Mag je een historisch relevant bedrijf met merknaam opvoeren in je online game?

| AE 11080 | Intellectuele rechten, Ondernemingsvrijheid | 15 reacties

Red Dead Redemption 2-uitgever Take Two heeft detectivebureau Pinkerton aangeklaagd, las ik bij Nu.nl. Het detectivebureau wil geld hebben omdat er Pinkerton-agenten voorkomen in de game, en stuurde een juridische blafbrief, waarna de uitgever preventief naar de rechter stapte om een uitspraak te krijgen dat dit gewoon mag. Ik vind het een lastige. Ik zie het argument van historische accuratesse zeker wel, maar het zou wel wat ver gaan als je met dat argument ieder merk mag opvoeren dat je tegenkomt. Coca-Cola dronken ze ook al sinds 1886 en Levi’s spijkerbroeken waren uit 1873, dus kan dit spel gesitueerd in 1899 die mogen tonen?

De westerngame verscheen eind oktober en bevat een aantal Pinkerton-agenten. Zulke agenten waren gangbaar in 1899, het jaar waarin de game zich afspeelt. Maar de term Pinkerton is ook een beschermd merk van beveiligingsbedrijf Securitas AB, en andermans merknaam gebruiken om je eigen aanhaakproducten te promoten is normaal merkinbreuk. Dat levert dus een spanningsveld op: is dit gewoon een deel van het historisch verhaal, of is dit gewoon gebruik van andermans merk om meer winst te maken?

De voor mij belangwekkende voorvraag is wat een computergame nu eigenlijk is. Want de context maakt nogal uit: een logo op een t-shirt drukken en verkopen vind ik heel wat anders dan een historisch tijdschrift dat een onderbouwd artikel publiceert en daarbij het logo toont als illustratie van de wereld destijds. Take Two presenteert haar game als een soort interactieve film, speel de hoofdrol in deze historische documentaire, zoiets. Dat komt dan goed uit natuurlijk, want in een documentaire moet en mag je historisch accuraat zijn, inclusief relevante merken uit die tijd.

De Pinkerton-agenten spelen een relevante rol in het spel: in 10 van de 106 missies krijg je deze figuren achter je aan, wat je missie complexer maakt. Securitas zal daarmee het minder een documentaire vinden als wel een handig gebruik van hun merk, nu nóg spannender dankzij 10% Pinkerton. Net zoiets dus als ineens Levi’s spijkerbroeken kunnen dragen of een Winchester geweer vinden als upgrade.

Ik vind het moeilijk hier een harde grens in te trekken. Gevoelsmatig zou ik in een racespel het niet logisch vinden dat echte auto’s daar ineens opduiken zonder toestemming van de ontwerper/merkhouder, maar in een Wild West game geen Winchester met haar typerende vorm (of de Colt 1866) hebben zou ik héél raar vinden. Die zijn zodanig symbolen van die tijd, en gevoed door zó veel films en literatuur dat die er gewoon moeten zijn.

Natuurlijk is Take Two hartstikke commercieel met haar game, maar dat is de History Channel ook en toch zouden we het raar vinden als die merken gaat blurren in een aliendocumentaire garageboxjacht spokenzoektocht historische documentaire. Zijn games dan toch wezenlijk anders dan film?

Arnoud

Deliveroo-bezorgers zijn toch werknemers en geen zzp’ers

| AE 11075 | Ondernemingsvrijheid, Regulering | 26 reacties

Bezorgers die voor Deliveroo maaltijden bezorgen worden door het bedrijf ten onrechte als zzp’ers aangemerkt, oordeelde de rechter in twee zaken die vakbond FNV aanspande. Dat las ik bij Nu.nl vorige week. De bezorgers zijn feitelijk gewoon werknemers en moeten als zodanig behandeld worden; dat Deliveroo ze zzp’er noemt, is daarbij niet relevant (in tegenstelling tot die zaak van juli vorig jaar). Ook de cao voor beroepsgoederenvervoer is gewoon van toepassing. Een behoorlijke financiële strop voor het bedrijf Deliveroo, dat dan ook al aangekondigd had in hoger beroep te gaan.

In twee zaken bij dezelfde rechtbank kwam FNV als vakbond op voor de algemene kwestie of voedselfietsbezorgbedrijf Deliveroo haar bezorgers als zzp’er mocht aanmerken. Dit was een collectieve procedure, waar Deliveroo bezwaar tegen maakte met het argument dat ieder arbeidscontract anders is en de beoordeling of iemand werknemer is ook. Maar de rechter bepaalde meteen dat FNV wél mag procederen over zoiets principieels als dit.

Het klopt natuurlijk dat je uiteindelijk naar ieder geval apart moet kijken of iemand werknemer is dan wel als freelancer of zzp’er wordt ingeschakeld. Maar de factoren die daarbij van belang zijn, zijn vaak generiek genoeg om in zijn algemeenheid een vuistregel mee te kunnen maken. En dat is dan ook precies wat de rechtbank hier doet.

Allereerst het contract. In juli vorig jaar concludeerde de rechtbank nog op basis van de tekst van een freelancer-contract dat de fietskoerier een zzp’er was, maar dat was wat kort door de bocht: je mag aan een contract met een hulppersoon alleen waarde hechten als er inhoudelijk onderhandeld is. Is het een standaardcontract dat de hulppersoon opgelegd kreeg (“alsjeblieft, hier tekenen graag”) dan is daaraan geen aanwijzing te ontlenen dat partijen samen beiden wilden dat de koerier zzp’er was. Ook de andere stappen die de rechter vorig jaar zag – het inschrijven bij de KvK, het zelf kopen van kleding en vervoersboxen – tellen niet mee in zo’n situatie.

De rechtbank gaat er gezien de principiële aard van de zaak eens goed voor zitten, en begint met te constateren dat alle mooie argumenten over flexwerken, deelplatforms en wat dies meer zij een discussie voor de politiek geven. De wet is de wet, en je moet contracten beoordelen in het huidige systeem. Dat er iets tussen werknemer en zelfstandig opdrachtnemer zou moeten zijn qua rechtsbescherming is geen juridische vraag maar een politiek debat.

Een belangrijk criterium voor werknemerschap hoe verplichtend of vrij de opdrachttoekenning gebeurt. Het contract bepaalt dat je per bezorging betaald krijgt, en dat je vrij bent om al dan niet te weigeren of te vragen om opdrachten. In de praktijk ziet de rechtbank dat je je vooraf moet aanmelden, anders krijg je geen opdrachten aangeboden. En gezien de lage prijs per bezorging (€6,00) is het ook niet logisch dat mensen af en toe eens een bestelling gaan doen. Praktisch gezien moet je een hele periode op een dag paraat staan en een berg bezorgingen doen. Iets anders is niet reëel, wie wil dat nou doen, even zes euro scoren als ze toevallig nu een maaltijd hebben die ik kan bezorgen?

Ook weegt mee dat Deliveroo kennelijk mensen beloont met extra opdrachten via een priority access systeem. Dat alles steunt de conclusie dat ze willen dat je veel werk doet per dag, en oh ja je wordt eruit gegooid als je niet genoeg opdrachten aanneemt en niet zegt waarom. Bij elkaar vindt de rechtbank dat wel erg veel ruiken naar een werknemerrelatie: die moet ook gewoon elke dag werken en je krijgt (uiteindelijk) ontslag als je dat niet doet.

Als tweede criterium geldt dat een werknemer mag zich niet laten vervangen. Het contract van Deliveroo bepaalt dat de bezorger dit wel mag, maar zoals de rechter zegt is deze mogelijkheid tot vervanging vrijwel inhoudsloos. De vervanger mag pas worden doorgegeven nadat de opdracht is aangenomen, en dan moet je al per direct naar het restaurant om de maaltijd op te halen. Dat is praktisch niet te doen. Bovendien legt Deliveroo de vervanger exact dezelfde harde eisen op en kan de koerier zelf geen toezicht op zijn vervanger uitoefenen. Die papieren constructie telt dus niet, de koerier moet zelf het werk doen.

Als derde kijkt de rechter naar de beloning. Dat is altijd een lastige: werknemers krijgen loon, opdrachtnemers krijgen een honorarium, maar hoe zie je het verschil? De rechtbank kijkt naar de hoogte – maximaal 18 euro bruto – en het feit dat hierover niet kan worden onderhandeld. Uit die feitelijke constateringen volgt dan dat je dit moeilijk een honorarium kunt noemen.

Alles bij elkaar concludeert de rechter dan ook dat deze werkconstructie alles heeft van een werkgever-werknemer relatie en niet van een echte zzp-inhuuropdracht. Factoren zoals dat je bij de KVK ingeschreven moet zijn en je eigen kleding en maaltijdboxen mag gebruiken, bieden te weinig gewicht voor een tegenargument dat tóch sprake is van opdrachtnemerschap. De conclusie is dan ook: dit zijn arbeidscontracten, geen overeenkomsten van opdracht.

Deliveroo moet de cao met terugwerkende kracht toepassen en bezorgers kunnen nu aanspraak maken op een dienstverband. Dat is behoorlijk pijnlijk voor het bedrijf, en het verbaast dan ook niet dat ze meteen roepen in hoger beroep te gaan. Maar gezien de zeer principiële en uitgebreide analyse van de rechter zou ik niet meteen weten met welke argumenten.

Natuurlijk is het behoorlijk vervelend voor het bedrijf, en ik ben natuurlijk niet tegen een systeem waarbij je voor dit soort parttime bijbaantjes een derde route creëert naast die van werknemerschap met volledige bescherming en de opdrachtnemer die het maar moet uitzoeken. Maar ik blijf sterk met het gevoel zitten dat bedrijven vooral vanwege het vermijden van hun werkgeversplichten kiezen voor mensen opdrachtnemer noemen, en dat de werknemers niet sterk genoeg zijn om daar een vuist tegen te maken. Dat is dus waar je vakbonden voor hebt, en ik vind dit dan ook een mooie uitkomst. Maar zoals ik in juli ook al zei: de bal is aan de politiek, die moeten nu óf zo’n derde route maken en in de wet zetten, óf eindelijk eens een signaal geven dat schijnconstructies niet mogen zodat dit hard kan worden aangepakt.

Arnoud

Mag een webshop je tweede bestelling annuleren omdat je de eerste retour stuurt?

| AE 11070 | Ondernemingsvrijheid | 19 reacties

Een interessante vraag bij Tweakers:

Ik heb een bestelling gedaan bij een een webshop (installatiemateriaal) Verzendkosten zelf betaald. Deze zending retour gestuurd ivm verkeerde maat (ook zelf retourkosten betaald) l. Na mijn tweede bestelling annuleert de webshop mijn bestelling met het bericht dat retouren duur zijn en ze het risico niet nog een keer willen lopen. Ik mag dus niet meer bij ze bestellen omdat ik een product retour heb gestuurd… Mag dat zomaar?

Een overeenkomst komt tot stand door aanvaarding van een aanbod (art. 6:217 BW). Wanneer er wordt betaald of geleverd is volstrekt irrelevant. In de ecommercepraktijk is er dus een overeenkomst zodra de automatische bevestiging binnen is (art. 6:227b BW).

Een overeenkomst is niet te annuleren tenzij in de wet staat van wel, of rechtsgeldig is afgesproken dat dit mag. De consument heeft bijvoorbeeld een wettelijk annuleringsrecht binnen 14 dagen na ontvangst. De ondernemer mag annuleren bij bijvoorbeeld dwaling of bedrog door de consument.

Zelf een reden voor annuleren verzinnen mag, maar a) dat moet dan in de algemene voorwaarden staan die bij de bestelling gelden en b) die reden mag niet in strijd zijn met dwingend recht. En daar gaat het hier volgens mij mis: de consument wordt hiermee afgeschrikt om zijn retourrecht uit te oefenen, want dan mag hij nooit meer wat kopen daar.

De strekking van het consumentenrecht op afstand is dat je vrijelijk moet kunnen bestellen en annuleren als het je niet bevalt. Als een winkel bijvoorbeeld een boete zou zetten op een annulering, dan zouden we het er meteen over eens zijn dat dit niet in de haak is. Maar ‘je mag nooit meer wat bestellen’ of zelfs ‘je volgende bestelling voor iets vergelijkbaars gooi ik eruit’ komt op mij neer als hetzelfde als een boete.

Natuurlijk is het voor de ondernemer knap vervelend dat iemand twee keer iets retourneert, dat kan fors geld kosten. Zeker als het product effectief onverkoopbaar wordt door het retoursturen (van een poststicker erop tot gebruikssporen, dingen die je niet kunt verhalen op de consument). Maar dat is voor de wet écht het risico van de ondernemer, en dat mag hij of zij niet zo verleggen naar de consument.

Arnoud

Duitse rechtbank oordeelt dat Amazon Dash-knoppen de wet overtreden

| AE 11067 | Ondernemingsvrijheid | 24 reacties

De Dash-knoppen, waarmee met een druk op de knop een bepaald product kan worden aangeschaft, voldoen niet aan de Duitse wet. Dat meldde Tweakers vorige week. De rechtbank München had dat bepaald. Klanten zouden niet voldoende worden geïnformeerd over de prijs die zij moeten betalen, en dat is verplicht bij e-commerce en webshops. Het doet… Lees verder

Wanneer is het aanbieden van een stresstest legaal of juist strafbaar?

| AE 11053 | Ondernemingsvrijheid, Regulering | 4 reacties

De FBI heeft in samenwerking met de High Tech Crime Unit van de Nederlandse politie en het Britse National Crime Agency vijftien websites offline gehaald waar ddos-diensten werden aangeboden. Dat las ik bij Tweakers onlangs. De diensten presenteerden zichzelf als ‘stresstesters’, sites waar je tegen betaling de capaciteiten van je eigen site kunt testen om… Lees verder

Nee, een prijs van 402 euro is niet geloofwaardig als de ketting 40 duizend is

| AE 11051 | Ondernemingsvrijheid | 45 reacties

Als je op de site van de Bijenkorf een diamanten ketting ziet voor 402 euro, dan kun je er niet zomaar op vertrouwen dat die prijs echt is. Zeker niet gezien de samenstelling en werkelijke waarde – namelijk 40 duizend euro. En wat dan al helemaal niet meehelpt, is dat je eerder al gekeken had… Lees verder

Mag Flickr mijn foto’s gijzelen om een betaald abonnement af te dwingen?

| AE 11042 | Intellectuele rechten, Ondernemingsvrijheid | 15 reacties

Een lezer vroeg me: Al jaren maak ik met veel plezier gebruik van Flickr als fotodienst. Gratis, en natuurlijk willen ze me graag van alles verkopen maar nu maken ze het wel heel bont: als ik niet op 1 februari een betaald account heb genomen, dan gaan ze mijn oude foto’s wissen! Kan dat zomaar,… Lees verder

Je kunt als zzp’er eindelijk je btw nummer (oftewel je bsn) van je site halen

| AE 11045 | Ondernemingsvrijheid, Regulering | 21 reacties

De Autoriteit Persoonsgegevens heeft de minister van Financiën een verbod opgelegd waardoor de Belastingdienst vanaf 1 januari 2020 niet langer het burgerservicenummer mag gebruiken in het btw-identificatienummer van zzp’ers. Dat meldde Tweakers onlangs. De eis was vele zelfstandig ondernemers een doorn in het oog, omdat het btw-nummer verplicht vermeld moet worden op facturen – maar… Lees verder

Is een Linkedin-opschoonbeding in je arbeidscontract rechtsgeldig?

| AE 11024 | Ondernemingsvrijheid | 14 reacties

Via Twitter kreeg ik de vraag hoe rechtsgeldig Linkedin-opschoonbedingen zijn. De vraagsteller had een specifieke clausule daarover in de arbeidsovereenkomst van een kennis gezien, en twijfelde of dat wel mocht. De clausule stond naast een ‘gewoon’ relatiebeding, dus dat inspireerde mij om te zeggen “een privé usb-stick met zakelijke gegevens moet je ook wissen”, wat… Lees verder

Wanneer sluit je als consument een verkoopovereenkomst via internet met een bedrijf?

| AE 11008 | Ondernemingsvrijheid | 28 reacties

Mijn moeder heeft vorige week maandag op “ikwilvanmijnautoaf.nl” aangegeven van haar auto af te willen, zo opende een draadje bij Tweakers. De moeder van de topicstarter wilde van haar auto af, nam contact op met het gelijknamige bedrijf en kreeg telefonisch een bod van zeshonderd euro, waar ze kennelijk positief op reageerde. Daaruit concludeerde het… Lees verder