Gastblog: Een glasvezel langs je flatraam. Moet je dat pikken?

| AE 7892 | Innovatie | 23 reacties

kabel-muur-gedoogplichtOmdat ik met vakantie ben vandaag een gastbijdrage. Vandaag: Michel Arts over de gedoogplicht om kabels langs je raam te moeten tolereren.

Op veel plaatsen wordt op dit moment glasvezel aangelegd. Dat gaat niet altijd zonder problemen. In flats heb je het probleem dat je mogelijk geen glasvezel kan krijgen als je onderbuurman, de huisbaas of de vereniging van eigenaars niet wil meewerken. Reggefiber zegt in zo’n geval zelfs: “kunt u niet zelf zorgen dat alle benedenburen mee willen werken, dan willen wij alsnog een poging wagen”. Kan Reggefiber inderdaad niets doen en kun je dus geen glasvezelaansluiting krijgen?

De Telecommunicatiewet is hier volgens mij vrij duidelijk over. In hoofdstuk 5 van die wet is de zogenaamde gedoogplicht geregeld. Dat is de verplichting van grondeigenaren om, onder bepaalde voorwaarden, de aanwezigheid van kabels t.b.v. openbare telecommunicatienetwerken te gedogen. De eigenaar moet ook gedogen dat deze kabels aangelegd en opgeruimd worden. Wel heeft de eigenaar recht op een schadevergoeding als hij daardoor schade leidt. Ook de rechthebbende van een gebouw is verplicht om onder bepaalde omstandigheden telecomkabels (en dus ook glasvezelkabels) in en aan het gebouw te gedogen. Dat is geregeld in het vierde lid van artikel 5.2:

Voor zover het voor het aansluiten van gebruikers op een openbaar elektronisch communicatienetwerk nodig is, is bovendien de rechthebbende op een gebouw verplicht de aanleg, instandhouding of opruiming van netwerkaansluitpunten en kabels in en aan dit gebouw te gedogen.

De bedoeling van de wetgever staat duidelijk in de memorie van toelichting (p. 48):

Dit betekent bijvoorbeeld voor het geval in een flatgebouw kabels moeten worden aangelegd ten behoeve van een aansluiting van een van de bewoners, de overige bewoners de aanleg, instandhouding en opruiming van deze kabels dienen te gedogen.

Om op de titel van deze gastbijdrage terug te komen: een glasvezelkabel langs je flatraam heb je dus inderdaad te pikken. Maar blijkbaar durven bedrijven als Reggefiber het niet aan om de gedoogplicht in te roepen. Op de website van de Autoriteit Consument & Markt (ACM) vond ik een besluit van de OPTA (Onafhankelijke Post en Telecommunicatieautoriteit, een van de voorlopers van de ACM) uit 2002 waarin aan de eigenaar van een flatgebouw een last onder dwangsom werd opgelegd omdat hij geen medewerking verleende aan de aanleg van twee KPN-aansluitpunten. Een last onder dwangsom betekent dat je een dwangsom moet betalen als je je niet houdt aan wat er in dat besluit is vastgelegd. Het ging hier om een flatgebouw waar geen KPN-infrastructuur aanwezig was. De eigenaar wilde niet verder gaan dan het verlenen van toegang tot een aansluitkast van concurrent Lijbrandt Telecom (KPN zou dan met Lijbrandt Telecom een contract moeten afsluiten voor het gebruik daarvan). Volgens de OPTA had KPN het recht om eigen kabels te leggen tot in de woning van de klanten.

In het besluit van de OPTA ging het om toegang tot een gemeenschappelijke ruimte van een flatgebouw. De ACM kan volgens mij een soortgelijk besluit ook opleggen aan een bewoner die weigert om toegang te verlenen tot zijn woning voor de aanleg van een glasvezelkabel voor zijn bovenbuurman. In de voorlopers van de Telecommunicatiewet (Telegraaf- en Telefoonwet 1904 en de Wet op de telecommunicatievoorzieningen) stond zelfs een bepaling die de PTT, en later KPN, de mogelijkheid gaf om aan de burgemeester of kantonrechter een last tot binnentreden te vragen om tegen de wil van de bewoner een woning binnen te treden voor de aanleg, instandhouding en opruiming van kabels.

In de Telecommunicatiewet ontbreekt een dergelijke bepaling. In de Algemene wet bestuursrecht staat echter een vergelijkbare bepaling die van toepassing is indien een bestuursorgaan tot het toepassen van bestuursdwang bevoegd is. Volgens die bepaling (artikel 5:27) kan een bestuursorgaan (zoals de ACM) zelf een machtiging tot binnentreden afgeven. Artikel 5.2 van de Telecommunicatiewet is een bepaling die de ACM via bestuursdwang kan handhaven. Dus de ACM kan de binnentredingsbepaling uit de Algemene wet bestuursrecht ook toepassen m.b.t. de gedoogplicht.

Samenvattend kunnen we dus stellen dat een benedenbuurman, verhuurder of een vereniging van eigenaars moet meewerken als een of meerdere bewoners glasvezel willen hebben. Het is dan ook onbegrijpelijk dat er woningcorporaties (zoals in Almere) zijn die zelfs niet willen dat de glasvezel via een stalen gootje aan de buitenkant van de flat aangelegd wordt. Wat vinden jullie? Moeten glasvezelbedrijven als Reggefiber zonodig een beroep doen op de wettelijke gedoogplicht of moeten ze het huidige beleid handhaven?

Michel Arts heeft elektrotechniek gestudeerd aan de Technische Universiteit Eindhoven en is antenneontwerper bij ASTRON. Naast techniek gaat zijn persoonlijke belangstelling uit naar (de geschiedenis van) auteursrecht, mediarecht en telecommunicatierecht.

Gastpost: Netneutraliteit en de Mediawet

| AE 5778 | Ondernemingsvrijheid | 9 reacties

Deze en volgende week ben ik met vakantie. Daarom vandaag een gastpost van Michel Arts over een interessant probleem rond netneutraliteit: de Mediawet heeft daar ook nog wat over te zeggen.

Een veel gehoord misverstand is dat de Mediawet 2008 niet van toepassing is op omroepdiensten die via internet worden aangeboden. Dat is echter een misverstand. Een kabeltelevisienetwerk heet in de Mediawet 2008 een omroepnetwerk en is gedefinieerd als

openbaar elektronisch communicatienetwerk als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel h, van de Telecommunicatiewet, dat wordt gebruikt of mede wordt gebruikt om, hoofdzakelijk met gebruik van kabels, programma’s te verspreiden
Het internet valt dus ook onder die definitie als via internet live-streams verspreid worden (het begrip programma heeft alleen betrekking op live-uitzendingen). Nog expliciter staat het in artikel 6 van de bijlage bij de Mediaregeling 2008. In dat artikel wordt gesproken over toezichtskosten (dat zijn de jaarlijkse kosten die een commerciële omroep moet betalen aan het Commissariaat voor de Media) voor omroepdiensten die uitsluitend via het open internet verspreid worden. Dus ook voor een internetradiostation moet je toestemming hebben van het Commissariaat voor de Media. Ik heb echter de indruk dat het Commissariaat niet actief optreedt tegen internetradiostations die deze toestemming niet hebben.

Wat heeft het bovenstaande nu met netneutraliteit te maken? Volgens artikel 6.10 van de Mediawet 2008 mag de aanbieder van een omroepnetwerk (of omroepzender) geen programma’s verspreiden waarvoor degene die de programma’s verzorgt geen toestemming heeft op grond van de Mediawet 2008 of vergelijkbare buitenlandse regelgeving (voor zover die toestemming vereisen). Hiervoor is al aangegeven dat het internet een omroepnetwerk is als via internet programma’s worden verspreid. Op grond van artikel 6.10 is een internetprovider dus verplicht om omroepdiensten waarvoor geen toestemming is verleend te blokkeren. Dit is duidelijk in strijd met het beginsel van netneutraliteit (formeel niet omdat artikel 7.4a, lid 1, onderdeel d van de Telecommunicatiewet een uitzondering maakt op de netneutraliteit als dat noodzakelijk is ter uitvoering van een wettelijk voorschrift).

Het is duidelijk dat artikel 6.10 van de Mediawet 2008 geschreven is voor de traditionele kabelbedrijven. Deze stellen een zenderpakket samen en verspreiden dat via hun eigen netwerk. Dit zijn echter twee verschillende functies die door verschillende bedrijven uitgevoerd kunnen worden. Een voorbeeld was het, inmiddels failliete, Eindhovense bedrijf Iphion dat zenderpakketten aanbood die via het glasvezelnetwerk van OnsNetEindhoven verspreid werden. Volgens het beginsel van netneutraliteit zouden verplichtingen op grond van de Mediawet 2008 zich uitsluitend moeten richten tot de aanbieders van zenderpakketten en omroepdiensten maar niet tot de aanbieders van de fysieke infrastructuur.

De Tweede Kamer heeft zojuist de behandeling van een wetsvoorstel tot wijziging van de Mediawet 2008 afgerond (Kamerstukken 33426). Dat voorstel heeft betrekking op de regels voor de verspreiding van radio- en televisieprogramma’s. Een van de onderdelen is de introductie van het begrip pakketaanbieder waarmee de aanbieders van zenderpakketten aangeduid worden. Het kabinet en de de Tweede Kamer laten echter een kans liggen om het beginsel van netneutraliteit ook in de Mediawet 2008 vast te leggen. Artikel 6.10 blijft zich volgens dit wetsvoorstel richten tot de aanbieders van omroepnetwerken (en omroepzenders). Dus tot de aanbieders van de fysieke infrastructuur. De werking van het artikel wordt wel uitgebreid naar pakketaanbieders.

Hoe moet het dan wel? De Telecommunicatiewet kent het begrip omroepnetwerk niet meer sinds 2004. De netwerken voor telecommunicatie en verspreiding van radio- en televisieprogramma’s worden sindsdien aangeduid als (openbare) electronische communicatienetwerken. Voor de dienst die bestaat uit de verspreiding van programma’s gebruikt de telecommunicatiewet het begrip programmadienst. De Mediawet 2008 zou dezelfde aanpak kunnen volgen: artikel 6.10 zou dan alleen nog maar van toepassing moeten zijn op aanbieders van programmadiensten. Internetproviders blijven dan buiten schot als zij niet degenen zijn die de programma’s aanbieden.

Tenslotte: wat mij betreft zou de Mediawet 2008, voor wat betreft radio-omroep, alleen nog maar moeten gelden voor publieke omroepen (landelijk, regionaal en lokaal) en commerciële omroepen die uitzenden in de ether via omroepfrequenties.

Michel Arts heeft elektrotechniek gestudeerd aan de Technische Universiteit Eindhoven en is antenneontwerper bij ASTRON. Naast techniek gaat zijn persoonlijke belangstelling uit naar (de geschiedenis van) auteursrecht, mediarecht en telecommunicatierecht.