Heeft het praktisch nut om een Qualified Electronic Signature te gebruiken?

Een lezer vroeg me:

Als inkoper werk ik dagelijks met digitale handtekeningen. Nu vraagt een nieuwe leverancier mij om met EU-QES van Docusign te werken. Dit kost 9 euro per maand, is dat juridisch nu echt verstandig?
Een QES of Qualified Electronic Signature is binnen het Europese juridische kader (eIDAS) het hoogste niveau van betrouwbaarheid. Zoals ik in 2023 blogde, de EIDAS Verordening kent drie soorten elektronische handtekening:
  1. de gewone elektronische handtekening, zeg maar een plaatje van een krabbel;
  2. de geavanceerde elektronische handtekening, het enorme verhaal met grote priemgetallen en certificaten waar de naam in staat die erbij zou horen;
  3. de gekwalificeerde elektronische handtekening, de geavanceerde maar dan is dat certificaat met de naam uitgegeven door een onafhankelijke instantie die instaat voor de juistheid.
Die 9 euro betaal je dus voor de extra zekerheid dat je werkelijk met persoon A van organisatie X aan het inkopen bent. Docusign opereert hierbij als de geregistreerde gekwalificeerde vertrouwensdienstverlener (QTSP), oftewel zij verifiëren de identiteit en borgen dat dit correct gebeurt. Was het dan toch persoon A’, dan kun je Docusign daarop aanspreken.

Ik zie hoe dat in het algemeen nuttig klinkt. Specifiek bij zakelijk onderhandelen ben ik niet overtuigd van de meerwaarde. In die situatie ken je je wederpartij al. Je hebt kennisgemaakt, je weet wie je moet benaderen en je krijgt zoveel harde en softe informatie dat je ook zonder een QES wel overtuigd bent dat je met persoon A van X werkt.

Natuurlijk, A kan onbevoegd zijn. Maar daar helpt een QES niet bij. Het enige dat je daarmee vaststelt, is dat je écht A tegenover je hebt. En dat is in een zakelijke inkoopsituatie gewoon niet zo’n belangrijk punt.

Arnoud

 

EU onderzoekt of Google genoeg betaalt voor teksten die zoekmachine gebruikt

Photo by Patrick Tomasso on Unsplash

Google mag niet zomaar inhoud van het internet plukken om zijn eigen kunstmatige intelligentie mee te voeden. Dat las ik bij Nu.nl. De Europese Commissie ziet deze werkwijze als een schending van het mededingingsrecht vanwege misbruik van de dominante positie in de zoekmarkt.

Sinds kort heeft de advertentiedienst-met-zoekmachine Google twee nieuwe AI-toepassingen: AI Overview en AI Mode. AI Overviews vat zoekresultaten samen, en AI Mode biedt een soort chatinterface. Daar is veel van te vinden, maar het probleem hier is dat je als website-exploitant niet kunt verhinderen dat Google ook jouw content hierin gebruikt.

De Commissie ziet dit als machtsmisbruik. Je enige escape is Google geheel blokkeren (de crawler is gewoon dezelfde, dus de AI-bot blokkeren met robots.txt zit er niet in). Maar niemand zal buiten Google willen blijven, dus moet je knarsetandend toezien hoe Google mooie AI-sier maakt met jouw content als bronvermelding.

Natuurlijk, Googles zoekmachine zelf doet dit al sinds 1998, net als haar voorganger-zoekmachines. Het idee van zoekmachines is het hele web scrapen en de resultaten sorteren op een relevante manier. Of dat mocht van het auteursrecht is altijd een beetje grijs gebleven, maar de consensus die ik ken, komt erop neer dat het oké zou moeten zijn omdat zoekmachines uiteindelijk je zó veel zichtbaarheid en kliks geven dat dit opweegt tegen eventuele gemiste inkomsten.

Het probleem met die AI-modi is precies dat: niemand klikt op jouw site, want ze hebben het antwoord al. (Of denken dat te hebben, want het is vaker fout dan goed. Maar dat terzijde.) Dit staat bekend als het Google Zero fenomeen. En die onbalans maakt dat we de hele auteursrechtelijke discussie weer opnieuw kunnen gaan voeren. Maar dat wil niemand, want dat komt neer op uit Google gegooid worden.

Het probleem is dus: eigenlijk had Google dit moeten vragen, en dan hadden ze waarschijnlijk geld moeten betalen. Nu hebben ze een gratis licentie afgedwongen, en dat konden ze door misbruik te maken van hun machtspositie (je gaat uit Google als je geld vraagt voor AI Overviews).

De Commissie onderzoekt eigenlijk wat er gebeurd zou zijn als Google netjes met iedereen een licentie had afgesloten: welk bedrag zou er dan zijn betaald? Dat is dan het bedrag dat Google oneerlijk verdiend heeft door dat misbruik.

Arnoud

 

Welke juridische weg kan ik bewandelen als Microsoft mijn opslagaccount blokkeert?

Photo by Clker-Free-Vector-Images on Pixabay

Een lezer vroeg me:

Al jaren heb ik een abonnement op Microsoft 365. Mijn Microsoft account is recentelijk geblokkeerd, waar ik het niet mee eens ben en waar volgens mij ook geen geldige reden voor is. Ik heb inmiddels twee keer bezwaar ingediend via het officiële formulier, de eerste keer meteen op de dag van de blokkade. Ik heb ook een verzoek tot herstel ingediend, maar ik krijg geen antwoord. Mijn vraag: is er een juridische weg te bewandelen die mij hoop zou kunnen geven op het verkrijgen van toegang tot mijn bestanden?
Een van de grotere frustraties in de diensteneconomie is dat niets meer echt “van jou” is. En dat geldt helemaal voor data: data is geen onderwerp van eigendom, formeel juridisch gesproken. Je kunt dus niet zoals bij fysieke spullen eisen dat je deze terugkrijgt of er bij mag.

Toegang tot data of online opslag is zuiver en alleen geregeld door je contractuele relatie tot de leverancier van de dienst. Er is geen enkel ander juridisch middel (ook niet de AVG, ook niet de Data Act, ook niet het auteursrecht) waarmee je dit af kunt dwingen. Hetzelfde geldt voor de dienst an sich.

Een contractuele relatie is op zich prima bij de rechter af te dwingen. De Nederlandse, want jij als consument woont hier en ongeacht wat het contract zegt mag je dan in Nederland procederen. In juridische taal vorder je dan nakoming van de overeenkomst. Microsoft moet dan uitleggen waarom ze dat niet hoeft, oftewel welke voorwaarde je hebt overtreden. Dat moet gemotiveerd (art. 17 DSA) en moet dus meer zijn dan vage verwijzingen naar “abuse” of het inroepen van bepalingen waarin staat “wij mogen alles en je hebt geen rechten”.

De relevante vraag is natuurlijk wel waarom het account gesloten zou zijn. Microsoft heeft dat niet toegelicht, dus voor mij is het gissen. Verspreiding van malware vanaf het account heb ik met enige regelmaat gezien, auteursrechtschending wordt ook wel genoemd en er zijn ook gevallen bekend waarin Microsoft-scanners kindermisbruikmateriaal detecteren in foto’s die je in je account zet (al dan niet via achterdeuren zoals backups van WhatsApp-groepsgesprekken).

Die laatste categorie is relevant, want er zijn in Nederland twee rechtszaken (één, twee) geweest over precies die situatie en in beide gevallen kreeg de accounthouder gelijk. Maar naar de rechter moet je.

Arnoud

VK geeft bedrijf wegens ‘niet robuuste’ leeftijdsverificatie 1,1 miljoen euro boete

"NSFW" by Lockedinthepark is licensed under CC BY-NC-SA 2.0

De Britse telecomtoezichthouder Ofcom heeft een bedrijf uit Belize een boete van omgerekend 1,1 miljoen euro opgelegd omdat het geen ‘robuuste’ online leeftijdsverificatie toepast. Dat meldde Security.nl. Hoewel het bedrijf “enige vorm van verificatie” gebruikte, was dat niet robuust genoeg. Wat de vraag opriep: hoe moet het dan wel?

In het VK geldt sinds 2023 de zogeheten Online Safety Act. Een van de (vele) controversiële aspecten uit deze wet is een zorgplicht dat minderjarigen geen “content that is harmful to children” tegenkomen:

The duty set out in subsection (3)(a) requires a provider to use age verification or age estimation (or both) to prevent children of any age from encountering primary priority content that is harmful to children which the provider identifies on the service.
Bij een ‘adult’ website zoals van de AVS Group Ltd uit Belize is het vanzelfsprekend dat de inhoud schadelijk is. Nu kennen we al langer het vinkje “Ik ben 18 jaar of ouder”, maar de Engelse wet wil wel iets meer. AVS had ook wel iets toegevoegd:
In particular, AVS Group Ltd deployed a photo upload check on its services that does not include liveness detection and as such is vulnerable to circumvention by children (for example, by uploading a photo of an adult). Ofcom considers that this method is not capable of being highly effective within the meaning of the Act.
Ik zie wel hoe “upload een foto en we kijken of de persoon meerderjarig is” niet héél effectief is voor het gestelde doel. Liveness detection oftewel een video-analyse is iets lastiger te faken (jaja, Nano Banana is geweldig) dus dat was een betere stap geweest.

Toezichthouder Ofcom zelf had nog een aantal methodieken bedacht:

  • Koppelen met een bankrekening (de “1 cent betalen” techniek), aangenomen dat de rekening alleen voor meerderjarigen beschikbaar is.
  • Foto, maar dan vergelijken met een tevens geupload identiteitsdocument
  • Afgaan op een signaal van de mobiele telecomprovider (in Engeland zetten die standaard “is minderjarig” op je simkaart, tenzij je dat na bewijs er af laat halen)
  • Creditcard check (die zijn er alleen voor meerderjarigen)
  • Een digitale identiteitsportemonnee zoals de EU met eIDAS/eID wil opzetten (maar die is er nog niet)
Geen van deze technieken is onfeilbaar, maar het is zeker beter dan wat we historisch geprobeerd hebben. Het grootste bezwaar dat ik heb, is dat eigenlijk dit gewoon een overheidsding moet zijn, en dan granulair: niet je hele paspoort laten zien, maar enkel een token sturen dat zegt “deze persoon is 18+” en niet meer of minder.

Ik weet niet waarom dat niet van de grond wil komen?

Arnoud

 

Rechtszaak om Apple’s App Store mag van EU-hof doorgaan in Nederland

LoboStudioHamburg / Pixabay

Een Nederlandse rechtbank mag een zaak behandelen die twee Nederlandse stichtingen hebben aangespannen tegen Apple. Dat las ik bij Nu.nl. De basis is uitspraak C-34/24 van het Hof van Justitie, waarmee Apple’s verweer dat je naar Californië moet, naar de prullenbak kan.

De zaak gaat weinig verbazingwekkend over de 30 procent commissie die Apple eist van iedere app-aanbieder:

Het techbedrijf vraagt volgens hen een “buitensporige” commissie van appontwikkelaars. Apple ontvangt 30 procent van aankopen binnen apps in de App Store. Hierdoor lijden appgebruikers volgens de stichtingen schade.
Apple verzet zich met huid en haar tegen alle claims op dit gebied, en een verweer dat de rechtbank onbevoegd is, past daar natuurlijk prima bij. De redenering is kortweg: de heffing wordt niet in Amsterdam opgelegd maar in Cupertino, Californië, dus mag de Amsterdamse rechter daar niets van vinden.

Het Hof van Justitie is daar vrij snel klaar mee:

[W]anneer de markt die wordt beïnvloed door de betrokken mededingingsverstorende gedragingen zich bevindt in de lidstaat op het grondgebied waarvan die schade zich heeft voorgedaan, de plaats waar die schade is ingetreden moet worden geacht in die lidstaat te zijn gelegen.
Als je in Nederland een aankoop doet in de Apple App Store, is die duurder dan zou hoeven (omdat de commissie dus 30% is en niet bijvoorbeeld 5). Het prijsverschil is je schade als consument. Die schade leed jij in Nederland.

Alleen: waar dan precies? Want de rechtbank Amsterdam (die de zaak voorlegde aan het Hof) kan natuurlijk niet oordelen over claims van consumenten in zeg Enschede of Maastricht. En bij een massaclaim is het juist de bedoeling dat je al die claims wél kunt samenvoegen.

Voor het Hof is de oplossing simpel. Bij een massaclaim als deze weet je niet (en hoef je niet te weten) waar iedere individuele betrokkene woonachtig is. De doelgroep is duidelijk genoeg omschreven, en daar gaat het om bij bepalen of de claimorganisatie mag optreden tegen het gedrag van Apple. Bijgevolg is alleen nog relevant of onder welke rechtbank de claimstichting zelf valt, en dat is de rechtbank Amsterdam want beide stichtingen zijn daar statutair gevestigd.

Het is het zoveelste aspect van internationale bevoegdheid. Het blijft gedoe met elke keer allerlei factoren afwegen, maar ik blijf het superieur vinden ten opzichte van enkelvoudige criteria zoals “wij zitten in Cupertino dus je mag altijd daarheen”. Dat is in een internationale wereld gewoon oneerlijk.

Arnoud

Mag Google met verplichte registratie andere appwinkels buiten de deur houden?

Een lezer vroeg me:

Allerlei partijen maken zich zorgen (F-Droid, EFF) over de plannen van Google voor de verplichte registratie van app-ontwikkelaars. Volgens Google zou dit gebruikers juist tegen “bad actors” moeten beschermen, maar het maakt het downloaden van apps via alternatieve app stores behoorlijk riskant. Is dit werkelijk toegestaan onder de EU Digital Markets Act?
De Digital Markets Act is in 2022 ingevoerd om eindelijk niet meer achter Big Tech aan te hoeven rennen. Het klassieke mededingingsrecht biedt natuurlijk de optie om alle vormen van machtsmisbruik aan te pakken, maar als je zo veel geld (en advocaten) hebt als FAANG en MANGO dan duurt het jaren, zo niet decennia voordat dit definitief uitgevochten is. En ondertussen is je markt allang kapot.

De DMA benoemt simpelweg een trits praktijken die niet mogen, en een pakket met eisen waar “poortwachters” van grote “kernplatformdiensten” aan moeten voldoen. De Commissie kan bij overtreding direct ingrijpen en boetes of bindende aanwijzingen opleggen. Natuurlijk kun je dan naar het Hof van Justitie, maar een stuk gestroomlijnder is het.

Eén van die eisen is dat een ecosysteem zoals Android meerdere afrekenmogelijkheden en appstores moet kunnen hebben (art. 6 lid 4). Voor Android is F-Droid de bekendste, en die heeft grote moeite met Google’s voorgenomen openstelling van deze optie bij Android.

De reden is dat Google er meteen de voorwaarde bij stelt dat iedere Android developer zich bij Google moet registreren. Dit maakt gebruik van F-Droid heel moeilijk: zij kunnen niet afdwingen dat hun gebruikers dat doen, en de enige optie is dan dat F-Droid zichzelf voordoet als de maker van alle via hun appwinkel aangeboden apps. En dat werkt natuurlijk niet.

Google draagt als reden aan dat ze zo malafide apps buiten de deur wil houden. Een formele identiteitscheck zal bad actors immers wel afschrikken (niet lachen daar achterin). Maar Google hééft al een uitgebreide set maatregelen hier tegen (Play Protect) dus dat voelt wat gezocht.

Mag het van de DMA, die eis van Google? Heel algemeen lijkt het erop van wel:

Het wordt de poortwachter niet belet maatregelen, voor zover die strikt noodzakelijk en evenredig zijn, te treffen om ervoor te zorgen dat softwareapplicaties of appstores van derden de integriteit van de door hem ter beschikking gestelde hardware of besturingssystemen, niet in gevaar brengen, op voorwaarde dat dergelijke maatregelen naar behoren gemotiveerd worden door de poortwachter.
Op het eerste gezicht kun je Google’s “zorgen om malware” en gekozen maatregel van identiteitscontrole dus niet terzijde schuiven. Ik maak me zorgen dat het effect op F-droid te subtiel is, veel mensen nemen al snel genoegen met “dit moet voor de security”. Het wetsartikel eist natuurlijk een uitgebreide motivatie, en die zou ik dus wel eens willen lezen.

Arnoud

Online platforms zijn aansprakelijk voor AVG-schendingen door gebruikers, wat nu?

Photo by Jake Heinemann on Pexels

Een online marktplaats is onder de AVG verwerkingsverantwoordelijke voor de inhoud van advertenties die haar gebruikers plaatsen. Dat bepaalde het Hof van Justitie in zaak C-492/23 (Russmedia). Dit doorkruist keihard de gevestigde regel dat zo’n platform in beginsel gewoon niet aansprakelijk is. Wat is hier gebeurd?

De zaak begon toen op advertentieplatform publi24.ro (zeg maar het Roemeense Marktplaats) een advertentie verscheen waarin een vrouw seksuele diensten aanbood, met foto en telefoonnummer. Dat was echter zonder toestemming van deze betrokkene gebeurd, waardoor zij via de AVG verwijdering van de advertentie eiste.

Verwijdering gebeurde ook keurig, maar ondertussen was de advertentie al elders opgedoken. En vandaar de vraag: kun je dat onder de AVG de uitgever (Russmedia) aanwrijven? Dat ging naar het Hof van Justitie en nu zitten wij met de gebakken peren.

Het Hof constateert allereerst dat het vrij duidelijk is dat het platform de verwerkingsverantwoordelijke is. Daarbij woog de brede licentie uit de voorwaarden zwaar: als Russmedia alles mag doen met advertentiecontent, dan laat dat zien dat ze zelf (in AVG-termen) het doel en de middelen van de verwerking van die persoonsgegevens vaststelt. (De plaatser speelt ook een rol, maar de vrijheid van Russmedia was belangrijker.)

Nu is dat tot daar aan toe, maar betekent dit dat Russmedia a priori aansprakelijk is voor onjuiste gegevens in advertenties? Onder de regels voor hostingpartijen (DSA) is dat antwoord normaal duidelijk: nee, pas na het niet tijdig opvolgen van een klacht (notice&action) kan aansprakelijkheid ontstaan.

Het Hof leest de DSA – en haar voorganger de ecommercerichtlijn uit 2000 – echter nog eens goed, en ziet dan in artikel 1 punt 5 een item waar ik me ook al vaker over verbaasd had:

b) kwesties in verband met diensten van de informatiemaatschappij die onder Richtlijn 95/46/EG en Richtlijn 97/66/EG vallen;
Overal waar naar Richtlijn 95/46 verwezen wordt, moet je nu een verwijzing naar de AVG lezen. En de DSA heeft in artikel 2.4 iets vergelijkbaars, haar regels mogen niet regels overrulen uit onder meer
het Unierecht betreffende de bescherming van persoonsgegevens, met name Verordening (EU) 2016/679 en Richtlijn 2002/58/EG;
De onvermijdelijke conclusie is dus: een platform zoals public24.ro is aansprakelijk voor onrechtmatige verwerking van persoonsgegevens. Per direct, zonder voorafgaande klacht, zoals bij iedereen die persoonsgegevens verwerkt. Want een claim wegens aansprakelijkheid (art. 82 AVG) mag dus niet worden gepareerd met de Digital Services Act.

Geldt dit nu voor álle hostingpartijen? Daar twijfel ik een beetje over. Een belangrijke overweging van het Hof was dat het marktplaatsplatform zelf best actief besliste wat er met die advertenties zou gebeuren. Een kale hoster geeft enkel door wat de gebruiker plaatst, en dat komt voor mij niet in de buurt.

De DSA kent zelf ook de categorie van handelsplatforms (afdeling 4), maar daar regelt ze niets dat relevant is voor persoonsgegevens. Ik durf het dan ook niet aan om te zeggen, deze uitspraak geldt enkel voor die specifieke categorie.

Misschien maakt het uit dat het om advertenties gaat, maar ook dat betwijfel ik. De uitspraak draait duidelijk om het eigenmachtig beslissen waar de content geplaatst wordt, niet dat het gaat om commerciële reclame of afkomstig is van bedrijven.

Het Hof verbindt de uitkomst wel aan specifieke plichten:

  • Advertenties screenen op bijzondere persoonsgegevens;
  • Controleren of de betrokkene van die gegevens de plaatser van de advertentie is;
  • Zo niet, bewijs verlangen dat de betrokkene uitdrukkelijke toestemming (of andere AVG-uitzondering op artikel 9) heeft gegeven;
  • Adequate beveiligingsmaatregelen (art. 32) nemen tegen ongeautoriseerde overname van de advertenties door derden.
Nogmaals, ik zie dus nergens staan dat dit alleen bij advertenties de uitkomst moet zijn. De zaak ging over een advertentie, vandaar dat deze plichten over advertenties gaan. Ik zie niet hoe de redenering anders loopt als het een comment onder een nieuwsbericht was geweest met dezelfde inhoud. En dát is waarom de impact zo breed lijkt te zijn.

Arnoud

Kind (12) veroorzaakt ongeluk met opgevoerde fatbike, verzekeraar NN keert niks uit: ’Het is geen fiets, maar een motorvoertuig’

Photo by Haberdoedas on Unsplash

Een vader blijft zitten met duizenden euro’s schade die zijn 12-jarige zoon veroorzaakte op een snelle fatbike, las ik in de Telegraaf. De verzekeraar weigert uit te keren, omdat het vervoermiddel door de aanpassing een motorvoertuig zou zijn geworden. Dit gaat met software, dus mag ik er wat van vinden.

De zoon was op de fatbike door eigen schuld gebotst met een scooter, wat leidde tot 6800 euro schade bij de wederpartij. De WA-verzekering van de vader weigerde echter uit te keren, omdat de fatbike een motorvoertuig was en dan heb je een WAM-verzekering (Wettelijke Aansprakelijkheid Motorvoertuigen) nodig.

De vader stapte naar geschillencommisssie Kifid. Deze bevestigt echter het standpunt van de verzekeraar. Hoofdregel is dat een fatbike een motorrijtuig is, omdat deze “mede wordt voortbewogen door een mechanische kracht” (art. 1 sub c Wegenverkeerswet). Uitgezonderd hiervan zijn “fietsen met trapondersteuning”, en dat zijn (art. 1 sub ea):

fietsen die zijn voorzien van een elektrische hulpmotor met een nominaal continu vermogen van maximaal 0,25 kW en waarvan de aandrijfkracht geleidelijk vermindert en tenslotte wordt onderbroken wanneer het voertuig een snelheid van 25 km/h bereikt, of eerder, indien de bestuurder ophoudt met trappen;
De betreffende fatbike bleek echter een snelheid van 35 km/h te kunnen halen, en was daarmee geen “fiets met trapondersteuning” en dus gewoon een motorrijtuig.

Alleen: De vader stelde dat de fatbike was aangeschaft in de veronderstelling dat het om een gewone e-bike ging, en dat zij niet wisten dat de fatbike was opgevoerd. Foutje van de fabriek? De geschillencommissie gelooft dit niet helemaal, maar vindt vooral dat dit er niet toe doet:

Wat hiervan ook zij, ook als de consument er niet mee bekend was dat de fatbike een motorrijtuig is, mag de verzekeraar zich beroepen op de uitsluiting in de voorwaarden. Bekendheid met het feit dat het geen gewone e-bike betrof is namelijk geen vereiste om de claim van de consument af te wijzen.
Dit is bewijsrechtelijk natuurlijk goed te begrijpen, maar moet wel zuur zijn als je hierdoor écht wordt overvallen. Tegelijkertijd: dat merk je bij de eerste keer rijden toch, omdat je dan al snel de 25+ aantikt.

Elders was al bepaald dat een fatbike de Wegenverkeerswet schendt door enkel geschikt gemaakt te zijn om te hard te rijden, ook als men niet daadwerkelijk boven de 25 km/h rijdt of met een knopje het opvoeren tijdelijk uitschakelt. Deze uitspraak gaat over de verzekeringskant, en bevestigt dat het ook dan niet uitmaakt of je echt te hard reed.

Frustrerend voor het slachtoffer is wel dat nu de WA-verzekering van de (vader van de) dader niet hoeft uit te keren, hij de schade alleen vergoed kan krijgen door naar de rechter te stappen. Het waarborgfonds helpt niet, want de dader is bekend. Of de schade moet door een eigen verzekering gedekt worden (beperkt casco of allrisk scooterverzekering).

Arnoud

Voor kwijtgeraakt pakket getekend door bezorger, wat nu?

Photo by Janis Ringli on Unsplash

Via Reddit:

Wij wonen in een appartementencomplex, met beneden een ingang met digitale deurbel, binnen een centrale hal met postbussen, en liften naar de verdiepingen met de 100+ appartementen. Laatst was een van mijn pakketten waarschijnlijk [door de bezorger in de centrale hal] beneden gedropt, maar heb ik het niet terug kunnen vinden in de hal. Ik heb dit aangekaart bij de verkoper en om een refund gevraagd, omdat ik tenslotte alleen een “contract” heb met de verkoper, en niet met de pakketbezorger. De verkoper heeft verdere informatie opgevraagd bij de bezorger, en de bezorger heeft screenshots uit hun systeem aangeleverd die aangeven dat het “direct aan de bewoner is overhandigd” met als bewijs een “handtekening” (een willekeurig krabbeltje, niet van mij). [Waar sta ik nu juridisch?]
Uiteindelijk moet je toch bij de verkoper zijn, en wat hun bezorgers doen is in het geheel niet jouw probleem.

Natuurlijk, de bezorger heeft een handtekening laten zien. Dat is een bewijs dat het pakket door jou in ontvangst is genomen. En zelfs sterk bewijs: de wet (art. 157 lid 2 Wetboek van Rechtsvordering) zegt dat een ondertekend document een “onderhandse akte” is en daarom “tussen partijen dwingend bewijs [oplevert] van de waarheid” van waar je voor tekent. Terugkrabbelen nadat je tekende voor “ik heb een pakket met serienummer X ontvangen”, gaat dus eigenlijk niet.

Hier is het probleem dat de bezorger en niet jij tekende (nemen we maar even aan). Daar hebben we artikel 159 lid 2 voor: “Een onderhandse akte waarvan de ondertekening door de partij, tegen welke zij dwingend bewijs zou leveren, stellig wordt ontkend, levert geen bewijs op, zolang niet bewezen is van wie de ondertekening afkomstig is. (…)”

Als jij dus “stellig ontkent” (oftewel: zonder voorbehoud en zonder reden, “Nee, dat is niet mijn handtekening, punt”), dan gaat de bal terug naar de winkel: bewijs maar dat het wél jouw handtekening is. Dat kunnen ze bijvoorbeeld doen door deze met een eerdere handtekening van jou te vergelijken, of door een kopie van je identiteitsbewijs – waar je handtekening op staat – te laten zien. Een deskundige inhuren die dat uitzoekt kan ook, maar kost al snel een paar duizend euro. Dat zie ik hier allemaal niet gebeuren.

Het juridische pad is dus: jij klaagt “pakket niet gehad”. De winkel zegt “welles, je hebt getekend voor ontvangst”. Jij zegt “Nee, dat is niet mijn handtekening, punt”. De winkel moet nu bewijs geven dat het wél jouw handtekening is, of op andere manier aantonen dat het pakket wel bij jouw appartement over de drempel is gegaan. Anders is het niet aangekomen.

Arnoud

Mag een consument Pokémonsets openmaken en terugsturen als deze denkt dat ze nep zijn?

Photo by Erik Mclean on Pexels

Via Reddit:

Ik heb een kleine webshop op gebied van Pokémon en handel hier dan ook al geruime tijd in. [Een klant bestelde een zeldzame set.] Nu heb ik gisteren (18-11) een mail gehad van deze klant, waarbij er beweerd wordt dat ik danwel een nep product heb verkocht, danwel een geresealed product. Klant heeft foto’s meegestuurd van eenzelfde product, maar waarbij niet te achterhalen dat dit product daadwerkelijk uit mijn geleverde doos is gekomen.
De discussie gaat nog even door; de klant voelt zich “belazerd” en na de reactie dat alle sets bij een officiële, erkende supplier gekocht zijn mét bewijzen, stelt de klant dat hij simpelweg het recht heeft “een product te retourneren wanneer dit niet voldoet aan de verwachtingen of wanneer het afwijkt van wat redelijkerwijs mocht worden geleverd”.

Op zich is die uitspraak waar, maar met een paar nuances. Het belangrijkste is dat de winkel gelegenheid moet krijgen tot herstel of vervanging (art. 7:21 BW), tenzij je dat niet kunt eisen (lid 4). Bij kaartjes die nep zijn, ligt vervangen voor de hand. Pas nadat de winkel hiermee het niet kon oplossen, heb je recht op geld terug (art. 7:22 BW) als consument.

Bij herstel en vervanging gaat het niet om de mening van de consument, maar om een objectieve norm: wijkt het af van wat je mocht verwachten? In dit geval dus: zijn de kaartjes echt en origineel, dus niet geresealed of gebruikt? De bewijslast daarvoor ligt bij de consument, die meer moet aandragen dan alleen dat “product én de inhoud afwijken van andere producten”. Er zijn apps en dienstverleners te over die hierbij kunnen helpen.

De consument heeft verder natuurlijk het recht de aankoop binnen 14 dagen na ontvangst ongedaan te maken. Of het product voldoet aan de verwachtingen, is daarbij niet relevant. Een ontevreden klant die er snel bij is, kan dus zo zonder gezeur van zijn aankoop af.

Pokémonsets als deze worden verzegeld verzonden. Er staat in de Wet koop op afstand (art. 6:230p BW) inderdaad iets over dat verzegelen het recht van retour kan laten vervallen, maar dat is alleen zo bij

  • de levering van zaken die niet geschikt zijn om te worden teruggezonden om redenen van gezondheidsbescherming of hygiëne en waarvan de verzegeling na de levering is verbroken;
  • de levering van audio- en video-opnamen en computerprogrammatuur waarvan de verzegeling na levering is verbroken;
Beide situaties zijn niet aan de orde bij Pokémonkaarten. De reden voor verzegeling daar is authenticiteit en een stukje merkbeleving. Dat een pakje geopend is, is dus géén reden om de retour te mogen weigeren.

Tegelijk vermindert de waarde van het product fors als het pakket geopend is. Weinig kopers van Pokémonkaarten zitten te wachten op resealed pakjes, onder meer om zorgen dat er nepkaarten in gestopt zijn, of de waardevolle eruit gehaald en vervangen. (Resealen is an sich niet verboden, zolang je maar expliciet en duidelijk er bij zet dát je dat gedaan hebt.)

De remedie uit de wet is dat je dan die waardevermindering mag doorrekenen bij het terugbetalen van de aankoopprijs, maar dus niet de retour geheel weigeren. Omdat er hier eigenlijk geen mogelijkheid is voor de winkel om de kaarten weer in een nieuwe originele verpakking te krijgen, en je ze dus los moet verkopen, kun je volgens mij de restwaarde alleen bepalen als de verkoopprijs van de losse kaarten samen.

Arnoud