Moet de leeftijdsdetectie-AI in de supermarkt zeggen dat ‘ie AI is?

Photo by wir_sind_klein on Pixabay

Interessante zijstap in de discussie van vorige week:

Aan de zelfscankassa’s bij de lokale supermarkt hangt tegenwoordig een klein kastje met een blauw/rood/groen lampje. Er staat geen uitleg bij. Ik heb het ding gegoogled en het blijkt een leeftijds-schatter te zijn die aangeeft of ik een fles drank mag afrekenen. Zodra het ding mijn leeftijd heeft geschat gaat hij op rood of groen. Mag ik aannemen dat de kleur van het lampje geldt als een interactie van het apparaat naar mij toe?
Dit haakt in op het recent van kracht geworden stuk uit de AI Act dat interactieve AI zichzelf bekend moet maken, zodat je weet dat je met een AI praat en niet met een mens.

De AI Act zelf definieert niet wat “interactie” is. De recent uitgekomen Richtsnoeren hierover doen wel een poging:

Interaction entails the capability of a bidirectional exchange of information or actions between natural persons and the AI system with a genuine conversational or responsive character. It can occur in various forms (e.g. auditory, visual and physical). Natural persons should be able to provide input (e.g., written text or other forms of content, voice, or physical actions) to the AI system (e.g. via technical communication means including online interfaces, phone or e-mail, or directly), while the AI system should be capable of responding with contextual output (including any type of content or actions) and vice-versa.
Ik haal hier uit dat de ene partij input levert waar de ander een afgestemde reactie op geeft (de AI mag ook beginnen, staat verderop). Dat past prima bij een chat, maar het kan ook een “one-time exchange” zijn. En dat zou ook passen bij zo’n blieplampje waar jij je gezicht als invoer geeft en een groen kleurtje terugkrijgt.

Daarnaast moet de interactie “direct” zijn, oftewel real-time of daar dicht bij, en zonder menselijke tussenkomst. Een medewerker die AI gebruikt om reacties te componeren is dus genoeg om aan deze plicht te ontsnappen, zolang deze meer doet dan een copypastevogeltje zijn.

Als uitzondering worden wel “automated facial-recognition access controls” genoemd, maar ook “one-time feedback (e.g. spam filters)”. Die laatste is interessant: de AI stopte een mail in mijn folder “Junk mail”, ik klik op “Not junk” en de AI neemt actie. Dat is dus géén interactie zoals hier bedoeld.

Waar hoort dan “<houdt gezicht voor camera>” / “<groen>”? Ik neig naar: geen interactie, vanwege de sterke gelijkenis met het spamfilter. Ook is voor mij belangrijk dat de uitvoer niet contextueel is, iedereen krijgt ja of nee, en er is geen persoonsgebonden variatie.

Een AI systeem als dit maakt wel beslissingen in de zin van artikel 22 AVG. (Dat mag, want het is vrijwillig te gebruiken.) Volgens de AVG moet er dan uitleg bij komen over hoe dat werkt en dergelijke (artikel 13 en 15). Een sticker dat het AI is en waar je de privacyverklaring kunt vinden, is denk ik voor deze situatie een heel eind adequaat.

Arnoud

 

 

AI-agents die in het wilde weg bedrijven hacken: is dat strafbaar?

Photo by jamesmarkosborne on Pixabay

Excuses voor de kop, maar Tweakers deed het ook: “De ene na de andere organisatie wordt geteisterd door hacks die ongehoorzame AI-agents uitvoeren.” Alsof agents agency hebben en dingen doen. Het zijn scripts, die nalatig beheerd worden. Punt.

Het artikel gaat in op de vraag of het strafbaar is wat hier gebeurt. Terecht wordt de nuance gemaakt dat je je kunt afvragen of de beheerders van die diensten “opzettelijk” handelden. Hun bedoeling was het waarschijnlijk niet, tenzij je in de rabbit hole zit dat OpenAI haar beursgang wilde uitstellen om eerst flink angst te zaaien over rogue agents en dan de oplossing op de markt te brengen.

Voorwaardelijke opzet dan, zeggen strafrechtadvocaten meteen. Nam je bewust het risico op de koop toe dat dit gevolg zou gebeuren? Ook die lijkt me lastig. Het leest vooral als te snel tevreden zijn: bij de laatste uitbraak kon via DNS toegang tot internet worden verkregen. Dat is niet je eerste gedachte bij het dichttimmeren, maar dit helemaal vergeten is ook weer slordig.

Onder artikel 350b Strafrecht is al lang strafbaar dat je door nalatigheid (“schuld”) malware schade laat aanrichten. Vroeger ging dat om virussen (dingen die zichzelf repliceren) maar wat mij betreft leest dit sinds de laatste wetswijziging vrij letterlijk op agents:

Hij aan wiens schuld te wijten is dat gegevens die door middel van een geautomatiseerd werk of door middel van telecommunicatie zijn opgeslagen, worden verwerkt of overgedragen, wederrechtelijk worden veranderd, gewist, onbruikbaar of ontoegankelijk gemaakt, dan wel dat andere gegevens daaraan worden toegevoegd, wordt, indien daardoor ernstige schade met betrekking tot die gegevens wordt veroorzaakt, gestraft met gevangenisstraf of hechtenis van ten hoogste een maand of geldboete van de tweede categorie.
De enige vraag is dus: is er schade in de zin van veranderen, toevoegen of beschadigen. Malware die alleen informatie downloadt, valt buiten dit artikel en inderdaad is voor computervredebreuk opzet nodig. Ik kom er niet helemaal uit wat er nu stukgegaan is. Maar op papier is enkel een bericht op een messageboard plaatsen al genoeg voor dit artikel.

Kan de AI Act hier wat mee? Nee, want is primair gericht op productveiligheid en een experimentele agent-setup zoals van OpenAI is geen ‘product’ of ‘AI-systeem’ zoals de wet dat noemt. Ik zou het wel een GPAI-model willen noemen, en dan kan het worden aangewezen als met systeemrisico. Dat betekent dat er gerichte maatregelen moeten komen (artikel 55, een passend niveau van cyberbeveiligingsbescherming). Helaas ontbreekt het vooralsnog aan criteria om deze norm (artikel 51) mee in te vullen.

Arnoud

Film je de buren niet meer als je het zicht op hen uitblurt met een privacyscherm?

Photo by WebTechExperts on Pixabay

Het privacyscherm of blur is in veel beveiligingscamerasystemen een oplossing tegen ongewenst meekijken. Markeer in de software een gebied dat buiten beeld moet blijven, en daar komt in de opname een zwart scherm of een serie pixels. Een recent arrest uit Den Bosch zet hier echter vraagtekens bij.

De zaak is onderdeel van een breder geschil over waar de perceelgrens loopt tussen een bedrijvenpand en een woonhuis, waarbij onder meer een betonnen muur was gesloopt. In dit hoger beroep ging het vooral over de vele camera’s die er hangen.

In eerste instantie had de rechter geoordeeld dat de camera’s weg moesten. Dat was ook gebeurd, maar daarna kwamen er nieuwe te hangen want dat verbood het vonnis niet, mits “deze het perceel van [geïntimeerde] niet mogen filmen”. En dat was niet zo, want dat had het installatiebedrijf geregeld met dus zo’n privacyblok:

Zij voert aan dat daarop duidelijk zichtbaar is dat de beveiligingscamera’s [] niet op het perceel van [buurman] kunnen filmen. Dit heeft zij gerealiseerd door het beeld dat de beveiligingscamera’s weergeven zodanig te programmeren dat alles achter blauwe lijnen wordt afgedekt met zwarte vlakken. Ter zitting is namens [het bedrijf] bevestigd dat de tuin van de buren niet zichtbaar is “omdat er zwarte blokken” in het beeld zijn geplaatst.
Het Hof heeft daar moeite mee omdat “de mogelijkheid van observatie van het buurperceel” nu blijft bestaan. Immers, die blokken zijn een software-instelling en dat kun je zo ongedaan maken.

Nee hoor, aldus het bedrijf: alleen het ingeschakelde beveiligingsbedrijf kan dat, en wij niet zelf. Maar het Hof vindt dat niet overtuigend. Dat bedrijf is gewoon je hulppersoon, en die kun je gewoon vragen om een instelling te wijzigen. Die hebben geen reden om dat te weigeren.

Hang ze maar ergens anders op:

Dat de betreffende camera’s niet zodanig gepositioneerd kunnen worden dat het perceel van [buurman] ook zonder de zwarte blokken niet in beeld komt, heeft [bedrijf] naar het oordeel van het hof gesteld noch onderbouwd. Weliswaar heeft [bedrijf] aangevoerd dat het belangrijk is dat de camera hoog hangt zodat de bovenkant van de voertuigen op het terrein is te zien, maar de camera’s kunnen dan even goed, zoals [buurman] heeft aangevoerd, op een paal worden bevestigd, met de “rug” naar de erfgrens, zodat de camera’s juist naar de oprit en loods “toestralen” in plaats van richting het perceel van [buurman].
Bijgevolg is de noodzaak niet aangetoond, en de privacyinbreuk wordt daarmee onrechtmatig. Dat de installatie “volgens de wettelijke voorschriften” is gebeurd, is daarmee niet relevant.

Betekent dit nu dat uitblurren of -blokken nooit voldoende kan zijn? Dat gaat me te snel. Het kan een passende maatregel zijn, maar je moet wel het tegenargument “die instelling kan zo ongedaan gemaakt worden” kunnen pareren. Met afspraken met het beveiligingsbedrijf op papier zou dat bijvoorbeeld kunnen. Maar je kunt ook een hardere oplossing zoeken, zoals een metalen plaatje voor de lens dat het buurerf rechtstreeks afschermt.

Arnoud

Mag Grammarly je medewerkers spammen of je het zakelijk account alsjeblieft niet wil opzeggen?

Bron: Reddit

Via Reddit:

[Ons bedrijf had een Grammarly abonnement.] We lieten hen weten dat we ons abonnement niet zouden verlengen, waarna ze ongevraagde e-mails en pop-ups in hun app naar alle gebruikers met een licentie stuurden. Ze gaven ons geen waarschuwing vooraf, maar begonnen gewoon iedereen te bombarderen. Ze vermeldden zelfs het directe e-mailadres van de persoon in mijn team die de licenties beheert.
Grammarly is schrijfassistentiesoftware, ooit begonnen als grammatica/stijlchecker met plagiaatcontrole en Now With AI®? met onder meer een “Herschrijf in de stijl van Stephen King”-feature.

Je kunt als bedrijf een zakelijk abonnement afnemen zodat werknemers er gebruik van kunnen maken. Die hebben dan een eigen account binnen de paraplu van het abonnement. Dit is vrij standaard natuurlijk. Opzeggen is dat ook.

Niet standaard is dat als het bedrijf het abonnement opzegt, de leverancier al die accounthouders gaat mailen of via een popup meldt dat dat gaat gebeuren (zie plaatje hiernaast). “Send a quick note to your admin” – wil jij even je manager mailen dat hij dit niet moet doen? Raar.

Diverse tipgevers vroegen me of dat überhaupt wel mag.

Onder de AVG heeft Grammarly die mailadressen als verwerker; ze heeft die nodig voor het inloggen en misschien hier en daar een statusbericht. Voor eigen doeleinden die inzetten mag dan niet (de eigen nieuwsbrief naar zulke accounts is zeer donkergrijs).

De vraag is dus: is wat Grammarly doet, voor eigen doeleinden of valt dat binnen de verwerkerstaak? De gebruiker informeren dat het abonnement afloopt, is te zien als een verwerkerstaak. Maar de tekst ademt vrij duidelijk het belang van Grammarly zelf.

Arnoud

 

 

Moet een supermarkt het melden als ze met AI winkeldieven opsporen via het camerasysteem?

Photo by ElasticComputeFarm on Pixabay

Een lezer vroeg me:

Sommige winkels gebruiken beveiligingscamera’s met AI om gemaakte beelden te analyseren. Dit zou winkeldiefstal moeten tegengaan. Hoewel vrijwel iedereen keurig waarschuwt voor cameratoezicht, heb ik nog nergens bordjes gezien dat er ook een AI-analyse plaatsvindt. Is dat eigenlijk niet verplicht onder de AI Act?
Per 2 augustus jongstleden is de zogeheten transparantieplicht uit de AI Act (artikel 50 lid 1) van kracht geworden. “AI-systemen die voor directe interactie met natuurlijke personen zijn bedoeld” moeten die personen duidelijk maken “dat zij interageren met een AI-systeem”. Primair is dit bedoeld tegen misleidende chatbots die zich voordoen als mensen.

De AI Act definieert niet wat “directe interactie” betekent. De Richtsnoeren van de Commissie, die in juli verschenen  (sectie 3.1.1), vullen de term nader in: het moet gaan om realtime of near realtime interactie, waarbij de AI-uitvoer direct bij de betrokken persoon terecht komt. “Interactie” is dan een bidirectionele uitwisseling van informatie, waarbij iedere partij ten minste één bericht naar de ander stuurt.

Dit is waar het op misgaat met een antidiefstal-AI: die communiceert niet met shoppers, dus de shoppers hoeven niet te weten dat die AI wordt ingezet. Hooguit moet het personeel dat weten, als we “het scherm geeft een waarschuwing en jij moet op Ok klikken” lezen als een interactie. Maar als professioneel gebruiker zal dat wel duidelijk voor ze zijn, en dan hoeft een aparte melding niet.

Dat is alleen niet het hele verhaal. Zo’n AI-signalering is onder de AVG een vorm van geautomatiseerde besluitvorming. Ik ben er nog niet uit of dit onder het verbod van artikel 22 valt, want is dit “in aanmerkelijke mate treffen”? De AVG noemt zaken als automatisch een kredietaanvraag weigeren of een sollicitatie afwijzen, en de Richtsnoeren (WP251) geven als aanvullend criterium of het “de omstandigheden, het gedrag of de keuzen van de betrokken personen in aanmerkelijke mate [treft]”. Zeg het maar.

Maar los van die discussie, als er persoonsgegevens worden verwerkt met als doel te komen tot een signalering “mogelijk winkeldief” dan moet dat duidelijk worden gemeld (artikel 12 en 14). Op zijn minst vereist dat een toelichting in de privacyverklaring, maar ik denk dat je niet ontkomt aan een bordje gezien het nieuwe en bijzondere karakter van deze verwerking. Wie er eentje ziet: ik ontvang graag de foto!

Arnoud

Toezichthouder adviseert ziekenhuizen en organisaties camerabrillen te verbieden

Bron: EZOnTheEyes>

De Nederlandse Autoriteit Persoonsgegevens (AP) adviseert ziekenhuizen, rechtbanken en andere organisaties om camerabrillen bij hen te verbieden. Dat meldde Tweakers gisteren. Directe aanleiding lijkt de Meta-bril (hiernaast hoe die er van ‘binnen’ uit ziet) te zijn, hoewel er natuurlijk meerdere leveranciers zijn.

Die brillen zijn vaak in strijd met de AVG, zo legt de toezichthouder uit:

Wilt u de opnames in bredere kring delen [dan thuis]? Bijvoorbeeld op sociale media? Dan geldt de uitzondering voor persoonlijk of huishoudelijk gebruik niet. U mag anderen niet zomaar filmen en de beelden op internet delen. De AVG bepaalt wanneer dit wel mag. Meestal betekent dit dat de mensen die op de foto’s en filmpjes staan, toestemming moeten geven.
‘Meestal’, want je kunt je ook beroepen op een eigen gerechtvaardigd belang te weten de vrijheid van informatie garen en verspreiden (“vrijheid van meningsuiting”). En dan krijg je die beruchte belangenafweging van privacy van de gefilmden versus jouw nieuwsbelang bij het maken en uitzenden van de beelden.

Nou ben ik de eerste om de AVG van anti-informatievrijheden te beschuldigen, maar specifiek bij camerabrillen heb ik er moeite mee een goed argument te verzinnen. Ik vind het wezenlijk anders dan met een ‘echte’ camera of zelfs een mobiel in de hand rond te lopen: daarvan ziet iedereen dat je het doet. Je moet enige moeite doen, en dat geeft een rem.

Een camerabril heb je altijd op, of die filmt kun je van buitenaf niet zien (een klein wit lampje zie je toch niet in de buitenlucht). En daar komt bij dat de beelden naar Big Yankee Tech gaan om daar voor innovatieve dienstverbetering en algehele maatschappelijke vooruitgang (lees: killer drones bijtrainen) gebruikt te worden.

Een slimmerik heeft een app gemaakt die camerabrillen detecteert, met de onmiddellijke kanttekening dat mensen lastigvallen die zo’n bril dragen natuurlijk tegen de wet is.

Arnoud

 

Als je een film maakt van een Creative Commons creepypasta, is die film dat dan ook?

Photo by magwood_photography on Pixabay

Filmstudio A24 werkt samen met Spooky Pictures en Image Nation Studios om de SCP Foundation, een van de grootste door fans gecreëerde horror- en sciencefictionuniversums op het internet, voor het eerst naar het grote scherm te brengen. Aldus een persbericht. Maar die Foundation heeft hier niets mee te maken, en de teksten daar zijn Creative Commons. Wat betekent dat?

Even wat achtergrond. SCP Foundation is een grootschalig collaboratief project rondom het specifieke horrorthema van “enorme geheime organisatie onderzoekt akelige fenomenen en houdt uitbraken in toom”. (SCP staat dan ook voor Special Containment Procedures.) Er is geen centraal beheer van het plot, universum of franchise: schrijf wat jij leuk vindt en kijk of het aanslaat. Maar alles is wel Creative Commons-Naamsvermelding-Gelijkdelen.

In juli kwamen filmstudio’s Spooky Pictures en Image Nation  met het concept “V/H/S: SCP”, zes korte(re) films met als thema “gevonden archiefbeeld van SCP operaties”. Binnen de horror een klassiek thema, en het past goed bij de sfeer rond SCP.

De controverse begon toen A24 als producer mee ging doen. A24 is bekend van de cultfilm Backrooms. Ook dat was gebaseerd op internetcontent. Maar nadat A24 de film had uitgebracht, ging men auteursrechtclaims (takedowns) maken op variaties op de originele content, waar velen niet blij mee waren. Logisch: een film maken van een breed communityproject maakt je geen eigenaar van alles uit dat project.

Het helpt dan niet als A24 vervolgens naar buiten treedt en zegt dat het “[is] holding worldwide rights”. Al snel kwam de terugkrabbel: “[A24 is] not asserting any right to prevent others from creating their own SCP-based works” en je moet de film zien als een eerbetoon.

De SCP stichting (de beheerders van het project, niet de geheime organisatie) deed ook een duit in het zakje:

[W]we have not had any communication with the filmmakers, producers, or distributors for this project, despite our best efforts, and to the best of our knowledge they have not made any efforts to contact us.
Om vervolgens fijntjes te wijzen op die Creative Commons licentie, die weliswaar verfilmen toestaat maar wel eist dat die film dan óók Creative Commons wordt. En niet van DRM mag worden voorzien. Klinkt boos, maar ja – A24 gaat een eerbetoon maken zonder het onderwerp daarvan zelfs maar te vragen wat ze ervan vindt?

De kans is klein dat A24 de film werkelijk als Creative Commons uit gaat brengen; dat saboteert ongeveer alle traditionele inkomstenkanalen voor films.

Dan wordt de vraag wie de auteur(s) van de concrete gebruikte verhalen zijn, en of die bereid zijn een rechtszaak te beginnen. (De stichting kan dat niet, want die laten zich niet de auteursrechten overdragen van verhalen op de site.) In Amerika kan dat op no-cure-no-pay, en anders kan de stichting vast een fundraiser organiseren om te helpen. Maar de procedure kan jaren duren, met als mogelijke uitkomst dat A24 de film in de ijskast steekt.

Arnoud

Mag onze school de oud-leerlingen voor een reunie benaderen met teruggevonden administratiemappen?

Photo by jarmoluk on Pixabay

Een lezer vroeg me:

De school waar ik werk bestaat binnenkort 100 jaar. Ter gelegenheid daarvan wordt onder andere een reünie georganiseerd. Ter gelegenheid daarvan diepte een van mijn collega’s oude administratiemappen op met adresgegevens van oud-leerlingen: naam, adres en telefoonnummer en, van de recentere lichtingen, e-mailadressen. Wellicht verouderd, maar toch handig, vonden we. De FG kreeg een hartverzakking en zei dat we die gegevens allang hadden moeten vernietigen. Dit zou het ons onmogelijk maken vele oud-leerlingen blij te maken met de reünie. Is de wet echt zo hard?
De AVG kent inderdaad de harde regel dat persoonsgegevens weg moeten tenzij er nog een reden is om ze te behouden. En die reden moet in je beleid uitgewerkt zijn, enkel op het moment zelf een gelegenheidsargument verzinnen of algemene “handig voor je weet nooit” uitspraken zijn daarbij niet genoeg.

Zo te lezen gaat het hier om documenten van voor 2018, en mogelijk zelfs van voor 2001 toen de Wet bescherming persoonsgegevens in werking trad. Goed begrijpelijk dat die mappen dan al die tijd over het hoofd gezien zijn, maar dat betekent niet dat ze nu buiten de AVG vallen. Ze moeten dus vernietigd.

Echter, ik zou weinig kwaads zien in het eerst nog eenmalig sturen van een brief of mail van die oud-leerlingen gezien het bijzondere karakter van een 100-jarig jubileum. De gegevens zijn geen radioactief afval dat onmiddellijk weg moet, maar persoonsgegevens waar wat mee moet gebeuren.

Een honderdjarig jubileum is uitzonderlijk, en een eenmalige uitnodiging voor een reünie is voor een oud-leerling ook geen volstrekt onverwacht gebruik van zijn oude adresgegevens. Zeker bij naam en adres zie ik weinig privacyrisico. Ik zou daarom een korte belangenafweging vastleggen en de lijst uitsluitend voor deze ene uitnodigingsronde gebruiken. Geen verrijking via databrokers, geen adressen gaan napluizen als mensen verhuisd blijken, geen opname in een permanente alumnimarketingdatabase.

Zet in de uitnodiging bovendien gewoon eerlijk waar het adres vandaan komt: “Uw contactgegevens komen uit onze oude leerlingenadministratie. We gebruiken deze eenmalig vanwege het honderdjarig bestaan; daarna verwijderen we ze.” Adressen die niet blijken te kloppen gaan meteen weg. Na afloop wordt de hele lijst vernietigd, behalve van mensen die zelf aangeven voortaan als alumnus op de hoogte te willen blijven.

Historisch relevante stukken hoeven niet per se mee de papierversnipperaar in. Denk aan oude klassenfoto’s of een enkel representatief schoolrapport, zaken die een beeld geven van de geschiedenis van de school. Ook foto’s waarop nog levende oud-leerlingen staan, kunnen prima in een zorgvuldig beheerd historisch schoolarchief worden bewaard.

Dat betekent overigens niet dat je ze vervolgens zonder nadenken op de jubileumwebsite mag zetten: bewaren in een archief en opnieuw publiceren zijn twee verschillende verwerkingen. Een compromis dat ik zelf wel heb gezien, is dat de klassenfoto’s uitvergroot op de reünie zelf worden opgehangen zodat de aanwezigen zichzelf en elkaar terug kunnen zien.

Arnoud

Als Morris zijn worm een AI-agent had genoemd, was hij dan straffeloos gebleven?

Bron: Go Card USA, Creative Commons BY-SA 3.0

OpenAI ontdekte de hack van een agent die uit een ‘sandbox’ zou zijn gebroken en Hugging Face hackte pas na een week, nadat de FBI daarover was ingelicht. Later bleek er nóg zo’n incident te zijng eweest, ook bij Anthropic ging het in juli mis. En iedereen rapporteert erover alsof het een weersverschijnsel is. ICT-recht herhaalt zich niet maar het rijmt wel, zeg ik dan: weten jullie nog van de Morris-worm?

Op 2 november 1988 zette de 23-jarige informaticus Robert Morris een programma op het toenmalige internet. Het programma moest beveiligingszwaktes aantonen door zichzelf naar andere computers te verspreiden. Daarvoor gebruikte het vier routes: een fout in Sendmail, een kwetsbaarheid in fingerd, misbruik van vertrouwde hosts en het raden van wachtwoorden.

Ondanks een beveiliging tegen overbelasting sloeg de software op hol: computers kregen meerdere exemplaren van het programma, liepen vast en het netwerk raakte verstopt. Toen Morris zag wat er gebeurde, probeerde hij zelfs via een vriend instructies rond te sturen waarmee beheerders het programma konden verwijderen.

Morris kreeg drie jaar voorwaardelijk en een forse boete. Destijds had hij niet echt een excuus: hij had het niet zo bedoeld, maar de Computer Fraud and Abuse Act maakt dat onderscheid niet. Als ik de berichten van nu lees, dan had hij iets moeten zeggen van

Ik heb een autonome cybersecurity-agent ingezet met als objective het ontdekken van zwakke plekken in computernetwerken. De agent maakte daarbij gebruik van tooling voor credential discovery, lateral movement en exploitation. Tijdens de evaluatie vertoonde het systeem onverwacht emergent behaviour, waarna het containment doorbrak en zelfstandig externe systemen benaderde.
Ik snap dit dus niet in de berichtgeving van nu. Waarom zegt de media niet “OpenAI liet experimentele software autonoom cyberaanvallen uitvoeren, waarbij zijn technische beveiligingsmaatregelen niet voorkwamen dat die software systemen van een derde binnendrong”?

Arnoud

 

Machteloze gemeenten zetten betonblokken in om sluipverkeer via Google Maps te voorkomen

Photo by Jan van der Wolf on Pexels

Sluiproutes van navigatie-apps bij files en wegafsluitingen zijn provincies en gemeenten een doorn in het oog. Dat meldde RTL nieuws vorige week. Overleg blijkt niet mogelijk, ondanks dat officiële omleidingen niet als voorkeursroute worden getoond. Vandaar de betonblokken bij wijze van code-as-law.

Het bericht zet Vijfheerenland centraal, dat vlak bij zowel de A27 als de A2 ligt waar vele files of werkzaamheden zijn. De navigatie-app vindt dan een snelle sluiproute, maar daar zijn die gemeentes niet blij mee. Want die keuze gebeurt op doorlooptijd voor de automobilist en niet op wat de gemeente aangeeft dat de officiële omleiding is.

Volgens [minister Vincent Karremans van Infrastructuur en Waterstaat] moet het belang van verkeersveiligheid zwaarder wegen. Hij zegt daarover in gesprek te willen gaan met de navigatiediensten. “Ik kan ze niet dwingen, maar ik ga kijken hoe ik gemeenten kan helpen. Nu ben ik minister van Infrastructuur en Waterstaat. Misschien nemen ze nu wel de telefoon op.”
Sinds 2010 (herzien 2023) is er een Europese Richtlijn voor realtimeverkeersinformatiediensten, aangevuld met een Verordening die regels stelt voor uitwisseling van gegevens inzake realtimeverkeersinformatiediensten (RTTI).

Artikel 6 lid 4 van de RTTI is vrij helder:

Dienstverleners verwerken en integreren in de relevante diensten die zij aan eindgebruikers verstrekken, zonder extra kosten, gegevens over alle tijdelijke verkeersbeheersmaatregelen die door de bevoegde autoriteiten zijn ingevoerd en via het nationale of gemeenschappelijke toegangspunt in een digitaal machineleesbaar formaat toegankelijk zijn gemaakt.
Probleem: Die verplichting houdt echter nog niet in dat Google zijn routekeuze moet laten samenvallen met de door de gemeente gewenste route. Specifiek daarvoor is er geen wettelijke plicht in die RTTI regels. Oostenrijk is bezig met een wetsvoorstel dat wel expliciet eist dat officiële routes gevolgd moeten worden.

Google Maps specifiek is sinds een tijdje een zeer groot online platform onder de DSA. Dat is juridisch voor “je bent te groot en daarmee te gevaarlijk om zelf te mogen bepalen hoe je je dienst inricht”.

Concreet betekent dit dat ze verplicht zijn zogeheten systeemrisico’s in kaart te brengen en te mitigeren. Haar laatste rapport laat zien hoe dat gaat, maar focust (p.82) eigenlijk alleen op het online stuk: reviews en omgang met persoonsgegevens. Nergens wordt ingegaan op de route-vaststelling en haar impact.

Voor VLOPs zoals Maps is de Europese Commissie exclusief bevoegd. De ACM kan (ook op verzoek van de minister) de Commissie vragen hier handhavend op te treden, met de data van de gemeenten als onderbouwing. Maar als we zelf iets willen doen, moet daar een aparte wet voor komen. Of meer betonblokken.

Arnoud