Als het 2G netwerk wegvalt, komt mijn auto niet meer door de APK, is dat niet raar?

Photo by Anastasiia Krutota on Unsplash

Een lezer vroeg me:

Nog steeds rij ik met veel plezier in mijn Volvo uit 2007. Alleen ontdekte ik vorige week dat het eCall systeem uitgeschakeld werd door Volvo, vanwege de aanstaande uitfasering van 2G/3G eind 2027. Dat is een probleem want ik moet bijna weer mijn APK doen, en die vereist een werkend eCall-systeem. Heeft Volvo zo mijn auto waardeloos gemaakt?
Het 2G netwerk voor mobiele telefonie is alweer uit 1994, en geldt anno 2026 als traag, onveilig en inefficiënt. Vandaar dat providers langzaam maar zeker deze technologie uitfaseren.

Sinds 2018 is het systeem eCall verplicht. Hiermee kunnen hulpdiensten automatisch worden ingeschakeld bij een ongeval door automatisch 112 te bellen. Daarbij is vaak gekozen voor 2G/3G verbinding, omdat dat it toen de meest betrouwbare en dekkende mobiele standaard in Europa was. Je hoeft alleen maar een spraakoproep naar 112 te kunnen doen, immers.

Als 2G/3G uit de lucht gaat, dan kunnen auto’s met dat oudere type modem dus niet meer een eCall-telefoontje plegen. En dat is een probleem met de APK. In artikel 5.2.71 lid 6 van het RDW APK Handboek staat:

Het eCall-boordsysteem van personenauto’s moet deugdelijk zijn geïnstalleerd en geconfigureerd en goed werken.
Wanneer de auto bij aanzetten een melding geeft dat eCall uit staat of niet werkt, leidt dat tot afkeuring. De regels kennen geen ruimte voor overmacht zoals wanneer de telecomprovider eCall onbruikbaar maakt.

De enige echte oplossing lijkt het vervangen van de eCall-module door een variant die werkt op 4G of 5G.

In de praktijk is dat echter allesbehalve eenvoudig, het behelst meer dan een software-update. De hardware dient vervangen te worden, wat kostbaar is en tijdrovend. Dit kan leiden tot een grotere druk op de capaciteit van werkplaatsen. Belangrijkste vraag: wie gaat dit betalen?
In mei meldde minister Karremans (infrastructuur) dat wordt gewerkt aan een gedoogconstructie, maar hoe die er uit moet zien is nog onduidelijk. Wat extra tijd is zeker haalbaar, maar dan moet iedereen dus alsnog naar de garage. Een herdefinitie van eCall naar “eCall die werkt met 3G/4G” in de APK regels lijkt me de enige optie.

Arnoud

Heb je het recht een door bedrijf opgenomen telefoongesprek te ontvangen ?

Photo by Craig Pattenaude on Unsplash

Via Reddit:

Zo ongeveer elke klantenservice heeft een bandje waarin ze aangeven het gesprek op te nemen voor ‘training en kwaliteitsdoeleinden’ en in sommige gevallen wordt zelfs benoemd dat ze het gebruiken om afspraken terug te luisteren. Heb je als consument aan de andere kant van de lijn ook het recht de opname van dit gesprek zelf te ontvangen of ‘in te zien’ achteraf?
De achtergrond van de vraag is willen kunnen aantonen dat er een telefonische toezegging is gedaan. Dat zou een rekening van €800 ongeldig verklaren en een conflict helpen oplossen.

Ik zie al drie FG’s aan de zijlijn “inzagerecht” scanderen, want dat is precies ingevoerd voor dit soort redenen. Je hebt het recht op inzage om te verifiëren of je persoonsgegevens juist zijn vastgelegd, nog actueel zijn en dat soort zaken. Alleen als je weet wat er vastligt, kun je fouten daarin corrigeren.

In Nederland is dit al in 2007 bevestigd in de Dexia-uitspraak van de Hoge Raad. Weliswaar ging die over de Wbp, maar dat inzagerecht is materieel gelijk aan dat uit de AVG nu. De kosten om dat te faciliteren, werden als niet-relevant terzijde geveegd. Een transcriptie afdwingen kan dan weer niet; als er alleen een geluidsbestand is, dan is dat dus wat je krijgt.

De wederpartij in deze casus zegt nu dat de opname er niet is. Dat zou kunnen, en dan houdt het op. Meer dan frustrerend kan ik dat niet noemen.

In de comments las ik nog een ander argument: de privacy van de medewerker komt in het gedrang als je ook diens deel van het gesprek overhandigt. In AVG-termen, artikel 15 lid 4, de opname overhandigen doet “afbreuk aan de rechten en vrijheden van anderen.”

Specifiek bij een klantenservicemedewerker die een zakelijk gesprek voert met een klant, vind ik dat een té gezocht argument. Dit is geen absoluut recht, maar een afweging: hoe ernstig is die privacy van de werknemer in het geding, en hoe weegt dat af tegen het recht op inzage. Overweging 63 AVG zegt immers “Die overwegingen mogen echter niet ertoe leiden dat de betrokkene alle informatie wordt onthouden.”

Wegbliepen van de naam van de medewerker, en voor mijn part eventuele persoonlijke ontboezemingen, maar daar houdt het dan ook echt op.

Arnoud

Britse kinderen onder de 16 jaar mogen vanaf 2027 niet meer op sociale media

Peggy_Marco / Pixabay

Het Verenigd Koninkrijk komt met een verbod op sociale media voor kinderen onder de zestien jaar. Dat meldde Nu.nl vorige week. Voor de duidelijkheid: dit is een wetsvoorstel, dat de minister-president “hopelijk voor Kerstmis” aangenomen wil krijgen, waarna het dan voorjaar 2027 in werking moet treden.

Het persbericht verduidelijkt:

The government plans to use the same model for a social media ban as Australia. This would capture user-to-user platforms, whose purpose is to enable social interaction and?which allow users to post material, alongside algorithms. The ban will therefore include platforms like Snapchat, TikTok, YouTube, Instagram, Facebook and X. We do not intend for messaging services like WhatsApp and Signal to be included in the social media ban.
Hij verwijst naar de Australische Online Safety Amendment (Social Media Minimum Age) Act 2024 die op 10 december 2024 van kracht werd. Die definiëren “social media” als volgt:
  1. the sole purpose, or a significant purpose, of the service is to enable online social interaction between 2 or more end?users;
  2. the service allows end?users to link to, or interact with, some or all of the other end?users; en
  3. the service allows end?users to post material on the service.
Het gaat om drie cumulatieve criteria: dus én je hoofddoel is sociale shizzle, én je kunt connecten met anderen, én je kunt zelf dingen plaatsen. Een nadere regel voegt toe dat het platform ook een recommender en/of een loginfeature moet hebben. (Daarnaast kan er een lijst worden gemaakt waar partijen keihard “social media” verklaard kunnen worden.)

Volgens de toezichthouder omvat dit alle bekende spelers, hoewel ze er gelijk bij zeggen dat opname in hun overzicht niet impliceert dat die partijen het er mee eens zijn.

De Britten geven aan deze definitie te willen volgen, want die lijkt prima te werken. De hamvraag is natuurlijk: hoe handhaaf je dat, oftewel welke maatregelen leg je op om leeftijdsverificatie te doen. In Australië mogen partijen dat zelf bepalen, en kopietje paspoort is populair naast diensten zoals bankrekening-gebaseerde verificatie. Wat dan weer niet mag, is eisen dat de Australische DigiD wordt gebruikt.

De resultaten in Australië vallen tegen: 78 procent van de jongeren onder de zestien jaar heeft nog steeds toegang tot sociale media, en 41 procent weet de nieuwe regels te omzeilen. Belangrijk probleem lijkt te zijn dat de handhaving grotendeels bij de ouders ligt, en u kent mijn mening over die gemakzuchtige ontkenning van een maatschappelijk probleem. Ik citeer even uit dat gelinkte artikel:

Het Nederlands Jeugdinstituut vindt dat een verbod wel een optie is, maar niet zonder aanvullende maatregelen. “We moeten niet alleen ouders en scholen betrekken, maar er moet vooral iets in de platforms veranderen”, zegt expert Vivian den Blanken. “Zolang de verslavende werking blijft en er extreme content wordt geplaatst, is een verbod onvoldoende.”
Een totaalverbod, aangenomen dat het handhaafbaar is, heeft vooral als effect dat een jongere in het geheel niets meer doet met die social media. Word je dan 16, dan krijg je het geheel en ongefilterd om je heen. En dát werkt niet.

Nee, dat is niet hetzelfde zoals bij alcohol, waarbij je ook tot 18 geen druppel mag en dan ineens los met bier. Als je nou op elke straathoek onbeperkt gratis bier kreeg en onze levens draaiden om “welk bier hijst Wim vanavond”, dan misschien. Social media is alomtegenwoordig en verweven met zo veel aspecten van de maatschappij, en dat maakt het zo lastig aan te pakken.

Arnoud

 

 

Hof van Justitie: Algoritmische invloed op contentpresentatie maakt dat je er aansprakelijk voor wordt

Photo by ?????? ????? on Unsplash

Wie met een algoritme bepaalt onder welke voorwaarden, op welke wijze en in welke volgorde van prioriteit andermans content wordt verspreid, kan zich niet achter de bescherming van hosters verschuilen. Dat bepaalde het Hof van Justitie afgelopen dinsdag (zaak C-188/24). Een aardverschuiving in het aansprakelijkheidsrecht?

Het Hof kwam tot deze uitspraak in twee gevoegde zaken uit Frankrijk. De een ging over een pornosite die te weinig deed om minderjarigen te weren, de ander over een radarcontrole-waarschuwingsdienst. Dat lijkt weinig met elkaar gemeen te hebben, behalve dat beiden platforms waren waar gebruikers content plaatsten, en beiden stelden dat de Franse overheid ze dwong tot een algemene controleplicht. Dat is in strijd met artikel 15 van de E-commercerichtlijn (en nu artikel 8 DSA).

Uit de vraag maakt het Hof op dat de Franse rechter mede wil weten of deze partijen onder de beperking van aansprakelijkheid voor hosters valt (artikel 14 richtlijn). Daarvoor geldt namelijk dat je geen controle of invloed over de content moet uitoefenen. Het klassieke voorbeeld is voorafgaande moderatie – dan kies je wat er op je site mag komen. Idem voor de foto van de dag die je op de homepage zet.

Zo handmatig gebeurt het al lang niet meer. De meeste platforms werken met een omgekeerd-chronologische feed en/of thematische categorieën. Dat is volgens de standaardjurisprudentie geen probleem (Google/Vuitton), zolang je maar geen dingen doet waarmee je inhoudelijke kennis of controle over de content krijgt (Youtube/Cyando).

In die zaken ging dat goed (voor het platform), omdat die alleen keken naar metadata van de content. Bij deze platforms was er meer inhoudelijke bemoeienis, hoewel puur algoritmisch. Maar door dat algoritme kon de aanbieder zelf bepalen

onder welke voorwaarden, op welke wijze en in welke prioriteitsvolgorde deze informatie wel of niet wordt verspreid, [zodat] de exploitant zeggenschap over die informatie uitoefent (…).
Met name woog daarin zwaar dat de exploitant in haar eigen belang handelde. Dit in tegenstelling tot enkel het belang van de uploader, denk aan een virusscan.

Voor mij is dat “prioriteitsvolgorde” de kern: je bepaalt dan niet alleen waar de content moet staan, maar ook of de content überhaupt in beeld komt. Bij een omgekeerd-chronologische feed kom je alles tegen als je lang genoeg scrollt, maar dat is zeker niet zo bij een “Relevant voor jou”-feed.

Dan is die feed dus een “foto van de dag” (de seconde?) selectie van de redactie. Dat je dat uitbesteedt aan een algoritme, is daarbij irrelevant.

Het Hof formuleert alleen de regels, het is aan de nationale (hier dus Franse) rechter om te bepalen of die platforms er aan voldoen. Maar dit is wel een sterke voorzet dát dit het geval gaat zijn.

Betekent dit nu dat íeder platform met een recommender zijn beperking van aansprakelijkheid kwijtraakt? Een strakke lezing zegt van wel: je gebruikt een algoritme, en dat zegt hoe en in welke prioriteit content wordt getoond. En intuïtief is dat ook passend: je bént geen neutraal doorgeefluik als je zelf rangschikt wat het beste/mooiste/interessantste is.

Dat wil tegelijkertijd niet zeggen dat je automatisch mag betalen als er iets onrechtmatigs op je site staat. Een platform met duidelijke regels en actieve moderatie handelt niet onrechtmatig door af en toe per abuis iets door te laten dat tegen de wet is.

Arnoud

 

Duitse rechter: Google is verantwoordelijk voor onjuiste claims van AI Overviews

Photo by Wolfgang Vrede on Unsplash

Google is verantwoordelijk voor de inhoud van AI Overviews, aldus Tweakers vorige week. Het Landgericht München bepaalde dat het advertentiebedrijf zich niet kan verschuilen achter disclaimers, omdat AI Overviews eigen content zijn en niet andermans zoekresultaten.

Bij The Decoder leggen ze uit:

De AI-analyses van Google hadden twee uitgeverijen ten onrechte in verband gebracht met oplichting, abonnementsvalstrikken en dubieuze zakelijke praktijken bij bepaalde zoekopdrachten. Volgens de rechtbank vermengde de AI informatie over andere, daadwerkelijk dubieuze bedrijven met die van de eisers en legde verbanden die in geen van de gelinkte bronnen voorkwamen. De uitgevers stuurden Google een sommatiebrief, maar Google reageerde niet adequaat.
Googles verweer bij de rechter was niet verrassend: wij zijn niet aansprakelijk want alles is third-party content, wij knopen het aan elkaar en streven naar een prettige gebruikservaring. En daar is genoeg jurisprudentie over, inclusief smadelijke teksten in de snippets die op de resultatenpagina worden getoond.

Een AI Overview is alleen niet hetzelfde als een snippet. Daarvan kun je nog zeggen “dat komt zo uit de bron en dat kun je niet controleren”. Die overviews maak je zelf. Weliswaar op basis van die snippets, maar daarmee maak je het tot een eigen uiting. Uit het vonnis:

Dit begint met de inleidende bevestiging van de zoekopdracht (“Ja, Verlagshaus24 (GeraMont Verlag) staat bekend om dubieuze handelspraktijken…” of “Ja, er zijn aanwijzingen voor frauduleuze praktijken en dubieuze praktijken in verband met de uitgeverij – Verlagshaus24…”), wat qua taalgebruik al verder gaat dan de loutere presentatie van de links. Het vervolgt met de onafhankelijke thematische structurering van het antwoord, die niet wordt weergegeven of opgenomen in de daaropvolgende resultaten van websites van derden. Deze structuur bestaat uit een inleidende samenvatting, gevolgd door een overzicht van de “Kenmerken van de vermeende fraude” / “Typische fraudegevallen”, en een daaropvolgende aanbeveling voor actie onder “Wat u kunt doen” / “Wat u zou moeten doen”.

Dit alles toont een onafhankelijke, op inhoud gebaseerde verwerking van de zoekresultaten door de door de gedaagde aangeboden en in de zoekopdracht gebruikte AI aan. Op deze manier creëert de gedaagde onafhankelijke verklaringen die verder gaan dan de individuele zoekresultaten die later via links worden weergegeven. Aangezien de gedaagde zelf de kunstmatige intelligentie heeft geïntroduceerd en deze aan gebruikers aanbiedt, moet zij ook verantwoordelijk worden gehouden voor de resultaten, omdat alleen zij invloed heeft op het aanbod van de AI en de algoritmen waarmee de AI werkt.

Het helpt dan al helemaal niet als de AI zelf nog beschuldigingen erbij verzint:
Bovenal bevat het “overzicht met AI” echter verklaringen die helemaal niet in de zoekresultaten voorkomen. Geen van de verstrekte links legt een verband tussen de eisers en een “[niet gespecificeerde entiteit]” of beweert dat er sprake is van frequente naamswijzigingen tussen “[niet gespecificeerde entiteit]”. Dit zijn verklaringen van de beklaagde zelf en gaan dus verder dan de loutere presentatie van de zoekresultaten.
Maar ook zonder dat laatste kun je Google dus wel degelijk aanspreken op het gegeven dat er onwaarheden in die samenvattingen staan, aangenomen dat jij daar schade door lijdt.

Google mág zich verweren door bijvoorbeeld te laten zien dat “iedereen” dat zegt, of dat ze redelijkerwijs mochten vertrouwen op de juistheid. Maar dat vergt een inhoudelijke analyse, die verder moet gaan dan enkel “dit stond op pagina X”.

Arnoud

 

 

Laten we het opheffen van domeinnamen gewoon eens verbieden

Photo by JanBaby on Pixabay

Cybercriminelen kunnen heel eenvoudig klantgegevens van bewindvoerders buitmaken, aldus RTL Nieuws maandag. Daardoor kunnen persoonsgegevens van mensen met financiële problemen, een groep die extra kwetsbaar is voor fraude en uitbuiting, in verkeerde handen vallen. Het gevaar schuilt in slecht beveiligde oude e-mailadressen.

De aanleiding voor het onderzoek was het Odido-datalek, waarbij ethisch Hacker Wesley Neelen zag dat “veel mensen het e-mailadres van hun bewindvoerder gebruiken”. Niet raar als je onder bewind staat. En inderdaad een groep die extra kwetsbaar is voor criminelen die ze “snel extra geld verdienen” voorhouden.

Het echte probleem is echter diepen, zoals Neelen toelicht:

Deze mailadressen waren alleen niet meer in gebruik, en met een druk op de knop kon hij de website en bijbehorende mailbox registreren en overnemen: “Technisch gezien is het heel makkelijk. Ik stond ervan te kijken dat er nog zo veel e-mails binnenkwamen terwijl de inbox al een tijd niet meer in gebruik is.”
Dit probleem is an sich niet nieuw; elke paar jaar zie ik wel een nieuwsbericht of onderzoek dat gevoelige mails kunnen worden onderschept als je een oud domein van [organisatie X|bedrijven in branche Y|overheid Z] registreert en een catchall mailadres inricht. De impact is natuurlijk wel groot als dit écht een malafide partij is.

De onderliggende reden waar we het écht over moeten hebben, is de gedachte dat je oude domeinnamen opheft. Waarom? Ik citeer weer even RTL:

Veel bewindvoerders zijn de afgelopen jaren gefuseerd of overgenomen door andere organisaties. De bewindvoerder moet zijn eigen website en e-mailbox, zoals @bewindvoerder .nl, beveiligd afsluiten om misbruik te voorkomen. Dat kost ongeveer tien euro per jaar. Veel bewindvoerders betalen die kosten niet en laten de domeinnaam van hun website verlopen.
Dat “beveiligd afsluiten” wil zoveel zeggen als de domeinnaam actief houden maar zorgen dat alle mails teruggestuurd worden met een autoreply of een technische foutmelding. Dit is op zich een eenmalige moeite, en dat tientje per jaar is vooral de administratieve overhead van de betrokken partijen.

Misschien wordt het tijd voor een nieuwe AVG-meme: domeinnamen opheffen mag niet van de AVG, want het veroorzaakt datalekken wanneer (niet als) ze door een ander worden geregistreerd. En de kostenbatenanalyse valt zó duidelijk in het voordeel van “geregistreerd houden” uit, dat ik geen tegenargument meer weet.

Arnoud

Kan ik na het omvallen van mijn cryptobank mijn geld terugkrijgen?

Photo by Traxer on Unsplash

Een lezer vroeg me:

Ik heb spaargeld omgezet in crypto via een Nederlandse partij met DNB-vergunning als cryptodienstverlener. Deze partij lijkt nu te zijn omgevallen, en nu lees ik dat ik buiten de bescherming van het nationaal depositogarantiestelsel ga vallen. Is er nog een juridische manier om mijn geld terug te eisen van deze cryptobank?
Het depositogarantiestelsel is een wettelijke bescherming voor geld dat bij banken op een rekening staat. Zoals DNB zegt, “Mocht een bank failliet gaan, dan zorgt De Nederlandsche Bank (DNB) dat u uw geld terugkrijgt. Van 1 cent tot maximaal € 100.000 per persoon, per bank.” Wie daar doorklikt, komt bij de veelgestelde vragen en daar wordt vrij snel en hard gezegd “Een crypto (zoals bitcoin) is geen geld dat bij de bank staat. Het is daarom niet beschermd door de Nederlandse Depositogarantie.”

De juridische basis voor dit stelsel is de Wet op het financieel toezicht (Wft), afdeling 3.5.6. Alle “banken die een vergunning als bedoeld in artikel 2:11 hebben” (en bepaalde beleggingsinstellingen) moeten meewerken aan dit stelsel. En dan is het antwoord verder heel flauw: een cryptodienstverlener, ook met vergunning, is geen “bank in de zin van artikel 2:11 Wft” en valt dus buiten het depositogarantiestelsel.

De achterliggende motivatie is dat crypto’s op één lijn worden gezet met gewone beleggingen, die ook buiten het garantiestelsel vallen. In 2018 meldde de minister bijvoorbeeld dat een probleem daarbij is dat er geen centrale uitgever aan te spreken is op misstanden. Je zou kunnen stellen dat een cryptodienstverlener zo’n centrale rol kan spelen voor de crypto’s die daar gestald staan, maar dat vereist een wetswijziging en ik vermoed dat de overheid daar weinig trek in heeft.

Arnoud

Nederlandse provider onze.nl neemt met AI gesprekken op, eh, wat?

Photo by israel palacio on Unsplash

De Nederlandse provider onze.nl biedt mobiele abonnementen aan en integreert een AI-assistent die gesprekken opneemt om samenvattingen en transcripties te maken. Aldus Tweakers.net vorige week. Kan dat zomaar, een AI in je telefoon?

Onze.nl is een virtuele provider (over het netwerk van Odido) en de USP is dus dat je telefoongesprekken automatisch opgenomen en getranscribeerd worden. Daar heb je dan geen apps voor nodig, en de AI-assistent kan allerlei handige functies gaan doen. Er zal een doelgroep voor zijn.

Alleen je eigen stem wordt opgenomen, zo verklaart men op de site. Dat kan technisch vrij eenvoudig: jouw kant van het gesprek gaat naar de servers van Onze.nl en vanaf daar naar je wederpartij, dus dat kan daar afgetakt en geanalyseerd zonder dat er wederpartij-geluid tussen zit.

Dat komt goed uit, want als je die wederpartij gaat aftakken dan wordt het juridisch spannend. Niet strafrechtelijk, want Onze.nl handelt in opdracht van de deelnemer, art. 139a lid 1 Strafrecht zondert uit wie “in opdracht van zulk een deelnemer opneemt”.

De spanning zit hem natuurlijk in de AVG. In het algemeen is die niet relevant bij iemand die voor zichzelf gesprekken opneemt. Dat is voor huishoudelijk gebruik (art. 2 lid 2 AVG) en dan geldt de AVG niet. Bij zakelijk opnemen kan de privé-uitzondering ook gelden, maar vrijwel altijd gaat de data verder het bedrijf in en dan overschrijd je een grens.

De uitdaging zit hem in de rol die Onze.nl hierbij aanneemt. De privacyverklaring is daarbij duidelijk: men opereert als verwerker, dus uitsluitend ten behoeve van de klant die het gesprek op laat nemen. Maar zoals dat gaat bij AI, gaat het altijd toch een kléin stapje verder.

Het gaat hierbij om door u aangeleverde referentie- of contextinformatie (zoals beroepsspecifieke terminologie, klantgegevens of voorkeuren voor de opmaak van gespreksrapporten) die wij gebruiken om de relevantie en nauwkeurigheid van de AI-gegenereerde output uitsluitend voor uw eigen gebruik te verbeteren.
En dan weer iets verderop lees ik dat er “Externe dienstverleners (IT dienstverleners, AI-dienstverleners, en hostingpartijen)” zijn die dan weer “namens [onze.nl]” taken uitvoeren:
Voorbeelden hiervan zijn hosting, het versturen van emails en het verwerken en transcriberen van uw telefoongesprekken in het kader van de Slim Bellen-functionaliteit.
De transcriptie wordt dus uitbesteed, nergens zie ik welke AI dit onder water is maar dat zou dus zomaar een standaard commerciële AI zoals ChatGPT of Claude kunnen zijn. En dat kan binnen de AVG, als je de API aanroept vanuit een enterprise contract, want daar zit een (sub)verwerkersovereenkomst bij en de data wordt niet gebruikt voor bijtrainen.

(Of je de data binnen de EU kunt houden is een lastiger discussie, maar op papier staat het Data Protection Framework nog overeind dus export naar een verwerker in de VS mág.)

De grote uitdaging is echter, als je de spraak van de wederpartij ook zo wil gaan verwerken, welke grondslag onder de AVG heb je dan nodig? Toestemming gaat niet, want hoe krijg je die vooraf? Dus dan kom je zoals altijd uit bij gerechtvaardigd belang. Ik denk dat dat een heel eind goed gaat hier, juist omdat de transcriptie door een verwerker wordt gedaan én alleen bij de bellende partij terecht komt.

Uiteraard moet je een bezwaarmogelijkheid aanbieden (artikel 21 AVG) als mensen zwaarwegende persoonlijke omstandigheden hebben waardoor ze niet opgenomen willen worden. Bij een telefoongesprek zoals hier, vind ik het moeilijk daar voorbeelden van te bedenken.

Arnoud

Mag een uitgaansgelegenheid camerabrillen verbieden in de huisregels?

Photo by energepic.com on Pexels

Een lezer vroeg me:

Een club waar ik vaak kom heeft sinds kort een verbod op camerabrillen. Vind ik prima, maar los van het feit dat ik betwijfel of hun uitsmijters of garderobepersoneel een camerabril van een gewone bril kunnen onderscheiden, mogen ze dat zomaar verbieden?
Het korte antwoord is simpel: ja, want een club mag (binnen het redelijke & artikel 1 Grondwet) huisregels stellen zoals ze goeddunkt. Alleen in net pak, geen sportschoenen, geen camerabril, alleen met paars haar op Paarshaardag, kan allemaal.

Het idee is dat het zichzelf oplost: als te weinig mensen in net pak willen komen, dan krijg je geen publiek en ga je failliet. Dus waarom zou de wet zo’n regel verbieden. De discussie over huisregels gaat vrijwel altijd over verkapte discriminatie: met neutraal klinkende huisregels zoals “geen sportkleding, schoudertasjes en Vuitton-petjes” ben je in feite aan het selecteren op een beschermd (etnisch) kenmerk bijvoorbeeld, en dat mag niet.

Een goede reden hebben voor een huisregel is handig voor het draagvlak. Bij camerabrillen kan ik die wel bedenken, want velen ervaren het als ongewenst dat ze stiekem gefilmd worden. En voor regelziftende juristen zoals ik is er ook nog artikel 441b Strafrecht, dat heimelijk gebruik van camera’s in voor het publiek toegankelijke ruimtes (zoals cafés, bioscopen en clubs) strafbaar stelt. Ook als je ze in de hand houdt.

Een bezoeker met camerabril zou daar tegenover kunnen stellen dat elke club vol zit met Tiktokkende of Instagrammende bezoekers die alles livestreamen zonder te vragen. En dat is waar, maar valt niet onder het wettelijk verbod. Ook zijn die mensen makkelijk te spotten, al is het maar omdat ze zelf graag front and center in beeld willen zijn.

Camerabrillen zijn een stuk lastiger te spotten, zeker als mensen het rode lampje afplakken en gemaakt achteloos rondlopen. Dan gefilmd worden voelt ineens anders, en dat kan de sfeer in zo’n club beïnvloeden. En dat is voor mij al snel gelijk aan het “heimelijk” uit het strafrecht. Daarom kan -en mag- een club dan ingrijpen.

Arnoud

ACM beboet veilingwebsite voor prijsopdrijving via automatische biedingen

Photo by John on Unsplash

Het bedrijf Ticketveiling.nl misleidde consumenten door via een speciaal ontwikkeld algoritme mee te bieden bij veilingen. Dat maakte de ACM onlangs bekend, en zij legde daarvoor een boete van 270.000 euro op. Deelnemers aan de veiling dachten dat zij opboden tegen andere menselijke deelnemers, maar het was dus een bot van de aanbieder zelf.

Bij Ticketveiling punt nl kun je via een veiling bieden op uitjes, diensten en producten. Kennelijk komt het daar met enige regelmaat voor dat er niemand (of te weinig mensen) ging bieden, waardoor de gewenste minimumprijs niet werd gehaald. Dan zet je dus een algoritme in:

Deze zogenaamde biedbot werd in de periode van 1 augustus 2024 tot en met 1 december 2024 ingezet bij de veiling van ruim 70.000 kavels. Deelnemers aan de veiling dachten daardoor dat ze opboden tegen andere menselijke deelnemers. In werkelijkheid boden zij op tegen een biedbot die door het bedrijf zelf was ingezet. Als de biedbot de veiling won, konden de menselijke deelnemers vervolgens voor dit winnende bedrag alsnog het aanbod accepteren. Daarbij werd niet verteld dat de biedbot de veiling had gewonnen.
In het boetebesluit lees ik dat men allerlei stappen nam om te verhullen dat hier sprake was van bots. Zo gebruikten deze verschillende biedstrategieën en hadden ze wisselende namen, zodat ook vaste klanten niet direct Berend zouden herkennen.

Ergens voelt het raar dat je je eigen bot laat bieden, want wat nou als die wint? Specifiek hier was dat geen nadeel: men had de “lachende tweede” regel. Ik citeer de collega’s van VakantieVeilingen:

Dat betekent dat je, ook al ben je niet de hoogste bieder, het product tóch kunt kopen voor hetzelfde bedrag als het winnende bod. Je krijgt daarbij exact dezelfde rechten en plichten als de winnaar van de veiling. We bieden dit alleen aan wanneer het hoogste bod aantrekkelijk voor jou is. Dit is het geval wanneer de prijs lager ligt dan de kassaprijs, maar wel binnen de vooraf afgesproken marge met de aanbieder. Zo profiteer je er allebei van.
Persoonlijk snap ik hier weinig van, waarom zou je als platform een ander dan de hoogste bieder het product gunnen? Misschien wanneer je meerdere exemplaren hebt, maar dan kun je je weer afvragen waarom je een veiling hanteert.

Ik had zelf gedacht dat dit zou uitkomen bij “jezelf bedrieglijk voordoen als consument”, maar de ACM houdt het veel simpeler: dit is misleiding over “de prijs of de wijze waarop de prijs wordt berekend” (art. 6:193c lid 1 onder d BW).

Arnoud