Een technische storing op je korting-zaterdag is oneerlijke reclame

| AE 8366 | Ondernemingsvrijheid | 13 reacties

kruidvat-30-procent-korting-zaterdag-storingWie reclame maakt met “Alléén deze zaterdag 30% extra korting op Lego en Playmobil” en dan op die zaterdag een grote storing heeft, maakt misleidende reclame. Dat las ik bij ITenRecht.nl. Nu is de RCC geen rechter, maar de Reclame Code sluit wel aan bij het Nederlands recht. En het punt is wel vaker langsgekomen: als je mensen lokt met aanbiedingen of kortingen, en vervolgens “technische storing” zegt, waar staan mensen dan?

De Kruidvat had 14 november vorig jaar een Lego- en Playmobil-actie: alleen die dag 30% korting. Kennelijk is goedkope Lego (en Playmobil, maar die boeit mij minder) iets heel bijzonders, want het was nogal druk, zowel in de winkel als in de webshop.

Dat kopen ging niet zonder problemen, zo lees ik op diverse plekken. Producten niet selecteerbaar, een checkout die niet werkt, levering met ontbrekende producten en ga zo maar door. Oké, dat kan allemaal gebeuren, maar een tikje raar is het wel.

Helemaal raar is de situatie waar de RCC-klaagster over viel:

Toen klaagster die dag via de website een Lego product wilde bestellen, werd daarbij geen 30% korting-label weergegeven en bij plaatsing van het artikel in het winkelmandje werd ook geen korting berekend. Klaagster legt een screenshot over als bewijs dat geen korting werd toegepast op haar bestelling.

De Kruidvat hield het erop dat “er die dag een technische storing is opgetreden op de website waardoor bij een aantal artikelen geen korting is verleend.” Een fout is nog geen misleiding, met andere woorden: aan een storing kun je niets doen.

De RCC (althans de voorzitter) ziet dat anders: als je zegt, 30% korting op álle Lego, dan moet er 30% korting op álle aankopen van Lego zitten. Anders is het misleidende reclame. Dat de reden voor de niet-korting een technische storing is, maakt niet uit. Dat is jouw probleem als winkel. Je moet je zaakjes dus gewoon goed op orde hebben, en overmacht of programmeerprutswerk kun je niet als excuus aanvoeren.

En de “op=op” dan, die er toch bij (vele) uitingen en de webshop duidelijk bij stond? Dat is op zich een argument voor de winkel. Je weet dan als klant dat je teleurgesteld kunt worden. Op zich terecht. Alleen: bij deze klaagster gaat dat niet op, want de korting niet tonen is wat anders dan “sorry, het product is op”.

Meer algemeen blijf ik me wel afvragen hoe makkelijk je mag gooien met “op=op”. Mag je niet verwachten van een beetje webwinkel dat ze realtime voorraadbeheer kunnen doen? Dus als ik er eentje in de winkelwagen duw en bestel, dat ze dan wéten “dit kan, er is er nog eentje” versus “ai, we verkopen net de laatste, 410 sorry”? Het is nogal storend om eerst een keurige bestelbevestiging te krijgen en daarna “helaas, u bestelde iets dat ondertussen uitverkocht was”. Al is het maar omdat de actie dan meestal allang afgelopen is.

Of leg ik de lat nu te hoog? Moet je bij op=op maar beseffen dat het een gok is, die bestelling, en dat het pas zeker is als de bestelling er is?

Arnoud

Een Legoblokje kan geen merk zijn

| AE 2222 | Innovatie, Ondernemingsvrijheid | 7 reacties

Het Legoblokje kan geen merk zijn. Dat blijkt uit de uitspraak in zaak C 48/09 P van het Europese Hof van Justitie. Het blokje is “functioneel bepaald”, oftewel dat blokje moet nu eenmaal die vorm hebben om ermee te kunnen bouwen. En functioneel bepaalde dingen kunnen niet als merk worden beschermd. Eerder had onze Hoge Raad al geoordeeld dat het maken van eigen op Lego passende blokjes niet onrechtmatig was, omdat de octrooien op Legoblokjes allang verlopen waren.

Lego doet al decennia haar best om te zorgen dat anderen geen blokjes maken die uitwisselbaar zijn met haar eigen steentjes. Dat kan op zich prima met een octrooi (tentamenvraag: definieer “Legosteentje” in functionele termen), maar octrooien verlopen twintig jaar na de dag van aanvraag. Daarna is namaak in principe toegestaan. Dat is de ruil die deze vorm van ‘intellectueel eigendom’ rechtvaardigt: je mag twintig jaar profiteren van je uitvinding, daarna mag de maatschappij dat.

Om dit te blokkeren, had Lego geprobeerd haar blokjes als merk te beschermen. Op zich kan de vorm van een product prima een merk zijn. Coca-Cola herkennen we allemaal al zodra het silhouet van dat flesje in beeld komt bijvoorbeeld. En ook Legoblokjes zijn zeer herkenbaar door hun vorm met noppen en staafjes.

Toch wijst het Europese Hof de merkaanvraag van Lego af. Die herkenbaarheid is het gevolg van het marktsucces van het product, maar betekent nog niet dat het product dus maar beschermd mag worden als merk. Want

een teken bestaande uit de vorm van een waar die, zonder toevoeging van belangrijke niet-functionele elementen, enkel een technische functie te kennen geeft, niet als merk kan worden ingeschreven, aangezien een dergelijke inschrijving in te sterke mate een beperking zou vormen voor de mogelijkheden waarover de concurrenten beschikken om vormen van de waar die dezelfde technische oplossing gebruiken, op de markt te brengen.

Concurrentie op de vrije markt is een groot goed, en een merk behoort technische innovatie dus niet in de weg te zitten. Het Hof geeft nog wel de hint dat je het via de slaafse nabootsing zou kunnen proberen als mensen al te makkelijk je eigen producten namaken. En dat is dus waar de Hoge Raad bij ons over heeft gezegd dat de “behoefte aan standaardisatie” als rechtvaardiging kan gelden. Als je je blokjes zo moet maken om ze te laten passen, dan mag dat ook.

Er is trouwens nog wel een geldig Beneluxmerk maar het lijkt me niet dat dat lang stand zal houden na deze uitspraak.

Wanneer de tekst “de noppenconfiguratie [etc] … zijn handelsmerken van de LEGO Groep.” zal worden aangepast op de site van LEGO is nog niet bekend.

Arnoud