Apple mag defecte iPhones niet vervangen door refurbished toestellen

| AE 8790 | Ondernemingsvrijheid | 27 reacties

apple-iphone-6Als je als consument een iPhone koopt en die blijft defect, hoef je geen genoegen te nemen met een refurbished toestel. Dat maak ik op uit een recent vonnis van de rechtbank Amsterdam. De winkel (in dit geval toevallig Apple zelf) moet een nieuw toestel leveren. Dit volgt uit het consumentenrecht. Apple zal haar beleid hierin dus moeten gaan aanpassen.

Een vrouw had een iPhone 6 gekocht die na een maand of acht niet meer wilde opstarten. Apple constateerde dat het toestel niet meer te repareren was, en bood ter vervanging een refurbished toestel aan: zo goed als nieuw maar niet 100% écht nieuw natuurlijk. De vrouw weigerde dit en stapte naar de rechter.

In Nederland hebben we een simpele regel als het gaat om defecte producten. Gedurende de gehele levensduur moet dat product voldoen aan de gewekte verwachtingen. Er is géén wettelijke termijn van zes maanden garantie (wel zes maanden omgedraaide bewijslast) en er is géén tweejaarstermijn (die staat in de Richtlijn waar onze wet uit komt, maar als minimum dus Nederland mag meer verlangen). En wat fabrikanten als garantie verzinnen is leuk en aardig maar verandert niets aan wat de winkel moet doen bij een defect.

De winkel ja, want als consument heb je alleen daarmee te maken. De winkel moet (art. 7:21 BW) het product herstellen of vervangen, en wel kosteloos. Nu waren partijen het erover eens dat herstel niet haalbaar was en dat er dus vervangen moest worden. Prima, maar waarmee? Je hebt twee opties: je pakt een nieuwe van de plank (wat de eiseres wilde) of je zoekt een zo-goed-als-nieuw ouder toestel van acht maanden oud (wat Apple aanbood).

Voor beiden valt wat te zeggen. Immers, als je toestel na acht maanden stuk gaat, heb je er al acht maanden van kunnen genieten. Krijg je dan een 100% nieuwe, dan krijg je dus eigenlijk meer dan je had gekocht. Dus eentje met zeg maar acht maanden op de teller is dan eigenlijk precies wat je had gehad. Na een reparatie had je eigen toestel er ook zo uitgezien.

De rechter kiest echter partij voor de vrouw, en wel op basis van het Quelle-arrest uit 2008 waar we al vaker felle discussies over hebben gehad.

Dit arrest bepaalde onder meer dat je geen reparatie- of herstelkosten mag rekenen onder welke noemer dan ook, maar er staat nog iets belangrijks in:

41 Ingeval de verkoper een niet-conform goed levert, voert hij de verbintenis die hij bij de verkoopovereenkomst is aangegaan, niet correct uit en moet hij dus opkomen voor de gevolgen van de slechte uitvoering van die verbintenis. Dat de consument, die de verkoopprijs heeft betaald en zijn contractuele verbintenis dus correct heeft uitgevoerd, een nieuw goed ontvangt ter vervanging van het niet-conforme goed, levert geen ongerechtvaardigde verrijking op. Hij ontvangt slechts met vertraging een goed dat in overeenstemming is met de bepalingen van de overeenkomst, een goed dat hij van meet af aan had moeten ontvangen.

Oftewel: Apple zat vanaf dag één fout met haar levering. De koper was een iPhone 6 beloofd die een aantal jaren probleemloos mee zou gaan, maar ze kreeg een iPhone die na acht maanden niet meer opstartte. Apple heeft daarmee dus niet geleverd wat was beloofd. Dat kan ze alleen maar goedmaken door nu dan toch eindelijk die iPhone te leveren met die aantal jaren probleemloos functioneren. Een nieuwe dus.

(In dit geval had de vrouw de overeenkomst al ontbonden, dus ze krijgt nu alleen haar geld terug. En bovendien moet ze de proceskosten van de vrouw (€377,98) vergoeden.)

Arnoud

De terugzendkosten bij een conformiteitsgebrek

| AE 6406 | Ondernemingsvrijheid | 34 reacties

keyboardEen lezer vroeg me:

Ik had bij een webwinkel een nieuw toetsenbord besteld, waarvan na levering de E-toets niet bleek te werken. Het artikel is teruggestuurd, waarop er direct een nieuw, goedwerkend toetsenbord is verzonden door de webshop. Ik heb echter wel verzendkosten moeten betalen voor het terugsturen. Deze wil de webshop niet aan mij vergoeden. Zij zeggen, als je het met de auto had gebracht hadden we ook je benzine niet hoeven vergoeden. Staan ze in hun recht?

Wanneer een product een gebrek vertoont, zoals dat zo mooi juridisch heet, is de winkel die het heeft verkocht verplicht om dit te herstellen of te vervangen. Dit moet kosteloos gebeuren, zo staat letterlijk in de wet (art. 7:20 BW):

De kosten van nakoming van de in lid 1 bedoelde verplichtingen kunnen niet aan de koper in rekening worden gebracht.

Nu kun je dat lezen als “de kosten gemaakt door de winkel” want dat is immers de partij die die verplichtingen (herstel of vervanging) moet dragen. Maar deze tekst komt uit een Europese richtlijn, en daar staat een mooie uitwerking bij:

2. In geval van gebrek aan overeenstemming, heeft de consument het recht dat de goederen kosteloos door herstelling of vervanging in overeenstemming worden gebracht, (…)
4. De term “kosteloos” in de leden 2 en 3 heeft betrekking op de kosten die gemaakt moeten worden om de goederen in overeenstemming te brengen, met name de kosten van verzending, loon en materiaal.

Hier staat het breder: een recht voor de consument, en dat recht is kosteloos. En hoewel je je formeel niet direct kunt beroepen op een Richtlijn, moet de Nederlandse wet wél worden uitgelegd op de manier die het meest lijkt op wat in de Richtlijn staat. Oftewel er vallen meer kosten onder dan alleen de uren en materiaalkosten die de winkel maakt.

Het doel van die term “kosteloos” is te zorgen dat de consument zo goed mogelijk beschermd wordt, en zo min mogelijk afgeschrikt wordt bij het claimen van zijn rechten. Naast de genoemde kosten zijn daarom ook alle andere kosten verboden, denk aan onderzoekskosten of voorrijkosten als de winkelier bij de consument langs moet komen. Kosteloos is kosteloos. Zelfs een gebruiksvergoeding bij vervanging mag niet.

Een winkel moet dus zelf opdraaien voor de terugzendkosten (en de verzendkosten om het herstelde/vervangende product weer bij de consument te krijgen) als het gaat om een conformiteitsgebrek. Zou bij onderzoek blijken dat de fout komt door iets dat de consument heeft gedaan (bv. laten vallen, ongebruikelijk gebruik) dan mag de winkel wél kosten in rekening brengen. Maar dat mag alleen achteraf én die kosten moeten vooraf worden gemeld. Dus ook zeggen “betaal onderzoekskosten en die krijgt u terug als het onze fout was” is niet volgens de wet.

En hoe dat zit met die benzine? Tsja. Dat zijn op zich óók kosten die gemaakt moeten worden om de goederen in overeenstemming te brengen. Dus als je de wet heel strikt leest, mag je ook die paar liter vergoed krijgen. Maar dan moet je wel bewijzen dat je het ritje speciaal en enkel daarvoor maakte, en natuurlijk zin hebben om voor die paar euro te procederen. Het kan, maar het lijkt me het gedoe niet waard. Hoewel dat precies de reden is dat het consumentenrecht niet werkt: je laat het erbij zitten ook al sta je in je recht.

Arnoud<br/> PS: Meer weten over consumentenrecht en vooral hoe de nieuwe wet gaat luiden? Volg het webinar of schrijf je in voor onze eendaagse training.

Gebruiksvergoeding bij terugsturen defect product?

| AE 2516 | Ondernemingsvrijheid | 28 reacties

Moet je een gebruiksvergoeding betalen als een aankoop niet goed werkt? Nee, zei het Europese Hof in 2009. Maar veel Nederlandse winkeliers doen alsof hun neus bloedt en rekenen gewoon een vergoeding als je een defect product retourneert. Vorige week wees Alex me op een al wat ouder maar nog steeds interessant vonnis waarin ook deze praktijk gewoon ongeldig verklaard wordt.

Een man had een auto gekocht, maar na anderhalf jaar problemen wilde hij er weer van af. De garagehouder ging daar na enig mopperen in mee, maar wilde wel een gebruiksvergoeding omdat de man er immers anderhalf jaar in had kunnen rijden. Daar was de koper het niet mee eens, en dus ging men naar de rechter.

Volgens de wet heb je als consument het recht om een aankoop ongedaan te maken als het gekochte product gebreken vertoont en deze niet door herstel of vervanging op te lossen zijn. Dit geldt bij alle aankopen trouwens, niet alleen bij koop via internet. Je hebt dan ook nog het recht om zelf te bepalen of je herstel of vervanging wilt, behalve in de uitzonderlijke situatie dat jouw keuze onredelijk veel duurder of moeilijker is dan het alternatief.

Een aankoop ongedaan maken doe je door een brief te sturen (art. 7:22 BW) waarin je meldt dat je dit doet. Het is handig om een motivatie toe te voegen waarin je aangeeft om welke gebreken het gaat, en waarom de pogingen tot dusverre tot niets hebben geleid.

Na de ontbinding moet de aankoop ongedaan worden gemaakt. De koper heeft dus recht op terugbetaling van de koopsom. De verkoper kan aanspraak maken op teruglevering van de door hem geleverde zaak, en wel “in de staat waarin deze zich bij de levering bevond”. Nu is dat bij een anderhalf jaar oude auto onmogelijk. In dat geval kan de verkoper in principe schadevergoeding vragen voor de achteruitgang van de zaak.

De rechtbank wijst echter op artikel 7:10 lid 3 BW, dat bepaalt dat bij een ontbinding de risico’s van het product voor rekening van de verkoper blijven. De achteruitgang van het product door toedoen van de koper komt eveneens voor rekening van de verkoper. De waardevermindering van het product komt nu dus voor risico van de verkoper. Slechts in uitzonderingsgevallen zou afgeweken kunnen worden van die regel.

Het enkele gebruik van een zaak door de koper is echter onvoldoende voor toewijsbaarheid van een dergelijke vordering, aldus de rechter. Een vergoeding kan alleen worden geëist bij een situatie waarin sprake is van ongerechtvaardigde verrijking en waarin het uitblijven van een gebruiksvergoeding naar normen van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn. En daarvan is absoluut geen sprake in dit geval: de koper heeft de auto niet of nauwelijks fatsoenlijk kunnen gebruiken, en is

voortdurend geconfronteerd geweest met storingen aan de auto en heeft hij zich in de gebruiksperiode inspanningen moeten getroosten om de auto gerepareerd te krijgen.

Oftewel: wie nauwelijks normaal gebruik kan maken van het product, kan toch moeilijk ook nog eens een vergoeding voor dat gebruik moeten betalen.

Maar het kan nog mooier geformuleerd: hééft zo’n roestbak eigenlijk wel waarde? Immers, het ding is niet te repareren of aan te passen zodat hij wel fatsoenlijk rijdt. Bespeur ik enig sarcasme in het vonnis bij “als de auto al enige waarde heeft, [is] die niet substantieel afgenomen”?

Arnoud