Wat is het verschil tussen een EULA en een licentie?

| AE 7105 | Intellectuele rechten | 10 reacties

eula-naam.jpgEen lezer vroeg me:

Ons bedrijf nam onlangs software in licentie met een contract van 30 kantjes. Prima, maar vervolgens moest iedere werknemer bij installatie nog eens een EULA accorderen. Is dat wel nodig, juridisch gezien?

Nee, dat is nergens voor nodig. Het is onzin om eerst als bedrijf een licentie te sluiten en dan de medewerkers nog eens individueel EULA’s te laten accorderen. De medewerkers handelen uit naam van het bedrijf en dus is de actie dubbelop.

Mogelijk dat de licentiegever dacht dat de werknemers “eindgebruikers” zijn, en dat een EULA of eindgebruikerslicentieovereenkomst derhalve door deze personen moet worden geaccordeerd. Maar dat klopt niet. Als een bedrijf een licentie afneemt, dan is het bedrijf de eindgebruiker. Individuele werknemers bestaan niet in die context. Zij zijn slechts de handen en voeten van het bedrijf en niet als personen gebonden aan de licentie.

Het zou kunnen dat de software normaal enkel onder die EULA wordt verspreid en dat het bedrijf van de vraagsteller een speciaal contract sloot met bijvoorbeeld gunstiger prijzen of aparte voorwaarden. De EULA wordt dan eigenlijk ten onrechte getoond, maar wellicht is het te veel werk het installatieprogramma deze stap te laten overslaan. Voor de zekerheid kun je als klant in zo’n geval in je contract laten opnemen dat die EULA niet bindend is en dat iedere klik op “I agree” daarbij als irrelevante handeling zal worden opgevat.

Soms zie je dat men een licentie op naam van een specifiek persoon in het bedrijf wil stellen. Dat kan op zich, maar nog steeds is het dan het bedrijf en niet meneer De Vries persoonlijk die aan de licentie gebonden is. Werknemer De Vries is de aangewezen hand (of voet) die namens het bedrijf handelt en niet privé gebonden of aansprakelijk voor de EULA.

Arnoud

Bestaat er goede trouw bij de aankoop van illegale software?

| AE 5197 | Intellectuele rechten | 11 reacties

hardware-software-computer-gollem-huh.jpgEen lezer vroeg me:

Stel dat iemand mijn fiets steelt en die doorverkoopt tegen een reële prijs. Dan is de fiets officieel van de koper en krijg ik hem niet terug. Maar hoe werkt dat nu met software? Als iemand mijn software gaat doorverkopen zonder dat dat mag, wanneer is de koper dan tóch eigenaar?

Als een zaak (een ding, zoals een fiets) door diefstal wordt verkregen, dan kan de dief deze juridisch gezien niet doorverkopen. Hij is immers geen eigenaar. Echter, wat nu als de koper te goeder trouw meende echt een legale fiets te kopen? Dan zou het wel zuur zijn als hij die vervolgens moest inleveren omdat deze tóch gestolen blijkt. Daarom bepaalt de wet dat een particulier die koopt bij een winkel (en tegen een normale prijs) beschermd wordt: hij wordt eigenaar, ook als de fiets gestolen was. (Oké, dit is óók zuur want de bestolen eerste eigenaar heeft nu het nakijken. Maar je moet íets.)

Bij software ligt dit anders. Software is geen zaak en kan niet worden gestolen. Bovenstaande regel geldt dus niet, behalve als we het hebben over standaardsoftware tegen een reële prijs (die kon je immers wél kopen) en deze dus in een winkel wordt doorverkocht. Maar een website is geen winkel. En bovendien is “doorverkoop van een licentie buiten de grenzen van de Usedsoft-uitspraak” niet hetzelfde als diefstal, maar alleen auteursrechtinbreuk.

Meestal zal er bij softwareverkrijging sprake zijn van licentieverlening. (Ik hoor nu hAl tussendoor: “Nee hoor, meestal is er sprake van welbewuste piraterij.” En ja, oké, maar daar ging deze blog even niet over.) In die situatie kan er ook sprake zijn van een vorm van goede trouw. Wat je dan namelijk aan de hand hebt, is een beweerdelijke vertegenwoordiging: de ‘doorverkoper’ van de software (de licentienemer) doet alsof hij bevoegd is namens jou een licentie te verlenen aan zijn wederpartij (de doorkoper?). En daar is een wetsartikel voor:

Is een rechtshandeling in naam van een ander verricht, dan kan tegen de wederpartij, indien zij op grond van een verklaring of gedraging van die ander heeft aangenomen en onder de gegeven omstandigheden redelijkerwijze mocht aannemen dat een toereikende volmacht was verleend, op de onjuistheid van deze veronderstelling geen beroep worden gedaan.

De vraag is dus of de rechthebbende de indruk heeft gewekt dat de licentienemer de licentie mocht doorverhandelen of nieuwe licenties mocht uitdelen. Bij gewoon doorgeven van een verkregen licentie zal daar geen sprake van zijn, maar wanneer iemand op de site van de rechthebbende als ‘certified partner’ of iets dergelijks vermeld staat dan zou ik die indruk wel durven aannemen. De rechthebbende zit dan vast aan die licentie, ook al mocht die eigenlijk niet worden verleend.

Ik vraag me af hoe vaak dit voorkomt. Vaker dan je denkt, denk ik (ahem). Wie durft er te zeggen dat ‘ie écht de licentiestructuren van de bekende softwarereuzen doorgrondt?

Arnoud

Eindelijk: Wikipedia kan naar Creative Commons

| AE 1318 | Intellectuele rechten | 10 reacties

120px-not_gfdlsvg.pngDat zal tijd worden: de GNU Free Documentation License kan eindelijk worden afgedankt. Deze bijzonder onhandige licentie werd ooit door de Free Software Foundation ontwikkeld om “vrije softwaredocumentatie” onder uit te kunnen brengen. Het basisidee was hetzelfde als de GPL: iedereen mag de documentatie aanpassen, maar aangepaste documentatie mag je alleen verspreiden onder diezelfde GFDL.

Op zich een leuk idee, alleen viel de uitwerking nogal tegen. De FSF ziet documentatie en software als wezenlijk verschillend, en begon allerlei rare toevoegingen in de GFDL te stoppen. Zo kon je teksten opnemen die verplicht op de cover van een eventueel boek met de documentatie erin moesten verschijnen, en kon je aangeven dat bepaalde teksten altijd ongewijzigd overgenomen moesten worden. Wat de FSF dan weer kon gebruiken om haar GNU Manifesto aan allerlei handleidingen te hangen. Dat maakte de GFDL erg onhandig in de praktijk. Het Debian-project vond het zelfs zo onhandig dat men de GFDL tot “onvrije” licentie bombardeerde en alle GNU handleidingen uit haar Linux-distributie mikte.

Het Creative Commons-project kwam vervolgens met een set neutrale licenties. Helaas zat met name Wikipedia tegen die tijd al met een flinke berg teksten en afbeeldingen onder de GFDL, en als je eenmaal een licentie kiest, kom je er nauwelijks nog vanaf. Het probleem is namelijk dat Creative Commons en GFDL allebei bepalen dat gewijzigde versies onder dezelfde licentie uitgebracht moeten worden. Daardoor kan een GFDL tekst niet onder Creative Commons worden geplaatst of andersom.

In augustus vorig jaar kwam Creative Commons 3 uit. Deze licentie bevatte de ene helft van de oplossing: het is toegestaan om CC werk onder een “compatibele” licentie te plaatsen. Maar een licentie is pas compatibel als deze ook een bepaling bevat om het werk juist weer onder CC te zetten. En nu is het dan eindelijk zo ver: de nieuwste versie van de GFDL heeft zo’n bepaling gekregen.

De bepaling is wel specifiek voor Wikipedia en andere “Massive Multiauthor Collaboration Sites” geschreven. Het is enkel en alleen toegestaan om inhoud van MMC sites die voor 1 november 2008 online stond, om te zetten naar Creative Commons 3.0 ShareAlike. Oh ja, en alleen als de beheerder van die site de omzetting vóór 1 augustus 2009 uitvoert. Een tamelijk irritante constructie, die niet geheel in de spirit van wat Creative Commons nu eigenlijk wilde. Maar goed, het is al heel wat dat de FSF inziet dat haar licentie bijzonder onhandig was.

In theorie kan Wikipedia dus nu haar licentie omzetten naar GFDL 1.3 en vervolgens naar Creative Commons. De praktijk blijkt weerbarstig (zie hele berg discussie hierrr) want niet alle Wikipedianen zullen het daar mee eens zijn. Men heeft wel een deadline gekregen, zodat we mogen hopen dat die discussie niet al te lang meer zal duren.

Via Slashdot.

Update (15:57) Tonie is liev maar zijn er geen andere interessante meningen over GFDL? Bijvoorbeeld wat Wikimedia ervan vindt?

Arnoud<br/> Afbeelding onder Free Art license.