Mag een werkgever verbieden dat je ze noemt op sociale media zoals Linkedin?

| AE 11718 | Ondernemingsvrijheid | 19 reacties

Mijn werkgever heeft meerdere BV’s gestart ipv de 2 die er nu zijn, zo begon een recente Redditpost op de JuridischAdvies reddit. Het personeel moet nu ineens een nieuw arbeidscontract tekenen in verband met deze overgang, en er staan toch wat gekke dingen in dat contract die de juridische wenkbrauwen doen fronzen. De vakbond is al ingeschakeld lees ik, en er komt zelfs het advies voorbij snel nog een ondernemingsraad op te richten (150 medewerkers en er is geen OR, huh) maar mij trof vooral artikel 14 over social media:

Indien Werknemer privé gebruikmaakt van sociale media, waaronder doch niet uitsluitend begrepen Facebook, Twitter en LinkedIn, dient ieder gebruik van of verwijzing naar de naam van Werkgever evenals iedere andere uiting in verband met Werkgever of het werk te worden vermeden. Werknemer dient zich te allen tijde te onthouden van uitingen in de ruimste zin van het woord die Werkgever en/of medewerkers van Werkgever in diskrediet kunnen brengen dan wel de goede naam van Werkgever kunnen schaden.

Dit is een standaardbeding in diverse op internet rondzwervende modellen. Voor zover ik weet, is het nooit getest bij de rechter maar dat zegt natuurlijk weinig. Strekking is vrij duidelijk: de werkgever wil voorkomen dat zij wordt aangesproken op rare dingen die werknemers online doen. Want tegenwoordig is het niet ongebruikelijk dat werkgevers dan belletjes krijgen van derden (“Weet je wel wat jullie werknemer zegt over Zwarte Piet”), naast dat het gewoon ouderwets vervelend is dat je werknemer in het openbaar iets zegt dat tegen bedrijfsstandpunten ingaat.

Is het rechtsgeldig, zo’n afspraak? Tot op zekere hoogte wel. Als werknemer moet je rekening houden met de belangen van je werkgever, en dat kan ook betekenen dat je in het openbaar niet zomaar dingen zegt die nadelig uit kunnen pakken voor die werkgever. Wel moet er dan een redelijk belang zijn voor de werkgever om iets te mogen zeggen over wat werknemers twitteren of Facebooken. Dit belang moet te herleiden zijn tot het werk: werknemers kunnen bedrijfsgeheimen onthullen door bijvoorbeeld een voorgenomen fusie op Facebook te melden, of arbeidsconflicten veroorzaken door te twitteren dat een collega onfris ruikt. Maar ook het vragen beantwoorden over producten of diensten kan het bedrijfsbelang raken: dergelijke communicatie wordt toegerekend aan het bedrijf, en kan het bedrijf dus binden aan bijvoorbeeld een toegezegde schadevergoeding of vervangend product.

Een in zulke algemene termen geformuleerd beding als hier geciteerd gaat echter dat doel vér te buiten. Die eerste zin verbiedt immers ook het op LinkedIn vermelden dat je ergens werkt, wat de normaalste zaak van de wereld is. Bovendien heeft de werkgever nul last van zo’n vermelding (oké als je bij de AIVD werkt of infiltrant bij de politie dan wel, maar ten eerste heb je dan geen arbeidscontract dat zomaar wijzigt en ten tweede kom nou) dus kan zij moeilijk een bedrijfsbelang inroepen dat deze inperking van de uitingsvrijheid van de werknemer rechtvaardigt.

De tweede zin gaat over het schaden van de goede naam van de onderneming. Dat is op zich iets eerder te rechtvaardigen, zij het dat dat ‘kunnen’ het natuurlijk lekker speculatief en breed maakt. In combinatie met een boetebeding (dat in die internetmodellen staat, maar ik niet zie in het geciteerde contract) zou dat wat mij betreft toch net even de grens over gaan.

Het probleem is natuurlijk dat je als werknemer weinig onderhandelingsruimte hebt. Zeker omdat het lastig onderbouwen is wat je dan wilt gaan doen. “Ja misschien twitter ik eens wat dat mogelijk jullie schaadt en daar wil ik niet op aangesproken worden” is geen handig openingsbod als je een arbeidscontract wil.

Gelukkig is dat specifiek voor deze werknemers geen issue: zij hoeven helemaal niet te tekenen, want bij een overgang van onderneming verandert er niets aan je contract.

Arnoud

Google en Facebook werken aan regels rond werk van kinderen op sociale media

| AE 11255 | Ondernemingsvrijheid | 9 reacties

Google en Facebook werken aan regels rond kinderen die figureren in Instagram-posts of YouTube-video’s. Dat las ik bij Tweakers onlangs. Daar zijn allerlei juridische zorgen over, zoals hoe de strenge AVG uitpakt voor zo’n situatie. Maar degene die er hier uitgelicht werd, vond ik wel een erg aparte: is hier sprake van (kinder-)arbeid in de zin dat er een arbeidsverhouding ontstaat tussen de minderjarige vlogger/figurant en de dienstverlener die die video’s online zet? De vraag lijkt absurd want je tekent geen arbeidscontract met Google. Maar juridisch gezien is het zo absurd nog niet, omdat je prima een arbeidscontract kunt sluiten zonder ooit een handtekening te zetten.

In het bronartikel in The Guardian lees ik over een zevenjarige die miljoenen binnenharkt met het recenseren van speelgoed. Dat is dan wel gelijk het extreemste voorbeeld, maar het geeft wel aan waar het om gaat; er wordt goed geld verdiend met het maken van zulke video’s en de advertenties (en affiliate-links) er omheen.

Wanneer je structureel geld krijgt van iemand voor arbeid die je levert, dan trigger je het arbeidsrecht want dat riekt naar werknemerschap. In Californië helemaal, want daar kent men de strengste regels over werknemerschap ter wereld. Mede vanwege Hollywood en de kindsterren die daar figureren. Als je werk doet voor de camera en daar geld voor krijgt, dan ben je werknemer binnen de entertainmentsector en dan gelden er dwingend allerlei speciale regels over wat er met je vergoedingen moet gebeuren en welke waarborgen je werkgever moet nemen.

Geldt dat ook voor Google, eigenaar van videoplatform Youtube? Volgens Amerikaanse arbeidsrechtprofessor Veena Dubal zeer zeker wel:

“You could argue that YouTube is the joint employer [dus samen met de ouders, AE] of the child,” said Dubal. “YouTube controls what the child can and cannot do. They control the dissemination of the money. They would very likely be considered joint employers under California wage laws and child labor laws.”

In Nederland kennen we niet zo’n bijzondere constructie voor kindacteurs. De regels of sprake is van een arbeidsverhouding kennen eigenlijk drie factoren: werkgeversgezag, persoonlijke arbeid en loon. Dit betekent:

  1. De werkgever moet zeggenschap hebben over hoe het werk wordt uitgevoerd. Dus niet alleen “het moet vrijdag af”, maar ook “ik wil dat je maandag hier om 9 uur zit en gaat werken tot 17 uur”. Hij hoeft dat niet perse daadwerkelijk te dóen maar hij moet de mogelijkheid hebben dit te eisen.
  2. De werknemer moet persoonlijk het werk uitvoeren, vervanging is niet toegestaan. Een werknemer mag geen collega laten opdraven of zijn vrouw het werk laten doen. Een ingehuurde freelancer zou dat wel mogen.
  3. De werknemer krijgt loon. Deze is tricky want ook in andere verhoudingen kun je geld ontvangen, en is dat nu loon of niet?

Er zijn nog aanvullende factoren, zoals of je doorbetaald krijgt bij ziekte, of je bij meerdere opdrachtgevers tegelijk mag werken, wie de gereedschappen verzorgt en wie er aansprakelijk is voor fouten.

In de Youtube-situatie zie ik het argument (in theorie) wel opgaan voor de ouders als werkgever. Die krijgen dan te maken met het arbeidsrecht, en dat kan behoorlijk streng zijn voor kinderarbeid, ook in de entertainmentsector.

Maar hoe je Youtube zelf er met de arbeidsrechtelijke haren erbij sleept, zie ik even niet. Youtube oefent geen inhoudelijke zeggenschap uit op het werk, tenzij je de Terms of Service over acceptabele inhoud als “zeggenschap” ziet maar dat vind ik nogal gezocht. Verder zal het Youtube een worst wezen wie er deze keer figureert. Dus tenzij er specifieke constructies zijn voor invloedrijke vloggers die op afroep video’s maken voor Youtube, zie ik die constructie niet.

Arnoud

Rechtbank: Deliveroo-bezorger is zzp’er en geen werknemer

| AE 10743 | Ondernemingsvrijheid, Regulering | 29 reacties

Deliveroo fietskoerier Sytse Ferwerda (20) is een zelfstandig ondernemer en geen werknemer, las ik bij de NOS. De overeenkomst die Ferwerda sloot met de maaltijdkoerier is een overeenkomst van opdracht, ondanks het feit dat hij eerder in dienst was en eigenlijk onder dit nieuwe contract exact hetzelfde werk deed. Dat vonniste de Amsterdamse rechtbank afgelopen maandag. De uitspraak bevestigt dat de platformeconomie goed de gaatjes opzoekt van het recht, in dit geval het arbeidsrecht. De bal is dus aan de politiek om hier wat aan te doen.

De zaak van fietskoerier Ferwerda is redelijk standaard bij platforms als deze: hij had zich aangemeld om maaltijden te bezorgen, en kreeg in eerste instantie een arbeidscontract voor bepaalde tijd. Op zeker moment besloot Deliveroo dat het beter voor haar bezorgers was om als freelancer aan de slag te gaan, zodat ook Ferweda geen nieuw arbeidscontract kreeg maar een overeenkomst van opdracht waaronder hij op eigen titel aan het werk ging. Daar kreeg hij achteraf spijt van, en hij stapte naar de rechter met in de kern het argument dat dit een verkapt arbeidscontract was.

De wet kent een sterke bescherming voor werknemers, althans op papier. Een contract is een arbeidscontract wanneer aan zekere feitelijke omstandigheden is voldaan, ongeacht wat partijen op papier zetten. Het is dus mogelijk dat iets dat “Freelanceovereenkomst” heet, aangemerkt wordt onder de wet als een arbeidsovereenkomst. (Dit is waarom opdrachtgevers vroeger altijd een VAR wilden, dat was een garantie dat dit niet zou gebeuren.)

Kern van een arbeidscontract is dat sprake is van betaling van loon, van een gezagsverhouding en persoonlijke arbeid. Dat laatste betekent dat een werknemer zichzelf niet mag laten vervangen, hij moet zelf het werk doen. Hij moet daarbij de instructies van de werkgever opvolgen over hoe het werk gebeurt (de gezagsverhouding), terwijl een opdrachtgever alleen kan zeggen wat hij wil hebben en wanneer. En als laatste heeft een werknemer recht op loon voor de gewerkte uren.

In dit geval staat heel duidelijk op papier dat geen sprake was van persoonlijke arbeid: de bezorger mocht zich laten vervangen. Ook was er op papier geen gezagsverhouding: de bezorger mocht in eigen kleding en met eigen warmhoudbox op pad, en had daarbij het recht iedere opdracht te weigeren als hij daar zin in had. Papier alleen is niet genoeg: ook de werkelijke uitvoering telt mee. Als die anders uitpakt dan het papier, dan is dat doorslaggevend. In dit geval had Ferweda zich ingeschreven als zzp-er bij de Kamer van Koophandel, wat volgens de rechter een zekere indicatie is dat hij zich bewust was van de veranderde arbeidsrelatie.

Belangrijk daarbij was de wijze waarop Deliveroo orders voorstelt aan bezorgers. Daarbij wegen factoren mee als hoe vaak je orders aanneemt of weigert en hoe netjes je die uitvoert. Dit ranking systeem kun je zien als een truc om mensen te dwingen alle orders te accepteren, en zo alsnog een soort arbeidsverhouding te creëren. Maar nee:

14. Al is van een direct rankingsysteem geen sprake, vast staat wel dat bezorgers die naar de maatstaven van Deliveroo goed presteren “priority acces” krijgen om een tijdvak in een zone te reserveren en daardoor meer kans hebben om op gewilde tijden bestellingen aangeboden te krijgen. Daar staat tegenover dat ook bezorgers die naar de maatstaven van Deliveroo minder goed presteren nog steeds (zij het later dan degenen met voorrang) tijdvakken kunnen boeken. Eveneens bestaat de mogelijkheid zonder van te voren tijdvakken te boeken in te loggen en de op dat moment aangeboden bestellingen te bezorgen, al bestaat daarbij de kans dat een tijdvak in een bepaalde zone al is volgeboekt.

Er is dus altijd een reële mogelijkheid om werk te krijgen als opdrachtnemer, zodat van dwang eigenlijk geen sprake is.

Deliveroo stelde wel eisen aan de manier van werken, maar dat ging eigenlijk alleen over veiligheidseisen. De kleding die men draagt, is een vrijwillige keuze: je mag in eigen kleding of zelfs in de kleding van de concurrent gaan bezorgen. Ja, ik viel ook van mijn stoel toen ik het las. Maar de advocaat van Deliveroo heeft het gezegd. En als laatste kijkt de rechtbank naar de relatief lage inkomsten per maand – 14 uur werk per maand is niet veel.

Alles bij elkaar is de conclusie onvermijdelijk: dit is echt een zelfstandige bezorger, geen pseudo-werknemer van Deliveroo. Althans volgens de formele juridische theorie. Praktisch rammelt er hier van alles, maar dat komt omdat de “platform economie” (je personeel aansturen met een app) keurig de gaatjes opzoekt van de wetgeving. De rechter kan daar echter niet op ingrijpen, omdat die gaten herstellen toch echt de taak van de wetgever is. Vorig jaar december fronste de Kamer de wenkbrauwen over deze actie van Deliveroo, dus ik ben benieuwd.

Arnoud

“Mijn werkgever wil me een contract met boete over de AVG laten tekenen, is dat normaal?”

| AE 10680 | Ondernemingsvrijheid, Privacy | 6 reacties

Diverse lezers tipten me (dank) over deze vraag op Reddit: Mijn werkgever wilt mij een contract laten tekenen ivb met de nieuwe privacywet (avg). Is dit normaal? Wie het contract in kwestie leest, ziet dat het een addendum is op een arbeidscontract waarbij de werknemer geheimhouding opgelegd krijgt, en belooft netjes met persoonsgegevens om te… Lees verder

Hoe hard zoek je de openbaarheid als je dingen op Facebook zet?

| AE 9586 | Ondernemingsvrijheid, Privacy | 31 reacties

De privacywetgeving hoort niet van toepassing te zijn als iemand zelf de openbaarheid zoekt, las ik bij Netkwesties. Als mensen beslissen allerlei zaken openbaar te maken, betekent dat tegelijkertijd dat zij het ‘risico’ nemen dat anderen, waaronder wellicht potentiële werkgevers, daar kennis van nemen. Een standpunt dat hier ook recent voorbij kwam, zij het op… Lees verder

Mag ik mijn collega haar Out of Office aanzetten met een gereset wachtwoord?

| AE 9375 | Ondernemingsvrijheid, Security | 24 reacties

Een lezer vroeg me: Vanochtend ontdekten wij dat een collega die er een maand niet is, haar Out of Office niet aan heeft staan. Om dit voor haar te doen, hebben we haar wachtwoord nodig. Is het toegestaan om hiervoor het account te resetten, of stuit dat op privacybezwaren? We hebben geen reglement dat ons… Lees verder

Opensourcewerk als nevenactiviteit in het arbeidscontract

| AE 9171 | Intellectuele rechten, Ondernemingsvrijheid | 18 reacties

Een lezer vroeg me: Ik ga binnenkort als programmeur aan de slag bij een middelgroot bedrijf. Naast mijn werk wil ik aan allerlei open source projecten kunnen blijven werken, maar dat botst met de auteursrechtclausule uit hun contract: alles is automatisch van hen, ook als ik het in eigen tijd maak. Is daar juridisch iets… Lees verder

Mag mijn werkgever toegang eisen tot mijn BYOD telefoon?

| AE 8909 | Ondernemingsvrijheid | 29 reacties

Een lezer vroeg me: Ons bedrijf heeft onlangs een Bring-Your-Own-Device beleid uitgerold waarbij je je eigen smartphone mag gebruiken voor werkzaken. Daarin vielen me twee dingen op. Allereerst moet ik een stukje software installeren waarmee men op afstand de telefoon kan overnemen en wissen. En ten tweede ben ik verplicht de telefoon af te geven… Lees verder

Mag de werkgever je privételefoon gebruiken voor tweefactorauthenticatie?

| AE 8323 | Ondernemingsvrijheid, Security | 56 reacties

Een lezer vroeg me: Vanwege de Wet datalekken is bij ons bedrijf de security aangescherpt. We moeten nu altijd met tweefactorauthenticatie inloggen: na aanmelden met wachtwoord krijg je een SMS met een code die je dan ook moet invoeren. Maar mensen die geen bedrijfstelefoon hebben, moeten nu hun privé-06-nummer opgeven. Mag ik dat weigeren? Ik… Lees verder

Gemeentemedewerker moet Facebookprotestberichten weghalen van werkgever

| AE 7677 | Ondernemingsvrijheid, Uitingsvrijheid | 9 reacties

Een medewerker van de gemeente Eindhoven, werkzaam bij het IJssportcentrum en tegenstander van het sluiten van deze accommodatie, heeft op last van zijn leidinggevende berichten van zijn Facebook-pagina tegen de voorgenomen sluiting moeten verwijderen. Dat las ik in het ED. De man had diverse posts geplaatst die het verzet tegen de sluiting ondersteunen. Merkwaardig zou… Lees verder