Molenbeek voert belasting in op zelfscankassa’s, mag dat in Nederland?

| AE 13459 | Regulering | 41 reacties

nosheep / Pixabay

Supermarkten in Sint-Jans-Molenbeek zullen dit jaar een belasting van 5.600 euro moeten ophoesten per zelfscankassa, las ik bij het Vlaamse Bruzz. Dit als ontmoedigingsbeleid, omdat zelfscankassa’s “gevolgen hebben voor de sociale samenhang in wijken waar veel ouderen wonen, omdat er geen contact is tussen klanten en werknemers.” Wat redelijk klinkt, maar wel bij velen de vraag opriep: mag je dat wel doen als gemeente, regels stellen aan de automatisering van een privaat bedrijf?

Een gemeente is bevoegd regels te stellen aan de huishouding van de gemeente (art. 124 Grondwet). De Gemeentewet werkt dit verder uit, maar de kern is dus dat een gemeente in grote lijnen veel vrijheid heeft in wat er wel en niet mag. De ene gemeente zal bijvoorbeeld inzetten op een ouderwets gezellig centrum met een leuke toestroom van dagjesmensen, de ander gaat voor rust en orde, enzovoorts. Dat is dus helemaal prima.

Uiteraard zitten daar grenzen aan. Juristen noemen dat de boven- en ondergrens. De bovengrens is waar hogere regelgeving geldt, met name de wetten uit Den Haag dus. Een gemeente mag niet zelf bepalen dat bij haar de maximumsnelheid in de bebouwde kom 100 km/uur is, omdat de Wegenverkeerswet daar al 50 als maximum stelt. (Verlagen tot 30 of woonerven aanwijzen mag wel, omdat de Wvw dat toestaat).

Hier gaat het om de ondergrens:

De ondergrens markeert het moment dat gemeentelijke voorschriften in (te) sterke mate treden in de ‘bijzondere belangen der ingezetenen’ en daarmee niet langer in het belang van de gemeente geacht kunnen worden te zijn. … de maatregel moet een relevantie hebben voor de door de gemeente te dienen (openbare) belangen.
Men citeert het arrest ‘Anticonceptivaverordening’ uit 1962, waarin een gemeente (Bergen op Zoom) verbood dat winkels anticonceptiva aanboden. Dat had niets met openbare belangen te maken, maar ging uitsluitend om wat mensen privé thuis doen zeg maar. (Regels over onzedelijkheid in het openbaar mogen natuurlijk wel, maar dat staat dan los van of men het veilig of onveilig doet.)

De vraag is dus hier – als we het in Nederlands recht duiden – of het zo moeilijk maken van zelfscankassa’s een openbaar belang dient of alleen de belangen van ingezetenen, de ondernemers van die supermarkten, raakt. De gemeente noemt twee redenen: de lokale werkgelegenheid (zelfscankassa’s vereisen minder personeel) en de sociale cohesie (ouderen en laagopgeleiden zullen minder vaak naar de supermarkt gaan, want zelfscankassa’s zijn afschrikwekkend).

Zelf vind ik die tweede wel een redelijke kanshebber, omdat sociale cohesie ook raakt aan de openbare orde. Werkgelegenheid is ook een belangrijke maar vind ik minder direct relevant bij dit argument. Maar in Nederland lijkt er minder aandacht te zijn voor de problemen rond zelfscankassa’s dus ik ben benieuwd of hier ooit een verordening tegen komt.

Arnoud

Burgemeester is vaak tandeloos bij online handhaven

| AE 10865 | Regulering | 7 reacties

Burgemeesters weten nog altijd niet precies wat ze aanmoeten met online-provocaties die kunnen escaleren op straat. Dat las ik in het Friesch Dagblad, dat ik ook niet elke dag opensla. Uit onderzoek van de Rijksuniversiteit Groningen en NHL Stenden Hogeschool blijkt dat preventief ingrijpen na een online dreiging een meerwaarde kan zijn bij het voorkomen van erger op straat. Dit type probleem escaleert online snel, en als je pas ingrijpt nadat het is overgeslagen naar de straat in je eigen woonplaats dan heb je als burgemeester een forse achterstand. Alleen heb je als burgemeester nu net geen goede bevoegdheden om online al in te kunnen grijpen. Dit is gek maar ook weer niet.

De burgemeester speelt ten aanzien van de openbare orde in de gemeente een belangrijke rol. Hij heeft bijzondere bevoegdheden daarin onder de Gemeentewet. Zo oefent hij toezicht uit op openbare evenementen, kan hij gebouwen sluiten (ook woningen) en mag hij gebieden tot risicogebied verklaren zodat de politie vergaande maatregelen mag nemen. Uniek is zijn positie bij “oproerige beweging, van andere ernstige wanordelijkheden of van rampen” – hij mag dan alle bevelen geven die nodig zijn om dit te bestrijden, en mag daarbij de wet negeren (behalve de Grondwet) als dat nodig is.

Zouden er in een gemeente bijvoorbeeld mensen uit het hele land samenkomen per trein met de bedoeling een oproer te beginnen, dan mag de burgemeester het station sluiten en die treinen terugsturen. Kan dat niet, dan mag hij die mensen bij aankomst in hechtenis nemen en ze op zijn gemak terugsturen naar waar ze vandaan komen. En bij dat laatste hoeft hij dus (als het inderdaad écht niet anders kan, en geen uur langer dan nodig) geen rechter nodig die strafbare feiten vaststelt en een gevangenisstraf uitspreekt.

Die mensen kwamen samen omdat er op zeg Twitter werd opgeroepen tot het een of ander. Veel handiger zou dan zijn geweest dat de burgemeester die Twitteraars had kunnen aanspreken op wat ze deden, net zoals hij een demonstratie op straat kan verbieden. Maar dat is ingewikkeld. Om te beginnen omdat die Twitteraar zijn grondrecht van uitingsvrijheid uitoefent, en de burgemeester mag de Grondwet nu net niet passeren. Maar ten tweede omdat de Twitteraar waarschijnlijk niet in de eigen gemeente woont, zodat de burgemeester niet bevoegd is om wat dan ook met hem te doen. De burgemeester van diens eigen woonplaats natuurlijk wel, alleen je doet in Amsterdam onder het gemeenterecht niets verkeerd als je oproept naar Haren te gaan om daar te gaan rellen.

Ook zit je natuurlijk met het punt dat je niet vooraf kunt inschatten wat het effect zal zijn van een digitale oproep. Soms heeft het groot effect (zoals inderdaad het Haren-gebeuren, Project X) maar heel vaak ook niet. En iemand preventief in hechtenis nemen of van Twitter af trekken als overheid omdat er ‘misschien’ wat misgaat, is natuurlijk ook weer zo wat.

Wat te doen? Je kunt natuurlijk zeggen, dit moet nationaal geregeld worden. Daar hebben we de landelijk opererende politie voor. Alleen gaat het dan in principe om misdrijven, terwijl ordeverstoringen vaak van veel geringere omvang zijn, zeker in het begin. Daar moet dus een wetswijziging voor komen. Ook een optie is dat de burgemeester de social media in kwestie vraagt berichten te verwijderen (notice/takedown) maar ook dan kom je snel in de sfeer van het censuurverbod. Dat lijkt me dus minstens zo heikel. Maar wat moet je dan?

Arnoud

Gemeente mag binnenkort mobiele camera’s en drones inzetten voor toezicht

| AE 6534 | Privacy, Security | 14 reacties

dome-camera.jpgDe Tweede Kamer heeft een wetsvoorstel van Minister Opstelten aangenomen waardoor een gemeente voortaan zelfstandig kan bepalen of er mobiele camera’s, waaronder drones, ingezet mogen worden. Dat meldde Security.nl onlangs. Het toezicht moet wel proportioneel zijn want “in het algemeen kan worden gesteld dat -vanwege de ruimere mogelijkheden en de inherente privacygevaren- de inzet van rijdende en vliegende camera’s als een zwaarder middel kan worden aangemerkt dan de inzet van statisch opgestelde camera’s.” Eh ja, juist.

Gemeentes mogen opsporingsmiddelen zoals camera’s alleen inzetten als daar een wettelijke bevoegdheid voor is. Dit omdat camera’s raken aan de privacy van de burger, en de overheid mag die alleen schenden als dat wettelijk geregeld is (én de schending gerechtvaardigd en proportioneel is voor het doel). De huidige wet (art. 151c Gemeentewet) bepaalt dat gemeentes cameratoezicht mogen hanteren, maar alleen “aangebrachte” camera’s, oftewel camera’s die ergens hangen en vaste plekken filmen.

Het wetsvoorstel van Ivo “Drone” Opstelten verruimt dit: de eis dat de camera “vast” moet zijn, wordt geschrapt. Daarmee zijn tijdelijk opgehangen camera’s toegestaan als middel ter observatie van de burger, maar ook volledig losse camera’s zoals een agent met helmcam of een drone die over de gemeente vliegt.

De procedure wordt dat de burgemeester (na toestemming hiervoor van de gemeenteraad) een gebied aanwijst waarbinnen camera’s mogen worden ingezet. Dit is simpeler dan hoe het nu is: nu moet in het besluit worden vastgelegd wáár de vaste camera’s komen te hangen. Dat is voor vaste camera’s logisch maar bij mobiele camera’s werkt dat natuurlijk niet. De eis van borden die het gebied markeren (“Let op: mobiel cameratoezicht”) blijft wel gehandhaafd. Ook mogen nog steeds alleen getrainde politieagenten de camera’s uitkijken.

Cameratoezicht blijft een lastig onderwerp. Je ziet dat ook terug in de stukken bij dit wetsvoorstel: onduidelijk is of het werkt, maar ook onduidelijk is of het niet werkt. En aangezien er toch behoefte aan is, en de burger er niet al te moeilijk over doet, moeten we het dan toch maar doen in het kader van criminaliteitsbestrijding. En dan krijg je dit soort zinnen:

De inzet van cameratoezicht in de publieke ruimte en het vastleggen van de beelden in het belang van de handhaving van de openbare orde draagt bij aan de veiligheid in de publieke ruimte en bevordert het zichtbaar maken van overlast, geweld en criminaliteit waardoor een effectievere bestrijding mogelijk wordt.

Maar waar dat op gebaseerd is?

Arnoud