Sonos wint van Google in zaak over patenten

| AE 12872 | Intellectuele rechten | 1 reactie

DarkmoonArt / Pixabay

Speakerfabrikant Sonos heeft een zege behaald op Google in een juridisch gevecht over patenten. Dat las ik bij RTL Nieuws onlangs. Het bedrijf wist bij de Federal Trade Comission een voorlopige voorziening te krijgen die bepaalt dat Google (Alphabet dan) inbreuk maakt op vijf van haar octrooien. Google had toegang tot Sonos-technologie gekregen toen Sonos in 2013 muziekdienst Google Play Music met zijn systeem wilde laten samenwerken. Het laat zien wat de échte reden is om patenten op software te willen.

Sonos leek mij altijd een grote jongen – market cap 1.5 miljard – maar valt natuurlijk in het niet bij Google en haar moederbedrijf Alphabet. Samenwerken met zo’n grote partij is dan aantrekkelijk, maar komt met een bekend risico:

To hear Sonos tell the story, Google got a behind-the-scenes look at Sonos’ hardware in 2013, when Google agreed to build Google Play Music support for Sonos speakers. Sonos claims Google used that access to “blatantly and knowingly” copy Sonos’ audio features for the Google Home speaker, which launched in 2016.
Dat kopiëren gebeurt dan niet zo letterlijk dat je van auteursrechtinbreuk (copypasten van code) kunt spreken. Het gaat om algoritmes, werkwijzes, hardware-inrichting. En dat is waar patenten voor bedacht zijn. Die beschermen op een net hoger niveau van abstractie dan auteursrecht, en waren dus precies wat Sonos nodig had om deze “overname” van hun technologie tegen te houden. (Google ontkent maar gebruikt alleen marketingblabla zonder feitelijke weerlegging.)

Natuurlijk zijn er – zeker in de ICT – ook vele octrooien die onmogelijk breed zijn verleend. Dat komt omdat een abstract idee en een algoritme niet ver van elkaar liggen, en omdat patentbureaus decennia lang hebben geaccepteerd dat je “middelen om een cursor die aan een rechterkant van het scherm wordt bewogen, te laten verschijnen aan een linkerkant van voornoemd scherm, zijnde een zijde welke tegenover voornoemde rechterzijde ligt bekeken langs een verticale as” als definitie van een uitvinding kunt opnemen. Wat dus niet de bedoeling is.

De definitieve uitspraak volgt in december, en kan betekenen dat Google haar eigen speakers van de markt moet halen.

Arnoud

 

Laten we ophouden te doen of het EPO ooit wat nieuws over softwarepatenten bepaalt

| AE 12562 | Intellectuele rechten | 3 reacties

Naar aanleiding van het persbericht van het EPO over de laatste uitspraak inzake softwarepatenten kreeg ik vele vragen, allemaal met de strekking “zijn softwarepatenten nu alsnog legaal geworden”. Het maakt nogal indruk natuurlijk: de Grote Kamer van Beroep bepaalde dat simulatiesoftware octrooieerbaar kan zijn, en dus niet categorisch uitgesloten zijn. Maar al meer dan twintig jaar gaat het over “kan”, en nooit over “is”. Want dat is het fundamentele probleem: het EPO neemt geen harde stelling, maar interpreteert het Europees Octrooiverdrag soort van pro-softwareoctrooi maar tegelijk ook weer niet. En elke nieuwe zaak voegt weer een nieuwe kronkel toe, zoals ook hier.

Deze zaak ging over het simuleren van systemen, een op zich relevante tak van sport binnen de technologie. Het is handig als je het rijgedrag van een nieuwe auto kunt simuleren, of in een computer kunt testen of een nieuwe chip zuiniger, sneller of wat dan ook is voordat je het ding van plakjes silicium gaat maken. Dus een betere simulatie-omgeving is dan goed voor de technologie, want dan komt de simulatie dichter bij de werkelijkheid.

Het probleem zit hem al sinds 1974 in de Europese octrooiwet: daar staat dat “software als zodanig” niet voor octrooi in aanmerking komt (idem voor algoritmen, wiskundige technieken trouwens). Maar wat betekent dat nou? Vele woorden zijn erover geschreven – vaak boos – maar nooit is er een definitieve uitspraak gekomen. Het EPO heeft zelf ook not een duidelijk standpunt in willen nemen maar is blijven modderen in de marge. Het begon bij de zogeheten IBM uitspraken eind jaren negentig, waarin men soort van erkende dat software die een bestaand systeem iets technisch nieuws laat doen, dat systeem ook technisch nieuw maakt. Dit omdat diezelfde vernieuwing gebakken op een chip toch ook octrooieerbaar zou zijn, en wat is het verschil tussen software in een geheugentje en een chip die exact hetzelfde doen?

Vervolgens kom je dus in een enorm moeras terecht over zaken als “hetzelfde” en wat te doen met de niet-technische aspecten van zo’n nieuw systeem. Daar heb ik ooit een serieus artikel over geschreven, maar daarna had ik wel een week vakantie nodig. De kern van de aanpak komt op het volgende neer:

  1. We kijken allereerst of het systeem als geheel iets technisch heeft of doet. Indien niets, dan is het “software als zodanig”.
  2. Als dat wel zo is, kijken we wat er technisch nieuw aan is.
  3. We bedenken een probleem dat door dat nieuwe wordt opgelost, en we kijken of die oplossing voor de hand lag gezien dat probleem.
  4. Eventuele niet-technische dingen aan het systeem zijn deel van het probleem (“business requirements”, als het ware)
Dat punt 4 ligt niet goed bij octrooigemachtigden, omdat je normaal de nieuwe dingen niet mee mag laten doen aan het probleem. Want alles ligt voor de hand als je de oplossing kent, dus delen van de oplossing mogen niet in het probleem staan. Dus.

Maar goed, het EPO hanteert nu deze truc waardoor men vrij gemakkelijk de meeste softwarepatentaanvragen af kan schieten: je noemt iets “niet-technisch”, en je zegt vervolgens dat het probleem is hoe je dat niet-technische wilt implementeren en dan heb je eigenlijk de hele uitvinding al onderuit gehaald. Ja, dat werkt, maar om nou te zeggen dat daar diepe fundamentele redeneringen aan ten grondslag liggen, nee.

En van tijd tot tijd worden er dus nieuwe uitspraken gedaan over wat nou wel of niet “niet-technisch” mag zijn en wat dan “technisch” zou kunnen betekenen. Nu is er dus een nieuwe uitspraak aan het spectrum toegevoegd, namelijk over het simuleren van al dan niet technische systemen. Ik citeer even:

The Enlarged Board stated that a claimed feature of a computer-implemented invention may contribute to the technical character of the invention not only if it is related to a technical effect in the form of input (e.g. the measurement of a physical value) or output (e.g. a control signal for a machine). Such a direct link with physical reality is not required in every case. In particular, technical effects may also occur within the computer-implemented process (e.g. by specific adaptations of a computer or of data transfer).
Dit gaat dus over die eerste stap: een simulatiesysteem kan technisch zijn als de simulatie een technisch effect laat zien. (Ja, dat is een kwestie van labeltjes. U begint ‘m te voelen.) Dat effect hoeft niet perse te zijn dat het in de echte wereld ook zo werkt. (Precies.) Het kan ook iets zijn in de computer zelf, maar dan moet het wel meer zijn dan enkel dat er stroompjes gaan lopen in de computer. Maar wat dan? Nou ja, iets technisch. Dat zeggen we net.

Nou ja, u voelt de conclusie hopelijk al aankomen: dit voegt niets nieuws toe en hakt in ieder geval geen knopen door. Er is niets veranderd, er kon niets gepatenteerd worden dat niet al kon en er is niet ineens een categorie uitvindingen uitgesloten van octrooi. En zo zal het nog lange tijd doorgaan. Een echte gedurfde nieuwe uitspraak, ik geloof er niet meer in.

Arnoud

 

Help, komen Amerikaanse softwarepatenten nu toch weer terug ondanks Alice?

| AE 11059 | Intellectuele rechten | 33 reacties

Softwarepatenten in de VS gaan een comeback maken, las ik bij Ars Technica. Het Amerikaanse Patentbureau USPTO heeft nieuwe richtsnoeren gemaakt voor de behandeling van software-uitvindingen, en rekt daarin de regels flink op in het voordeel van aanvragers. Dit op gezag van het notoir patentvriendelijke Court of Appeals for the Federal Circuit, dat een bijzin ontdekte in de Alice-uitspraak waarmee ze rood tot groen verklaart. Is daarmee een einde gekomen aan de slachting onder softwarepatenten van de afgelopen jaren?

In de softwarewereld zijn patenten al een paar decennia berucht. Met een patent of octrooi kun je iedereen verbieden je uitvinding toe te passen, ook als deze hem onafhankelijk heeft ontwikkeld. (Dit in tegenstelling tot copyright, waarbij je om iemands recht heen kunt door het zelf opnieuw te bouwen.) Daarbij geldt de wettelijke eis dat de uitvinding nieuw en innovatief moet zijn, maar zeker in softwareland is iedereen het erover eens dat die lat véél te laag werd gelegd, met name in Amerika.

Met veel gejuich werd dan ook in 2015 de Alice-uitspraak van het Supreme Court ontvangen. Deze stelde grofweg dat een patent op “X maar dan per computer” categorisch niet toegestaan is, je moet echt een innovatieve X hebben. Dat raakte meer dan 90% van alle software-gerelateerde octrooien en aanvragen. De recentste cijfers (augustus 2018) laten een kleine daling zien ten opzichte van 2016 en 2017 (van 80 naar 66 procent), maar heftig blijft het.

Een recente uitspraak van het CAFC (de enahoogste juridische instantie in patentzaken, direct onder het Supreme Court) lijkt de boel nu op te schudden. Deze instantie las in de Alice uitspraak de zin dat wanneer een uitvinding “purport(s) to improve the functioning of the computer itself”, het geen softwarepatent is. Denk aan uitvindingen om meer informatie in hetzelfde geheugen te proppen, de transmissiesnelheid te verhogen of de temperatuur bij het rekenen laag te houden. (In Europa zouden we dat technische innovaties noemen, en die zijn bij ons ook gewoon patenteerbaar.)

Het CAFC concludeert uit deze bijzin, waar verder overigens geen uitwerking of juridische bronnen bij staan en die volgens mij niet heel belangrijk was in de uitspraak zelf, dat:

We thus see no reason to conclude that all claims directed to improvements in computer-related technology, including those directed to software, are abstract and necessarily analyzed at the second step of Alice, nor do we believe that Alice so directs.

Hiermee werd het indirect toch weer mogelijk om de nodige softwarepatenten geaccepteerd te krijgen bij het Hof. En het USPTO heeft nu haar richtsnoeren aangepast op deze uitspraak, wat logisch is omdat als de rechterlijke macht dit toestaat, je als verlenende instantie daar achteraan moet.

De formulering uit de handleiding (de MPEP, voor meelezende octrooigemachtigden) komt op mij over als vrijwel 1-op-1 de Europese regel: “if an additional element reflects an improvement in the functioning of a computer”. De claim moet dus vermelden hoe computerhardware harder of effectiever gaat werken, en dat effect moet dus nieuw en innovatief zijn. Op papier zou je daarmee net zo’n restrictief beleid moeten krijgen als in Europa tegenwoordig, maar gezien de Amerikaanse historie heb ik daar een hard hoofd in.

Arnoud

Jatten werkt: Instagram verplettert Snapchat met zijn Stories

| AE 9608 | Innovatie | 8 reacties

Een jaar geleden kopieerde Instagram de belangrijkste functie van Snapchat: de verdwijnende fotoverhalen, genaamd Stories. En met succes, las ik bij RTL Z. Beter goed gejat dan slecht bedacht, leken ze bij Instagram te hebben gedacht. En ja, dat is volkomen legaal, zo een feature overnemen van een concurrerende dienst. Er is weinig tot niets… Lees verder

Komt er een einde aan het Amerikaanse softwarepatent?

| AE 6974 | Intellectuele rechten | 9 reacties

Gaat de Alice-uitspraak van het Amerikaanse Supreme Court een einde maken aan de beruchte vage en brede Amerikaanse softwarepatenten? Die intrigerende vraag stekde Vox, dat meldde dat sindsdien maar liefst elf softwareoctrooiinbreukzaken zijn afgewezen met een beroep op deze uitspraak. Elf klinkt als weinig maar gezien het aantal softwarepatentzaken en de korte tijd sinds het… Lees verder

Nieuw-Zeeland gaat softwarepatenten verbieden

| AE 5887 | Intellectuele rechten | 15 reacties

Het Nieuw-Zeelands parlement heeft een wet aangenomen die softwarepatenten zal gaan verbieden, las ik bij The Register. De oude octrooiwet was al een hele tijd aan een update toe, en dat gaf mooie gelegenheid om de aloude discussie over softwarepatenten nog eens over te doen. En de oplossing is precies wat we in Europa in… Lees verder

Zwaar verdeeld gerechtshof VS ondermijnt softwarepatenten met anti-abstractieuitspraak

| AE 5504 | Intellectuele rechten | 10 reacties

Softwarepatenten staan onder druk door een gerechtelijke uitspraak in de VS, las ik bij Webwereld. In de recente CLS Bank vs. Alice Corp-uitspraak bepaalde het Court of Appeals for the Federal circuit, de octrooihogerberoepsrechter, dat patenten “niet te abstract” mogen zijn. Volgens een van de dissenting judges betekent dit “the death of hundreds of thousands… Lees verder

Amerikanen gooien (eindelijk) octrooirecht op de schop

| AE 2697 | Intellectuele rechten | 10 reacties

Zo, dat werd tijd. De America Invents Act (voorheen Patent Reform Act of 2011) is door de Senaat goedgekeurd en door Obama getekend. Dit is de belangrijkste aanpassing aan de Amerikaanse patentwet in decennia, hoewel het dan ergens wel weer jammer is dat het weinig van de problemen met patenten oplost. De belangrijkste wijziging is… Lees verder

Komen er weer softwarepatenten aan in Europa?

| AE 2672 | Intellectuele rechten | 25 reacties

Richard Stallman in de bocht. Ik las een artikel in de Guardian waarin de vrijesoftwarevoorman de noodklok luidt over de bedreiging van het softwareoctrooi. Eén stukje schoot me echt in het verkeerde keelgat: de plannen om een trans-Europees octrooi in te voeren zouden een sneaky manier zijn om stiekem toch weer softwareoctrooien te legaliseren. Al… Lees verder

“Invasie van patenttrollen verwacht na Microsoft/i4i-arrest Supreme Court”

| AE 2582 | Intellectuele rechten | 15 reacties

Microsoft moet i4i 300 miljoen dollar betalen voor patentschending, nadat alle bezwaren zijn verworpen, meldde Webwereld vrijdag. Er wordt voor een invasie van patenttrollen gevreesd, omdat de Supreme Court de bewijsregels in patentrechtszaken wel heel pro-patenthouder lijkt te formuleren. Het patent van i4i is geldig, omdat Microsoft geen “helder en overtuigend” bewijs van het tegendeel… Lees verder