Gevraagd: octrooi op filmplot

In de Verenigde Staten is alles octrooieerbaar, mits het maar een “concrete, useful and tangible result” oplevert en “made by Man” is. Dus niet alleen mechanische constructies, maar ook e-commerce technieken. Maar wat te denken van een filmplot? De goeie zijn honderden miljoenen waard, en dat is toch een concreet, nuttig en tastbaar resultaat. En het plot wordt verzonnen dus is door de mens gemaakt.

En nee dit is geen theoretische discussie, want ene Andrew Knight is het aan het proberen. Zijn plotuitvinding luidt als volgt:

A process of relaying a story having a timeline and a unique plot involving characters, comprising: <br/> indicating a character’s desire at a first time in said timeline for at least one of the following:<br/> a) to remain asleep or unconscious until a particular event occurs; and <br/> b) to forget or be substantially unable to recall substantially all events during the time period from said first time until a particular event occurs; <br/> indicating said character’s substantial inability at a time after said occurrence of said particular event to recall substantially all events during the time period from said first time to said occurrence of said particular event; and <br/> indicating that during said time period said character was an active participant in a plurality of events.

Knight verdedigt zijn juridische theorie op zijn site. De TechnoLama wees op zowel een prior art film als een kritiek in de Harvard Journal of Law and Technology. De conclusie daarvan spreekt voor zich:

[I]t is hard to see how storyline patents could be anything other than a dangerous and misguided addition to an arsenal of intellectual property protection that is supposed to protect the public’s best interests.

Ondertussen lag die aanvraag dus al sinds 2005 bij het US Patent Office. En nu is er dan de eerste reactie van de examiner. Die begint goed:

[S]torytelling is of immemorial antiquity. Throughout recorded history, man has told stories. No doubt storytelling antedates recorded history. One can easily imagine our Neolithic ancestors lounging about the case spinning yarns. … The point is that for tens of thousands of years , people have been telling stories. Each of these stories has a plot. literature.

Einde oefening, zou je zeggen. Verhalen zijn zo oud als de mensheid, dus een echt nieuw plot (in de zin van “nieuwe uitvinding”) zit er niet in. Maar nee, de octrooi-onderzoeker vraagt slechts om de relevante literatuur die de uitvinder heeft. Dat is op zich een legitieme vraag, en de uitvinder is verplicht om die literatuur te overhandigen als de onderzoeker daarom vraagt. Op die manier wordt voorkomen dat de uitvinder pijnlijke publicaties achterhoudt.

Het opvallende aan deze hele zaak is dat de Octrooiraad lijkt aan te nemen dat de filmplots in principe octrooieerbaar zijn en dat ze alleen moeten beoordelen of deze wel nieuw en inventief zijn. Voor de principe-vraag “zijn dit soort dingen octrooieerbaar” heb je tenslotte geen literatuur nodig. Iets is “useful, concrete and tangible” of niet.

Maar wie weet komt er in de volgende brief een meer gefundeerd bezwaar.

Ik maak me trouwens geen moment zorgen dat dit soort dingen in Europa geprobeerd gaan worden. Europese octrooien krijg je alleen op nieuwe en inventieve technologie, en alhoewel ook daar de precieze grenzen soms wat vaag zijn, durf ik met zekerheid te stellen dat een filmplot te ver gaat. De beruchte “business methods” worden nu al stuk voor stuk afgeschoten, en daar komt dan nog wel eens een stuk techniek aan te pas.

Arnoud

Reclame voor dus niet geoctrooieerde Biostabil gaat gewoon door

De misleidend geoordeelde spotjes over de Biostabil (waar dus geen wereldwijd octrooi op zit) gaan gewoon door, schrijft de Mediacourant:

De RCC beoordeelde de spot over de hanger die lichamelijke klachten zoals slapeloosheid, hoge bloeddruk en hoofdpijn zou verminderen twee weken geleden als ‘misleidend’. “Maar de Reclame Code Commissie kan ons spotje helemaal niet verbieden“, zegt Bianca Damas van TelSell.

Damas vervolgt in de krant: “Van de zenders waar we de reclame op uitzenden hebben we geen klachten gehad, dus gaan we er gewoon mee door.”

Oordelen van de Reclame Code Commissie zijn inderdaad niet bindend. Maar:

De op grond van de Mediawet bij de Stichting Reclame Code aangesloten organisaties, hebben zich verplicht de veroordeelde reclame-uiting in zo’n geval niet meer uit te zenden.

Alleen gaat dit uitsluitend over de publieke zenders, de commerciële omroepen zijn niet aangesloten bij deze stichting.

Tip van Wim, die u bekend zou moeten zijn van de vaak hilarische Lars en Wim show.

Arnoud

Op LEGO passende steentjes namaken mag

Ooit had LEGO een octrooi op haar bouwsteentjes, waarbij de uitvinding was dat de buisjes aan de onderkant precies pasten tussen de noppen aan de bovenkant. Als een octrooi verlopen is, mag iedereen de uitvinding namaken. Maar ook dan gelden er nog grenzen, meestal in de vorm van merkinbreuk of “slaafse nabootsing”. Dat laatste is een lastige. Je mag namaken maar daarbij moet je wel je best doen om een eigen, origineel product te maken. Niet alleen maar, eh, slaafs het origineel nabootsen.

Bij bouwsteentjes met noppen en buisjes is dat lastig. Je wilt tenslotte steentjes maken die passen op de LEGO steentjes. Dus heel veel creatieve ruimte heb je niet. Het Gerechtshof Den Bosch heeft nu besloten dat dat in principe mag:

Er is sprake van een door potentiële kopers gevoelde behoefte om bij verdere aankopen bouwsteentjes te verkrijgen die naar maatvoering en uiterlijk passen op/bij de steentjes die men al bezit. In de praktijk van het Nederlandse huisgezin is dat in veel gevallen: Lego en Duplo. Om aan die wens tegemoet te komen, zal een producent zijn producten aan maatvoering en uiterlijk van Lego en Duplo moeten aanpassen. Dat betekent nabootsen, maar in de bijzondere omstandigheden van dit geval is dat een nabootsing die zijn rechtvaardiging vindt in de reële behoefte bij klanten aan compatibiliteit. Daarbij is naar het oordeel van het hof voldoende komen vast te staan dat voor Mega Brands de nabootsing van zowel de afmetingen als de overige vormaspecten van de basiselementen van Lego en Duplo noodzakelijk is voor het tot stand brengen van de compatibiliteit en uitwisselbaarheid

De firma Mega Brands mag dus haar blokjes op de markt brengen. Persoonlijk hoop ik dat de Koreaanse firma Oxford Toys nu ook met haar bouwsystemen komt. Want LEGO is toch maar saai, zonder leger met tanks en kanonnen, Stealth bommenwerpers of SWAT-team met mitrailleurs.

Volledig bericht bij Boek 9.

Arnoud

Octrooi tegen beveiligingslek

In twee maanden al aardig wat geblogd, maar een post over beveiliging èn octrooien had ik nog niet. Maar dankzij Security.NL nu wel:

Het bedrijf Intellectual Weapons kan voor onderzoekers een patent aanvragen op een mogelijke security fix die ze ontdekken. Voor onderzoekers een waarschijnlijk lucratievere optie dan het verkopen van vulnerabilities aan de hoogst biedende partij, omdat een patent altijd van waarde blijft. IW geeft wel aan dat men zoekt naar fixes die innovatief zijn.

Een oplossing voor een beveiligingsprobleem kan inderdaad best geoctrooieerd worden. Een uitvinding is immers een verbetering, een oplossing in de techniek. En er zijn beveiligingslekken te over – bijna 140.000 stuks, zo meldt o.a. de Automatisering Gids.

Of dat echt geld oplevert, waag ik te betwijfelen. Ten eerste omdat het jaren duurt voor je het octrooi verleend krijgt. Tegen die tijd is het beveiligingsprobleem (hopelijk) allang achterhaald. Ten tweede: hoe veel mensen zullen geld betalen voor een reparatie aan Microsoft Outlook? Hooguit eentje, lijkt mij. De rest kan de reparatie toch niet uitvoeren zonder Microsoft’s hulp.

De Register heeft meer over hoe IW verwacht winst te maken:

Intellectual Weapons said it fully expects “major battles” in enforcing its IP, which is just as well since the firm’s business plan puts it toe to toe with Microsoft’s formidable team of lawyers. Security researchers need perseverance in order to stand a chance of scoring half the revenues from licensing offered by the firm.

Security researchers approaching Intellectual Weapons need to have big cajones, the firm advises. Intellectual Weapons said it developed an approach to streamlining the patent application and licensing process, but admits it is still far from straightforward.

Octrooien zijn nuttig voor innovatie, maar je moet wel een lange-termijn visie hebben. En dat mis ik hier.

Arnoud

“De BioStabil is wereldwijd gepatenteerd” – niet dus

Ok, het is televisiereclame en dus geen internetrecht, maar het gaat over octrooien: de reclame van de ‘helende’ hanger BioStabil 2000 is misleidend, zo besliste de Reclame Code Commissie.

Octrooien? Jazeker:

In de reclame voor de BioStabil, een hanger die zou zorgen voor een sterk magnetisch veld en spanningen in het lichaam in balans zou brengen, wordt gesproken over ‘de wereldwijde gepatenteerde BioStabil’. Maar de aanvraag voor dit wereldwijde patent is nog in behandeling.

Inderdaad was er geen wereldwijd patent voor de BioStabil afgegeven, maar dat komt vooral omdat er niet zoiets als een wereldwijd patent bestaat. Wil je octrooi, dan moet je dat in elk land afzonderlijk aanvragen. Er is een internationale procedure die het iets eenvoudiger maakt, het Octrooisamenwerkingsverdrag.

Met behulp van het PCT hoeft een aanvrager slechts een enkele aanvraag in te dienen, waarbij hij op de aanvraag aangeeft in welke landen hij graag octrooi zou willen krijgen. Het Internationale Bureau, een onderdeel van de World Intellectual Property Organization (WIPO), ontvangt de aanvraag en controleert of het aan de formele vereisten voldoet. Tevens zorgt het IB ervoor dat de aanvraag 18 maanden later gepubliceerd wordt.

Maar het IB kent dus geen octrooien toe. Dat doen de nationale octrooiraden nog steeds. Na ontvangst van een PCT-aanvraag start een nationale Octrooiraad meteen met de beoordeling van de octrooieerbaarheid, meestal op basis van de resultaten van het meegezonden nieuwheidsonderzoek. Dit betekent dat het nieuwheidsonderzoek niet bij elke Octrooiraad overnieuw gedaan hoeft te worden, wat een substantiële besparing oplevert.

Arnoud

Software and business method patents page

Via de referer log vond ik Software and business method patents, een zeer uitgebreide pagina over “business method patents”, octrooien op werkwijzen voor het zakendoen. Een populair onderwerp ten tijde van de Internet-boom, zeker nadat het Europees Octrooibureau de indruk wekte ook octrooi voor deze niet-technische uitvindingen te verlenen. Maar daar zijn ze duidelijk van teruggekomen.

This page is about software and business method patents. Even for those who live from filing, examining and ruling them software and business method patents are a new and evolving domain. Forming an opinion about what is an invention, what can be patented and whether a program infringes a patent requires:
  • A knowledge of law and of examiner guidelines and manuals. An understanding of past patent practices. The historical perspective is necessary to understand why some things are patentable and some other things requiring as much ingenuity are not.
  • An understanding of current patent practices. The time of the independent inventors, spending their own money and working alone to develop their invention, has gone. Today inventors are usually salary men working in teams and without incentive and time to create outstanding inventions and patents.
  • An understanding of the inventive work.

Arnoud

Internet Archief als prior art – ja, maar met extra bewijs

Regelmatig worden octrooien verleend die niet nieuw en inventief zouden zijn, omdat ze al lang beschreven zijn in wat heet de prior art. Dat wil zeggen dat er een publicatie is die ouder is dan het octrooi waar de uitvinding al in staat, of op zijn minst de uitvinding tot een trivialiteit maakt.

Bewijzen dat iets op een gegeven moment in een boek of tijdschrift staat, lukt nog wel. Maar hoe doe je dat met Internet-publicaties? Die kunnen immers op elk moment worden aangepast, en er is geen betrouwbare manier om te zien wanneer welke wijziging plaatsvond.

Recentelijk kreeg het Europees Octrooibureau een zaak voorgelegd waarbij een octrooiaanvraag werd afgewezen omdat er een Internetpublicatie was gevonden waar de uitvinding al in zou staan. De publicatie was via het Internet Archief gevonden in 2003, en IA vermeldde de datum 20 juni 2000 bij het document. De octrooiaanvraag was ingediend op 28 juli 2000, dus als die datum zou kloppen, dan was de uitvinding niet nieuw en de afwijzing dus terecht.

Nu kent het EOB wel meer situaties waarin het onduidelijk is wat wanneer is gepubliceerd. Mensen komen nog wel eens met de stelling dat zij de uitvinding in het openbaar hebben getoond of gebruikt, bijvoorbeeld op een beurs of op de markt. Of ze zouden de uitvinding al in de handel hebben gehad. Dan is het aan die persoon om te bewijzen hoe dat zat: wanneer is wat gepubliceerd, en onder welke omstandigheden?

De Kamer van Beroep heeft nu in uitspraak T 1134/06 beslist dat deze zelfde strenge eis moet gelden voor mensen die met Internetpublicaties aan komen zetten. Er moet bewijs “beyond any reasonable doubt” zijn dat de Internetpublicatie ouder was dan de datum van indiening van de octrooiaanvraag.

Een Internetpublicatie van een “reputable or trusted publisher” die elektronische versies van zijn papieren uitgave(s) online zet, of een website die opereert onder “recognized regulations and standards”, wordt geacht gepubliceerd te zijn op de datum die er bij staat. Wel moet er dan worden aangetoond dat de site “reputable or trusted” is of onder die “recognized regulations and standards” opereert natuurlijk.

Voor een archief zoals het Internet Archief werd het volgende beslist:

Where a disclosure has been retrieved from a resource such as the Internet Archive, further evidence concerning the history of the disclosure, whether and how it has been modified since the date it originally appeared on a web site will be necessary. This could be in the form of an authoritative statement from the archivist. Alternatively, an appropriate statement as to the content, either from the owner or author of the archived web site which included the disclosure may suffice.

Het was niet genoeg dat de publicatie in kwestie onder de URL “http://web.archive.org/web/20000620174023/http://www.boersenspiel.de” gevonden was om aan te nemen dat de tekst werkelijk die van 20 juni 2000 was. Wie kijkt wat IA allemaal heeft over deze site, zal zien dat er overal een asterisk bij staat. Dat betekent dat de site tussen de archiveringen door gewijzigd is. Dan is het dus nog maar de vraag wat er nu op welk moment op de site stond.

Arnoud

Vandaag op SYNC: Open innovatie vraagt om open source

Vandaag op SYNC: Open innovatie vraagt om open source.

Innovaties staan niet op zichzelf. Een innoverend product vereist een basis, een platform waarbinnen de innovatie kan opereren. Om dat onderliggende platform te kunnen maken is dus een grote hoeveelheid technologie nodig. En die technologie kun je middels open source gezamenlijk ontwikkelen en onderhouden.

Gebaseerd op Innoveren met open source en Economische motivatie om mee te doen aan open source van deze blog, en ook wel op Mixen van open en gesloten software van vorig jaar.

Arnoud

Japan heeft meest innovatieve economie; Nederland negende

Innovaties per inwonerJapan is het meest innovatieve land ter wereld, gevolgd door Zwitserland, de Verenigde Staten en Zweden, zo blijkt uit een studie van de Economist Intelligence Unit. Nederland is negende.

Deze score wordt voor een groot deel berekend door het aantal octrooien per inwoner te tellen. Het is bekend dat Japan relatief veel meer octrooien per inwoner genereert. Dat komt omdat in Japan het praktijk is om niet een nieuwe fiets als geheel te octrooieren, maar elk wieltje, moertje, ketting en zadel apart. In Europa is een octrooi veel duurder, dus daar probeer je juist alles in één octrooi te schuiven.

Arnoud

Amerikaans Hooggerechtshof past inventiviteitstoets aan

Uitvindingen moeten nieuw en inventief zijn om voor octrooi in aamerking te komen. Maar hoe bewijs je dat? Nieuwheid gaat nog wel: je hebt een document waar het al in stond, of niet. Inventiviteit, het niet-voor-de-hand-liggen, is lastiger. In veel gevallen bestaat een uitvinding uit een combinatie van bekende zaken. De vraag is dan, lag het voor een vakman voor de hand om die zaken te combineren. Een lamp op een fiets monteren ligt voor de hand wanneer je graag met verlichting wilt fietsen. Maar een lamp op een boormachine lijkt iets minder triviaal. Waarom zou je dat doen?

In deze zaak ging het om een in hoogte verstelbaar elektronisch gaspedaal. Zowel elektronische als in hoogte verstelbare gaspedalen bestonden al, maar niemand had ooit de combinatie gepubliceerd of in de praktijk gebracht. Hoe bewijs je nu of zo’n combinatie voor de hand lag?

In Europa gebruiken we de probleem-oplossing toets, maar de de Amerikaanse Octrooiraad (USPTO) hanteert een ander systeem. Deze houdt in dat het Octrooibureau (USPTO) moest bewijzen dat er een “teaching, suggestion or motivation” (TSM-toets) was om die combinatie te maken. Een veelgehoord punt van kritiek daarop was dat deze toets te makkelijk zaken als inventief zou aanmerken. Bewijzen dat iemand een combinatie zou willen maken, kan lastig zijn. Vind maar eens net een document waarin specifiek die combinatie wordt gesuggereerd.

In de recente uitspraak KSR vs. Teleflex heeft het US Supreme Court nu deze standaard aangescherpt. De TSM-toets mag niet zo rigide worden toegepast als het Octrooibureau deed, maar moet worden gezien als een ‘handig hulpmiddel’ bij de inschatting of iets voor de hand lag. De vraag of iets voor de hand lag, moet realistischer worden beantwoord en dat kan niet altijd aan de hand van een rigide constructie als de TSM-toets.

Kort gezegd komt de beslissing erop neer dat een uitvinding die bestaat uit een combinatie van bestaande zaken, vermoed wordt voor de hand liggend te zijn. Dat kun je weerleggen door bijvoorbeeld aan te tonen dat er sprake is van onverwachte synergie of dat niemand in het vakgebied verwachtte dat die combinatie mogelijk was. Maar het legt de lat wel hoger. Vroeger moest het USPTO aantonen dat een vakman die combinatie zou willen maken, en als dat niet lukte vond men de uitvinding automatisch inventief.

Octrooikantoor Vereenigde wijst er op dat de Supreme Court een Europese aanpak lijkt te suggereren:

Het kan zijn dat de combinatie voor de hand lag omdat deze “obvious to try” was en er slechts een beperkt aantal combinaties mogelijk was. Ook mag een probleem/oplossing-analyse gebruikt worden die doet denken aan de in Europa gebruikte analyse. Hiermee kan een geclaimde combinatie van elementen als voor de hand liggend worden aangemerkt door te constateren dat er sprake was van een bekend probleem waarvoor de combinatie een voor de hand liggende oplossing gaf. Zo ligt het bijvoorbeeld voor de hand om een element in een bekende combinatie door een ander te vervangen als dat een voorspelbare verbetering oplevert.
Dat vond ook de Amerikaanse octrooiblogger Patent Hawk. Hij citeert uit het vonnis:
When there is a design need or market pressure to solve a problem and there are a finite number of identified, predictable solutions, a person of ordinary skill has good reason to pursue the known options within his or her technical grasp. If this leads to the anticipated success, it is likely the product not of innovation but of ordinary skill and common sense. In that instance the fact that a combination was obvious to try might show that it was obvious under §103.
Patent Hawk voorziet meteen het einde van het octrooisysteem. Een beetje overdreven, vinden ze bij Patently-O:
The contours of how to apply KSR will have to be worked out by the Patent Office, district courts, and the Federal Circuit. For existing patents, approved under the Circuit’s TSM standard, the decision likely leaves enough of TSM in place that there will not be large shocks to industry or rushes to challenge voluminous numbers of patents. As noted, the decision finds fault in the Circuit’s application of TSM in KSR, as opposed to the doctrine generally. Certainly, some existing patents will be challenged as a result of KSR, at least until the Circuit rules on how KSR should be applied to patents granted under the TSM standard. One would also expect an increase in validity opinion letter requests.

De nieuwe toets is nu al een paar keer gebruikt door de rechter. De eerste zaak was Leapfrog v. Fisher-Price. Tot nu toe zijn de octrooien elke keer vernietigd, omdat de nieuwe toets uitwees dat de uitvinding niet inventief was.

Het nodige commentaar bij Tweakers.

Arnoud