Concurrentje pesten middels pornosite

| AE 4492 | Intellectuele rechten, Iusmentis | 23 reacties

porno.jpgOk, wat was u denkende. Dat was mijn eerste gedachte bij het lezen van dit vonnis over twee concurrerende fietsenzaken waarbij de één een domeinnaam had geregistreerd die vrijwel identiek was aan die van de concurrent. En wel op het moment dat ik las “Deze domeinnaam wordt gelinkt aan een pornografische website.” Echt.

Het vastleggen van de domeinnaam die lijkt op de bedrijfs- of domeinnaam van een concurrent is op zich al dubieus, maar als je dit soort dingen gaat doen moet je niet gek opkijken als je meteen verliest. Je zult een héél goed verhaal moeten hebben waarom je dat doet, en dat was er in dit geval niet:

Ter comparitie heeft de heer [Gedaagde] uitgelegd dat hij de concurrentie van [Eiser] vreest en de domeinnaam geregistreerd heeft om die aan [Eiser] te kunnen verkopen ‘als er rare dingen zouden gebeuren’. De rechtbank vermag niet in te zien wat [Gedaagde] hiermee bedoelt.

En als de rechtbank niet snapt wat je bedoelt, gaat men zelf bedenken wat je zou kunnen bedoelen:

[D]de rechtbank [is] van oordeel dat er geen andere reden geweest kan zijn dan het dwarszitten van haar concurrent. Dit dwarszitten kan gelet op de concurrentiestrijd tussen partijen gericht zijn geweest op misleiding van klanten en potentiële klanten van [Eiser].

Voor de pornosite was wél een verklaring: waarschijnlijk was de site gehackt. Een naburige school had ook last van zulke doorlinks. Op zich legitiem, het kan gebeuren dat je dat soort rommel op je site krijgt. Maar dat kwam hier niet heel geloofwaardig over. De politie had de laptop van de gedaagde directeur onderzocht en geen sporen gevonden van gehackt zijn (of van het aanbrengen van pornolinks), maar wél geconstateerd dat er van alles weg was.

De rechtbank gelooft er dus niets van. Concurrentje pesten, dat is het. En dat mag niet, dus meneer moet stoppen met het gebruik van die domeinnaam. Gek genoeg geen overdracht.

Ook was er schadevergoeding geëist. Maar wat ís die schade? Schade moet je aantonen, je kunt niet zomaar een bedrag uit de lucht grijpen. En ondanks het toch behoorlijk specifieke bedrag van 12.722,50 euro dat men eiste, vond de rechtbank dat niet gebleken was van schade. De doorlink was maar zó kort in de lucht (Tweede Paasdag ook nog eens) en geen enkele klant had aangegeven hierom afgehaakt te hebben.

Arnoud

Inbreuk op domeinnaam

| AE 1704 | Intellectuele rechten | 17 reacties

thuisbez-justeat.gifHet registreren van een domeinnaam kan onrechtmatig zijn als je daardoor profiteert van de reputatie van de domeinnaam van een ander. Ook als die ander geen merk heeft geregistreerd. Dat blijkt uit een vonnis van de kortgedingrechter in een zaak tussen thuisbezorgmaaltijdbemiddelaars Thuisbezorgd.nl en Just-Eat.

De laatste had namelijk diverse domeinnamen zoals amsterdam-thuisbezorgd.nl en spareribs-thuisbezorgd.nl geregistreerd. Deze verwezen door naar de hoofdsite just-eat.nl. Met deze domeinnamen wilde men graag goed ‘scoren’ in de zoekmachines, want het zijn natuurlijk leuke ‘keyword rich’ domeinnamen. Alleen: dat vond Thuisbezorgd dus niet leuk want het was wel steeds haar handelsnaam. Nu is het ondertussen wel min of meer duidelijk dat een domeinnaam niet per se handelsnaamgebruik is. Inbreuk op een handelsnaam pleeg je alleen als je de website achter die domeinnaam presenteert als de bedrijfswebsite. Doorlinken is geen handelsnaamgebruik. Thuisbezorgd kreeg hier dan ook in het ongelijk.

Maar Thuisbezorgd had nog een ander ijzer in het vuur: het is toch gewoon onrechtmatig om zo te profiteren van andermans inspanning? Zij had het woord “Thuisbezorgd” tot een bekende kreet weten te promoten, en nu ging Just-Eat daar een beetje verwarring zitten stichten en profijt van trekken. Dat kan toch zomaar niet? Nee, dat vond de rechter ook:

Uitgangspunt bij beantwoording van de vraag of dit het geval is, is dat het profiteren van andermans product, inspanning, kennis of inzicht op zichzelf niet onrechtmatig is, ook niet als dit nadeel aan die ander toebrengt. In dit geval is echter aannemelijk dat het publiek in verwarring wordt gebracht omtrent de identiteit van de aanbieder van de online dienst. De domeinnamen van Just-Eat en de domeinnaam/handelsnaam van Thuisbezorgd.nl wijken slechts in zeer geringe mate van elkaar af. De louter beschrijvende toevoegingen van Just-Eat, bestaande uit de naam van een stad of de naam van een menu, zijn voorshands onvoldoende om verwarring te voorkomen.

Op zich is dit een geldige redenering – maar voor merkinbreuk. Thuisbezorgd heeft haar naam echter niet als merk beschermd, en mag dus een eis als deze helemaal niet doen. Het merkenrecht bepaalt in artikel 2.19 namelijk dat je zonder inschrijving van een woord als merk, geen vordering onder het “gemene recht” (art. 6:162 BW) mag instellen over iets dat merkinbreuk lijkt.

De rechter lijkt hier de domeinnaam zelf als recht te presenteren: er wordt “op onrechtmatige wijze geprofiteerd van de bekendheid van de domeinnaam/handelsnaam van Thuisbezorgd.nl”. Dit omdat er verwarring wordt gesticht over wie er achter de domeinnaam zit:

Deze verwarring is nodeloos omdat Just-Eat geen geldige reden heeft om de gehele domeinnaam van haar concurrent in haar eigen domeinnamen op te nemen. Zij doet dit – zoals zij ter zitting heeft verklaard – enkel met het doel de zoekresultaten op internet te beïnvloeden, Her staat Just-Eat in beginsel vrij om die zoekresultaten in voor haar gunstige zin te beïnvloeden, maar het wordt onrechtmatig geacht om dit met gebruikmaking van de gehele domeinnaam/handelsnaam van een concurrent te doen.

Het beïnvloeden van zoekresultaten om zo hoger te scoren dan je concurrent lijkt me toch een volstrekt legitiem doel. De concurrent gebruikt een beschrijvende handelsnaam, en moet dan voor lief nemen dat anderen dat woord in advertenties en domeinnamen gaan gebruiken.

Via Boek9.nl, dat ook het plaatje leverde.

Arnoud