Refurbished.nl stuurt oud-gedupeerden weer mails: ‘Te gek voor woorden’

Photo by Hannes Johnson on Unsplash

Na een faillissement in 2024 – waardoor veel mensen hun geld kwijt zijn – is de webshop Refurbished.nl weer in de lucht en krijgen oud-gedupeerden mails met aanbiedingen. Dat meldde TROS Radar onlangs. Iedereen wijst naar elkaar en niemand is hiervoor aansprakelijk?

“Het kan gebeuren dat een bedrijf failliet gaat en het gaat me ook niet om het geld dat ik kwijt ben, maar ik vind het te gek voor woorden dat ze nu weer mails sturen”, vertelt [een gedupeerde]. “Als ze nu weer aanbiedingen gaan sturen, dan wil ik ook mijn geld terug of de iPhone die ik besteld had.”
Het achterliggende probleem is dat weliswaar de werkmaatschappij failliet is, maar er nog een achterliggend moederbedrijf is dat houder blijkt van de domeinnaam en dus een nieuwe dochter met nieuwe webshop heeft gelanceerd. En op niet nader gespecificeerde wijze heeft die dochter kennelijk ook het adresbestand van de oude klanten te pakken gekregen:
We nemen contact op met Refurbished Store zelf om te vragen hoe ze aan het oude klantenbestand komen. Zij laten weten dat ze niet in kunnen gaan op zaken van de voormalig failliete exploitant. “De website, domeinnaam en klantenbestand zijn eigendom van een andere entiteit”, geven ze ons wel mee.
Daar kan ik natuurlijk helemaal niets mee. Van de AVG zou men dit moeten melden, maar kennelijk is niemand op het idee gekomen een inzageverzoek te doen bij het nieuwe bedrijf.

Radar speculeert dat de klanten misschien ‘eigendom’ waren van het moederbedrijf. Dat zou verklaren waarom de mails weer zijn gaan lopen. Maar raar is het wel: je kunt niet klant zijn van de moeder voor wat betreft de AVG/Telecomwet en tegelijkertijd van de dochter voor wat betreft je vordering tot levering/nakoming van je koopcontract.

Arnoud

 

Hoe kan ik verbieden dat er AI’s worden getraind op mijn open source code?

Een lezer vroeg me:

Het is algemeen bekend dat alle grote repositories (zoals Github) met open source software gebruikt worden om AI via te trainen. Als developer heb ik daar grote moeite mee. Kan ik dit via een toevoeging aan mijn licentie verhinderen?
Het is een basisbeginsel van open source dat je niet mag discrimineren op beoogd gebruik van je software (OSD #6):
The license must not restrict anyone from making use of the program in a specific field of endeavor. For example, it may not restrict the program from being used in a business, or from being used for genetic research.
Gebruik in de vorm van een machine learning algoritme laten tekst- en data minen op jouw auteursrechtelijk beschermde programmeerkeuzes valt hier net zo goed onder als het gebruiken van de software om een kruisraket mee te programmeren.

Dit was een bewuste keuze in 2006: ook toen waren er vele discussies over het kunnen uitsluiten van ongewenst of ethisch verwerpelijk gebruik van open source – waar “gebruik om zelf geld mee te verbieden” oftewel zakelijk gebruik toen zeer zeker in betrokken was.

Dat gezegd hebbende, de Auteurswet kent een aparte constructie voor het verhinderen van tekst- en data mining. Wie dat niet wil, kan een machineleesbare opt-out bij zijn code opnemen en AI-crawlerbots moeten daaruit afleiden dat het overnemen en TDM niet moet gebeuren.

Probleem hierbij is dat er vooralsnog geen standaard is om deze opt-out mee te beschrijven. Maar gesteld dat die er is, twijfel ik of je dat voorbehoud (opt-out) mag zien als een beperking op de OSS licentie of als een separate juridische afspraak. Ik neig naar het eerste – en dan mag je dus geen voorbehoud maken.

Arnoud

Mijn ex-werkgever blijft mijn stem gebruiken, mag dat?

Photo by SlashRTC on Pixabay

Via Reddit:

Zoals de titel al aan heeft gegeven: mijn vorige werkgever gebruikt nog de telefoonbandjes welke ik vorig jaar heb ingesproken. Ik ben nooit telefoniste of een assistente geweest, het is mij toen gevraagd omdat ik (blijkbaar) duidelijk articuleer en dit heb ik uit loyaliteit naar het werk gedaan. … Ik heb aangegeven dat ik wil dat ze de bandjes vervangen. Helaas is dit tot op heden nog niet gedaan door ’tijdsgebrek’.
Laten we zeggen dat het hier gaat om audiofragmenten voor het telefoonsysteem, de bekende “Welkom bij Voorbeeld punt kom, de wachttijd bedraagt – drie – minuten” teksten dus. Nuttig voor het werk als die mooi opgenomen zijn, en ergens ook wel leuk dat je een ‘eigen’ stem hanteert in plaats van een generieke stemacteur of AI gegenereerd.

Of je als werknemer na uitdiensttreding er wat tegen kunt doen, hangt in eerste instantie af van de vraag of deze audiofragmenten een persoonsgegeven zijn. In 2020 oordeelde de rechter dat dit zo was, bij gespreksfragmenten die in een muziekwerk waren opgenomen. Punt daarbij was wel dat je vrij eenvoudig de spreekster daarvan kon achterhalen met een internet-zoekopdracht.

Bij deze generieke en keurig uitgesproken teksten lijkt het me een heel stuk lastiger om de link met de ex-werknemer te leggen. Collega’s zullen het wellicht nog weten, maar dat is een heel stuk indirecter dan in die zaak uit 2020. Ik heb dus moeite met de conclusie dat het persoonsgegevens zijn.

Maar stel dat ze dat wel zijn. Dan kom je bij het recht op vergetelheid (artikel 17 AVG). In beginsel moeten de opnames dan weg en moet de werkgever een nieuwe stem zoeken. Maar er zijn uitzonderingen. Aan toestemming intrekken komen we niet toe, want werknemers kunnen geen toestemming geven.

De enige grond voor de werkgever is dus het gerechtvaardigd belang. De werknemer kan dan nu bezwaar maken (artikel 21) en de werkgever moet dan “prevalerende dwingende gerechtvaardigde gronden” aandragen om het voortgezet gebruik te onderbouwen.

De werknemer is eerst aan zet: die moet “met zijn specifieke situatie verband houdende redenen” aandragen waarom de werkgever er mee moet stoppen. Die kan ik uit het bericht niet halen, en ik zou ze zelf ook niet direct weten. In tegenstelling tot die ex-werknemer die van de bus af moest in 2019, is er hier niet direct een associatie tussen werk en ex-werknemer.

Hier is mogelijk nog een lichtpuntje: in de comments lees ik dat de werknemer het bij uitdiensttreding heeft aangestipt, en dat toen is toegezegd dat de opnames worden vervangen. Zo’n toezegging moet worden gehonoreerd, al moet je begrijpen dat er enige tijd nodig is om de opnames te vervangen.

Arnoud

 

Ben ik verantwoordelijk voor wat de buren op mijn gedeelde wifi netwerk doen?

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Een lezer vroeg me:

Ik heb het wachtwoord van mijn Wifi gedeeld met mijn buren. Ben ik nu ook verantwoordelijk voor wat zij op het internet uitspoken?
De Digital Services Act (DSA, voorheen de Ecommercerichtlijn) beschermt partijen die aan anderen de dienst internettoegang verlenen. Zo’n partij is niet aansprakelijk voor wat die ander er mee doet. En de bewoordingen zijn breed genoeg om ook niet-professionele partijen hier onder te rekenen, zoals het delen van je internetverbinding met de buren.

Als de buurman stelselmatig auteursrechten gaat schenden, bv. door illegaal downloaden, dan mogen rechthebbenden of hun vertegenwoordiger stichting BREIN bij jou eisen dat jij maatregelen neemt om daar een einde aan te nemen. Verder ben je niet echt tot maatregelen verplicht. Schadeclaims hoef je niet te vergoeden.

Het lastige is natuurlijk dat van buitenaf het erop lijkt dat jij al die acties begaat. Dat kan lastig uit te leggen zijn als de politie aanklopt vanwege een verdenking van strafbaar gedrag online, want “de buren hebben het wifi wachtwoord” is natuurlijk een veelgehoorde smoes. Waarmee niet gezegd is dat jij dus veroordeeld gaat worden, maar een hoop gedoe geeft het wel.

Verstandig is dus een manier te zoeken waarmee jouw netwerkverkeer en dat van de buren gescheiden is. (Misschien ook zodat ze niet per abuis printen op jouw netwerkprinter of je NAS als eigen opslag gebruiken.) Dat zou dan in ieder geval aanwijzingen geven dat er op dat tijdstip alleen vanaf het gastennetwerk is gewerkt, en dat kan in jouw voordeel werken als je wilt aantonen dat de buren het waren.

Sluitend is dat natuurlijk niet – je kunt zelf het gastennetwerk hebben gebruikt voor je snode activiteiten – maar het is beter dan niets. En voel je je hier niet senang bij, dan kun je verdergaande maatregelen nemen. Iemand suggesties?

Arnoud

Meta discrimineert op geslacht, oordeelt Nederlands mensenrechteninstituut

Photo by Ron Lach on Pexels

Meta’s advertentiealgoritme discrimineert op grond van geslacht, las ik bij Tweakers. Het betreft een uitspraak van het College voor de Rechten van de Mens: vacatures voor receptionisten worden op Facebook bijvoorbeeld vaker aan vrouwen geadverteerd en vacatures voor monteurs vaker aan mannen. Gewoon gericht adverteren of toch verboden onderscheid?

Meta toont zoals zovelen advertenties zo veel mogelijk gericht. Daarbij wordt geleerd op basis van klikgedrag en profielgegevens, waarbij ‘geslacht’ als datapunt onderdeel is van het algoritme. En dat heeft impact:

Uit onderzoek van Global Witness blijkt dat de vacature voor de functie van receptionist voor 96% (2022) en 97% (2023) aan vrouwelijke Facebookgebruikers werd getoond. De vacature van monteur is voor 96% (2022 en 2023) aan mannelijke Facebookgebruikers getoond.
Juridisch heet zoiets “indirect onderscheid”. Hoewel de advertentie niet vermeldt “alleen voor vrouwen” en de adverteerder dat ook niet aanvinkte, komt er tóch een duidelijk onderscheid. (Ik gebruik “onderscheid” om niet de geladen term “discriminatie” te hoeven gebruiken.)

Ietwat boud gesteld: alle onderscheid naar persoonskenmerken is verboden, tenzij je een objectieve reden kunt aandragen waarom je dat onderscheid nodig hebt. Dit bleek nog vorig jaar november met die fraude-regels van DUO:

Volgens de Grondwet is onderscheid op íedere grond in principe verboden – je moet een (objectieve) rechtvaardiging hebben om die grond te mogen inroepen. Je moet 16 zijn om op een ebike te mogen, omdat je (gemiddeld) pas dan genoeg ontwikkeld bent deze veilig te gebruiken. Je mag niet meer dan een uur reizen van je werk wonen, want de reistijd breekt je op zo weten wij uit ervaring. Zulke dingen.
Meta’s rechtvaardiging is dat advertenties effectief moeten zijn, oftewel terecht komen bij mensen met interesse voor die baan én adverteerders relevante sollicitaties oplevert. Dat is een prima legitiem doel. Maar dan ben je er nog niet: het middel dat gebruikt wordt, moet zowel passend als noodzakelijk zijn.

Een algoritmisch gestuurd advertentiesysteem is passend om de genoemde doelen te bereiken. Maar het gaat mis op de noodzaak, om de simpele reden dat Meta hier niet over heeft nagedacht:

Van Meta Ierland mag worden verwacht dat zij de werking van het algoritme monitort en onderzoek doet naar de vraag in hoeverre er stereotypering optreedt in het advertentiealgoritme. Als het nodig is, moet Meta Ierland maatregelen treffen om de stereotypering versterkende werking te neutraliseren. Het College heeft niet kunnen vaststellen dat Meta Ierland op dit vlak de benodigde actie onderneemt.
Het verschil tussen statistische realiteit en stereotypering zit niet in de getallen, maar in de aannames die eraan ten grondslag liggen. Wanneer vrouwen vaker op receptionist-vacatures klikken, kan dat komen door oprechte voorkeur – maar ook door jarenlange maatschappelijke conditionering of gebrek aan exposure aan alternatieven. Het algoritme kan dit onderscheid niet maken.

Door kliks blind te volgen, versterkt het systeem bestaande patronen zonder de onderliggende oorzaken te bevragen. Een monteur moet kunnen lassen en tillen, een receptionist moet communicatief en representatief zijn. Dát zijn de relevante criteria – niet geslacht. Door geslacht als proxy te gebruiken voor deze eigenschappen, bestendigt Meta exact die vooroordelen die de gelijkebehandelingswetgeving probeert te doorbreken.

Welke kracht heeft het oordeel van het College? Formeel geen: ze zijn geen rechtbank, en Meta hoeft dus niet te stoppen noch kunnen mensen nu claims indienen. Maar in de praktijk volgen rechters het College zeer vaak, en kun je dus als benadeelde partij met “het College zei dat het discriminatie was” heel ver komen.

Onder de AI Act krijgt het College iets meer tanden:  onder artikel 77 mag zij over hoogrisico-AI alle documentatie opvragen en inzien als dat nodig is voor hun onderzoeken. Nog steeds kan zij geen sancties opleggen, maar hun bevindingen gaan naar de toezichthouders die dat wél mogen (en dus snel klaar zijn op basis van zo’n oordeel).

Arnoud

Mijn huisgenoot heeft voor mijn bedrijf getekend bij een colporteur, wat nu?

Photo by Mika Baumeister on Unsplash

Een lezer vroeg me:

Ik heb een bedrijf vanuit huis, en geheel ongerelateerd ook een huisgenoot. Onlangs is een colporteur van een zakelijke glasvezelboer aan de deur geweest, en die heeft hem nogal opdringerig een duur abonnement aangepraat. Mijn huisgenoot heeft getekend. Kan ik er nog vanaf? De helpdesk zegt dat er geen annuleringsrecht is bij zakelijke diensten.
Het klopt dat er formeel geen ontbindingsrecht (annuleringsrecht) is bij zakelijk kopen aan de deur. Deze regels gelden alleen ter bescherming van de consument. Heel soms mag een kleine ondernemer die regels ook inroepen (dat noemen juristen “reflexwerking”) maar bij colportage is die optie in 2019 afgewezen door het gerechtshof Arnhem.

Die man is niet tekenbevoegd, denkt u misschien. Staat niet bij de KVK als bestuurder ingeschreven. Klopt. Maar dat is niet doorslaggevend. De vraag is: mocht de colporteur redelijkerwijs denken dat die huisgenoot wél namens het bedrijf mocht spreken (art. 3:61 BW, schijn van volmacht)? Dat beoordeel je op basis van alle omstandigheden, niet enkel door een KVK-uittreksel te bekijken.

Enkel “hij deed de deur open” is daarvoor niet genoeg. Het gaat hier immers om een woning, en je moet als colporteur dus verwachten dat er bewoners open doen die niet werken bij het bedrijf. Enig doorvragen zou nodig zijn.

Vaak zie je dat op het formulier dat je aan de deur krijgt, dan staat “ik ben tekenbevoegd namens het bedrijf”, en wie dat verklaart en tekent geeft de leverancier een sterk argument dat hij echt tekenbevoegd was. Zo’n onderhandse akte levert immers “dwingend bewijs” op, zoals de wet dat noemt. Je moet dan met meer komen dan “stond niet bij de KVK” om dat te ontkrachten.

Ook zal meewegen hoe snel je dit ontdekte als directeur. Als de huisgenoot het ’s avonds meldt, en je onderneemt actie, dan zie ik dit wel teruggedraaid worden. Vertelt hij het pas nadat de deurwaarder langsgekomen is om te dagvaarden wegens wanbetaling, dan maak je weinig kans meer.

Arnoud

Gaan we een stortvloed aan no-cure-no-pay ChatGPT dagvaardingen krijgen?

Alexandra_Koch / Pixabay

Het was me even ontgaan, maar in januari wees de HR een arrest over de vele no cure no pay claimbureaus. Deze zijn er rond diverse wetten, waarbij de Woz- en bpm-bezwaren denk ik de bekendste zijn. Ze drijven de proceskosten fors op, omdat ze daar een percentage van verdienen. Dat arrest was een forse aderlating, en ik ben een beetje bang dat de volgende stap een massale ChatGPT-inzet gaat zijn.

Per 1 januari 2024 zijn beperkingen in de proceskostenvergoedingen ingevoerd in zaken over de Wet waardering onroerende zaken (WOZ) en de belasting van personenauto’s en motorrijwielen (bpm). Dit ter bestrijding van no cure no pay kantoren die hier bezwaren tegen aandragen. De Hoge Raad definieert ze zo:

een beroepsmatig optredende gemachtigde, dan wel een kantoor, waarvan het bedrijfsmodel eruit bestaat dat

(i) wordt opgetreden op basis van no cure no pay,

(ii) daarbij zodanige afspraken met de cliënten worden gemaakt dat het bedrag van eventuele proceskostenvergoedingen aan de gemachtigde of aan het kantoor wordt afgedragen, en

(iii) de procedures op een zodanige wijze worden gevoerd dat de daarin toegekende proceskostenvergoedingen de in redelijkheid gemaakte kosten ver overtreffen.

Met name dat laatste steekt natuurlijk: dat gaat niet meer over het werkelijke geschil, maar is een manier om de inkomens van dat kantoor te vergroten. Zij krijgen immers die vergoeding, de cliënt krijgt enkel de hoofdsom (of een brief met een hogere dan wel lagere Woz).

Een ander bezwaar staat in de conclusie P-G:

Uit het onderzoek, dat gepubliceerd is op onze site, komt naar voren dat in 2022 (waardepeildatum 1 januari 2021) gemiddeld 27 % van de bezwaren tegen de WOZ-waarde van een woning op basis van no cure no pay zijn gehonoreerd. Van de overige bezwaren is in dat jaar 45 % gehonoreerd.
Oftewel, je krijgt meer kansloze zaken én ze drijven de proceskosten nodeloos op. Vandaar dat de vergoedingen bij Woz en bpm nu fors omlaag zijn gezet tot 0,25 of 0,1 keer de gewone.

Hoe herken je zo’n bureau? Deze vond ik een aardige:

Aanwijzingen dat dit laatste het geval is, kunnen bijvoorbeeld worden gevonden in de omstandigheid dat vaak geheel of ten dele gebruik wordt gemaakt van gestandaardiseerde tekstblokken die niet zijn toegespitst op de desbetreffende zaak.
Het moet immers zo goedkoop mogelijk, dus één bezwaarschrifttekst met wat puntjepuntje tekstvlakken en hier en daar een “weghalen tenzij” aanwijzing is dan een simpele invulling. Naar zijn aard zijn die teksten generiek.

Dit is belangrijk, want de HR merkt ook op dat als je niét met zo’n bureau werkt, je wél gewoon recht hebt op de normale proceskostenvergoeding. Ik geloof dus onmiddellijk dat die bureaus hard aan het nadenken zijn hoe ze zichzelf kunnen verstoppen.

Hoe krijg je met minimale meerkosten een bezwaarbrief die op de zaak is toegespitst én niet leest als een standaardtekst waar hier en daar een puntjepuntje is ingevuld? Precies, met zo’n groot taalmodel en een leuke prompt. En dat is lastig, want er zullen ook genoeg burgers handig genoeg zijn om dit zelf uit te vogelen, dus hoe maak je dan nog het onderscheid?

Arnoud

 

Moet ik zelf steeds in het HR-portaal kijken of er vakantiedagen gaan vervallen?

Photo by Element5 Digital on Pexels

Een lezer vroeg me:

Ons bedrijf werkt als zo velen met zo’n HR portaal. Nu kom ik er net achter dat er vakantiedagen van mij zijn vervallen. Ik had kennelijk zelf in het portaal moeten checken of ik nog dagen open had staan. Geldt dat ook bij zoiets belangrijks als vakantie?
Portalen zijn voor velen ondingen, onder meer omdat je er nooit komt en dan ineens wel en je dan dus moet leren hoe ze werken. Een paar weken terug hadden we nog de wat hoopgevende uitspraak dat je niet kunt verwachten dat je werknemers in hun AFAS berichtenbox kijken of je contract verlengd gaat worden. Dit vanuit het principe van bescherming van de werknemer.

Vanuit datzelfde principe wees het Hof van Justitie alweer in 2018 het Max Planck-arrest over het vervallen of verjaren van wettelijke vakantiedagen. Men bepaalde dat de werkgever

met name gehouden om er concreet en in alle transparantie voor te zorgen dat de werknemer daadwerkelijk de mogelijkheid heeft om zijn jaarlijkse vakantie met behoud van loon op te nemen, en hem er zo nodig formeel toe aan te zetten dat te doen. Daarbij dient hij de werknemer erover te informeren – op precieze wijze en tijdig, zodat die vakantie de betrokkene nog de rust en ontspanning kan bieden waaraan zij wordt geacht bij te dragen – dat hij de vakantie die aan het einde van de referentieperiode of van een toegestane overdrachtsperiode niet is opgenomen, verliest.
Sindsdien spreken we van een “actieve informatieplicht“; je moet werkgevers actief najagen dat vakantiedagen dreigen te vervallen en ze aanzetten om vakantiedagen op te nemen. Je kunt dus niet volstaan met “dit staat in de wet” of “mensen moeten het personeelshandboek gewoon lezen”.

Deze werkgever heeft gekozen voor een HR-portaal, waar je ook vakantie mee kunt aanvragen. Ongetwijfeld staat dus in een van die schermpjes een aanduiding dat vakantiedagen binnenkort vervallen, misschien zelfs met een leuke popup bij het inloggen.

Allereerst weegt zwaar of de werknemer regelmatig op die plek komt. Als dit geïntegreerd zit in een groter systeem (zoals Sharepoint van Microsoft) dat je voor je werk dagelijks gebruikt en je daar berichten in krijgt, dan zie ik dat ergens wel. Idem als het portaal mails stuurt “Let op je vakantie verloopt” en je dan moet inloggen om de details op te zoeken.

Enkel “het staat in het portaal en daar moet je wezen bij alle HR zaken” is niet genoeg. Je kunt niet achterover leunen met de instructie dat men daar periodiek moet kijken. Het is precies andersom: jij als werkgever moet actief periodiek berichten sturen dat er vakantiedagen dreigen te vervallen, en je moet bewijzen dat die berichten verstuurd zijn. Zo niet, dan vervallen de vakantiedagen pas na 5 jaar in plaats van zes maanden.

Arnoud

Medische data van honderden patiënten ontdekt op harddrives van rommelmarkt

Photo by Nikola ?uza on Unsplash

Op een rommelmarkt bij vliegveld Weelde zijn vijftien tweedehands harde schijven verkocht met daarop onbeveiligde medische gegevens van honderden patiënten. Dat meldde Tweakers vorige week. De data komt van het failliete Nortade uit Breda, mogelijk via een boedelverkoop. Het roept de vraag op: is de curator dan aansprakelijk voor het datalek?

Bij Omroep Brabant melden ze dat ene Robert Polet uit Breda ze ontdekte en een routinecontrole deed. Deze liet talrijke gevoelige bestanden zien, zoals burgerservicenummers, medicatiegegevens en patiëntendossiers. Hoe kon dat?

Uit een mailwisseling van Robert met een getroffen zorgorganisatie uit de provincie Utrecht, stelt de ICT-afdeling dat de gegevens afkomstig zijn van het bedrijf Nortade ICT Solutions uit Breda. Zij implementeerden software voor de zorgsector, maar het bedrijf lijkt inmiddels niet meer te bestaan. De website is niet meer online en in het handelsregister van de Kamer van Koophandel is er niets meer over het bedrijf te vinden.
Een mogelijkheid is dat die naam een niet-ingeschreven handelsnaam is van een ander bedrijf (dat mag), en dat het andere bedrijf failliet is. Dat zou verklaren waarom de schijven niet zijn vernietigd: daar is dan geen geld voor, en mogelijk wist de verkopende partij niet eens dát er persoonsgegevens op de schijf stonden toen ze alles aan een oudemetalenhandelaar verkochten.

Nee, onder de AVG is dat geen excuus. Onbeschermde data die buiten de organisatie komt, dat noemen we een datalek. En na een faillissement is de curator daarvan de verwerkingsverantwoordelijke, en dus aanspreekbaar voor de gevolgen.

We hebben het eerder gehad over klantenbestanden verkopen om de boedel wat geld te bezorgen. Dit is een ander verhaal, dit voelt eerder als het zo snel mogelijk van de fysieke rommel af willen omdat de huur van de kantoorruimte opgezegd is. En wie gaat er dan op oude computers kijken?

Het zou natuurlijk ook kunnen dat het bedrijf ‘gewoon’ gestopt is, en daardoor zelf de spullen ergens dumpte. Het feit dat klanten van niets weten, wijst daar voor mij eerder op. Een curator informeert gewoonlijk de lopende klanten. Als die er niet zijn, snap ik dat niemand wordt geïnformeerd én dat het datalek zomaar kan gebeuren.

Arnoud

 

Wat moet ik met mijn app doen onder de Toegankelijkheidswet?

Photo by Sigmund on Unsplash

Een lezer vroeg me:

Ik ben app-ontwikkelaar. Nu lees ik her en der dat per 28 juni alle apps ’toegankelijk’ moeten zijn voor iedereen, dus ook voor blinden. Betekent dit dat ik al mijn apps van voorleesfuncties moet voorzien? Dat zou een enorme investering zijn.
Per 28 juni 2025 wordt de Toegankelijkheidswet van kracht, formeel de Implementatiewet toegankelijkheidsvoorschriften producten en diensten. Dit is de Nederlandse uitwerking van de European Accessibility Act, een van de kernwetten van het Europese Digital Decade programma. Het doel in het kort is het harmoniseren van toegankelijkheidsvoorschriften.

De EAA kent een bijlage met kernvoorschriften voor toegankelijkheid, zoals dat interactie met de gebruiker via meer dan één zintuiglijk kanaal mogelijk is. Dat ligt achter de vraag van de lezer: naast tekst moet voorlezen van die tekst ook mogelijk zijn.

Dit wil echter niet zeggen dat iedereen nu eigen voorleesfuncties moet gaan inbouwen. Zowel Android als Apple iOS hebben ingebouwde schermleesfuncties voor slechtzienden. Zolang je app daar compatibel mee is, voldoe je automatisch aan deze eis. Het is dus meer een kwestie van nagaan wat uniek is voor jouw app dat lastig toegankelijk is voor mensen met een beperking.

Verder moet je goed kijken of je app wel onder het bereik van de Toegankelijkheidswet valt. Veel apps zullen via de Telecommunicatiewet vallen, omdat ze gebruik maken van elektronische communicatiediensten (art. 7a.2) en dan moet je app aan de bijlage voldoen. Voor elektronische handel kom je uit bij art. 6:230fb BW.

De eisen gelden echter niet bij exploitanten van apps die micro-ondernemingen zijn (minder dan tien werknemers en een jaaromzet van maximaal 2 miljoen), en ook niet als de toegankelijkheidseis maakt dat

  1. je kunt spreken van een fundamentele wijziging van de wezenlijke aard of
  2. deze een onevenredige last voor de betrokken dienstverlener oplevert (die niet met een subsidiepotje op te lossen is)
Bij games bijvoorbeeld zie ik wel hoe punt 1 opgaat. Een schietspel is naar zijn aard visueel, en dat toegankelijk maken voor blinden maakt het simpelweg een ander spel. Dit moet je inhoudelijk vooraf motiveren, want de toezichthouder kan hierom vragen.

Een onevenredige last is een business case analyse: wat zijn de kosten (zowel eenmalig als tijdens productie) en wat zouden de baten zijn als je het wél deed. Alleen als de balans duidelijk negatief is, en je dat dus expliciet hebt uitgezocht vooraf, kun je je hierop beroepen.

De vraagsteller is app-ontwerper. Uiteindelijk krijgt dus niet zij, maar haar opdrachtgever te maken met de toegankelijkheidseisen. Het is wel zaak om in het offertetraject hierbij stil te staan: welke eisen gelden er, hoe vertalen we dat in het ontwerp en wie maakt de eventuele afweging dat sprake is van een van die uitzonderingen?

Ik zeg dit omdat menig klant volstaat met vage zinnen als “leverancier zal zich houden aan toepasselijke wet- en regelgeving” en daar achteraf van maakt dat de leverancier een gratis garantie gaf dat de app EAA compliant is.

Arnoud PS: Meer lezen over de Digital Decade en bijbehorende wet- en regelgeving? Blijf op de hoogte met mijn aankomende boek Wetwijs in het digitale decennium.