Nieuw-Zeeland gaat softwarepatenten verbieden

| AE 5887 | Intellectuele rechten | 15 reacties

Het Nieuw-Zeelands parlement heeft een wet aangenomen die softwarepatenten zal gaan verbieden, las ik bij The Register. De oude octrooiwet was al een hele tijd aan een update toe, en dat gaf mooie gelegenheid om de aloude discussie over softwarepatenten nog eens over te doen. En de oplossing is precies wat we in Europa in de wet hebben staan en wat dus niet werkt.

Dé grote vraag bij het debat over softwarepatenten is altijd hoe je ze definieert. Het klinkt namelijk erg eenvoudig, verbied alle softwarepatenten, maar wanneer is iets software? Als hetzelfde algoritme met een dedicated hardwareschakeling kan worden gerealiseerd, is het dan tóch software? Dan zeg je in feite, octrooi op algoritmisch uit te schrijven uitvindingen moet verboden worden en dát sluit heel wat meer uit, van mobiele telefoons met embedded software tot auto’s met een chip. Van de softwareoctrooipuinhoop uit 2005 heb ik nog steeds hoofdpijn.

Het Nieuwzeelandse wetsvoorstel houden het simpel: “A computer program is not an invention and not a manner of manufacture for the purposes of this Act.” En dan moet er toch wat uitgelegd worden en dan begin ik mijn oude hoofdpijn weer te voelen:

… only to the extent that a claim in a patent or an application relates to a computer program as such.
(3) A claim in a patent or an application relates to a computer program as such if the actual contribution made by the alleged invention lies solely in it being a computer program.

Dat “als zodanig” is wat sinds 1973 in de Europese patentwetgeving staat en al minstens sinds die tijd tot eindeloze discussie leidt over wanneer een computerprogramma nu wel of niet “als zodanig” onder een patent gerekend wordt. Moet je dan kijken naar de bewoordingen van de claim (“A computer program product comprising machine-readable instructions for..”) of naar wat de verbetering nu exact is?

De Nieuwzeelandse aanpak lijkt de bedoeling te hebben een grens te trekken waarbij embedded software beschermd blijft maar ‘gewone’ software niet. Aan de hand van twee voorbeelden probeert men dit duidelijk te maken:

  1. Een wasmachine met nieuwe software waardoor deze energiezuiniger wast. Dat is een patenteerbare uitvinding; hoewel de hardware hetzelfde is, doet de wasmachine het beter.
  2. Een wizard waarmee een juridisch proces (de registratie of aanvraag van het een of ander) wordt geautomatiseerd is géén patenteerbare uitvinding. De hardware werkt niet beter.

Oké daar kan ik wel wat mee. De hardware moet beter werken, het moet niet alleen maar een user interface of dataverwerking zijn.

Maar dan nu mijn derde voorbeeld (schaamteloos gejat van een hele oude lezing van een EOB-examiner): een plugin voor een mailprogramma dat scant op woorden die wijzen op een bijlage bij de mail, en bij aanwezigheid van zo’n woord plus de áfwezigheid van een bijlage de verzending blokkeert. Tuurlijk, dat is gewoon een softwaretrucje maar dit laat de hardware wel beter werken: het spaart dataverkeer want er worden nu minder mails verstuurd. Meer dan de giecheltoets om dit af te wijzen weet ik niet. En dat is toch lastig dan want een goed juridisch criterium móet zoiets kunnen onderbouwen.

Een vierde: een tekstverwerker voorzien van software die de leesbaarheid verhoogt door woorden te vervangen door kortere versies. Evident pure software, maar nu formuleer ik ‘m anders, cynische schoothond van ’t patenthoudend grootkapitaal dat ik ben als octrooigemachtigde, een computer die meer data kan opslaan door korte woorden in plaats van lange te gebruiken. Minder data opslaan, is dat geen uitvinding? Zie Stacker. Is on-the-fly datacompressie zodat je wel véértig MB harddiskruimte hebt in plaats van twintig dan ook giechel?

Nog eentje: het RSA algoritme uit 1977. Of beter gezegd dan, twee apparaten die op afstand RSA-versleutelde boodschappen uitsturen zodat een eavesdropper ze niet kan lezen. Dat lijkt me toch best een hardwarematige verbetering, veilig kunnen communiceren. Maar het is pure wiskunde, dat algoritme.

Dus waar ligt dan de grens?

Arnoud

Supreme Court: geen standpunt over softwarepatenten

| AE 2139 | Intellectuele rechten | 7 reacties

Wat is dat toch met hoge rechtbanken en octrooien versus software? Nadat een tijdje geleden de Grote Kamer van het EPO geen zin had in een duidelijke uitspraak, komt nu ook de Amerikaanse Supreme Court met een arrest over software patents dat in de verste verte geen standpunt inneemt.

Het arrest (via) betreft de Bilski-zaak, over een patent op een hedging-techniek (afdekken van een financieel risico van een investering door middel van een andere investering). Dit was een evidente business method (werkwijze voor het zakendoen), en business method patents zijn zo mogelijk nog discutabeler dan softwarepatenten.

Vele ogen waren dan ook gericht op het Supreme Court in de hoop dat die nu eindelijk eens een harde lijn zou trekken: verbied business method patents, en liefst meteen ook zo veel mogelijk softwarepatenten. Maar daar had men geen trek in. Men wijst de zaak af, maar op grond van de bestaande regels. Daar wordt niets aan toegevoegd of aan afgedaan.

Een opvallend argument daarbij is dat business method patents niet per definitie uitgesloten van octrooieerbaarheid zijn, omdat de Amerikaanse wetgever een paar jaar terug in de wet een expliciete defense daartegen heeft opgenomen. Wie inbreuk maakt op een business method patent, maar kan bewijzen dat hij de method al toepaste voor het octrooi werd toegewezen, kan niet worden veroordeeld. Door zo’n regel op te nemen, aldus het Hof, was de wetgever het impliciet eens met het idee dat business methods gepatenteerd kunnen worden.

Jammer. Een gemiste kans om duidelijkheid te krijgen.

Arnoud

Petitie van Vrijschrift rammelt, ga je huiswerk overdoen jongens

| AE 1377 | Intellectuele rechten | 32 reacties

Stichting Vrijschrift, die streeft naar vrije informatie en kennis, heeft weer eens een petitie over softwareoctrooien opgezet. De aanleiding daarvan ontgaat me. Er is nou recentelijk niet bepaald veel gebeurd op dat gebied. In oktober besloot het EPO nog zichzelf vragen te stellen over of ze nou toch niet te ver gingen. Zou het niet productiever zijn om even te wachten tot die antwoorden binnen zijn alvorens weer eens de oude argumenten over bergen triviale octrooien van stal te halen?

Maar goed, dat ze een petitie willen starten, moet Vrijschrift zelf weten. Alleen, mag het voor de verandering eens gebaseerd zijn op feiten in plaats van stemmingmakerij?

Om haar standpunt te ondersteunen, presenteert Vrijschrift namelijk een lijst van tien ongewenste octrooien. Maar, net als tijdens dat hoofdpijndebat in 2005, het is een behoorlijk misleidende lijst: men toont de octrooiAANVRAGEN en niet de verleende octrooien. Dat er eind jaren negentig (de lijst bevat erg oude voorbeelden namelijk) veel te brede aanvragen werden ingediend, is geen nieuws. Wel nieuws zou zijn als de verleende octrooien a) nog steeds in stand zijn en b) een belachelijk brede scope zouden hebben. En dat is in de meerderheid van de geciteerde zaken niet het geval.

De helft van de tien zaken leeft nog, maar in alle vijf de gevallen zijn de toegekende claims een stuk beperkter dan wat Vrijschrift suggereert. Vier zaken op de lijst zijn gewoon keihard verlopen of ingetrokken:

  • EP0370847: overal vervallen sinds 2005.
  • EP0715740: overal vervallen in 2006.
  • EP0933892: octrooi ingetrokken door EPO zelf.
  • EP0807891: overal vervallen sinds augustus van dit jaar 2008

En dan blijft er nog eentje over: EP0927945, het roemruchte Amazon one-click, pardon anoniem-schenkenoctrooi. Dit is verleend, maar er hangt nog een oppositieprocedure. Dus om nu te zeggen dat dit toegekend is, is nogal prematuur.

Daarnaast zou het erg leuk zijn als er een voorbeeld bij zat dat na laten we zeggen 2002 is aangevraagd. We weten allemaal dat er eind jaren negentig veel troep is ingediend, maar door nu dit debat weer op te rakelen, suggereert Vrijschrift dat deze praktijken nog steeds usance zijn. Het zou dan wel zo goed zijn als er een recent voorbeeld bij zat.

Kortom, doe jullie huiswerk eens over jongens. En dit is niet de eerste keer, ook tijdens dat debat in 2005 werd regelmatig met aanvragen geschermd alsof het verleende octrooien waren. Ik vind het dus wat moeilijk om te geloven dat dit een onschuldig foutje was. Vrijschrift moet beter weten. Een zeer kwalijke zaak, deze vorm van stemmingmakerij.

Arnoud

EPO stelt zichzelf vragen over octrooi op software

| AE 1304 | Intellectuele rechten | 3 reacties

Dat zal tijd worden: het Europees Octrooibureau (EPO) gaat een principiële uitspraak doen over wanneer je nu wel of niet octrooi op een software-gerelateerde uitvinding kunt krijgen. De Grote Kamer van Beroep van het EPO heeft onlangs een serie vragen van de President van datzelfde EPO voorgeschoteld gekregen over de reikwijdte van het verbod op… Lees verder

Nieuwe richtlijnen software-octrooien bij Europees Octrooibureau

| AE 868 | Intellectuele rechten | 2 reacties

Wanneer is software octrooieerbaar? Met deze vraag worstelt het Europees Octrooibureau (EOB) al jaren. Het probleem is namelijk dat het Europees Octrooiverdrag zegt dat op “software als zodanig” geen octrooi verleend mag worden, maar wat is dan “software als zodanig” – en belangrijker, bestaat er dan zoiets als “software niet als zodanig”? In 1998 oordeelde… Lees verder

Europees Octrooibureau: computer gebruiken maakt uitvinding technisch

| AE 278 | Intellectuele rechten | 1 reactie

Octrooigemachtigde Axel H. Horns blogt over een nieuwe uitspraak van de Kamer van Beroep van het Europees octrooibureau (T 1351/04) waarin het Octrooibureau een zoeksysteem tot technische uitvinding verklaart. Het Europees Octrooiverdrag verbiedt octrooi op “software als zodanig”, maar het Europees Octrooibureau legt dit verbod beperkt uit. Als er een computer aan te pas komt,… Lees verder