Facebooken en het overtreden van een relatiebeding

| AE 4511 | Ondernemingsvrijheid, Uitingsvrijheid | 18 reacties

En we hebben er weer eentje: een overtreden relatiebeding dankzij Facebook. Waar eerder al gebruik van LinkedIn een overtreding bleek op te leveren, kan dat ook via Facebook. Zul je net zien: schrijf ik (samen met advocaat Elisabeth Thole) een artikel met vragen en antwoorden over arbeidsrecht versus social media, komt er vlak na publicatie een vonnis dat er eigenlijk gewoon in had gemoeten. In dit nieuwe vonnis wordt bepaald dat een Facebookposting een relatiebeding kan ovetreden.

Media zoals Hyves en Facebook zijn (in tegenstelling tot LinkedIn) primair bedoeld voor privécontacten, en dus niet zozeer voor het onderhouden van zakelijke contacten. Dit was voor de Maastrichtse rechter expliciet reden om een relatiebeding buiten toepassing te laten bij communicatie tussen de ex-werknemer en relaties van zijn oud-werkgever op Hyves:

De kantonrechter overweegt daarbij dat conversaties via “social media” zoals Hyves, Twitter, Facebook, WhatsApp etcetera in beginsel beschouwd moeten worden als geschiedende in privésfeer van de betrokkenen – en dus vallende onder het grondrecht van vrije meningsuiting – tenzij daaruit duidelijk en ondubbelzinnig voor eenieder een zakelijk karakter blijkt.

In deze nieuwe zaak had de gedaagde deze tekst op zijn Facebook gezet:

Vandaag start de voorverkoop om lid te worden van The Training Room! Kijk op de website voor de aanbieding. Voorkom een wachtlijst en maaknu vast een afspraak. thetrainingroom.nl

en later nog een evenement geopend met

The Training Room ? for body&soul opent zijn deuren op dinsdagavond 10 april a.s. vanaf 19.00 uur. Er is dan een gezellig borrel en iedereen is welkom! Neem leuke en vrolijke bekende mee! Zet het in je agenda. Tot dan!

Volgens de rechter gaat dit wel even verder dan gewoon een gesprekje met kennissen of een algemene statusupdate. Hij had hiermee beoogd actief klanten te werven voor The Training Room.

Echter, het relatiebeding was beperkt: “geen personeel of klanten van Gosh benaderen voor zakelijke doeleinden”. Als je zo’n algemeen bericht online zet, benader je dan (ook) klanten of personeel van de andere partij?

De rechter oordeelt van niet, vooral omdat er niets concreets ligt waar dat uit af te leiden zou zijn. Er was een algemene lijst van Facebookvrienden overlegd, maar onduidelijk was wie daarvan personeel/klant én vriend was op het moment dat de uitingen werden gedaan. En voor een overtreding is dat toch wel nodig als bewijs.

Ook neemt de rechter mee dat er geen echt direct verband aan te tonen is tussen de Facebookuitingen en de terugloop in leden bij de sportschool van de eiser. Zo’n verband moet er wel zijn, omdat je anders met een relatiebeding een té machtige positie krijgt.

Een logische uitspraak, maar wel onbevredigend omdat er niet echt een algemene lijn uit te halen is. Het is zó specifiek op de feiten van deze situatie geschreven dat ik er geen voorspellingen mee kan doen. Jullie wel?

Arnoud

Deel dit artikel

  1. Ik zou zeggen dat Facebook een sterk commercieel medium is voor wat ik nu maar “hippe bedrijven” zal noemen. Als jij een flexplekkenruimte hebt voor moderne yuppen, doe je er beter aan om op Facebook dan op LinkedIn te adverteren. Vanuit dat oogpunt zou ik naar het relatiebeding kijken: als jij via Facebook specifiek contacten naar jouw nieuwe flexplekkenruimte gaat proberen te trekken die nu nog klant zijn bij jouw oude werkgever, lijkt me dit een overtreding. Een voorbeeld hiervan zou zijn: een post op de tijdslijn van jouw oude werkgever, een bericht waarin je specifieke mensen linkt (“hé Arnoud Engelfriet, jij zocht toch een nieuwe werkruimte? Kijk eens op hippeflexplekkenruimte.nl!”) of op de tijdslijnen van deze derden adverteert. Generieke berichten klinken meer als kenbaarmaking van jouw bedrijf in de algemene ruimte (is Facebook semi-publiek te noemen? moeten we hier twijfelen of het jouw persoonlijke tijdslijn is of die van jouw bedrijf?) en dus meer algemene reclame.

    @Arnoud: Wat denk je van deze inschatting? 🙂

  2. Ik denk dat de eiser beter z’n werk had moeten doen. Als er een lijst was van Facebook vrienden dan is het toch makkelijk om te kijken of daarbij klanten van de sportschool zaten en hoeveel daarvan na deze post hun lidmaatschap hebben opgezegd.

    Tenzij dit resulteerde in het feit dat niemand z’n lidmaatschap had opgezegd en het daarmee wel weer een goede uitspraak lijkt te zijn.

  3. Omdat veel mensen op Facebook al snel een alias gebruiken en ook omdat er veel mensen zijn die een naam hebben die lijkt op die van een ander, is het lastig om op Facebook te controleren of er klanten tussen zitten van de vorige werkgever. Niet onmogelijk, maar wel lastig. Maar zoals gezegd, er leek geen toename te zijn geweest in het aantal opzeggingen na de facebook melding, dus is er ook geen schade. En hoewel veel bedrijven ook een profiel op Facebook hebben, ook al weten ze niet wat ze er mee moeten doen, is Facebook niet echt bedoeld voor zakelijke toepassingen. Het kan wel, en ik weet dat bol.com, Conrad, Coolblue en nog meer webwinkels vrij aktief aan het promoten zijn op Facebook, maar het is niet ideaal om op zakelijke wijze met klanten om te gaan. Maar goed, Arnoud weet zelf hoe effectief Facebook is omdat ICTRecht ook op facebook zit. 🙂

    Maar goed, zo’n concurrentie-beding… Zou dat dan ook betekenen dat je niet in een nationale krant een advertentie van je nieuwe zaak kunt plaatsen?

    Oh, ik mis een [Like] button om post #5 op te waarderen. 😉

  4. Wim: Natuurlijk kan je geen 100% match maken maar als er een Wim ten Brink lid was bij de sportschool en na deze post zijn lidmaatschap opzegt is het toch wel aannemelijk om te stellen dat het relatiebeding geschonden is. Zeker als dat met nog een flink aantal mensen het geval is geweest. En natuurlijk zijn er meer Wim ten Brink’en maar als je een lijst hebt met nog 20 andere namen dan is het wel heel toevallig als er allemaal dubbele namen bestaan….

    Ik denk dat je over Facebook en zakelijke toepassingen toch echt een fout maakt. Wellicht haal je B2B en B2C door elkaar maar beide zijn zakelijk. B2B is voor Facebook inderdaad minder geschikt maar B2C heeft echt wel waarde (zoals je zelf ook al aangeeft met je voorbeelden).

  5. @N.P. Er zijn best veel ten Brinks in Nederland die de voornaam Wim hanteren. 🙂 Deze Wim ten Brink op Hyves is bijna even oud als ikzelf, maar ik ben het niet. Nog een andere Wim is onderwijs-inspecteur en vroeger was er in het centrum van Amsterdam ook nog eens een groentenzaak met de naam “Wim ten Brink”. Maar de meeste Wim’s die je met Google vindt, ja… Die zijn ik! 🙂 (Is dat goed Nederlands?)

    Ik ben daarnaast niet het type om bij een sportschool in te schrijven maar wel redelijk aktief op het Internet. De kans dat ik dus met een andere Wim word verward die wel bij een sportschool lis is, is dus aanwezig.

    En ja, voor B2C is Facebook handig. Een advertentie in de krant is dat ook. Die twee lijken mij aardig vergelijkbaar.

  6. Wim, mijn punt was dat het in dit geval ging om een lokale sportschool. De kans dat Wim ten Brink die lid was bij de sportschool en die Wim die op de facebooklijst stond dezelfde is, is wel heel erg groot. Als er dan nog een aantal mensen zijn met dezelfde naam die op dezelfde lijsten staan dan is het, voor mij althans, voldoende aannemelijk….

  7. Tja, die andere Wim woont in Zuidwolde, vlakbij Zwolle. Mijn werkgever heeft daar in de buurt toevallig een tweede filiaal. Daar had ik ook kunnen werken en dan zou de kans bestaan dat ik daar dan ook na werktijd bij een sportschool zou gaan sporten, wegens de redelijk lange reistijd. Het feit dat die andere Wim een Ajax-fan is en ik een Amsterdammer is ook puur toeval, maar maakt de gelijkenis groter. En daarnaast is hij 1 jaar jonger dan ikzelf waardoor er dus een nog grotere overeenkomst lijkt te zijn. Ja, de kans dat je de juiste Wim (mij dus, want ik ben de enige, echte 🙂 ) vindt is best groot, maar de vrienden en kennissen van die andere Wim zullen hem minder snel vinden dan mijzelf, omdat ik veel aktiever ben op Internet. (Nou ja, in dit blog, op enkele andere sites en onder mijn eigen domeinnamen.) Mijn naam is in ieder geval uniek genoeg om te zorgen dat vooral ikzelf veel in Google opduik, maar niet uniek genoeg om te garanderen dat ik de enige ben die je er zult vinden. 🙂

  8. Zo te lezen zette de gedaagde een algemeen spambericht op zijn facebookpagina, dat vervolgens gepushed werd (zo werkt facebook) naar iedereen in zijn contactenlijst. “Arnoud heeft net het bericht geplaatst: ‘…..’ “

    Jammer dat de vraag niet is aangestipt of dit nu ‘benaderen’ is of ‘bereiken’. Als ik een reclamebord voor mijn eigen nieuwe sportschool ophang in het zicht van de oude sportschool, reken er dan maar op dat ik klanten van de oude sportschool bereik. Mag dat?

    Of om het in de privésfeer te trekken: Als klanten van de oude sportschool bij mij vriendschappelijk thuis komen, mag ik dan over mijn nieuwe sportschool gaan praten? Ik zou eigenlijk zeggen van niet. Zo’n gesprek is moeilijk algemeen te houden; het wordt al heel snel ‘zakelijke benadering’.

    Niet alles wat je probeert onder ‘ouwe jongens krentebrood’ te vegen, is automatisch vrij van zakelijk belang. Of met andere woorden: Je kunt een concurrentie- of relatiebeding niet negeren omdat jij vindt dat wat jij doet privé is.

  9. @6

    Omdat veel mensen op Facebook al snel een alias gebruiken
    Dit is volgens mij een schending van de gebruiksvoorwaarden van FB:
    You will not provide any false personal information on Facebook, or create an account for anyone other than yourself without permission.

  10. Ik begrijp niet dat je dit een logische uitspraak vindt; de ex-werknemer moest een boete betalen aan zijn voormalige werkgever van bijna EUR 20.000 en dat zie ik niet in je blog terug. Uit de reacties onder je blog blijkt ook dat de lezers begrijpen dat de werkgever deze zaak heeft verloren, maar hij won juist. Als ik je blog lees, lijkt het erop dat je de overwegingen die de rechter ten overvloede maakt, hebt gelezen als het eindoordeel. De rechter heeft juist geoordeeld dat het niet uitmaakt of de post op Facebook daadwerkelijk een relatie van de ex-werkgever heeft bereikt, maar dat hij hem heeft kunnen bereiken. Zie mijn blog over dezelfde uitspraak. http://www.aantjesadvocaten.nl/index.php/blog/181-weer-hoge-boete-opgelegd-na-vermeende-schending-relatiebeding-via-facebook

  11. Er was inderdaad een boete verschuldigd, mar níet voor het Facebooken over het nieuwe bedrijf. De boete is opgelegd op grond van een contact met ene [D] (zie 5.6) die personeelslid van de ex-werkgever was.

    In 5.7.4 wordt uitgelegd hoe de Facebookposting moet worden geconstrueerd: de uiting was zakelijk, dus is daarmee “op het eerste gezicht” sprake van een overtreding. Maar uit 5.7.6 haal ik dan dat niet bewezen is dat er concreet klanten zijn bereikt met de postings. En dat culmineert in 5.7.9 met

    Dit alles in ogenschouw nemende kan naar voorlopig oordeel niet zonder meer geoordeeld worden dat [eiser] de door Gosh aangeduide specifieke klanten onrechtmatig benaderd heeft in de zin van het relatiebeding.

    Hoe moet ik dit dan lezen als het enkele posten al een overtreding is? Wat doet deze conclusie er dan nog toe?

  12. Ik vind dit een goed voorbeeld van een onduidelijk geformuleerde uitspraak. In 5.10 wordt namelijk bepaald door de voorzieningenrechter dat waarschijnlijk in totaal € 15.000,00 zal kunnen worden gevorderd. Verwezen wordt naar hetgeen is overwogen onder 5.6 en 5.7.4/5.7.5. Het lijkt er naar mijn idee dus op dat de voorzieningenrechter eerst algemene indrukken geeft omtrent de overtreding en de boete die gerechtvaardigd zou zijn. Later gaat het om specifieke klanten (onder andere 5.7.6 e.v.) maar dat lijkt niet relevant te zijn voor (de hoogte van) de boete.

  13. In 5.7.4 en 5.7.5 geeft de voorzieningenrechter aan dat het relatiebeding minimaal twee maal is overtreden; wel degelijk door de posts op Facebook, waarmee aannemelijk is dat hij boetes heeft verbeurd van EUR 10.000. Hij overweegt in 5.7.5: “De hiervoor onder 5.7.4 geconstateerde overtredingen van (eiser) van het relatiebeding zijn begaan door het enkele plaatsen/delen door hem op facebook van de onder 5.7.1 en 5.7.2 weergegeven berichten waarmee (eiser) klanten van Gosh heeft kunnen bereiken.”

    De voorzieningenrechter oordeelt in 5.7.5 dat het er niet om gaat of de berichten de klanten van Gosh hebben bereikt, maar dat het er om gaat of ze hen hebben kunnen bereiken.

    De overwegingen waar jij naar verwijst, zijn overwegingen ‘ten overvloede’ “voor zover geval daarover anders gedacht kan worden” aldus de rechter. Voor dat (fictieve) geval komt de conclusie als vermeld in 5.7.9 aan de orde. Het werkelijke eindoordeel staat echter al in 5.7.4 en 5.7.5.

    Wat wellicht (ook) voor verwarring heeft gezaaid, is dat de rechter in dit vonnis de vordering van Gosh afwijst, maar dat hij het beslag voor EUR 19.500 laat staan omdat de voorzieningenrechter van mening is dat de ex-werknemer deze boete zal verbeuren in een bodemprocedure.

Laat een reactie achter

Handige HTML: <a href=""> voor hyperlinks, <blockquote> om te citeren en <em> en <strong> voor italics en vet.

(verplicht)

Volg de reacties per RSS