Postcodeloterij moet gegarandeerde prijs uitbetalen ondanks disclaimer

| AE 3063 | Informatiemaatschappij | 36 reacties

Ok, geen internetrecht maar iedereen weet wat ik van disclaimers vind en dit vonnis is daarin een leuke opsteker. De Nederlandse postcodeloterij moet van de rechter een overeengekomen ( “gegarandeerd”) cadeau van 2.500 euro aan de deelnemers doen toekomen. Het verweer dat op de achterkant een en ander was gedisclaimd, ging niet op.

De eiser in deze zaak had een brief van de Postcodeloterij gekregen die er ongeveer zo uitziet als wat ik via DutchBodyBuilding.com vond:

postcode-gelukscode-goud.jpg

Duidelijke zaak, zou je zeggen. Kras je code: 9575. En controleer je cadeau-sticker. Inderdaad: 868 500 7901.

postcode-muntcode.jpg

En wat win je dan? Precies, een portemonnee met 2500 euro. Nee hoor, volgens de loterij: je moet dat zo lezen dat als je een geldige sticker en een geldige code hebt, je één van de vier prijzen krijgt uit de derde kolom. Dat u dat nou leest alsof het gaat om vier specifieke combinaties, tsja.

De rechter sabelt dit verweer eenvoudig af. Zo kan het niet bedoeld zijn, want dan is die code van geen betekenis. En wat er op de achterkant allemaal werd gekleineletterd is dan jammer:

Bovendien doet de tekst op de achterzijde in de zin zoals de NPL die uitlegt, afbreuk aan de kern van de aan de voorzijde van de brief door NPL genoemde elementen van de overeenkomst: voorzijde: u krijgt een cadeau; achterzijde: u krijgt het niet, u heeft alleen een kans op het winnen van het cadeau.

Boem. U bent af, u krijgt geen punten, ga direct naar de gevangenis en moge god uw ziel genadig zijn. Volkomen terecht dat de rechter afgaat op de indruk die men wekt en niet op de kleine lettertjes die dat gaan weerleggen.

Een professionele partij zoals de Postcodeloterij moet gewoon duidelijk maken wat ze bedoelt, en niet allerlei dingen beloven en daarna daar met kleine lettertjes en disclaimers proberen een voor haarzelf gunstige draai aan te geven. Wie vier rijtjes met codes en stickernummers én prijzen geeft, wekt de indruk dat iemand met code en stickernummer uit één rijtje de prijs uit dat rijtje zal krijgen. Dat is wat een betrouwbare partij zou bedoelen.

En de Postcodeloterij ís toch betrouwbaar? Je ziet het sarcasme ervan afdruipen als de rechter zegt

Dat zou anders zijn als het van algemene bekendheid was dat de NPL een onbetrouwbare organisatie is en eisers dus hadden moeten twijfelen aan de juistheid van een door de NPL gedaan aanbod.

Maar gelukkig heeft de Postcodeloterij “die stelling niet betrokken”.

Als betrouwbare partij die mensen een gegarandeerd cadeau heeft beloofd, mag de Postcodeloterij dan ook de 2500 euro ophoesten. Oh, plus 1100 euro proceskosten. De portemonnee zelf lijkt niet te hoeven worden geleerd.

Arnoud

Recht van verzet tegen de bewoners van dit pand

| AE 2314 | Privacy | 32 reacties

nee-ga-weg.pngIk wil uit uw bestand en u mag me ook nooit meer post sturen. Die toch enigszins tegenstrijdige vordering stelde een man uit Haarlem in tegen de Nationale Postcodeloterij in een als een redelijke soap lezende briefverwikkeling. Maar het vonnis is wel opmerkelijk: de NPL mag de man nooit meer post sturen, ook niet naar “de bewoners van dit pand”. Zelfs niet als daar een onderhuurder woont die wellicht wél die post wil.

We krijgen allemaal die irritante brieven van de NPL, maar kennelijk wordt er te weinig over geklaagd want ze blijven ze sturen. Hoe dan ook, als je klaagt dan gaat je adres op een blokkade. Alleen blijkt dat men die na drie jaar weer opheft (eh, wat?). De eiser in deze zaak was het zo zat, dat hij daarna naar de rechter stapt. Dat werd geschikt: meneer zou nooit meer post krijgen.

U voelt hem al aankomen: enige tijd later kreeg hij tóch post, alleen ditmaal voor “de bewoners van dit pand”. En toen stapte de man wederom naar de rechter, want nu moest en zou hij toch uit elk bestand van de gokclub. Ja, óók het blokkadebestand. Maar dat is toch een beetje lastig: als je niet meer op de zwarte lijst staat, dan kan men ook niet voorkomen dat men je post stuurt.

De Wet Bescherming Persoonsgegevens geeft je (artikel 41) het absolute recht om verwijdering uit bestanden te eisen die “met het oog op werving voor commerciële of charitatieve doelen” zijn. Op grond van dit artikel kan de man dus eisen geen post van de NPL meer te krijgen, want ook hun postbestand valt hieronder.

Maar verwijdering uit het postweigeraarsbestand gaat niet lukken; dat dient immers een ander doel dan werving. Bovendien is de combinatie van “verwijdering uit postweigeraarsbestand” en “geen post meer krijgen” innerlijk tegenstrijdig, zoals de rechter terecht opmerkt. (Update 11 mei: bevestigd in hoger beroep.)

Wel krijgt hij gelijk dat de NPL óók geen post meer naar zijn huisadres mag studeren als die “aan de bewoners van dit pand” is geadresseerd. Hij valt immers ook onder “de bewoner(s) van” dat adres. En de wet zou wel erg makkelijk te omzeilen zijn als mensen na een beroep op artikel 41 Wbp gewoon doorgepapierenspamd zouden worden met zo’n anonieme aanduiding.

NPL mag op straffe van een dwangsom meneer dan ook geen post meer sturen. (Ben ik nu cynisch als ik me afvraag wat hij gaat doen als zijn straat de postcodeloterij wint?)

Arnoud