement voor onbepaalde tijd, dan kan de abonnee dat per direct beeindigen, is het abonnement voor bepaalde tijd, dan kan de opzegging tot de laatste dan van het abonnement worden gedaan.

    De consequentie van dit alles is dat voor 1 december 2011 afgesloten abonnementen wel degelijk mogen ???uitfaseren’ en dat de Abonnementenwet dus géén terugwerkende krachtheeft; de wet raakt dus niet reeds voor 1 december 2011 rechtsgeldig afgesloten of verlengde abonnementen, of de reparatiewet nu wordt aangenomen of niet.

    Ik ben benieuwd naar jouw visie op het bovenstaande.

    Een uitgebreide onderbouwing van dit standpunt vind je in dit zeer heldere artikel van Otto Volgenant (Kennedy van der Laan): http://www.mediareport.nl/mediaregulering/17112011/abonnementenwet-inwerkingtreding-per-1-december-2011-maar-geen-terugwerkende-kracht/nl/

  7. Ik blijf het hoogst merkwaardig vinden dat een wet die overgangsrecht regelde in 1989, zou gelden op een wet in 2011. Maar goed.

    Deze interpretatie gaat me zó in tegen de uitdrukkelijke (maar rommelig geformuleerde) wens van de wetgever dat ik er heel veel moeite mee blijf houden.

    Wellicht dat de rechter in concrete gevallen dit ook heeft, en dan bv. via de open norm uit 6:234 BW een stilzwijgende verlenging met 12 maanden zonder tussentijds opzeggen alsnog onredelijk bezwarend acht. Dat mag; de grijze/zwarte lijsten zijn niet uitputten en je mag ze niet omgekeerd toepassen (“Het staat er niet op dús is het redelijk”).

    Otto’s suggestie van kamervragen om dit te corrigeren kan ik alleen maar toejuichen.

  8. @Miranda Maasman: In de korte aantekeningen van 8 november van de vaste commissie voor Veiligheid & Justitie staat te lezen over reparatiewetje 32 884: “De staf heeft vernomen dat dit laatste wetsvoorstel spoedeisend is. Zonder tegenbericht van de leden zal op 15 november blanco eindverslag worden vastgesteld. Afdoening als hamerstuk is dan voorzien op 22 november.” In de korte aantekeningen van 15 november staat: “De commissie besluit wetsvoorstel 32 884 (stilzwijgende verlenging en opzegtermijn bij lidmaatschappen, abonnementen en overige overeenkomsten) – dat op de termijnbrief stond – op 22 november 2011 te agenderen voor voorbereidend onderzoek.” Ik maak hieruit op dat er geen blanco eindverslag zal worden opgesteld. Het voorstel kan dan op zijn vroegst op 29 november plenair behandeld worden. Om het wetsvoorstel op 1 december in werking te laten treden moet de wet op 30 november in het Staatsblad geplaatst worden. Kortom een krappe planning waarvan ik mij afvraag of die gehaald gaat worden.

    Als het reparatiewetje later in werking treedt dan de wet-Van Dam wordt de onduidelijkheid volgens mij alleen maar groter. Stel dat het reparatiewetje op 1 januari 2012 in werking treedt i.p.v. op 1 december 2011. In dat geval zou de wet-Van Dam niet gelden voor overeenkomsten die voor 1 december reeds bestonden en tussen 1 december en 31 december stilzwijgend verlengd worden. Voor reeds bestaande overeenkomsten die vanaf 1 januari stilzwijgend verlengd worden zal de wet-Van Dam dan wel gelden. Het zou beter zijn geweest als in het reparatiewetje bepaald was dat dit wetje terugwerkt tot 1 december 2011. Hoewel men hiermee terughoudend moet zijn is terugwerkende kracht in dit geval redelijk. De wet is vorig jaar al in het Staatsblad gepubliceerd. Ondernemers hebben dus tijd genoeg gehad om hun algemene voorwaarden aan te passen.

  9. Vraag: Als ik het artikel en reacties goed begrijp kan ik mijn sportschool abonnement welke per 1 december 2011 stilzwijgend zou worden verlengd met 6 maanden nu met 1 maand opzegtermijn volgens de nieuwe wetgeving per 1 januari 2012 kunnen beeindigen i.p.v. er nog 6 maanden aan vast te zitten? Klopt mijn conclusie?

  10. Heel vreemd, toch ben ik benieuwd hoe sommige juristen bij het idee komen om deze oude overgangswet aan te halen. Uitgangspunt in het overgangsrecht is naar mijn idee namelijk dat een regeling onmiddellijke werking heeft (ook op bestaande rechtsposities en -verhoudingen) tenzij uitdrukkelijk anders vermeld is. Mede gezien de uitdrukkelijke bedoelingen van de wetgever ben ik dan ook geneigd te zeggen dat vanaf a.s. donderdag de nieuwe regelgeving ook op de bestaande rechtsverhoudingen van toepassing is (lees: een ieder kan hun verlengde overeenkomst van voor 1 december 2011 opzeggen met ten hoogste één maand opzegtermijn).

  11. Wij hebben op 22 november 2011 ons anwb abbonnement opgezegd, zij geven dat dit had dienen te gebeuren voor 15 november. Nu dit niet het geval is is ons contract automatisch verlengd tot 31 december 2012. Als ik bovenstaand stuk goed begrijp mogen ze dit helemaal niet en mogen ze maximaal een opzegtermijn van 1 maand hanteren klopt dit?

  12. Op de site van de rijksoverheid staat het volgende:

    http://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/consumentenzaken/vraag-en-antwoord/mogen-abonnementen-stilzwijgend-verlengd-worden.html

    Mogen abonnementen stilzwijgend verlengd worden?

    Nieuwe abonnementen mogen vanaf 1 december 2011 niet meer stilzwijgend worden verlengd. Voor bestaande abonnementen gelden de nieuwe regels over stilzwijgende verlenging en opzegtermijnen vanaf 1 december 2012. De nieuwe regels zorgen er onder andere voor dat u in de toekomst minder lang aan een verlenging van een abonnement vastzit. En dat u sneller kunt opzeggen.

    Dit staat haaks op de destijds aangepaste Memorie van Toelichting van Crone en Van Dam

    ???Deze wijziging voorziet niet in overgangsrecht. De wet zal namelijk in werking treden met ingang van de eerste dag van de dertiende kalendermaand na de uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst. Dit geeft betrokkenen een jaar de tijd om zich aan de nieuwe bepalingen aan te passen, hetgeen overgangsrecht overbodig maakt.???

  13. Het probleem is dat de opvatting van Van Dam ondertussen “ook maar een mening” zijn. Hij kan niet in zijn eentje (meer) bepalen hoe zijn wet opgevat moet worden. De enige in de wetgevende macht die nu nog concreet iets kan doen is de minister, in antwoord op Kamervragen. Maar in de praktijk ligt de bal nu bij de rechter, tenzij Van Dam met een nieuwe reparatiewet komt natuurlijk.

  14. Volgens mij is het duidelijk dat voor nieuwe abonementen de regel vanaf 1 december geld. Vanaf dan heb je een maand opzeg termijn. Maar nergens kan ik terug vinden of dit ook per 1 december geld voor bestaande abonementen. Voor de zekerheid heb ik per 1 december me sport abonement stopgezet. Ik heb nu nog een maand de tijd om uit te vinden of ik dan ook per 1 januari mag stoppen met betalen.

  15. Deze hele discussie hier was te verwachten. Als je ziet hoe weinig ruchtbaarheid er door de overheid aan is gegeven en de informatie die ze verstrekken spoort ook nog niet met de regels van de wet uitgelegd door van Dam zelf. Zie http://www.consuwijzer.nl en http://www.rijksoverheid.nl. Dat zijn toch die informatiebronnen die de consumenten moeten kunnen gebruiken om bijvoorbeeld naar een sportschool te stappen om de overeenkomst te kunnen beëindigen.

    Nu is het precies andersom. De consument heeft totaal geen munitie om zijn gelijk aan te tonen. Sterker nog de sportscholen gebruiken de munitie die op http://www.consuwijzer.nl en http://www.rijksoverheid.nl staat.

    Op de site van de bekende Basic fit staat bijvoorbeeld:

    Wet van Dam Vanaf 1 december is de Wet van Dam van kracht voor nieuw af te sluiten overeenkomsten. De wet is niet van kracht op reeds lopende overeenkomsten. De reparatiewet die dit mogelijk dient te gaan maken is nog niet aangenomen in de Eerste kamer. Voor meer informatie aangaande de wet van Dam verwijzen wij u naar de websitewww.consuwijzer.nl.

    Goede wet, maar zeer slechte en ook nog verkeerde communicatie door de overheid zelf. Trek dit zo snel mogelijk recht en veel problemen zijn opgelost.

  16. hallo,

    Op 3 december heb ik een 2 jaar contract getekend bij de sportschool. Nu weet ik dat ik na 1 jaar kan opzeggen maar de verkoper vertelde me dat ik dan de korting moest terug betalen als soort van boete clausule. Het gaat om dat ik nu 50 euro per maand betaal bij 2 jaar en bij 1 jaar betaal je 60 euro. Dus als ik nu na 1 jaar opzeg moet ik die 10 euro x 12 maanden =120 euro terug betalen als boete omdat ik anders van de korting heb gebruikt.

  17. Arnoud,

    De link in het epistel van prof. mr. M. Loos en de link in uw factsheet bieden tegenstrijdige informatie, de link (prof. mr. M. Loos) welke verwijst naar informatie voor bedrijven heeft het over 1-12-2011, de link (factsheet) welke verwijst naar informatie voor de consument heeft het over 1-12-2012, voor wat de ‘overgangsregeling’ aangaat. Is inmiddels bekend op grond van welke informatie betreffende art. 191 Overgangswet NBW Martijn van Dam zijn reparatiewet op hold heeft geplaatst?

  18. @w.peperstrate: De Veronica uitgeverij past de wet Van Dam toe voor abonnementen die na 1-12-2011 afgesloten of verlengd worden. Zie hun algemene voorwaarden artikel 4.3: http://www.veronicamagazine.nl/Algemene-voorwaarden.html.

    Het Veronicamagazine wordt trouwens niet door de Vereniging Veronica uitgegeven maar door de Veronica uitgeverij. Deze uitgeverij is echter niet meer in handen van de Vereniging Veronica maar van SBS. Wel zijn lezers van het Veronicamagazine automatisch lid van de Vereniging Veronica. Zie http://nl.wikipedia.org/wiki/Veronica_Magazine. Dus volgens mij zijn ze inderdaad verplicht om de wet Van Dam toe te passen.

  19. Ja, die verlenging is rechtsgeldig want de reparatiewet die dit zou veranderen is niet behandeld in de eerste kamer, dus nooit van kracht geworden. Met andere woorden: alle abonnementen die voor 1 december 2011 al liepen moeten worden uitgediend, en de nieuwe regels gelden dus niet voor op 1 december 2011 lopende abonnementen zoals het jouwe. Zie ook http://www.consuwijzer.nl. Misschien zijn trouwens de algemene voorwaarden van kracht van branchevereniging Fit!vak, dan is het volgens mij anders. Je zou eens kunnen kijken of jouw sportschool daar lid van is en zo ja, wat er precies in die voorwaarden staat.

  20. @Arnoud Consumentvriendelijkheid is goed, en veel uitgevers komen abonnees ook al lang volop tegemoet. Maar toch is er wat mij betreft te weinig aandacht voor de bedrijven die abonnementen aanbieden, die bijvoorbeeld drukcapaciteit inkopen en advertentieruimte (op basis van een bepaald aantal abonnees). Zij moeten kunnen vertrouwen op de formele datum van inwerkingtreding (waarom wordt die anders vastgesteld) en op de officiële communicatie vanuit ministeries en de toezichthouder. Het rechtszekereidsbeginsel en legaliteitsbeginsel, je kent ze wel.. Wat mij betreft zijn die beginselen gewoon van toepassing op deze wet.

  21. Ik heb een vraag. Ik ben sinds september 2010 lid van een sportschool. Fit for free. Dit was een jaar abonnement dus tot september 2011. Dit hebben zij met 1 jaar stilzwijgend verlengd. Ik was in de veronderstelling dat met de wet van Dam ik vanaf 2012 maandelijks op kon zeggen. Iets wat ook op de website van FFF stond. Namelijk: Je tekent een jaarcontract, maar je abonnement is na het verlopen van dat jaar maandelijks opzegbaar. Ik heb opgezegd in de laatste week van januari 2012. Nu krijg ik deze week een brief binnen waarin staat dat ik heb opgezegd en dat mijn abonnement stopt per september 2012. Toen ik hierop weer keek op hun website stond er opeens dit achter: Let op: dit geldt alleen voor lidmaatschappen met een verlengingsdatum die na 1 december 2011 ligt. Alle lidmaatschappen die voor 1 december 2011 nog met een jaar verlengd zijn, zijn pas na afloop van dat jaar per maand opzegbaar. Ik weet zeker dat dit niet op de site stond toen ik opzegde maar dat kan ik natuurlijk niet bewijzen. Nu is mijn vraag klopt dit? Staan zij in hun recht of ik?

  22. Mijn verhaal lijkt een beetje op die van Sabine. Maar ook ik zit met een vraag. Ik ben sinds 8 april 2011 lid van een sportschool. Zij vertelden mij dat ik een contract sluit van een jaar en dat het na die jaar maandelijks opzegbaar is. Nu wilde ik mijn contract dus opzeggen, omdat ik geen gebruik maak van de sportschool. Maar ik moest 1 jaar wachten voordat ik het kon opzeggen. Nou keek ik op mijn contract,die ik toentertijd niet heb gelezen, omdat ik ervan uit ging dat het klopte wat ze zeiden. En op die contract staat dus dat ik het 2 volle kalendermaanden voor 8 april 2012 moet opzeggen. Toen ik ze mailde, of ik het nog kon opzeggen zeiden zij dat het niet meer mogelijk is om het op te zeggen en dat mijn contract nu stilzwijgend is verlengd tot 1 mei 2013. Mijn vraag is nu of het in mijn geval ook kan en onder de wet Van Dam. Alvast bedankt!

  23. Your Life sportsclub weigert opzeggingen zelfs als het lidmaatschap in maart dit jaar automatisch is verlengd. Motivatie: In dit verband is de ingangsdatum van de wet van belang. De Wet van Dam is op 1 december 2011 van kracht geworden voor nieuwe leden. Dat wil concreet zeggen dat een contract voor bepaalde tijd (bijvoorbeeld een jaar) na afloop van dat jaar niet stilzwijgend kan worden verlengd met nog een jaar. Wanneer het jaar is afgelopen, is het contract per maand opzegbaar.

    Voor mensen echter die lid zijn geworden vóór 1 december 2011, gaat de wet in op 1 december 2012. Vanaf dat moment kunnen ook leden die eerder dan 1 december 2011 een contract hebben afgesloten, per maand opzeggen. Gezien de ingangsdatum van uw contract valt u in deze groep en gelden de ‘oude’ opzegtermijnen. Ook gelden voor u de ‘oude’ Algemene Voorwaarden. Hierin staat dat een contract altijd eindigt op de laatste dag van een kalendermaand. De opzegtermijn van maximaal 1 maand geldt ook pas vanaf 1 december 2012.

    Ons antwoord is gebaseerd op het onderzoek dat onze brancheorganisatie Fit!vak samen met de Consumentenbond en hun juristen heeft uitgevoerd. Samen zijn zij overeengekomen dat de gang van zaken zoals hierboven geschreven van toepassing is op de fitnessbranche in relatie tot de Wet van Dam.

  24. Tot Decenmer 2012 is de wet niet van toepassing op bestaande contracten. Daarna misschien nog steeds niet, indien de politiek er verder nog niet uit komt. (Zie Factsheet.

    Het wordt bedrijven wel geadviseerd om nu al rekening te houden met deze wet en daarvoor hun administratie(software) aan te passen. Daarnaast kan het zijn dat de rechter uiteindelijk beslist ten gunste van de klant indien het op een rechtzaak uitloopt, mede omdat bedrijven weten dat deze regels eraan zitten te komen. Maar dan zal de klant ook met goede argumenten moeten aankomen en bereid zijn om het ook zo ver te laten komen. Wel is het slecht voor je klanditie indien je geen gehoor geeft aan de wensen van een klant. Als een klant weg wil, laat hem dan gewoon gaan en je hebt nog steeds een tevreden (ex)klant die misschien ooit weer weg wil. Maar dwing ze te blijven verlengen en je krijgt anti-reclame op het Internet zoals op sites zoals deze, wat veel klanten kan kosten.

  25. hoop dat iemand mij duidelijkheid kan geven oktober 2010 abonnement afgesloten voor 2 jaar voor een leesmap wanneer kan ik deze nu opzeggen. hoelang is de opzegtermijn volgens de bezorger moet ik nog een jaar lid blijven en 3 maanden (juli)van tevoren opzeggen. Ben het nm niet eens met de bezorger.

Laat een reactie achter

Handige HTML: <a href=""> voor hyperlinks, <blockquote> om te citeren en <em> en <strong> voor italics en vet.

(verplicht)

Volg de reacties per RSS