Ook de AVG schenden kan een overtreding van het mededingingsrecht opleveren.

Bij het inschatten of een bedrijf het mededingingsrecht schendt, mag je ook overtreding van de AVG meewegen. Dat besliste het Hof van Justitie onlangs (via) in een zaak van de Duitse mededingingswaakhond tegen Meta, née Facebook. Meta dwong toestemming af voor “off-platform” verzamelen van persoonsgegevens van gebruikers, en omdat dat een overtreding van de AVG was, vond de toezichthouder dit een misbruik van machtspositie. Het Hof bevestigt deze redenering.

Het Hof legt uit (zaak C-252/21) hoe Facebook te werk gaat:

Het bedrijfsmodel van het online sociale netwerk Facebook is erop gebaseerd inkomsten te verwerven met onlinereclame die specifiek op de individuele gebruikers van het online sociale netwerk is toegesneden doordat zij is afgestemd op met name hun consumentengedrag, interesse, koopkracht en persoonlijke omstandigheden. Technisch wordt dat mogelijk gemaakt door van de gebruikers van het netwerk alsook van de gebruikers van de onlinediensten die op het niveau van het Metaconcern worden aangeboden, automatisch gedetailleerde profielen op te stellen. Naast de gegevens die deze gebruikers rechtstreeks bij de registratie voor de betrokken onlinediensten verstrekken, worden daartoe, zowel binnen als buiten dit online sociale netwerk en de door het Metaconcern aangeboden onlinediensten, ook andere gegevens over deze gebruikers en hun apparatuur verzameld en gekoppeld aan hun verschillende gebruikersaccounts. Uit al deze gegevens bij elkaar kunnen gedetailleerde conclusies worden getrokken over de voorkeuren en interesse van deze gebruikers.

Sinds 2019 staat in de algemene voorwaarden dat je hier allemaal “uitdrukkelijk toestemming” voor geeft. De AVG-deskundigen hoor ik nu al snuiven, dit is inderdaad niet helemaal hoe het werkt.

Het was echter de Duitse markt-toezichthouder (Bundeskartellamt) die hiertegen in het geweer kwam, en niet de AVG-toezichthouder. Het Bka had daarbij de stelling ingenomen dat wat Facebook doet, in feite een misbruik van haar machtspositie is. Ze dwingt af dat je toestemming geeft én gaat vervolgens van alles doen met je gegevens, terwijl je in de praktijk hier als consument niets tegen kunt doen.

Facebook, of beter gezegd moederconcern Meta, had daar het principiële bezwaar tegen dat de Bka niet gaat over AVG handhaving. Altijd leuk bij de overheid: dat is niet uw loket. Maar het Hof van Justitie ziet daar geen probleem in, want wat het Bka doet is handhaven van de mededingingswet en daarbij alleen de omstandigheid meenemen dat de AVG wordt overtreden. Dat is juridisch iets anders dan Meta aanspreken op overtreding van de AVG, want inderdaad dát mag het Bka niet.

In dit verband kan de verenigbaarheid dan wel de onverenigbaarheid van een dergelijk gedrag met de AVG eventueel – als een van de relevante omstandigheden van het geval – een belangrijke aanwijzing vormen om vast te stellen of dit gedrag bestaat in het aanwenden van middelen die passen in het kader van de normale mededinging, en om de gevolgen van een bepaalde praktijk op de markt of de gevolgen voor de consumenten te beoordelen. (…) Hieruit volgt dat de mededingingsautoriteit van de betrokken lidstaat bij het onderzoek naar de vraag of een onderneming op een bepaalde markt misbruik maakt van een machtspositie, genoodzaakt kan zijn om ook na te gaan of het gedrag van die onderneming in overeenstemming is met andere normen dan die van het mededingingsrecht, zoals de regels van de AVG inzake de bescherming van persoonsgegevens.
Uiteraard is daarmee niet direct iedere AVG-overtreding mede een schending van de mededingingswet. Daarvoor moet de overtreding ervoor zorgen dat de concurrentie op de vrije markt wordt verstoord. En als de mededingingshandhaver de AVG inzet als argument, moet ze overleggen en afstemmen met de AVG toezichthouder. Dat was hier geen probleem.

Minstens zo belangrijk is het antwoord op een vervolgvraag: kan Meta zich bij de verwerking beroepen op de grond “eigen gerechtvaardigd belang”? Dat zóu kunnen zegt het Hof, want “direct marketing” (zoals gepersonaliseerde reclame) is in principe een dergelijk belang, maar dan moet er wel een stevige belangenafweging bij komen:

[Vereist is dat] deze verwerking binnen de grenzen blijft van hetgeen voor de behartiging van dat belang strikt noodzakelijk is en indien uit een afweging van de tegengestelde belangen in het licht van alle relevante omstandigheden blijkt dat de belangen of grondrechten en fundamentele vrijheden van die gebruikers niet zwaarder wegen dan dit gerechtvaardigde belang van de verwerkingsverantwoordelijke of van een derde.
De beoordeling van deze vraag moet de lokale rechter doen, maar de hint is wel heel duidelijk dat dit niet eenvoudig zal zijn.

Arnoud

Mobiele telefoons vanaf 2024 niet meer in het klaslokaal toegestaan

Mobiele telefoons zijn vanaf 1 januari volgend jaar niet meer in het klaslokaal toegestaan, las ik bij Security.nl. De Rijksoverheid heeft hierover afspraken gemaakt met alle relevante koepelorganisaties in het onderwijs. Eind volgend schooljaar wordt geëvalueerd of de afspraak het gewenste effect heeft of dat eventueel toch een wettelijk verbod nodig is.

De vraag of een school mobieltjes van leerlingen mag verbieden is inmiddels een klassieker op deze blog. De kern is (zo blogde ik in 2015):

Een school is bevoegd om regels te stellen om de goede gang van zaken op de school te bewaren, en om daar sancties op te stellen bij overtreding. Zij mag zelf bepalen wat die sancties zijn, zolang ze maar redelijk en proportioneel zijn. Wel moeten de sancties en hun grondslagen (wanneer krijg je welke straf) in het onderwijsreglement zijn geregeld. Een leraar mag dus niet ter plekke bedenken “jij kauwt kauwgum onder de les, lever je telefoon maar in tot 4 uur”.
Een paar jaar later bleken de verzuchtingen nog groter:
Het grote probleem vanuit juridisch perspectief is eigenlijk dat er nauwelijks iets geregeld is op dit gebied. De wet houdt het bij het vereiste dat er een reglement moet zijn de rechten en plichten van de leerlingen vastgelegd worden (art. 24g Wet voortgezet onderwijs) en dat daarin moet staan hoe handhaving van de goede gang van zaken binnen de instelling in zijn werk gaat.
Er is nu dus (nog) niet gekozen voor een wettelijk geregeld verbod, maar voor een serie afspraken. De hoofdlijnen komen neer op: “geen mobiele telefoons of andere devices in de klas, tenzij sprake is van educatief gebruik in de les.” Als leerlingen een telefoon voor specifieke redenen in de klas nodig hebben, dan blijft dat wel nodig.

Scholen moeten deze hoofdlijnen uitwerken naar specifiek schoolbeleid, en daarmee komt de bal dus juridisch gezien weer terug bij waar ‘ie al tijden lag, met dezelfde onduidelijkheid als destijds. Het argument is natuurlijk dat de ene school strenger (of duidelijker of wat dan ook) wil zijn dan de andere, maar een wettelijke regeling had wel meer algemene duidelijkheid gegeven.

Arnoud

 

 

EC neemt nieuwe privacyregels aan voor datadoorgifte aan VS

De Europese Commissie onderneemt een derde poging: het nieuwe EU-US Data Privacy Framework zou wel houdbaar zijn onder Europees recht. Dat las ik bij AG Connect. Nadat eerst Safe Harbor en Privacy Shield sneuvelde, zou een nieuwe afspraak tussen VS en EU op magische wijze wél binnen de Europese grondrechten moeten passen. Ik zeg: moehaha, geloof je het zelf.

De basis van het verhaal is bekend genoeg denk ik. In de jaren negentig was er een overeenkomst tussen de VS en Europa (Safe Harbor) die afspraken maakte waarmee het transporteren van persoonsgegevens naar (en gebruik daarvan in) de VS legaal zou zijn onder de voorloper van de AVG.

In 2015 werd deze getorpedeerd, omdat uit de Snowden-onthullingen was gebleken hóe ver de VS gaat in haar (naar Europese maatstaven illegaal) gebruik van dergelijke gegevens door Justitie en opsporingsdiensten. De opvolger heette Privacy Shield en sneuvelde in 2020 dankzij toedoen van privacy-activist Max Schrems, vandaar dat we deze prestatie “Schrems II” noemen.

Voor ondernemers is dat een probleem, want de Amerikaanse cloud is onbereikbaar als er geen AVG-afspraken zijn. Er werd dan ook snel en hard gewerkt door de politiek om een compromis te bereiken. Dat is nu dus gelukt: met een Executive Order regelde president Biden de nodige dingen aan Amerikaanse zijde, en nu heeft de Europese Commissie gezegd dat die regeling in orde is.

Maar is dat ook zo? Het gaat hier uiteindelijk om een juridisch probleem, ingegeven door schendingen van mensenrechten. Dus dan mag de politiek wel van alles willen, uiteindelijk is dit aan de juristen. De kern van het probleem is namelijk dat de VS niet keihard haar inlichtingendiensten wil verbieden aan die transatlantische data te komen, of met een apart onafhankelijk gerecht Europeanen in staat wil stellen om op te treden tegen misbruik van persoonsgegevens (in de zin van: strijdig met de AVG).

Ik citeer Schrems maar even:

  1. The “trick” here: the US will attribute another meaning to the word “proportionate” than the CJEU.
  2. The Ombudsperson mechanism wasrenamed and split to a Civil Liberties Protection Officer (CLPO) and a so-called “Court” (which is not a court, but a partly independent executive body).
  3. Finally, the US has refused to reform FISA 702 to give non-US persons reasonable privacy protections.
Als ik zelf het adequaatheidsbesluit doorlees, dan zie ik vooral héél veel woorden ter toelichting, maar eigenlijk geen concrete nieuwe maatregelen behalve waar Schrems hierboven al terecht commentaar heeft gegeven. En de EO van Biden doet ook inhoudelijk niets substantieels.

Als cynicus zou ik dan zeggen: wat had je dan verwacht, de transatlantische handel is belangrijker dan juridisch geneuzel, natuurlijk komt de politiek dan met een compromis. Maar het begint ondertussen best opzichtig te worden dat hier iets adequaat wordt genoemd dat het daadwerkelijk niet is.

Arnoud

Minister: client-side scanning is geen aantasting van end-to-end encryptie

Client-side scanning, waarbij de inhoud van chatberichten van burgers op hun telefoon wordt gecontroleerd, is geen aantasting van end-to-end encryptie, zo stelt minister Weerwind voor Rechtsbescherming. Dat las ik bij Security.nl. Vorig jaar mei kwam de Europese Commissie met een voorstel dat chatdiensten en andere techbedrijven verplicht om alle berichten en andere content van gebruikers te controleren op kindermisbruik en grooming. Eerst met het idee dat je “end-to-end encryptie met een achterdeur” zou hebben – wat niet kan – en nu dus client-side scanning.

Al in oktober 2001 werd uitgebreid gewaarschuwd voor de risico’s van een contentscanner op je telefoon:

Een groep van gerenommeerde beveiligingsexperts, hoogleraren en onderzoekers heeft een document gepubliceerd waarin ze waarschuwen voor de risico’s van client-side scanning (CSS) zoals Apple en Europese Unie willen invoeren. Bij CSS wordt erop het toestel van gebruikers naar bepaalde content gezocht, iets wat volgens de experts tot massasurveillance kan leiden. Het document is onder andere opgesteld door Ross Anderson, Jon Callas, Whitfield Diffie, Peter G. Neumann, Ronald L. Rivest en Bruce Schneier. [AE: meer expert dan deze vind je ze niet, in de securitywereld]
Het idee achter client-side scanning is dat er een probleem is voor de opsporing van strafbare feiten nu vrijwel alle communicatiediensten met end-to-end encryptie werken. Daarbij kunnen tussenpersonen – zoals Facebook als eigenaar van WhatsApp – niet meelezen, hoewel de berichten via hun servers worden verstuurd. Alleen afzender en ontvanger kunnen erbij. Daar achterdeurtjes in bouwen gaat niet werken, want die zijn hoe dan ook een zwakke plek in de beveiliging. Vandaar een andere aanpak:
Sometimes called “endpoint filtering” or “local processing,” this privacy-invasive proposal works like this: every time you send a message, software that comes with your messaging app first checks it against a database of “hashes,” or unique digital fingerprints, usually of images or videos. If it finds a match, it may refuse to send your message, notify the recipient, or even forward it to a third party, possibly without your knowledge.
Het grote punt van kritiek is natuurlijk dat je er hier vanuit gaat dat alleen de “gewenste” strafbare inhoud in die database zit. Technisch gezien is dit een algemeen filtersysteem: iedere content die matcht met zo’n hash wordt tegengehouden, en van iedere content kan een hash worden aangeleverd. Een bekende slippery slope bij wetgeving: eerst misbruikmateriaal, daarna terrorisme, en dan roept u maar wie ook een blokkade wil.

Ook een enorm probleem is dat om dit te controleren, iedere telefoon bij elk bericht de database moet raadplegen. Zet je die op ieders telefoon, en zo ja hoe houd je ‘m actueel zonder dat kwaadwillenden je kunnen frustreren? Of zet je die centraal in de overheidscloud, maar hoe weet je dan dat iedereen die bij elk bericht (let op: elk bericht, ja elk bericht) raadpleegt? En hoe weten we dat de logs van wat er dan allemaal gedeeld wordt, niet centraal bijgehouden wordt?

Arnoud

Sinds wanneer is een webshop hetzelfde als Facebook of Twitter?

Kledingwebwinkel Zalando stapt naar het Europees Hof van Justitie vanwege een classificatie onder de Digital Services Act. Dat las ik bij Tweakers vorige week. Zalando wordt onder de DSA ingeschaald als ‘zeer groot onlineplatform’ met bijbehorende plichten. Zalando stelt dat de Europese Commissie ‘geen rekening heeft gehouden met het feit dat Zalando vooral een handelsplatform is’ en dat het om die reden ‘geen systemisch risico vormt’ voor het verspreiden van schadelijke of illegale content. Ook is Zalando het oneens met de gebruikte methodiek. Wat is hier aan de hand?

De Digital Services Act is 19 oktober 2022 in werking getreden, althans gradueel. Afgelopen april kwam daar bijvoorbeeld de meldplicht VLOP bij: wie voldeed aan de definitie van een “zeer groot online platform” moest zichzelf aangeven bij de Commissie. Die maakte daar een lijst van, waar naast de bekende grote platforms zoals Meta of Instagram ook Amazon, Alibaba en Zalando op terechtkwamen. Waardoor je inderdaad kunt denken, hoezo is een webshop hetzelfde als een wereldwijd sociaal netwerk? Definitiediscussies dus.

De DSA kent het begrip “online platform”, en een platform is “zeer groot” als kort gezegd de dienst “een gemiddeld aantal maandelijks actieve afnemers van de dienst in de Unie bereik[t] dat gelijk is aan of groter is dan 45 miljoen”. En dan zegt Zalando, dat halen wij niet: “Ondanks dat de webshop maandelijks 83 miljoen bezoekers heeft, zouden minder dan 31 miljoen daarvan ook daadwerkelijk iets willen kopen.” Wat is dan een “actieve afnemer” volgens de DSA?

Dienovereenkomstig moet het gemiddelde maandelijkse aantal actieve afnemers van een onlineplatform alle afnemers weergeven die in een bepaalde periode daadwerkelijk minstens eenmaal met de dienst in aanraking komen, doordat ze worden blootgesteld aan informatie die via de online-interface van het onlineplatform wordt verspreid, bijvoorbeeld door die te bekijken of te beluisteren, of door informatie te verstrekken, zoals handelaren op een onlineplatform dat consumenten de mogelijkheid biedt overeenkomsten op afstand te sluiten met handelaren.
Deze omschrijving (overweging 77) is volgens mij echt breder dan “aantal betalende klanten”, wat logisch is want in de kern is het geschreven voor Meta en Google. Maar de “zoals” op het einde laat zien dat ze echt ook bedoelden marktplaatsen en handelsplatforms eronder te rekenen. En “informatie verstrekken” is dus al genoeg om een “actieve gebruiker” te zijn, wie kijkt maar niet koopt op Zalando telt dus mee in die bepaling.

Is Zalando dan wel een online platform? De definitie is wederom niet direct ervoor geschreven:

“onlineplatform”: een hostingdienst die, op verzoek van een afnemer van de dienst, informatie opslaat en verspreidt bij het publiek, tenzij die activiteit een klein of een louter bijkomend kenmerk van een andere dienst of een kleine functionaliteit van de hoofddienst uitmaakt en om objectieve en technische redenen niet kan worden gebruikt zonder die andere dienst, en de integratie van het kenmerk of de functionaliteit in de andere dienst geen manier is om de toepasbaarheid van deze verordening te omzeilen;
Als je dit breed leest, dan is inderdaad iedere webshop een “platform” want die slaan informatie op en verspreiden ze op verzoek van afnemers. Maar let op: de afnemer van een hostingdienst is de klant van de hoster en niet de bezoeker van de gehoste website. Je eigen informatie opslaan en verspreiden maakt je dus géén onlineplatform – als mijn blog 45 miljoen actieve gebruikers heeft, ben ik dus geen vlop. Of nou ja, dat ben ik wel maar dan omdat ik comments van jullie host en die op jullie verzoek doorgeef.

Zalando heeft natuurlijk een webwinkel, maar ook een marktplaats:

Zalando Partner Program is the gateway for you as a Partner (brand, retailer, distributor) to sell your inventory on the Zalando platform directly to our customers around Europe. Joining our Partner Program you could have access to more than more than 50 million active customers across 25 markets. Find the list of these markets in the table below.
Als marktplaatsbeheerder productinformatie van anderen (productaanbieders) opslaan en doorgeven naar snuffelende consumenten is wél een handeling die je een “onlineplatform” maakt. Ik weet niet zeker hoe die “50 million active customers” moet worden gelezen, maar als dat een maandelijks gemiddelde is dan staat hier dus dat dit deel van Zalando een onlineplatform is.

Arnoud

Kamerleden vinden dat Twitter moet optreden tegen intimidatie van journalisten

Twitter gaat volgens Kamerleden te laconiek om met meldingen over dreigementen aan het adres van journalisten, las ik bij Nu.nl. De parlementariërs ergeren zich eraan dat het socialemediabedrijf uitnodigingen van het kabinet om hierover te praten heeft afgeslagen. De meeste van die dreigementen zijn gewoon strafbaar, en er komt ook veel regelgevend geweld uit de Digital Services Act aan, dus dat riep bij lezers de vraag op: wat is precies het probleem hier, waarom worden die wetten niet gewoon gehandhaafd?

Kamervoorzitter Vera Bergkamp verzocht Twitter onlangs “serieuze stappen” te nemen tegen dreigementen aan het adres van Kamerleden. Ik vermoed dat ze een poep-emoji terugkreeg van de persafdeling van het sociale medium. Daarop werd dus verzocht om een gesprek met de directie, die daar geen zin in had, en er lijkt ook weinig meer te gebeuren met klachten over dreigementen.

“[De DSA] geeft ons instrumenten om te handhaven”, zei minister Dilan Yesilgöz (Justitie en Veiligheid) in het artikel. En dat klopt: Twitter is een hostingprovider in de zin van die wet, en die moeten na melding prompt optreden om de inhoud weg te halen als die onrechtmatig lijkt “zonder een uitvoerig juridisch onderzoek”. Afgaande op wat ik zelf aan dergelijke dreigementen heb gezien, zou dat weinig moeite moeten kosten.

De DSA gaat alleen nog een stapje verder: als er een bevel komt van een “bevoegde nationale gerechtelijke of administratieve autoriteit”, dan moet daar onverwijld op worden gereageerd. Dat betekent in principe het bevel opvegen, maar er is ruimte voor een provider om zo’n bevel aan te vechten. Dat biedt dus binnen het Nederlands recht de mogelijkheid dat het OM tot verwijdering beveelt, artikel 54a Strafrecht:

Een tussenpersoon die een telecommunicatiedienst verleent bestaande in de doorgifte of opslag van gegevens die van een ander afkomstig zijn, wordt als zodanig niet vervolgd indien hij voldoet aan een bevel van de officier van justitie, na schriftelijke machtiging op vordering van de officier van justitie te verlenen door de rechter-commissaris, om alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevergd om de gegevens ontoegankelijk te maken.
Juridisch gezien geen speld tussen te krijgen: Nederland mag zo’n bevel geven als er reële dreigementen worden gedaan tegen Nederlandse politici, en Twitter moet daar gehoor aan geven van de Europese regels die daar boven staan (want inderdaad, de DSA adstrueert het supranationale karakter van de Europese Unie, ik ben nog steeds geërgerd door die zin).

Maar de praktische kant blijft natuurlijk dat dit soort dingen alleen werken als iedereen bereid is om uiteindelijk mee te doen. En, wanneer iemand dat niet doet, de overheid de macht heeft om het recht te handhaven. En daar zit hem het probleem hier, zeker als Twitter zich fysiek uit Europa terugtrekt. Er blijven dan weinig mogelijkheden over om nog te gaan handhaven.

Arnoud

Twitter stapt uit EU-akkoord dat desinformatie bestrijdt, en nou?

Twitter houdt zich niet langer aan een vrijwillige Europese gedragscode voor internetplatforms, las ik bij Nu.nl, dat zich baseert op een tweet van Eurocommissaris Thierry Breton (Industrie). “Maar je verplichtingen blijven” aldus Breton. Wat natuurlijk de vraag oproept: hoezo, als dit een vrijwillige gedragscode is waarom zou Twitter dan tot iets verplicht zijn? Nou ja, iets met DSA en DMA natuurlijk. (Wat zegt u achterin? Nee, ik ga niet wéér mijn boek pluggen.)

De Gedragscode Desinformatie is in 2018 opgesteld in reactie op het Cambridge Analytica-schandaal en de Russische inmenging in Amerikaanse verkiezingen. In 2022 werden de regels fors aangescherpt. Heel kort:

Signatories committed to take action in several domains, such as; demonetising the dissemination of disinformation; ensuring the transparency of political advertising; empowering users; enhancing the cooperation with fact-checkers; and providing researchers with better access to data.
Twitter, toch geen onbelangrijk medium in deze space, heeft nooit zijn uiterste best gedaan om aan alle aanbevelingen te voldoen. Laten we proberen dat positief te zien: natuurlijk staat zo’n gedragscode op gespannen voet met de informatievrijheid. Het vrijwillige karakter daarvan maakt dat de grenzen onduidelijk zijn en dat een bedrijf dan geneigd kan zijn eerder te veel dan te weinig informatie weg te halen.

Vanaf augustus dit jaar treedt weer een stukje van de Digital Services Act in werking. De zeer grote online platforms – waaronder Twitter – krijgen dan Afdeling 5 van de DSA in hun nek: “Aanvullende verplichtingen voor aanbieders van zeer grote onlineplatforms en van zeer grote onlinezoekmachines om systeemrisico’s te beheersen”. Meer specifiek moeten zij een systeemrisicoanalyse doen, waarbij de verspreiding van desinformatie telt als zo’n systeemrisico.

Oftewel: ga maar eens na hoe bij jullie de veenbrand van desinformatie los kan gaan, en doe een voorstel hoe je dat concreet en effectief aan banden gaat leggen. De Commissie ziet het rapport graag zo snel mogelijk tegemoet, kan je aanbevelingen juridisch bindend verklaren en als dat nodig is boetes tot 6% van de wereldwijde jaaromzet opleggen of de dienst laten sluiten.

Van die boetes zegt iedereen steeds: daar zijn ze niet van onder de indruk. Wellicht, hoewel aandeelhouders het écht niet leuk vinden als er 6% van 1.2 miljard (omzet Twitter 2022) naar de EU gaat in plaats van naar hen als dividend, dus de eerste securities fraud advocaten lopen zich al warm. Los daarvan: een dwangsom, verscherpt toezicht en uiteindelijk zelfs een verbod tot aanbieden van de dienst is zeker ook mogelijk. Dat kost adverteerders, en dat is natuurlijk ook niet fijn.

Dan gebruik ik toch een vpn, lees ik dan bij Tweakers in de comments. Terecht punt: hoe blokkeer je een dienst die wereldwijd wordt aangeboden. Daar zijn geen eenvoudige manieren voor, maar ik denk dat je een heel eind komt als je Europese bedrijven verbiedt te adverteren op de dienst (met als argument dat die dienst verboden is). Dan is zou je denken de lol er wel af om de dienst in de EU aan te bieden.

Een blokkade bij internetproviders zou nog een stap verder zijn, maar dat zie ik niet snel gebeuren. Maar dat is ook niet het punt van zo’n verbod. Het gaat er niet om te verhinderen dat iedere internetter, hoe slim ook, bij deze dienst kan komen. Het doel is het aanbieden van de dienst economisch onaantrekkelijk te maken. Als 80% van de Europese burgers ermee stopt, of 80% van de adverteerders er niets meer van wil weten, dan zullen in Brussel de flessen mousserende wijn (er zijn ook Duitsers bij betrokken immers) ongetwijfeld opengaan.

Arnoud

FIOD en OM halen IPTV-dienst offline die 10.000 zenders en Netflix aanbood

De Nederlandse FIOD heeft samen met het Openbaar Ministerie een grote IPTV-dienst offline gehaald, las ik bij Tweakers. De streams werden aangeboden vanaf een datacenter in Den Helder, en omvatte ruim 10.000 tv-zenders en streamingdiensten als Netflix, Viaplay, Videoland, ESPN en Disney+. Dat tientje per maand ben je kwijt als afnemer van die dienst, maar echt zorgen maken over strafvervolging hoeft nou ook weer niet.

De FIOD kwam in beeld omdat het bedrijf inkomsten op grote schaal witwaste, en zoals iedereen weet wordt je uiteindelijk altijd gepakt op de belastingen (hoi Al Capone). Er is bij mijn weten geen actieve strategie om achter IPTV-aanbieders aan te gaan vanuit het Openbaar Ministerie, wat natuurlijk te maken heeft met het feit dat die aanbieders zelden in Nederland gevestigd zijn. Staand beleid is al lange tijd dat men alleen ingrijpt bij bedreiging volksgezondheid, banden met georganiseerde misdaad of grootschalige piraterij die de markt verstoort. En dat is niet direct aan de orde bij zo’n IPTV dienst.

Opzettelijke inbreuk op auteursrecht is een misdrijf (art. 31 Auteurswet), en omdat downloaden uit illegale bron ook niet mag, geldt dit formeel dus ook voor welbewust downloaden uit illegale bron. Wie 10 euro per maand betaalt en daarvoor toegang tot 10.000 zenders verwacht, is volgens mij echt welbewust de wet aan het overtreden. Tegelijkertijd: het opsporen is de moeite niet waard, dus dat zal echt niet gebeuren.

Een leuke discussie ontspint zich nog in de comments bij Tweakers: dit had niet gemogen, er is geen sprake van omzetverlies et cetera want de mensen die dit afnemen willen eigenlijk vooral buitenlandse zenders/aanbod kijken dat hier niet legaal te krijgen is. Plus, als je dit allemaal legaal afneemt is het veel te duur – je kunt al snel aan 60 tot 100 euro per maand zitten als je al die diensten afneemt.

Ik vind het moeilijk sympathie voor die argumenten op te brengen. Met name dat “buitenlandse zenders” voelt als een te gezocht argument. Maar goed.

Arnoud

 

Meta krijgt Ierse AVG-boete van 1,2 miljard euro voor illegale dataoverdrachten en vooral een verbod ermee door te gaan

De Ierse privacytoezichthouder heeft Meta een AVG-boete van 1,2 miljard euro gegeven, las ik bij Tweakers. Dit vanwege het gebruik van de zogeheten ‘standaard contractuele clausules’ als grond voor de overdracht van persoonsgegevens naar buiten de EU, wat sinds het ineenstorten van het Privacy Shield de schaamlap werd waarmee privacyjuristen een en ander rechtvaardigden.

De beslissing (leeswaarschuwing: 222 pagina’s) begint ergens in de jaren negentig bij het Safe Harbor regime, waarmee je onder de Gegevensbeschermingsrichtlijn persoonsgegevens kon overbrengen naar de VS. Dat is relevant, want zowel Safe Harbor als Privacy Shield zijn gesneuveld vanwege in de kern dezelfde problematiek: de VS biedt geen adequaat beschermingsregime voor persoonsgegevens, en een individuele verwerkingsverantwoordelijke kan te weinig doen om het in haar geval toch adequaat te maken.

Dit nog los van dat niemand iets dééd om het adequaat te maken. Toen roepen “er is een Privacy Shield dus we zitten goed” niet meer mocht, werd dat meteen veranderd in “we hebben SCC’s afgesproken dus we zitten goed”. Mocht u zich afvragen wat er in vredesnaam in die dingen stond – u kunt ze hier nalezen in al hun ellenlange juridische glorie, maar het komt neer op een papieren werkelijkheid, mooie woorden over borgen van rechten en afdwingen van bevoegdheden. Ik ben vergeten wie zei dat juristen de magiërs van deze tijd zijn: schrijf een mooie clausule over hoe het moet zijn en presto, de wereld is veranderd.

De SCC zijn een mooi voorbeeld van zo’n papieren werkelijkheid. Ja, ze binden de verstrekker uit de EU en de ontvanger uit de VS juridisch en verplichten ze tot medewerking aan allerlei zaken die betrokkenen zouden kunnen wensen. Denk aan inzage of verwijdering. Maar ze werken alléén in die relaties, want andere partijen kun je niet binden als die niet mee willen werken. En wat was ook weer de reden dat Safe Harbor en Privacy Shield sneuvelden? Precies, dat Amerikaanse overheidsdiensten bij de persoonsgegevens konden. En die zijn niet aan SCC gebonden.

Anders gezegd: met enkel SCC afspreken kun je niet borgen dat de rechten van je gebruikers daadwerkelijk gehandhaafd kunnen worden, en dat is uiteindelijk wel een keihard vereiste voordat je persoonsgegevens structureel in een ander land opslaat. Want wat kan er zoal gebeuren? Ik citeer een paar voorbeelden uit de beslissing.

Section 702 FISA permits the Attorney General and the Director of National Intelligence to authorise jointly, following FISC approval, the surveillance of individuals who are not US citizens located outside the US in order to obtain “foreign intelligence information”, and provides, inter alia, the basis for the PRISM and UPSTREAM surveillance programmes. EO 12333 allows the NSA to access data “in transit” to the US, by accessing underwater cables on the floor of the Atlantic, and to collect and retain such data before arriving in the United States and being subject there to the FISA. Activities conducted pursuant to EO 12333 are not governed by statute.
Deze bevoegdheden worden niet beperkt door het hanteren van SCC’s, of zelfs maar door de Privacy Shield-afspraken die eerder golden. Dus dan kun je SCC’en wat je wilt, deze risico’s blijven bestaan. En deze vorm van surveillance/datagraaien is eenvoudigweg in strijd met de fundamentele rechten van burgers in de EU. En dát is waarom het misgaat.

Meta had daar tegenover gesteld dat zij data alleen sterk versleuteld overbrengen vanuit Europa naar haar datacenters in de VS. Dus dan kan FISA of die executive order wel toelaten dat de NSA de onderzeekabel aftapt (het gaat immers om personen buiten de VS), maar ze kunnen er niets mee. Alleen is dat juridisch geen argument. De Europese wetgeving eist juridische borging, de mogelijkheid van een beroepsprocedure bij de rechter bijvoorbeeld. En die is er niet. Daarmee is de situatie in de VS dus fundamenteel niet in orde, en dat Meta dan denkt dat haar encryptie onkraakbaar is, is dan niet relevant. Als ze meer denken te kunnen doen, dan hebben ze dat in ieder geval niet toegelicht.

Het punt is dus wel duidelijk: het is fundamenteel mis in de VS met gegevensbescherming (joh, echt) en enkel een stapel papier produceren met modelclausules gaat daar geen sikkepit aan veranderen. Voor het toch stelselmatig exporteren van Europese persoonsgegevens wordt een boete van 1,2 miljard Euro opgelegd. En belangrijker: een verbod om ermee door te gaan. Want ik zie de “oh 1,2 miljard is niks” comments alweer langskomen:

I make an order pursuant to Article 58(2)(d) GDPR to require Meta Ireland to bring its processing operations into compliance with Chapter V GDPR, by ceasing the unlawful processing, including storage, in the US of personal data of EEA users transferred in violation of the GDPR, within 6 (six) months following the date of notification of this Decision to Meta Ireland
Meta krijgt twaalf weken om af te bouwen, en moet binnen vier weken gedocumenteerd laten zien wat het plan is en waarom dat zal leiden tot stoppen van de export. Komt er geen plan, dan moeten ze nog steeds stoppen en dan zoeken ze zelf maar uit hoe dat moet gebeuren. Maar wel binnen die 12 weken dus.

Deze boete en dit stopbevel geldt alleen voor Meta natuurlijk, want die zijn de aangesproken partij. Maar, zo merkt men vervolgens op:

It is clear, however, that the analysis in this Decision exposes a situation whereby any internet platform falling within the definition of an electronic communications service provider subject to the FISA 702 PRISM programme may equally fall foul of the requirements of Chapter V GDPR and the EU Charter of Fundamental Rights regarding their transfers of personal data to the USA.
Dat is dus ook weer een heel fundamentele. Zoals mijn collega Caroline al schreef, “dit besluit van de DPC duwt het nu echt onvermijdelijk in ons gezicht”: we zitten vast, er is een fundamentele mismatch tussen wat bedrijven als Meta of Google (die dit met Analytics ook al kreeg) graag willen en wat de wet zegt, en hoewel de wet traag is, komt er een punt dat je gewoon moet accepteren dat dit niet meer kan. Het vervelende is alleen, dit is niet een punt waar de wetgever iets van wil vinden, en de rechter kan weinig anders dan bevestigen wat in deze beslissing staat. Dat de maatschappij dan wellicht vastloopt, is een implementatiedetail.

Arnoud

 

Hoe kan een Britse marktautoriteit een Amerikaanse overname tegenhouden?

Waarom het VK Microsofts megadeal wil tegenhouden, zo las ik bij Tweakers onlangs. Met een verrassend besluit maakte de Britse Competition and Markets Authority onlangs namelijk bekend dat het de geplande overname van Activision Blizzard door Microsoft zal blokkeren. Na de aankoop zou Microsoft het op twee na grootste gamingbedrijf ter wereld worden, na het Chinese Tencent en Xbox-concurrent Sony. Spannend, want Activision Blizzard maakt de wereldwijd enorm populaire titel Call of Duty en als die niet meer op de Sony Playstation beschikbaar zou zijn, dan zou dat wel eens grote verkoopgevolgen hebben. Maar het zijn twee Amerikaanse bedrijven, dus waar bemoeit die Britse CMA zich mee?

Het verbod is de uitkomst van een onderzoek gestart juli vorig jaar, maar de uitkomst was voor velen een verrassing: men maakte bezwaar vanwege de zorgen over de machtspositie op de markt voor cloudgaming. Verrassend, want dat is momenteel een relatief kleine markt (2 miljard euro versus 230 miljard voor de hele gamingmarkt) dus is dát nou de heuvel waar je op wilt sterven als toezichthouder? Ja, het is een groeimarkt maar toch:

Volgens de toezichthouder zijn Microsofts cloudtoezeggingen echter te beperkt in omvang. De CMA zegt onder meer dat in de overeenkomsten te weinig aandacht werd besteed aan verschillende businessmodellen voor cloudgaming, zoals abonnementsdiensten die toegang tot games aanbieden. Microsoft heeft zijn Game Pass Ultimate-abonnement, dat ook toegang biedt tot zijn cloudgamingdienst. De CMA zegt dat Microsoft geprikkeld zou kunnen zijn om licentieovereenkomsten met derden op dat gebied te ondermijnen, zij het door ze helemaal niet aan te gaan of door commercieel onacceptabele voorwaarden te stellen.
Met name de zorg dat vrijwel alle cloudgames (mede) op Windows moeten kunnen draaien, is een fundamentele. Want Microsoft heeft nog steeds een machtspositie in de markt voor besturingssystemen.

De vraag blijft terugkomen: waar bemoeit het VK zich mee, als twee Amerikaanse bedrijven besluiten samen verder te gaan? Dat is een kwestie van soevereiniteit: ieder land mag zelf haar regels bepalen, en dat die andermans regels tegenspreken is hooguit een probleem voor de praktijk. Dus als het VK iets verbiedt dat de VS toestaat, dan is dat juridisch helemaal in orde. De consequentie zou dan zijn dat het gefuseerde bedrijf niet in het VK mag opereren. En dat zou ingewikkeld zijn:

De CMA zegt in statements aan media dat Activision ‘is verweven in verschillende markten’ en daarom niet zomaar losgekoppeld kan worden voor alleen de Britse markt. Activision alleen binnen het Verenigd Koninkrijk zelfstandig houden lijkt dus, in ieder geval volgens de Britse marktwaakhond, geen serieuze optie voor de techgigant.
Opmerkelijk is dan nog dat de CMA alleen lijkt te staan: in zowel de VS als in de Europese Unie is toestemming gegeven voor de overname, binnen een aantal concessies en toezeggingen die Microsoft heeft gedaan (zoals nog tien jaar gegarandeerd ook op Playstation te leveren).

Arnoud