Octrooi: vergunning om te verkopen?

verkeerslicht.jpgEen lezer mailde mij:

Vorige week kreeg ik bericht dat mijn Nederlands octrooi is toegekend. Betekent dat dat ik nu eindelijk mijn uitvinding mag gaan verkopen?

Dit is een veel gehoord misverstand. Octrooien geven je geen recht om iets op de markt te brengen. Met een octrooi kun je anderen verbieden jouw uitvinding toe te passen. Maar daarmee is niet gezegd dat je zelf nergens inbreuk op maakt.

Stel je hebt een nieuwe fiets uitgevonden. Daar kun je octrooi op krijgen. Maar die fiets kan nog steeds inbreuk maken op het octrooi van het polycarbonaat waar het frame van gemaakt is, het octrooi voor het achterlicht, het verende zadel en misschien wel de geïntegreerde dynamo.

Belangrijker dan een eigen octrooi aanvragen is dan ook een octrooigemachtigde een vrijgave-onderzoek laten doen. Op welke octrooien maakt het product inbreuk? Is daar omheen te komen, of kun je beter een licentie nemen?

Achtergrond over dit onderwerp in mijn Spoedcursus octrooien: De rechten verkregen door een octrooi.

Arnoud

Denial-of-service aanval op Scientology-beweging

T-shirt van XS4All naar aanleiding van de gewonnen rechtszakenEen groep anonieme hackers heeft de oorlog verklaard aan de omstreden Scientology-beweging, meldde Tweakers gisteren. Het initiatief voor deze serie aanvallen komt van een groep die zich “Project Chanology” noemt.

Directe aanleiding voor deze actie is de actie van Scientology tegen een gelekt video-interview van Tom Cruise. Diverse sites kregen een takedown notice om de film te verwijderen. Enkele daarvan waren gerelateerd aan 4chan, een internetfenomeen dat verantwoordelijk is voor allerlei internet-ongein (zoals de de lolcat) maar ook serieuze vormen van internetvandalisme.

Security.NL meldt dat er meer dan 488 DDoS-aanvallen zijn uitgevoerd op Scientology-websites, goed voor een dataverkeer van gemiddeld 21 megabytes per seconde oftewel de inhoud van zo’n 3 DVD’s per minuut. Best veel, maar niet uitzonderlijk voor verstikkingsaanvallen.

Op internet heeft Scientology een slechte reputatie, door de keiharde manier waarop zij tegenstanders en kritiek aanpakt, zoals schrijfster Karin Spaink en internetprovider XS4All halverwege de jaren negentig ondervonden. Het is mede dankzij hun standvastig optreden dat ik nu IT-jurist ben trouwens.

Hoe begrijpelijk de weerstand tegen Scientology ook is, het is nog geen excuus voor dit soort vigilante justice. Al was het maar vanwege de kans op onschuldige slachtoffers, zoals een Nederlandse school die een paar minuten per ongeluk op de korrel werd genomen omdat de aanvallers het verkeerde IP-adres hadden gebruikt (oh noes!). Bovendien: Scientology van het net proberen te krijgen is precies hetzelfde als wat de beweging altijd kwalijk wordt genomen.

Kritiek leveren mag best, zelfs als je daarbij gebruik maakt van gelekt materiaal zoals die Tom Cruise video. Dat bepaalde het Gerechtshof in die eerder genoemde zaak tegen XS4All en Spaink:

Naar ’s hofs oordeel kan in deze bijzondere omstandigheden niet worden gezegd dat een beperking van de informatievrijheid op grond van de handhaving van het auteursrecht nodig is in de zin van artikel 10 EVRM en evenmin dat het belang van [F] en de Providers en het algemeen belang bij de informatievrijheid van artikel 10 lid 1 EVRM in verhouding tot dat van Scientology c.s. bij handhaving van hun auteursrecht in dit geval minder zwaar weegt. Derhalve behoort het eerstgenoemde belang niet te wijken voor het belang van Scientology c.s. en slaagt het beroep op artikel 10 lid 1 EVRM.

Maar dit is natuurlijk van een heel andere orde dan Scientology proberen van internet te pesten met dit soort computercriminaliteit. Ook Scientology heeft het recht om haar mening te uiten. Uit jurisprudentie over datzelfde artikel 10 lid 1 EVRM blijkt dat je heel ver mag gaan daarin. Pas wanneer je de democratie zelf aanvalt, overschrijdt je een grens. Maar zelfs dan is het de taak van de overheid, en niet zelfbenoemde vigilantes met te veel vrije tijd om daar wat aan te doen.

Arnoud

Opzegkosten bij een ADSL-abonnement

Een gratis ritje op een kameel en dan bij het af willen stappen horen “oh ja, dat kost tien dollar.” Het is mijn broer overkomen. Natuurlijk is dat niet legaal: de prijs moet je verteld worden voordat je op het aanbod ingaat.

En, zo vroeg een lezer me, geldt dat ook voor abonnementen?

Pardon, zult u denken, wat moet ik me daarbij voorstellen. Nou simpel: een ADSL-abonnement zonder aansluitkosten, maar € 74,95 voor “Kosten beëindiging abonnement”. SurfSnel ADSL van onderwijsinternetdienstverlener InterNLnet. Of 30 euro opzegkosten bij een Internetbellen abonnement van Abel Telecom. Of 39 euro afsluitkosten bij Quicknet. Of 75 euro opzegkosten bij Qfast. En zo zijn er nog wel meer.

(update 3 november 2009: wellicht handig om te weten dat per 1 juli 2009 het verboden is om in telecomcontracten opzegkosten in rekening te brengen, ongeacht welke smoes men daarvoor heeft. Dit blijkt uit artikel 7.2a Telecommunicatiewet. Zie ook deze blogpost over de wetswijziging in kwestie.)

Het wordt hier vooraf netjes en duidelijk vermeld, dus je weet waar je aan toe bent als je zo’n abonnement neemt. Niks mis mee, zou je denken. Niet helemaal: we hebben ook nog zoiets als de grijze lijstvan “vermoedelijk onredelijke bedingen” in algemene voorwaarden. En daar staat op:

Vermoedelijk onredelijk bezwarend is een beding dat voor het geval de overeenkomst wordt beëindigd anders dan op grond van het feit dat de wederpartij in de nakoming van haar verbintenis is tekort geschoten, de wederpartij verplicht een geldsom te betalen, behoudens voor zover het betreft een redelijke vergoeding voor door de gebruiker geleden verlies of gederfde winst.
Dit betekent dus dat bij een ‘gewone’ opzegging door de gebruiker er geen boete in rekening gebracht mag worden, tenzij daar een hele goede reden voor is. Of tenzij het gaat om een redelijke vergoeding voor de aanbieder. Daarom is een boeteclausule bij voortijdig opzeggen redelijk: de aanbieder rekent op een jaar lang inkomsten, en die loopt hij mis doordat de afnemer er ineens onderuit wil terwijl hij had beloofd een jaar lid of abonnee te blijven.

Dat is hier niet aan de orde. Wel zitten er voor providers kosten aan het afhandelen van een opzegging. Bij ADSL is er namelijk het punt dat vrijwel alle ADSL-aanbieders het telefoondraadje van KPN huren om hun dienst te kunnen leveren. KPN rekent aan- en afsluitkosten om dit voor elkaar te krijgen. Het is dan wel zo transparant om dat aan je klant door te berekenen. Het alternatief zou zijn om het te verstoppen in het maandbedrag, en dan betaal je eigenlijk meer als je lang abonnee blijft. Wat ook weer raar is.

Arnoud

Aanbieden van hashcodes door Shareconnector is onrechtmatig

BREIN vs ShareconnectorDe hashcode-site Shareconnector handelt onrechtmatig door structureel te verwijzen naar illegaal aangeboden films en andere werken op het eDonkey peer-to-peer file sharing netwerk, zo oordeelde de voorzieningenrechter gisteren. Dit is in lijn met de eerdere ZoekMP3- en Dutchtorrent-zaken. Ook daar bleek dat als je links, torrents of andere codes indexeert die verwijzen naar overwegend illegaal aangeboden materiaal, je al snel onrechtmatig handelt.

De rechter motiveert helaas niet of nauwelijks waarom het publiceren van een hashcode dan onzorgvuldig is. De eigenaren van Shareconnector schreven dit half januari:

The whole point is that ShareConnector solely indexes hashcodes (identification) of files that are already available on the eD2k network. Hashcodes are just a bunch of keywords that are initiated as a search in the eMule client when you click on them. The same files can easily be found by copy pasting the filename from legal sites like NFOrce.nl and performing the search in the eMule client/Google/etc. and get the same results. If that is illegal, than all indexing sites like Google should be shutdown as well and that would certainly kill the internet.

Dat is wel een beetje erg makkelijk. “Het is ook bij anderen te vinden, dus ik ben legaal bezig”.

Bovendien is een hashcode wel iets meer dan een trefwoord. Een eDonkey hashcode is een unieke aanduiding van een bestand dat via het eDonkey peer-to-peer file sharing netwerk wordt aangeboden. Een voorbeeld is ed2k://|file|The_Two_Towers-The_Purist_Edit-Trailer.avi|14997504|965c013e991ee246d63d45ea71954c4d|/<br/>

Op Shareconnector waren de hashcodes te vinden van films en andere werken die via het eDonkey peer-to-peer netwerk werden aangeboden. Door de codes in te voeren in je eDonkey client, kon je dan snel het juiste bestand downloaden. De client voert dan namelijk een zoekopdracht uit naar alle aangesloten computers die een bestand met deze code hebben. Vervolgens wordt aan al die computers gevraagd een kopie op te sturen.

Nu kun je wel zeggen dat die hashcodes gewoon trefwoorden zijn die gebruikers intypen in een zoekmachine, maar voor hashcodes is een vrijwel geheel geautomatiseerd systeem gebouwd waardoor je met 1 klik het proces in gang zet waarmee het bestand op je computer terechtkomt. Net zoals een webadres misschien wel een trefwoord is (“ga naar iusmentis.com en typ dan ‘auteursrecht hyperlinks’ in de zoekgleuf”), maar ook daar kan dat eenvoudiger (klik hier). Daarom zie ik een aanklikbare verwijzing die automatisch leidt tot een download als meer dan alleen een trefwoord.

Nu zijn hyperlinks legaal, behalve in bijzondere omstandigheden. En sites als Shareconnector zijn zo’n bijzondere omstandigheid. Shareconnector vergelijkt zichzelf met Google, maar dat gaat niet op. Google indexeert zonder enig filter elke site die zij tegenkomt. Wat Google laat zien, heeft geen kwaliteitsgarantie. Shareconnector zorgde wel voor kwaliteit door gebruikers te laten filteren uit de vele duizenden hashcodes voor materiaal op eDonkey. Zij geven aan welke hashcodes corresponderen met goede films en welke je absoluut niet moet hebben (bv. omdat er een virus in zit of omdat het Grieks nagesynchroniseerd met Perzische ondertiteling is).

Een linksite begeeft zich daarmee op juridisch glad ijs. Door de links inhoudelijk te controleren, kun je niet meer volhouden dat je geen boodschap aan de boodschap had. Google kan dat wel.

Opvallend is wel dat de zaak al sinds 2004 speelt en nu pas tot een kort geding komt. Normaal moet je een “spoedeisend belang” kunnen laten zien voor een kort geding, anders moet je een (langer durende maar grondiger) bodemprocedure aanspannen. BREIN had eerst de FIOD om een strafrechtelijk onderzoek gevraagd, wat leidde tot een strafzaak waarin bleek dat hashcodes aanbieden medeplichtigheid aan het misdrijf “opzettelijke inbreuk op het auteursrecht” kon zijn. De sitehouders werden echter vrijgesproken omdat niet bewezen was dat iemand van de aangeboden codes gebruik had gemaakt, en zonder plegers van inbreuk kunnen er natuurlijk geen medeplichtigen zijn. Dat was in juli 2007. Toch had BREIN in december 2007 nog steeds het voor een kort geding vereiste spoedeisend belang.

(Vonnis via Danny, bedankt!)

Arnoud

Makelaarstichting op zelfde reden opnieuw onderuit tegen Jaap

Niet te geloven: stichting Baas in Eigen Huis verliest weer een proces tegen Jaap, om dezelfde reden als waarom ze in december onderuit gingen tegen huizenzoekmachine Jaap.nl. De stichting claimde namens alle makelaars van Nederland te spreken maar kon dat niet waarmaken. En nu, met vijf ordners vol steunbetuigingen, gaan ze om precies dezelfde reden weer onderuit.

De stichting wil via een collectieve actie (class action suit voor wie Amerikaanse advocatenseries kijkt) Jaap verbieden om makelaarsites te doorzoeken en huizenadvertenties op de Jaap-site over te nemen. Maar voor een collectieve actie moet je in je statuten hebben staan namens wie je optreedt, en die groep moet er ook nog eens allemaal achter staan.

Hier dacht men aan voldaan te hebben met die vijf orders met steunbetuigingen, maar, zo legt de rechter uit, de stichting snapt het onderscheid niet tussen “ik steun de stichting” en “ik wens niet gejaapt te worden”. Nog pijnlijker was dat Jaap op de zitting al 60 makelaars aan kon wijzen die weliswaar een steunbetuiging hadden ondertekend maar ook tegen Jaap hadden gezegd best in hun databank opgenomen te willen worden.

De statuten waren weliswaar gewijzigd, maar niet op de juiste manier:

Vooropgesteld wordt dat uit de gewijzigde statuten niet blijkt dat zij uitsluitend de belangen behartigt van die makelaars(kantoren) die schriftelijk hun steun hebben betuigd of zullen betuigen aan de stichting. Evenmin staat in de statuten vermeld dat zij opkomt voor de belangen van de makelaars(kantoren) die te kennen hebben gegeven bezwaar te hebben tegen het ongevraagd integraal kopiëren van hun objectgegevens op websites van derden. Hiermee staat vast dat de stichting in haar gewijzigde statuten geen onderscheid maakt tussen voor- en tegenstanders.

De stichting mag de rekening van Jaap’s advocaat voldoen (15.547,35 euro) en haar huiswerk nog eens overdoen. Terecht. Het komt op mij over als een ondoordachte en té overhaast afgeraffelde actie. Wat bijzonder jammer is. De kwestie raakt aan fundamentele aspecten van internet: wat mag een zoekmachine overnemen, hoe mogen die resultaten worden geexploiteerd en in hoeverre moet daarbij opt-in of opt-out worden gehanteerd? Door dit soort halfbakken werk krijgen we daar onvoldoende antwoord op.

Arnoud

Engelse woorden als merknaam

Het gebruik van Engelse woorden is in Nederland tegenwoordig zo normaal dat je niet meer kunt zeggen dat een woord een merk (of handelsnaam) is omdat het Engelstalig is. Tot die conclusie kwam de kortgedingrechter eind december in de zaak van het Runner Hardloopcentrum (vonnis bij Volledig bericht, pardon Boek 9). In deze zaak draaide het onder andere om de woorden “Run” en “Runner” voor producten voor hardlopers. In 1993 vond de rechtbank nog dat “Runner” een onderscheidende naam was voor zulke producten, zodat het bedrijf bescherming had voor deze naam als handelsnaam.

Dit soort discussie speelt ook vaak bij domeinnamen. Het gebeurt nogal eens dat iemand een bestaand woord vastlegt als domeinnaam, waarna een merkhouder komt klagen omdat zij dat woord gebruiken voor hun product of dienst. Nu kan op zich een gewoon woord best een merk zijn, zolang het maar onderscheidend is voor de producten waar de merkhouder het voor gebruikt. “Apple” is onderscheidend voor muziekverkoop via internet, maar niet voor een fruitstal, om eens wat te noemen.

Een voorbeeld is de site Ouders Online, waarvan uitgeverij Spaarnestad vond dat die naam te veel leek op hun tijdschrifttitel “Ouders van nu”. Echter, gezien de doelgroep was het feit dat beiden het woord “Ouders” gebruikten, onvoldoende om merkinbreuk aan te nemen.

De Telegraaf had echter met haar merk Speurders® meer succes. Hoewel “speurder” nogal algemeen klinkt, is het in de context van advertenties een bekend begrip. De site speurder.nl (zonder s) moest de domeinnaam dan ook afstaan. Hetzelfde gold voor Mijnspeurder.nl.

Een wat eigenaardige uitspraak was die inzake het Juridisch Loket. Een stichting die juridisch advies gaf, had “juridischloket.info” geregistreerd. Dat mocht niet, omdat het in strijd was met de handelsnaam waaronder de stichting het Juridisch Loket opereerde. Dit was opvallend omdat “juridisch loket” nogal beschrijvend lijkt voor de dienst van het verstrekken van juridisch advies. Bij handelsnamen is de eis van een “onderscheidend” woord echter niet zo streng als bij merken. Bovendien kun je ook hier betogen dat mensen ondertussen de kreet “juridisch loket” associeren met Het Juridisch Loket en niet zomaar een raampje met daarachter een jurist.

Arnoud

Richtsnoeren Persoonsgegevens: niet voor Web 2.0 (bij Netkwesties)

Op 11 december 2007 publiceerde het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP) de Richtsnoeren Publicatie van persoonsgegevens op internet. Hierover schreef ik een column bij Netkwesties:

WBP en Richtsnoeren zien de internetter als consument: een passieve gebruiker van informatie, wiens persoonsgegevens hem door grote bedrijven worden ontfutseld en op ondoorzichtige manier voor alle mogelijke doeleinden worden gebruikt. De WBP is bedoeld om de consument te beschermen tegen misbruik in deze ongelijke situatie. Op zich een goede zaak.

Alleen, websites zijn geen geïsoleerde silo’s meer waarin een kleine, professionele redactie publiceert en de bezoeker dit aanbod braaf consumeert. Er heeft zich de afgelopen jaren een kleine revolutie voorgedaan

Lees verder in Netkwesties: column Arnoud Engelfriet: Richtsnoeren Persoonsgegevens: niet voor Web 2.0.

Arnoud

Het merk cyberlaw

Het lijkt erop dat ik deze blog niet meer aan Amerikanen mag laten lezen. Tenminste, als de Amerikaanse jurist Eric Menhart zijn zin krijgt. Die heeft namelijk het woord “cyberlaw” als merk laten registreren voor zijn juridische diensten op het gebied van internetrecht (cyberlaw dus, ja).

Op de EFF blog is te lezen:

Eric Menhart may call himself a cyberlawyer, but we think he has a lot of learn about cyberlaw — and common sense. Menhart is the author of a blog about cyberlaw issues called, logically if not innovatively, “Cyberlawg.” (As he says in the top right corner, “Cyberlawg = Cyberlaw blog.”) And he is “principal attorney” in a firm called “CyberLaw P.C.” OK, OK, we get it, he practices technology law. Based on this, he’s applied for a trademark on the use of the term “cyberlaw” in connection with the practice of, um, cyberlaw.

Volstrekt onrealistisch natuurlijk. Om merkbescherming te krijgen, moet je naam “onderscheidend vermogen” bezitten. Dat wil zeggen dat mensen aan de hand van het merk jouw dienst moeten kunnen herkennen en onderscheiden van diensten van je concurrenten. Een naam als SOLV kan dus prima voor een advocatenkantoor. Maar “advocaten en notarissen” is niet geschikt als merknaam. Iedereen in het vakgebied biedt immers advocaten- en/of notarisdiensten aan.

Natuurlijk kun je wel een bestaand woord als merk deponeren. Er geldt niet, zoals bij octrooien, de eis dat de merknaam een nieuw woord of samenstelling moet zijn. Een bekende uitgeverij heet bijvoorbeeld Boom, en dat mag gewoon. Het bedrijf heeft geen monopolie op het woord “boom” maar kan alleen andere uitgeverijen verbieden zich zo te noemen.

In 2003 is iets dergelijks ook al eens geprobeerd met “Computer Law“, wat uiteraard net zo hard afgewezen werd. Daar werd trouwens ook uitgemaakt dat “.com” achter je naam plakken het nog geen merknaam maakt.

Via Slashdot.

Arnoud

Typefout bij prijs LCD-televisie niet bindend voor webwinkel

Otto hoeft geen lcd-televisies te leveren voor 99 euro, ook al stond de tv eind 2006 voor deze prijs op de website. Dat meldt NU.nl naar aanleiding van het arrest in hoger beroep van de Stichting Postwanorder. Een hele opluchting voor veel webwinkels. Een typefout betekent niet dat je automatisch vastzit aan het getoonde aanbod.

OTTO bood HD-Ready Philips LCD-televisies te koop aan, en vermeldde daarbij een prijs van 99 euro. Dit terwijl de apparaten al gauw een paar duizend euro kosten. Nu mag je natuurlijk best eens flink stunten, maar in dit geval was het -aldus OTTO- een programmeerfoutje in het computersysteem (CMS). Daar stond tegenover dat de besteller een bevestiging per e-mail kreeg dat zijn bestelling ontvangen was. Mag hij er dan niet vanuit gaan dat de bestelling voor dat bedrag geaccepteerd is?

Nee, aldus het Hof. OTTO stuurde die mail alleen maar omdat ze van de e-commerce wetgeving (art. 6:227c BW) verplicht zijn ontvangstbevestigingen van geplaatste bestellingen te sturen. Dat is dus geen “opdrachtbevestiging” of bewijs van een totstandkoming van een overeenkomst. Het Hof vindt dan ook bewezen dat OTTO niet gewild heeft deze LCD-televisies voor 99 euro te verkopen.

Het zou natuurlijk een mooie boel worden als iedereen maar vanalles kan aanbieden en dan zeggen dat hij het eigenlijk niet zo bedoeld heeft. Vandaar dat artikel 3:35 BW zegt dat als er gerechtvaardigd vertrouwen aan de kant van de koper is opgewekt, de verkoper niet meer onder de overeenkomst uit kan. Wanneer is er gerechtvaardigd vertrouwen?

Bij de beantwoording van deze vraag moet uitgegaan worden van een gemiddelde consument, dat wil zeggen een gemiddeld geïnformeerde consument. Van een consument, die van plan is een lcd televisie te kopen, mag namelijk verwacht worden dat deze zich tevoren globaal heeft georiënteerd op de prijzen van lcd televisies.

Daarbij moet je op deze factoren letten:<br/> a) het soort product: hier een HD ready breedbeeld lcd televisie<br/> b) het soort merk: hier het A-merk Philips<br/> c) productfactoren die iets zeggen over de prijs: hier een beelddiameter van 80 cm<br/> d) de aangegeven prijs: hier dus € 99,90 dan wel € 99,00<br/> e) aanduidingen bij het product: hier in rode hoofdletters de vermelding ‘NIEUW’,<br/> f) aanduidingen die kunnen wijzen op een stuntaanbieding, een ‘prijsknaller’ of een anderszins ‘bijzonder’ aanbod: hier niets van te zien

Een gemiddeld geïnformeerd consument weet, althans behoort te weten, dat de prijzen van een televisie van het soort onder a t/m c variëren van circa € 700,00 tot ongeveer € 1.300,00. Zeker als ze nieuw in de collectie zitten. De aangegeven prijs is zodanig laag dat er wel heel grote aanduidingen zoals onder f aangegeven bij moeten staan, wil die nog geloofwaardig zijn.

Bovendien hoort de consument bij een dusdanig lage prijs op onderzoek uit te gaan (art. 3:11 BW, zo ook mijn oma). Iets dat te mooi lijkt, zal ook wel te mooi zijn. Je had even met OTTO kunnen bellen of mailen, of bijvoorbeeld op een prijsvergelijkingssite kunnen kijken. Dat had iemand op Tweakers ook gedaan, en die kreeg meteen te horen dat de prijs van de LCD-tv en de bijpassende muurbeugel omgedraaid waren.

Waarom het na al die (volgens OTTO opvallend veel mannelijke) klanten met vragen over de prijs nog een paar dagen moest duren voor de prijs gecorrigeerd was, is me niet duidelijk. Maar het feit dat OTTO de prijs zeven dagen had laten staan, blijkt niet relevant. OTTO kan tenslotte niet elke dag al haar prijzen controleren op eventuele typefouten. Update (23 januari) Hierover kritisch Menno Weij. Weij wijst terecht op de zorgplicht van OTTO om de fout zo snel mogelijk te herstellen.

Eerder had Steven Ras nog aangetoond dat OTTO’s beroep op haar algemene voorwaarden hier niet opging. Maar dat blijkt geen probleem: deze prijs is zodanig laag dat je als consument behoort te weten dat dit een fout is.

Enigszins opmerkelijk vond ik nog het taalgebruik (“dat het een stuntaanbod was of zo” in de samenvatting).

(Afbeelding LCD-tv via Tweakers)

Update (1 november 2012) ook in zakelijke context zijn vergissingen niet altijd bindend: NVM maakte foutje op Funda maar wederpartij mocht daar niet van profiteren.

Arnoud

Agenten misbruiken politieinformatiesystemen voor privédoeleinden

Politieagenten in Nederland maken massaal gebruik (misbruik) van de politie informatiesystemen voor privédoeleinden, schrijft CorCom Security Analysing. Dit zou een “geaccepteerd verschijnsel” of zelfs een “beroepsvoordeel” zijn voor agenten:

Politieagenten zien het gebruik van de informatie als een beroepsvoordeeltje. Het mag eigenlijk niet, maar elke politieambtenaar doet het wel eens. Het is een grijs gebied. Het gebruik van de politiecomputer om kentekens na te trekken voor privé doeleinden is zelfs min of meer een vast praktijk bijvoorbeeld geworden bij het kopen van een tweedehands auto of om te checken of er criminelen in een bepaalde wijk wonen. Officieel mag dat niet, maar het wordt beschouwd als een onschuldig vergrijp zolang het voor eigen gebruik is. Er wordt immers niemand door benadeeld zegt men. Maar deze politie uitspraken kloppen niet. Regelmatig worden medewerkers van de politie met onmiddellijke ingang ontslagen, omdat deze zich schuldiggemaakt hebben aan contact met criminelen en het lekken van politie informatie. Dit geld zowel voor de recherche als de geuniformde dienst.

Lees verder in Agenten misbruiken massaal politie informatiesystemen voor privé doeleinden bij CorCom Security Analysing.

Arnoud