Lekker Juridisch! Aan tafel bij zestien bekende juristen

Bij uitgeverij Ars Aequi is verschenen Lekker Juridisch! Aan tafel bij zestiende bekende juristen. Voor het eerst koken – of, zorgen dat je iets te eten krijgt – is een kunst apart: zoveel wordt wel duidelijk uit dit kookboek. Naast praktische recepten en tips van foodstyliste Merijn Tol bevat dit boek culinaire herinneringen van juristen als Oscar Hammerstein, Ivo Opstelten en de gebroeders Anker. Wat waren hun succesrecepten, wat aten ze het liefst als een kater hadden en met wie zouden ze nu het liefst aan tafel gaan?

Lekker Juridisch! Aan tafel bij zestien bekende juristen

Arnoud

Is de GPL een contract?

De meeste software-licenties worden gepresenteerd als een contract. Dit zijn de voorwaarden, u moet zo veel betalen, hier tekenen (klikken) alstublieft. Bij open source licenties ligt dat iets anders. Daar wordt niet geklikt en al helemaal niets betaald. Er zit een bestandje bij de software waarin de voorwaarden staan uitgelegd. Zit een gebruiker of verspreider van open source nu wel vast aan die licentie?

Naar Nederlands recht is het antwoord duidelijk: ja, natuurlijk. Zonder licentie mag je vrij weinig met andermans software doen. Installeren en gebruiken mag wel, als je de software legaal van iemand anders kreeg (art. 45j Auteurswet). Maar verspreiden mag niet zonder toestemming van de rechthebbende. Wie de software dus toch verspreidt, is dan kennelijk akkoord gegaan met de licentie.

Naar Amerikaans recht ligt dit iets lastiger. Je zit daar pas vast aan een contract als je “consideration” (een tegenprestatie) biedt voor wat de rechthebbende je geeft. Geld betalen om iets te mogen, is duidelijk consideration. Maar ook bijvoorbeeld “jij mag mijn auto lenen als ik morgen jouw grasmaaier mag gebruiken” is een geldig Amerikaans contract.

Hoe zit dat nu bij de GPL? Daar wordt niets betaald. Er is ook niet echt een andere tegenprestatie aan te wijzen. Het enige wat nog in de buurt komt, is dat de verspreider verplicht is om de broncode mee te leveren. Maar is dat nu een tegenprestatie, of een verplichting?

Eben Moglen, huisjurist van de Free Software Foundation, heeft altijd verdedigd dat de GPL geen overeenkomst is, maar wat dan heet “een eenzijdige verklaring van toestemming.”

The word ‘license’ has, and has had for hundreds of years, a specific technical meaning in the law of property. A license is a unilateral permission to use someone else’s property. The traditional example given in the first-year law school Property course is an invitation to come to dinner at my house. If, when you cross my threshold, I sue you for trespass, you plead my ‘license,’ that is, my unilateral permission to enter on and use my property.

Dit onderscheid is belangrijk. Als de GPL geen contract is, dan is verspreiding die de toestemming te buiten gaat, schending van het auteursrecht. Als de GPL een contract is, kun je verspreiders voor de rechter slepen om naleving van dat contract te eisen, maar niet meer voor schending van het auteursrecht. Ze hebben dan immers een licentiecontract gesloten, en wie een licentie heeft, schendt het auteursrecht niet. Dit werd bijvoorbeeld nog bevestigd in Sun vs. Microsoft (1999):

A copyright owner who grants a non- exclusive license to use his copyrighted material waives his right to sue the licensee for copyright infringement.

Dit zal nog belangrijk worden bij GPLv3, waar heel veel nieuwe clausules worden ingevoerd. Een kritisch commentaar vanuit dit standpunt is te vinden op ACT: GPLv3 : Welcome to Contract Law.

Update (3 juli 2012): in de octrooicontext wordt een gesloten licentiecontract gebruikt om een beschuldiging van octrooischending te pareren.

Arnoud

Nieuwe Notice & Takedown procedure van XS4All

XS4All staat bekend als een provider die staat voor de bescherming van haar klanten. Zonder gerechtelijk bevel werden bijvoorbeeld nooit persoonsgegevens verstrekt aan derden. Daar is nu verandering in gekomen, vanwege de ontwikkelingen in de jurisprudentie over aansprakelijkheid van providers. Vrijwel al die jurisprudentie was trouwens “Iemand vs. XS4All”.

Op 2 februari heeft XS4All een nieuwe klachtenprocedure ingevoerd. Bij deze procedure bestaat nu expliciet de mogelijkheid dat XS4All persoonsgegevens van klanten afgeeft aan de klager, ook als er nog geen rechtbank is geweest die ze daartoe verplicht.

Op het Opinieweblog legt Niels Huijbregts (teamleider van de abuse-afdeling van XS4All) uit waarom. Hij geeft daarbij een goed en leesbaar overzicht van de relevante jurisprudentie, dat hij samenvat met:

Het bovenstaande is een lang verhaal dat er uiteindelijk op neerkomt dat die houding niet te handhaven is: Providers zijn aansprakelijk als het gaat om materiaal dat onmiskenbaar onrechtmatig is, de provider moet daarover zelf oordelen. In de zaak-Deutsche Bahn vond de rechter al dat de provider onjuist had geoordeeld en veel te terughoudend was geweest en bij Pessers-Lycos werd besloten dat van onmiskenbare onrechtmatigheid helemaal geen sprake hoeft te zijn: de provider moet gewoon meewerken. Weigering betekent zelfs dat de provider zelf mogelijk onrechtmatig handelt.
Met name de Deutsche Bahn-zaak is kritisch ontvangen door juristen. Zie bijvoorbeeld de noot van Lodewijk Asscher over dit vonnis.

Het blijft natuurlijk een lastige zaak. De privacy van gebruikers is een groot goed. Tegelijkertijd kan daar ook best misbruik van worden gemaakt, omdat mensen zich dan kunnen verschuilen achter hun provider. En waarom zou het in zo’n situatie niet toegestaan kunnen worden om persoonsgegevens af te geven?

Terecht sluit Huijbregts af met:

Het feit dat je op internet relatief anoniem te werk kunt gaan, geeft je natuurlijk niet het recht de wet te breken. Wanneer iemand van mening is dat je dat toch doet, wordt je daarvan op de hoogte gesteld. Dat gebeurt voordat er een rechter aan te pas komt en dat is maar goed ook: zo heb je de mogelijkheid je te verweren of je fout te herstellen, voordat een rechter bepaalt dat je NAW-gegevens bekend moeten worden gemaakt. Mocht het ooit zover komen dat XS4ALL besluit NAW-gegevens bekend te maken, dan betekent dat dat de betreffende klant zelf al voldoende mogelijkheden heeft gehad om dat te voorkomen.

Arnoud

‘OpenBSD steelt code’, aldus Linux-ontwikkelaar (via Tweakers)

Vandaag op Tweakers.net:

Michael Buesch, ontwikkelaar van de Linux-driver voor de aansturing van draadloze netwerkchips van Broadcom, beschuldigt OpenBSD-ontwikkelaars van het stelen van programmacode. Hoewel beide besturingssystemen open source zijn, gebruiken ze verschillende licenties.

OpenBSD is een open source besturingssysteem dat wordt aangeboden onder de zeer liberale BSD licentie. Software onder deze licentie mag voor zo ongeveer alles worden gebruikt, zolang maar wordt vermeld wie de maker is. Linux daarentegen wordt aangeboden onder versie 2 van de GPL, en die legt meer restricties op. De belangrijkste eis uit de GPL is dat elke verspreiding van de software inclusief broncode moet gebeuren. Ook verdere verbeteringen aan de software mogen alleen inclusief broncode worden verspreid.

Michael Buesch is de auteur van een wireless LAN driver voor Broadcom chips. Hij ontdekte dat OpenBSD een driver had met exact dezelfde broncode. Hij stuurde dan ook een boze mail naar het OpenBSD team. Dat was aanleiding voor een stevige discussie; het OpenBSD team en helemaal hun leider Theo de Raadt staat niet bekend om hun softe, subtiele aanpak.

In het algemeen is het lastig om te bepalen of er sprake is van inbreuk op auteursrecht bij software. Alleen code met “het stempel van de maker”, eigen creatief werk dus, wordt beschermd door auteursrecht. Puur functionele code is niet beschermd.

Nu heeft een programmeur normaal veel ruimte voor creativiteit bij het schrijven van de code. Maar bij drivers is dat anders. Die moeten op een bepaalde manier werken om de hardware aan te kunnen sturen. Vaak ligt het communicatie-protocol met de hardware helemaal vast, en ook de manier waarop de gegevens doorgegeven moeten worden aan andere software. Het is dan lastig om te bepalen of een implementatie nu creatief is of puur functioneel. Kort gezegd, op hoe veel manieren kun je “als het apparaat aan moet, stuur dan code 0x3F” implementeren?

Dat wil alleen niet zeggen dat drivers dus niet beschermd zijn, of dat zomaar alle code van een driver mag worden overgenomen. In dit geval bleken er grote stukken code letterlijk gecopy&paste te zijn, inclusief variabelenamen, commentaar en dergelijke. En dat wijst er meestal op dat er meer is overgenomen dan puur het functionele aspect van het origineel.

Arnoud

Vergroot begrip voor auteursrecht

Via Boek 9 het rapport Hoe kan het begrip voor auteursrecht worden vergroot en wat is de rol van voorlichting daarbij?

Dit rapport komt van de Stichting Auteursrechtmanifestaties. Misschien kent u die nog van hun campagne Auteursrecht voor jou! (Ik niet eigenlijk, maar nu weet ik wel hoe de club achter Auteursrecht.nl heet) Hoe dan ook, bij de Stichting Auteursrechtbelangen zijn alle auteursrechtincasso-organisaties, maar ook BREIN, de publieke omroep, de vereniging van schrijvers en vertalers en nog vele anderen aangesloten.

Het rapport begint met een interessante observatie:

Sinds de Stichting Auteursrechtmanifestaties (STAM) in 1986 is opgericht, is na ruim 20 jaar de noodzaak om het publiek te overtuigen van het belang van auteursrecht niet verminderd, integendeel. Onder invloed van de vele digitale ontwikkelingen is het begrip voor auteursrecht eerder af- dan toegenomen en lijkt het niet al te best gesteld met het imago van het auteursrecht.
Ik neem aan dat ze met dat “sinds” niet bedoelen dat het de schuld van STAM is dat het imago van auteursrecht omlaag gegaan is de laatste 20 jaar.

STAM heeft interviews gehouden met “een groot aantal partijen uit diverse maatschappelijke geledingen, waaronder vertegenwoordigers van overheid, politiek, onderwijs, bedrijfsleven, rechthebbenden, consumentenbond en communicatiedeskundigen.” Het rapport is het resultaat van deze interviews, aangevuld met uitkomsten uit een rondetafelbijeenkomst van juni vorig jaar.

Wat zijn nu de belangrijkste bevindingen?

Uit de interviews bleek dat er naast (en volgens sommigen zelfs in plaats van) voorlichtings- en bewustwordingscampagnes nadrukkelijk aandacht zou moeten worden besteed aan:

  • collectieve rechtenorganisaties (wijze van uitoefening rechten, publieke verantwoording, transparantie, one-stop shop)
  • nieuwe businessmodellen (prijsstelling, alternatieve inkomstenbronnen, legale downloadportals) en/of
  • wetgeving c.q. vervolgingsbeleid.

De rondetafelconferentie van vorig jaar leverde ook veel stof voor discussie op. Dat kwam wellicht ook door de samenstelling:

Bij de selectie van de deelnemers aan de bijeenkomst is er bewust voor gekozen om niet zozeer (althans niet alleen) de bekende vertegenwoordigers van de rechthebbenden uit te nodigen (omdat zij deze discussie al vaker hebben gevoerd en al via de schriftelijke ronde konden reageren), maar juist ook personen uit een andere kring die vanuit hun ervaring of professie mogelijk een waardevolle en verfrissende bijdrage zouden kunnen leveren aan de discussie over auteursrecht.

De belangrijkste conclusie lijkt te zijn dat het niet alleen gaat om een imagokwestie. Er is meer nodig dan alleen communicatie om de maatschappelijke acceptatie van auteursrecht te verbeteren. Innovatie in de auteursrechtsector moet worden gestimuleerd. De deelnemers kwamen met deze aanbevelingen:

Onderzoek: Er zou een inventarisatie moeten plaatsvinden van nieuwe en/of innovatieve businessmodellen en van resultaten van onderzoek naar het effect van gratis aanbieden van content op verkoopresultaten. … Ook zou nader onderzoek kunnen worden gedaan naar de vraag welke specifieke problematiek bij welke doelgroep speelt en hoe daar het beste op kan worden ingespeeld.

Platform: Er zou een platform moeten worden ontwikkeld ten behoeve van de auteursrechtsector zelf (intern) en voor aanbieders en afnemers gezamenlijk (extern).

Interne discussie bevorderen: STAM zou het innovatieve karakter van de sector kunnen uitdragen door innovatieve businesscases te inventariseren en zichtbaar te maken: alternatieve modellen naast elkaar analyseren en benchmarken, met oog voor innovaties in andere sectoren. Ideeën bij elkaar brengen én uitdragen. … Daarbij past een open en enigszins kwetsbare opstelling: ‘we weten het ook niet precies, maar we proberen het wel.’ Enkele deelnemers raden de industrie aan zichtbaar te maken dat je openstaat voor innovatie, oog hebt voor ontwikkeling en om experimenten te stimuleren met oog voor de achterliggende businessmodellen.

Externe discussie bevorderen: STAM zou partijen (rechthebbenden en gebruikers) bij elkaar kunnen brengen en deze aansporen tot het (samen) bedenken van nieuwe modellen en tot het ontwikkelen van businesscases. Zo zou een natuurlijke alliantie gevormd kunnen worden tussen partijen die elkaar tot nu toe ‘vanuit de loopgraven’ bevochten. Gezamenlijk zou kunnen worden bekeken hoe de maatschappelijke acceptatie van het auteursrecht kan worden vergroot.

Arnoud

Mededeling EC: nieuwe ontwikkelingen rond Gemeenschapsoctrooi

Sinds 1973 worden Europese octrooien verleend via het Europees Octrooiverdrag. In dit systeem worden octrooien centraal beoordeeld, en na verlening omgezet in nationale octrooien. Dit systeem heeft twee belangrijke problemen:

  • Het talenprobleem: Op dit moment moet een octrooihouder zijn hele octrooi vertalen in vele Europese talen. Van het nieuwe gemeenschapsoctrooi zou alleen een beperkt deel van de tekst behoeven te worden vertaald.
  • De rechtspraak: Momenteel moet een octrooihouder in ieder land een afzonderlijk proces starten om zijn uitvinding te beschermen. Bij een gemeenschapsoctrooi zouden de rechtzaken centraal bij een gerechtshof voor heel Europa worden afgedaan. Hierdoor wordt het eenvoudiger uitvindingen te beschermen.

Al sinds de jaren zeventig wordt er dan ook gewerkt aan een Gemeenschapsoctrooi, een enkel Europees octrooi dat meteen in de hele EU geldt, en liefst ook bij één rechtbank beoordeeld wordt op geldigheid en inbreuk. In 1975 kwam er een Gemeenschapsoctrooiverdrag, maar dit werd niet door genoeg landen geratificeerd. Een poging tot reanimatie was het Agreement van 1989, maar dit mocht niet baten.

In 2000 besloot de Europese Unie dat het dan maar via een Verordening moest gebeuren. De EU kan met een Verordening uniforme regels instellen die automatisch in de hele EU gelden. Verdragen moeten eerst door alle landen afzonderlijk goedgekeurd worden. Na lang werk en veel ruzie sneuvelde ook dit plan vanwege de taalproblemen. Als een octrooi in elke EU-taal vertaald moet worden, zal dat de kosten gigantisch hoog maken. Maar het octrooi alleen in b.v. het Engels laten verlenen is politiek lastig te verkroppen voor landen waar Engels geen officiële taal is.

Nu lijkt er toch weer wat beweging in te komen. De Europese Commissie heeft op 3 april een Mededeling (met hoofdletter) gedaan over “Het verbeteren van het Europese octrooisysteem”.

Het rapport beschrijft twee opties:

  1. Het European Patent Litigation Agreement (EPLA). Dit is (of eigenlijk, wordt) een apart verdrag waarin wordt geregeld hoe rechtszaken over octrooien centraal afgehandeld moeten worden. Een voordeel hiervan is dat dat relatief snel kan worden opgezet, en toegesneden kan worden op dit ene onderwerp. Er komt dan geen centraal Europees gemeenschapsoctrooi; de rechtspraak gaat over de huidige Europese octrooien.
  2. Een nieuwe jurisdictie voor gemeenschapsoctrooien, binnen de context van de EU. Dit is (gezien vanuit de Europese Commissie) een betere oplossing, want het past dan binnen de structuren die de EU al heeft. Nadeel is dat het dan veel langer duurt.
De Commissie stelt voor om als compromis een combinatie van deze twee opties in te voeren.
This way forward could therefore be to reflect on one single court system inspired by the principles on which consensus is emerging, and addressing the respective concerns of Member States and stakeholders.

This could be achieved by creating a unified and specialised patent judiciary with competence for litigation on European patents and future Community patents. Such a judicial system could be strongly inspired by the EPLA model, in particular as regards the specificities of patent litigation, but could allow for harmonious integration in the Community jurisdiction.

Hoe nu verder?

The Commission will work with the Council and Parliament to build consensus on the way forward. When broad consensus is achieved, the Commission will take the necessary steps for implementing the agreed strategy and make relevant proposals.
Tsja. Dat wordt dus nog even afwachten.

Arnoud