Wat moet je geregeld hebben als je als ICT-ondernemer komt te overlijden

| AE 11231 | Ondernemingsvrijheid | 10 reacties

Misschien een luguber onderwerp, maar wel iets waar je zakelijk over na moet denken als je een bedrijf hebt. Zeker als je ook personeel of partners hebt, want die worden dan geraakt in hun bedrijfsvoering. Natuurlijk speelt dit bij iedere ondernemer wel, en niet alleen bij ICT-ondernemers, maar er zijn wel een paar speciale aandachtspunten die voor ICT-dienstverlening uniek zijn. Maar het belangrijkste is: denk er over na en regel het ruim voordat het een issue zou kunnen gaan worden. Want anders is het voor je collega’s, personeel of nabestaanden een bijzonder complex, confronterend en ook duur traject.

Het hangt van de rechtsvorm af wat er gebeurt met je bedrijf als je overlijdt. Ben je een eenmanszaak, dan houdt deze op te bestaan na overlijden. Je kunt dat anders regelen, door in je testament op te nemen hoe het verder moet met de onderneming en de bijbehorende bedrijfsmiddelen. (Die zijn namelijk deel van je privévermogen.) Bij een vennootschap onder firma hoort in het VOF-contract te staan wat er gebeurt als een vennoot overlijdt. En bij een besloten vennootschap gaat het primair over de eigendom van je aandelen. Vaak is vastgelegd dat deze naar de andere vennoot gaan, al dan niet tegen een afkoopsom. Maar ga na hoe je wilt dat het verloopt, en leg dat vast.

Een speciaal punt van aandacht voor ICT-ondernemers is je auteursrecht. Wanneer je als directeur software maakt, of andere werken waar auteursrecht op rust, dan is niet gezegd dat die rechten aan je bedrijf toekomen. Je bent geen werknemer, dus de gewone regel “het is voor werk, dus het is van werk” gaat hier niet op. Heb je niets geregeld in je testament of in een aparte ondertekende akte, dan is het mogelijk dat je auteursrechten naar je erfgenamen gaan in plaats van naar de collega of partner die het bedrijf voortzet. Dat is natuurlijk bepaald onhandig.

Regel dus expliciet (en met handtekening) dat de rechten bij de juiste entiteit komen te liggen. En let op: een algemene zin in je VOF- of managementcontract dat alle bedrijfsmiddelen of “resultaten van vlijt en inspanning” overgaan naar het bedrijf, is niet genoeg. Een auteursrecht draag je alleen over als concreet is vastgelegd om welk werk het gaat. En er moet een handtekening onder staan.

Daarnaast heb je als bedrijf vaak de nodige accounts bij diensten van derden. Dat kan iets simpels als de bedrijfs-Twitter zijn tot een SaaS-dienst waar je als bedrijf van afhankelijk bent. Misschien betaal je die nog steeds met je privé-creditcard, omdat dat handiger was toen je begon. Zet dat even om naar een zakelijke betaalmogelijkheid, net als het gekoppelde telefoonnummer voor accountherstel. En bedenk een manier om het wachtwoord veilig beschikbaar te hebben voor je zakenpartner(s) die met je bedrijf doorgaan.

Bij je zakelijke social media wil je misschien het wachtwoord niet delen. Wat moet een collega immers met jouw Linkedin? Maar wat moet er dan met die dienst gebeuren? Wie gaat namens jou dan het account bevriezen of opheffen? Er is een procedure voor maar misschien is het makkelijker om toch het wachtwoord ergens vast te leggen, zodat iemand bij overlijden snel het account weg kan halen, of juist een bericht kan plaatsen van overlijden.

Hebben jullie nog meer tips?

Arnoud

Werknemer, zelfstandig ondernemer of iets anders?

| AE 7862 | Ondernemingsvrijheid | 21 reacties

labor-werk-werknemer-arbeid-arbeidsovereenkomst.pngVolgens het recht ben je óf een werknemer óf een zelfstandig opdrachtnemer. Dat levert lastige situaties op in de deeleconomie, zo wordt betoogd in de NY Mag. Mensen willen graag flexibel werken – en dus zelfstandig zijn – maar toch ook wel enige bescherming tegen uitbuitende opdrachtgevers genieten – en dus als werknemer behandeld worden. Wordt het tijd voor een derde categorie?

Een werknemer werkt onder toezicht, moet werken zoals hem gezegd wordt en ontvangt loon, plus daarnaast diverse beschermingen. Een opdrachtnemer (zzp’er of freelancer) neemt werk aan en bepaalt zelf hoe en wanneer hij dat doet, afgezien van afspraken die hij met de opdrachtgever maakt. Dat is een binair verschil, en er is geen ruimte voor een grijs gebied. Logisch ook, want voor beide categorieën zijn hele tritsen regels en die kunnen niet half van toepassing zijn.

Dit onderscheid werkte best goed voor een honderd jaar of zo, maar loopt nu tegen problemen aan. Het internet heeft het mogelijk gemaakt dat je eenvoudig en snel opdrachtjes kunt scoren, en zo als zzp’er een leuke boterham kunt verdienen. Er zijn allerlei handige tussenpersonen en platforms die daarbij bemiddelen, denk aan Marktplaats of Werkspot.

Sommige van die platforms nemen echter wel een érg prominente rol in. Über is daarbij de bekendste. Je krijgt als opdrachtnemer te horen hoe je moet werken, wat voor auto je moet rijden en hoe je je moet gedragen naar je klanten toe. Dat neigt toch een beetje naar werkgeverschap.

Dit probleem kwam aan de orde in mijn recente blog over Über. De Californische Labor commission had een vrouw als werknemer aangemerkt, en zoals dat in de VS betaamt, komen daar dan class action lawsuits over. Daarnaast is er nog het verhaal van schoonmaakbemiddelaar Homejoy dat zijn deuren sloot omdat de schoonmaaksters die ze uithuurde, ineens stelden werknemer te zijn.

Een mooie vergelijking in dat artikel: de rechter moet nu een rond blokje in één van twee vierkante gaten zien te proppen. En dan kun je je inderdaad afvragen, moet je niet nog een derde categorie introduceren: de ‘werkondernemer’? Werknemer-min of zzp’er-plus?

Het voorstel uit de NY Mag probeert deze categorie in te vullen door wat essentiële kenmerken van de werknemer verplicht te stellen voor de werkondernemer: de opdrachtgever betaalt verplicht mee aan de arbeidsongeschiktheidsverzekering/ziektekosten en verplichting tot vergoeding van onkosten (zoals de benzine die je als Über-chauffeur zelf betaalt). Ik zie daar wel wat in, hoewel je natuurlijk meteen de vraag krijgt wanneer een inhuurkracht ineens een “plus” is. Ik zou er niet gelukkig van worden als ik voor iedere zzp-er die ik inhuur, ineens extra lasten moet betalen.

Het onderscheid zal hem ergens zitten bij hoe “echt” iemand zelfstandig is. Een Uber-chauffeur is dat dan niet, die rijdt voor één bedrijf, of misschien twee (Lyft). Een webdesigner kan dat wel zijn, die heeft tientallen klanten over het jaar. Dat lijkt op het criterium van onze Belastingdienst: minder dan drie opdrachtgevers (of meer dan 70% omzet van één opdrachtgever).

Dus is de oplossing dan dit criterium harder te gaan handhaven? Of moeten we gewoon zeggen dat Uber en collega’s misbruik maken van de zzp-constructie en aangepakt moeten worden als slechte werkgevers?

Arnoud

Kun je via de privacywet als ondernemer uit Google Maps en Streetview blijven?

| AE 6626 | Privacy | 23 reacties

kaart-streetview-maps-sarphatistraatEen juridisch ondernemer stond met een stichting ingeschreven bij de KVK (ik gok een advocaat met een stichting derdengelden), waarbij zijn persoonsnaam in de stichtingnaam zat en hij zijn eigen huisadres als vestigingsadres had opgegeven. Toen zijn gegevens opdoken in Google Maps, en foto’s van zijn huis in Streetview, diende hij een klacht in. Deze leidde ertoe dat Google een en ander ging blurren, maar dat was niet genoeg voor de ondernemer. Die stapte naar de rechter met een beroep op de Wet bescherming persoonsgegevens: het ging immers om zijn naam in de stichtingnaam.

De rechtbank wees die eis af, met onder meer de opmerkelijke overweging dat een bedrijfsnaam met persoonsnaam geen persoonsgegeven is omdat het dan niet gaat om “een gegeven dat betrekking heeft op die natuurlijke persoon”. En als dat wel zo zou zijn, dan zou Googles grondrecht om een bedrijf te runnen het moeten winnen van het grondrecht van meneer op zijn privacy.

In hoger beroep (via) komt het Hof niet toe aan die gekke overweging. Ergens jammer, want even expliciet opmerken dat dat niet klopt, had ik wel op prijs gesteld. Het is namelijk wél een persoonsgegeven. En de beoordeling moet gaan over die belangenafweging, dat is hoe de Wbp in elkaar zit.

Het Hof constateert dat door het blurren en beperken van de informatie er uitsluitend nog informatie over het huis te vinden is. En dat identificeert niet de eigenaar, want weten hoe een huis eruit ziet zegt niets over de eigenaar daarvan. De informatie moet tot de persoon te herleiden zijn:

Aan dat vereiste is niet voldaan indien na het intypen van (enkel) een adres uitsluitend de locatie van het betreffende adres en wazig gemaakte fotografische afbeeldingen rondom dat adres – zonder dat daarop individuen staan afgebeeld – worden weergegeven, omdat in dat geval uitsluitend gegevens over een object, en geen persoonsgegevens over een individu, worden geopenbaard.

En dat klopt, hoewel het gek aanvoelt. Immers je adres lijkt me vrij evident een persoonsgegeven. Maar het klopt wel dat die link te leggen moet zijn. Enkel een adres zegt nog niets, er moet wel met een redelijke inspanning te achterhalen zijn wie daar woont of eigenaar van is. En dat is hier niet het geval.

Minstens zo gek is de bron van alles. Als je jezelf inschrijft als ondernemer bij de KVK (wat wettelijk verplicht is), dan verkoopt de KVK je gegevens aan allerhande partijen door. Ook aan Google, en die combineert dat handig in haar kaartendienst Maps. Hierbij werkt men nog steeds met een opt-out, en ik heb werkelijk geen idee waarom. Maar het feit dat meneer de opt-out had gebruikt, leidt ertoe dat zijn eis verder wordt afgewezen. Door die opt-out zal Google de gegevens niet meer opnemen.

Arnoud