Meningsuiting op internet ook grondwettelijk beschermd

Grondrechten gelden ook gewoon op internet. Dat lijkt logisch, maar het is toch goed om te zien dat dat principe ook in de rechtspraak gevolgd wordt. In een recent vonnis van de Europese strafkamer van de rechtbank Amsterdam wordt een uitlating op internet als “minder openbaar” aangemerkt dan bijvoorbeeld radio of televisie. Daarom zal er bij uitlatingen op internet minder snel sprake zijn van strafbare belediging of discriminatie.

Het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) is het belangrijkste verdrag voor grondrechten in Europa. Het recht op vrije meningsuiting wordt in dit verdrag gegarandeerd. Een inbreuk daarop mag alleen als dat bij wet geregeld is, de inbreuk noodzakelijk is om de goede naam of rechten van anderen te beschermen, en de maatregel ook nog eens de best passende (minst erge) remedie is om die anderen te beschermen.

Belediging, smaad, laster, haatzaaien en dergelijke zijn in het Wetboek van Strafrecht verboden. Een strafrechtelijke vervolging mag dus in principe, maar de staat moet hier wel heel terughoudend mee zijn. Het is tenslotte een zeer zwaar middel. In veel gevallen kun je het beter overlaten aan de beledigde of besmade persoon zelf om bij de rechter actie te ondernemen (of niet natuurlijk). En de vervolging moet ook nog eens noodzakelijk zijn om die anderen te beschermen. Het Europese Hof voor de Rechten van de Mens legt dit strikt uit: er moet een “dringende maatschappelijke noodzaak” zijn, een dringend algemeen belang, om op te treden tegen een meningsuiting. Dat zal er niet snel zijn – zeker als het gaat om politieke discussie mag je erg veel zeggen.

In deze zaak vond de rechtbank dat de uitlatingen wel degelijk beledigend bedoeld waren. Het waren vooral grove woorden zonder dat daar nu enige bijdrage aan een debat uit op te maken was. Maar: deze werden geuit op een forum, en voor strafbare belediging moet je in het openbaar gesproken of gepubliceerd hebben. En dat was hier niet het geval. De rechtbank vroeg zich af

of de groepen in kwestie redelijkerwijs tegen de beledigende uitlatingen konden aanlopen, en dus ongevraagd met de uitlatingen geconfronteerd konden worden, zonder zich daartegen te kunnen beschermen. Als verdachte de uitlatingen in zodanige openbaarheid had gedaan dat mensen er onverhoeds tegenaan zouden lopen, zou het opzet op de openbaarheid zonder meer zijn komen vast te staan. Aannemelijk is echter dat verdachte juist door de keuze voor het forum [naam forum] in de veronderstelling verkeerde – en ook de bedoeling had – dat zijn uitlatingen slechts door een klein groepje gelijkgestemden zouden worden gelezen. Zijn opzet was derhalve gericht op een beperkte mate van openbaarheid.

Je moest met andere woorden echt actief op zoek naar deze uitlating. Het was zelfs nodig om je te registreren op het forum voordat je het kon lezen. Je kon er niet onverhoeds tegenaan lopen, aldus de rechtbank. Daarmee vindt de rechtbank deze uitlating wezenlijk anders dan een mededeling op radio of televisie, waar je zomaar onverhoeds tijdens het zappen tegenaan kunt lopen.

Deze Europese strafkamer heeft nog meer uitspraken waarin aan het EVRM werd getoetst, gedaan. En dat is ook precies het doel van deze afdeling van de rechtbank: in het verleden werd niet altijd even expliciet nagegaan of een inbreuk op een grondrecht eigenlijk wel mocht gezien het EVRM. Vandaar dit samenwerkingsverband tussen de afdelingen strafrecht van de rechtbanken van Amsterdam, Alkmaar en Haarlem.

(Bedankt, Piter!)

Arnoud

Half miljoen boete voor Nederlandse spammers

De telecomtoezichtouder OPTA heeft twee bedrijven een boete van totaal zo’n half miljoen euro opgelegd voor het versturen van spam, meldt o.a. Tweakers. Dit is de hoogste boete ooit in Nederland voor ongevraagde reclame per e-mail.

De OPTA had de spammerts al eerder gewaarschuwd, maar die verstuurden vervolgens nog zo’n 4,5 miljoen e-mails. En tsja, dan wordt men boos. Zoals voorzitter Chris Fonteijn van OPTA het zegt in het besluit:

Als je na een waarschuwing doorgaat met het lastigvallen van consumenten met ongevraagde e-mails, dan kun je een zware boete verwachten. Dit is dan ook de hoogste boete die OPTA tot nu toe voor het overtreden van het spamverbod heeft opgelegd.

De boete mag dan de hoogste ooit zijn, maar hij is nog steeds minder dan de 1,7 miljoen die de spammerts verdiend zouden hebben met hun 0900-nummers. In de spam werden mensen namelijk opgeroepen een duur 0900-nummer te bellen om voor thuiswerk te solliciteren, maar ze bleken alleen maar lang aan de lijn gehouden te worden. Meer mocht de OPTA echter niet opleggen: dit was het maximumbedrag dat voor overtredingen als deze kan worden opgelegd.

Wat me verbaasde, is dat de OPTA niets had gedaan met de klachten over het 0900-nummer. Iemand verlokken om zo’n duur nummer te bellen en deze dan zo lang mogelijk aan de lijn houden, dat moet toch strafbaar zijn? Niet dus. Nog niet – er komt een wetswijziging die dit soort dingen expliciet gaat verbieden. Maar weet iemand wat deze wijziging inhoudt? De OPTA heeft het over “wijziging van artikel 4.4 Telecommunicatiewet, BUDE (Besluit Universele Dienstverlening en Eindgebruikersbelangen) en het RUDE (Regeling Universele Dienstverlening en Eindgebruikersbelangen).” Het recentste wetsvoorstel dat ik ken is TK 30661, en daarin zie ik geen verwijziing naar 4.4 Tw.

Geenstijl wijst nog op de “gedeeltelijk stomme” uitspraak van de Raad voor de Journalistiek over één van de twee bedrijven.

Arnoud

Webhoster aangeklaagd wegens uitlatingen door klant

Censuur? De Nederlandse Staat klaagt een webhoster aan vanwege vermeend beledigende uitlatingen van een klant op diens website, meldt Tweakers. Nu kan belediging strafbaar zijn, zeker als het gaat om een ambtenaar in functie (art. 267 Strafrecht). En op deze site (die ik niet kon vonden, link per mail is welkom) werd volgens de klacht een belastinginspecteur beschuldigd van racisme. Een beschuldiging die bij een ambtenaar inderdaad best een strafbare belediging kan zijn.

Waarom dan de site aanpakken en niet eigenaar van de website? Dat blijkt nergens uit, maar ik zou me kunnen voorstellen dat die persoon lastig te vinden is en dat het dus eenvoudiger is om dan maar de webhoster aan te pakken.

Sinds 2004 staat in de wet (art. 6:196c lid 4 BW) dat een hosting provider pas aansprakelijk is als hij weet of redelijkerwijs behoort te weten dat hij iets host dat onrechtmatig is. En daarvoor is het niet genoeg dat iemand een brief stuurt met de beschuldiging dat iets onrechtmatig is. Bij de parlementaire behandeling heeft de minister uitgelegd dat het onmiskenbaar moet zijn dat de informatie onrechtmatig is.

Het probleem is dan alleen nog de vraag wat “onmiskenbaar” is. Bij kinderporno kom je daar nog wel uit, maar bij smaad zie ik werkelijk niet hoe een publicatie ooit onmiskenbaar smaad kan zijn. Smaad mag namelijk waar zijn (als het een leugen is, heet het laster). De vraag is of het in het algemeen belang was om het te zeggen. Maar dat is altijd een uitgebreide en lastige analyse. Ik kan me dan ook geen situatie voorstellen waarin een brief van wie dan ook er voor kan zorgen dat een provider een meningsuiting weg moet halen.

Overigens snap ik best dat mensen “censuur” roepen bij deze zaak, maar de Staat treedt hier op als werkgever van de belastinginspecteur die haar werknemer wil beschermen. En dat is een goede zaak. Vorig jaar november deed Vodafone hetzelfde toen weblog Frontaal Naakt een medewerkster met naam en toenaam door het slijk haalde.

Arnoud

Verplichting tot verwijdering forumbericht uit Google Cache

Op het Rechtenforum vond ik een tijdje terug een erg interessante vraag over een verplichting tot verwijdering uit Google Cache. Een forumbeheerder kreeg een klacht over een vervelend bericht over een mevrouw X. Dat is verwijderd, maar nu vraagt mevrouw X ook:

Als u aan mijn verzoek hebt voldaan, dient u zo spoedig mogelijk de aanpassingen door te geven aan derden aan wie u mijn gegevens hebt verstrekt, dit is dus Google zodat hier ook mijn naam wordt verwijdert met betrekking tot de berichten die op jullie site zijn geplaatst.

Berichten die identificerende informatie over iemand bevatten, zijn persoonsgegevens. Op grond van de privacywetgeving kun je eisen dat zulke berichten over jouzelf worden verwijderd. Dit is door het College Bescherming Persoonsgegevens ook expliciet zo uitgewerkt in hun Richtsnoeren Privacy op Internet.

Artikel 36 van de Wet Bescherming Persoonsgegevens zegt dat je bij de ‘verwerker’ (het forumbeheer) een verzoek tot verwijdering kunt indienen. Die is dan verplicht de persoonsgegevens te verwijderen of het bericht te anonimiseren. Maar Google is niet de verwerker, en bovendien niet verbonden aan de verwerker. Kun je nu eisen dat het forumbeheer Google gaat verplichten iets weg te halen?

Artikel 38 WBP bepaalt dat iemand die op grond van artikel 36 iets heeft verwijderd (of aangepast) bij zijn eigen verwerking, verplicht is om derden die de persoonsgegevens hebben gekregen, hiervan op de hoogte te stellen. Het is dan aan die derden om iets te doen met de mededeling. De wet eist niet dat je Google moet dwingen de informatie te verwijderen, maar wel dat je je best doet om de informatie bij Google weg te krijgen.

Google heeft daarvoor de tool verwijderen van een URL. Deze biedt ook de mogelijkheid om aan te geven dat de eigenaar van de site de pagina gewijzigd heeft, zodat de pagina niet langer de informatie of afbeelding bevat die Google in haar cache heeft. Dan zal Google die pagina met voorrang opnieuw indexeren, of in ieder geval verwijderen.

Connie Breukhoven kreeg iets dergelijks vorig jaar voor elkaar bij de rechter: websites Witheet en ZIJonline moesten binnen vier dagen na het vonnis Google opdracht geven de berichten te verwijderen.

Arnoud

Inkorten ingezonden brief is juridisch toegestaan

Een krant mag een ingezonden brief wijzigen en inkorten, ook wanneer ze niet vooraf overleggen met de auteur. Dat blijkt uit een recent vonnis van de voorzieningenrechter uit Rotterdam. Belangrijk daarbij was het feit dat de redactie vooraf had gemeld dat men zich het recht voorbehoudt om ingezonden artikelen “te weigeren dan wel te redigeren of in te korten.”

Door dit expliciete voorbehoud had de briefschrijver moeten weten dat dit had kunnen gebeuren. Daarom kon hij niet meer eisen dat zijn brief alsnog integraal en ongewijzigd zou worden gepubliceerd. Ook hoefde de krant niet vooraf contact met hem op te nemen om de wijzigingen te bespreken.

De redenering uit dit vonnis zou ook op moeten gaan voor weblogs. Reacties zijn tenslotte te vergelijken met ingezonden brieven. Een blogger die vooraf meldt dat hij het recht voorbehoudt om reacties te weigeren dan wel in te korten, kan dus niet snel worden aangesproken als hij gebruik maakt van dat recht.

Een uitzondering zou kunnen zijn als door de wijziging de strekking van de reactie wordt aangetast. Je moet er dus wel voor zorgen dat het punt van de reaguurder overeind blijft. Het ‘verminken’ van iemands werk zodanig dat zijn reputatie wordt aangetast is niet toegestaan.

De briefschrijver had ook nog excuses geëist van de krant, maar die kreeg hij niet:

Anders dan bijvoorbeeld een rectificatie, waarbij, gelet op de vrijheid van meningsuiting, duidelijk wordt gemaakt dat het gaat om een beslissing van de rechter die tot rectificatie noopt, gaat het bij excuses om het spontaan en oprecht berouw tonen over eigen tekort-schieten. Afgedwongen excuses behoren niet tot deze categorie. Een vordering tot het aanbieden van excuses kan in rechte dan ook niet worden afgedwongen.

Via Volledig bericht, pardon Boek 9.

Arnoud

Internetfilters versus grondrechten, volgens Raad van Europa

Het gebruik van internetfilters kan een schending van de mensenrechten zijn. Dat blijkt uit een rapport van de Raad van Europa dat eind maart uitkwam. De Raad van Europa is onder andere verantwoordelijk voor het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, dat de belangrijkste grondrechten binnen Europa vastlegt. De Europese Unie heeft zich verplicht (in het EU-verdrag) deze grondrechten te respecteren. De opinie van het Comité van Ministers, het hoogste orgaan in deze Raad, is daarom dus erg belangrijk bij het beleid van de Europese Unie.

Eén van de Europese grondrechten is de vrijheid van meningsuiting, of liever gezegd de vrijheid om informatie te verzamelen en te verspreiden. Dit grondrecht (artikel 10 EVRM) komt in gevaar wanneer overheden en private partijen filters installeren om bepaalde informatie te weren. Ook het grondrecht op privacy (artikel 8 EVRM) kan in gevaar komen, bijvoorbeeld wanneer filters profielen over gebruikers opbouwen of doorgeven wie ‘verboden’ informatie opvraagt.

In haar verklaring van 26 maart verklaren de ministers dat filters alleen gebruikt mogen worden binnen het kader van het EVRM. De overheid mag alleen informatie blokkeren die door een onafhankelijke rechter illegaal is verklaard. Bovendien moet het filteren van de informatie de enige redelijke manier zijn om te zorgen dat de verboden informatie geblokkeerd wordt (“must be necessary in a democratic society”, noemt het EVRM dat).

Private partijen mogen verder gaan, maar men moet dan wel duidelijke uitleg geven over wat er gefilterd wordt, op welke manier (witte lijst, zwarte lijst, trefwoorden, URLs, meldingen van anderen) en hoe je kunt protesteren tegen een onterechte blokkade door een filter.

Ook worden de Europese landen opgeroepen om bedrijven en instellingen die filtersoftware bouwen, te wijzen op hun morele en maatschappelijke verantwoordelijkheid. Zij moeten beseffen hoe belangrijk privacy, meningsuiting, politieke participatie en andere grondrechten zijn, en daarmee rekening houden bij het ontwerp van hun filters. Nu wordt nog te vaak alleen maar geredeneerd vanuit het belang van de filterende instantie.

Het beschermen van kinderen ziet de Raad expliciet als een legitiem doel van filters. Maar ook daar moet rekening worden gehouden met de vrijheid van informatieverzameling en het belang van toegang tot kennis, ook -juist- voor kinderen. Filters mogen dus niet de enige maatregel zijn. Ook educatie en het opstellen van werkbare labels (zoals de Kijkwijzer voor televisie) voor inhoud moeten onderdeel van zo’n strategie zijn om de grondrechten van kinderen niet te schenden.

Met wat voor soort filters zouden jullie kunnen leven?

Via Ars Technica.

Arnoud

Heb je vrijheid van meningsuiting op andermans blog?

Blogs zijn eigendom van hun beheerders. Die mogen kiezen of ze wel of geen reacties toelaten, en als ze reacties toelaten onder welke voorwaarden ze dat willen. Wie geen zin heeft in gezeur, mag de comments dus uitzetten en niemand kan hem verplichten die aan te zetten. Maar ja, dan ben je wel een bloggende in de woestijn. De meeste bloggers kiezen er dus voor om de comments aan te zetten, en krijgen dan binnen de kortste keren viagraspam, vervelende reacties en andere vormen van verbaal onkruid.

Als je comments weghaalt, beginnen er al snel mensen “censuur” te roepen. Censuur betekent formeel gesproken voorafgaande toestemming (vergunning) van de overheid. Juridisch zou je iemand dus niet van censuur kunnen beschuldigen als hij je van je weblog verwijdert, tenzij het gaat om een weblog dat beschikbaar gesteld wordt door de overheid. En die zijn er niet, dat ik weet.

Er is geen jurisprudentie, laat staan wetgeving over het al dan niet terecht ingrijpen in reacties bij weblogs of forums. Mijns insziens mag de beheerder van een weblog ingrijpen als reacties over de schreef gaan, hoewel dat natuurlijk altijd discussies kan en zal opleveren. Wanneer gaat iets te ver? Geenstijl heeft daarover een heel andere mening dan een kattenblog bij web-log.nl.

Een mening verwijderen die on-topic en binnen de perken is, alleen maar omdat je het er als blogger mee oneens bent, gaat mij te ver. Als je je weblog, forum of site openzet voor anderen, dan geef je daarmee die anderen een bepaalde ruimte. Die kun je dan niet zomaar meer afpakken. Net zoals een winkelcentrum niet zomaar meer mensen eruit kan zetten, ook al is het gebouw privéeigendom.

Net als een winkelcentrum staat het een weblogger natuurlijk vrij om vooraf bepaalde grenzen aan te geven. Gaat iemand die grenzen te buiten (hoe arbitrair gekozen ook), dan kun je het bericht op die grond verwijderen. Wie “Het is verboden het met mij oneens te zijn” in zijn huisregels zet, zal vast niet veel reaguurders krijgen. Maar uiteindelijk is het wel jouw weblog en dus jouw huisregels. Hoe bekrompen of selectief mensen die ook mogen vinden.

Bij het Volkskrantblog van Satuka staat het mooi geformuleerd:

Je hoeft een medium dat naar jouw mening een eenzijdig beeld schetst niet te lezen of te bekijken. Je hoeft niet op een weblog te komen waar naar jouw idee niet genoeg ruimte wordt gegeven aan jouw mening, of waar de wijze waarop je die mening kenbaar maakt blijkbaar niet op prijs wordt gesteld. Maar je kan van die krant niet eisen dat jouw protestbrief wordt gepubliceerd. Je kan van een omroep niet verwachten dat ze jouw persoonlijke visie als leidraad nemen voor de invulling van hun programma’s. En je kan van die blogger niet eisen dat hij alles over zich heen laat komen. Laat staan dat hij zijn weblog volgens jouw persoonlijke regels (niet) modereert.

Maar blogger alib_bondon zegt juist:

Mijn blog is openbare ruimte. Mijn blog is een plein waar iedereen kan komen kijken naar en reageren op de beelden (stukken) die ik daar heb geplaatst. Ik wens geen gebruik te maken van de mogelijkheid om reacties te wissen of personen te bannen. Voor reacties wissen geldt één uitzondering: waar de privacy wordt geschonden, treed ik op.

Wat vinden jullie? Mijn server, dus schop er maar af wiens nick je niet aanstaat? Of alle discussie laten staan tenzij er grenzen uit het strafrecht overtreden worden?

Arnoud

Kan Wilders’ film preventief verboden worden?

Het kabinet heeft verkend of de anti-Koranfilm van Geert Wilders vooraf kan worden verboden. Dat melden bronnen rond de ministerraad volgens de Telegraaf (via Nu.nl). Maar een voorafgaand verbod is toch censuur, en censuur is toch verboden in Nederland? Niet per se, zoals ook Christiaan Alberdingk Thijm betoogt in zijn column op Nu.nl.

De vrije meningsuiting is niet onbeperkt. Zo is het verboden iemand te beledigen, of smaad of laster over iemand te verspreiden. Je publiceert, en als iemand zich beledigd of belasterd voelt, spant hij een proces aan. Wint hij dat proces, dan krijgt hij schadevergoeding. En misschien moet de publicatie uit de winkel of van de site gehaald worden. Maar dat is iets dat pas achteraf gebeurt.

Niemand heeft voorafgaand verlof nodig wegens de inhoud van zijn meningsuiting, zo blijkt uit artikel 7 van de Grondwet. Een voorafgaande vergunning mag alleen worden geëist op grond van niet-inhoudelijke criteria. Zo mag het folders uitdelen in een winkelstraat op zaterdagmiddag worden verboden zonder vooraf verstrekte vergunning. Maar dat verbod moet dan voor alle folders gelden: reclame, politieke boodschappen en de Hare Krisna.

Toch blijkt het wel degelijk mogelijk om een uitzending of andere publicatie te verbieden. Hoogleraar Gerard Schuijt schreef in 2003 hierover het artikel Het censuurverbod in de Nederlandse grondwet en de rechtspraak. Een voorafgaand verbod is mogelijk, maar alleen als het gaat om een werk waarvan de strijdigheid met de wet vaststaat. De inhoud moet bekend zijn en getoetst kunnen worden door de rechter.

Pieter Storms verloor hierom ooit een proces aangespannen door iemand die hij met draaiende camera had ‘overvallen’. Hij wilde zijn gelijk aantonen door de ruwe montage van de geplande uitzending aan de rechtbank te laten zien. Na het zien van de beelden concludeerde de rechtbank echter juist dat uitzending onrechtmatig zou zijn. Dit was volgens de Hoge Raad aanvaardbaar.

De rechter kan iemand echter niet verplichten langs te komen met ongepubliceerde beelden om zo te kunnen toetsen of uitzending mag. Schuijt noemt (p. 9) een zaak uit 1993 waarin de eis om een ongepubliceerd manuscript in te mogen zien om te kijken of er iets onrechtmatigs in stond, werd afgewezen. Het enige doel van die eis, aldus de rechtbank, was om gedaagden in de situatie te brengen dat zij voorafgaand verlof nodig zouden hebben voor publicatie. En dat is in strijd met de Grondwet. Wacht maar tot publicatie en kom dan terug, was de boodschap.

Ook vergelijkbaar is de rechtszaak over deel twee van Ayaan Hirsi Ali’s film Submission. Ook hier werd de eis afgewezen om deze film voorafgaande aan uitzending voor te leggen aan de rechtbank of aan een door de rechtbank te benoemen deskundige.

De grondwet is niet de enige plek waar meningsuiting beschermd wordt. Ook het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens erkent het recht op vrijheid van meningsuiting “zonder inmenging van enig openbaar gezag en ongeacht grenzen.” Maar ook dit Europese grondrecht is niet onbeperkt: er kunnen bepaalde formaliteiten, voorwaarden, beperkingen of sancties worden opgelegd, mits deze maar bij wet zijn bepaald, een legitiem doel dienen en niet verder gaan dan absoluut noodzakelijk is in een democratische samenleving.

In dit verdrag staat geen eis dat zo’n voorwaarde of beperking pas na publicatie mag worden opgelegd. In de Wingrove-zaak werd een mogelijk blasfemische film bijvoorbeeld preventief verboden door de Engelse Board of Film Classification, een overheidsorgaan voor filmkeuring. Dit mocht van het Europese Hof voorde Rechten van de Mens, omdat het verbod zou passen binnen de Engelse normen en waarde van de tijd. In de Murphy-zaak werd een radioverbod voor religieuze reclameboodschappen toelaatbaar geacht, omdat de boodschap via de radio een groot publiek in het religieus verdeelde Ierland zou bereiken en daar grote gevolgen zou kunnen hebben.

Bij beide zaken was er echter een wettelijke verplichting om de meningsuiting vooraf te laten keuren door een overheidsinstantie. Een dergelijke club hebben wij niet. Wil je iets op televisie laten verschijnen, dan moet je een omroep zien te overtuigen dat dat een goed idee is. Maar een omroep is geen overheid en mag dus zelf kiezen of ze daaraan mee willen werken. Wil geen enkele omroep het uitzenden, dan is dat helaas voor Wilders – maar geen censuur.

Ook het feit dat zijn film niet past in de Zendtijd Politieke Partijen (de PVV heeft maar 3 minuten zendtijd), maakt het nog geen censuur. De overheid is immers niet verplicht om politieke partijen zendtijd op de televisie te geven.

Het zal er dus waarschijnlijk op neerkomen dat Wilders zijn film op Youtube zal publiceren. Daar is geen toestemming van welk Nederlands overheidsorgaan voor nodig. En zolang Geert Wilders niet vrijwillig met zijn film naar de rechtbank komt om te laten zien wat hij wil vertonen, zie ik niet hoe hem nog vóór publicatie een verbod kan worden opgelegd.

Natuurlijk kan Youtube de film binnen 10 seconden na publicatie blokkeren. De Youtube Community Guidelines verbieden hate speech. Youtube is erg makkelijk in dingen als hate speech aanmerken als er klachten komen. En reken maar dat die er zullen komen.

Ook is het goed mogelijk dat de publicatie tot rechtszaken wegens haatzaaien of godslastering. Beiden zijn namelijk strafbaar: de beledigende uitlating over een groep mensen op basis van godsdienst of levensovertuiging staat in artikel 137c en het aanzetten van mensen tot haat op die basis is verboden in artikel 137d van het Wetboek van Strafrecht. Een WODC studie uit 2006 hierover concludeert:

Het strafrecht biedt, althans gezien de huidige stand van de jurisprudentie, geen volledige bescherming tegen krenking in de godsdienstige gevoelens. Indien religiekwetsingen nodeloos grievend zijn, uitsluitend het kwetsen als doel hebben en (dus) geen functie hebben in het maatschappelijk debat, behoeft het strafrecht niet tandeloos toe te zien. Ook indien bepaalde kwetsingen de openbare orde serieus in gevaar brengen, bieden de antidiscriminatie-bepalingen voldoende aanknopingspunten voor toepassing.

Er zijn dus genoeg aanknopingspunten om achteraf strafrechtelijke vervolging wegens haatzaaien of discriminatie in te stellen tegen Wilders. Ook kunnen mensen die schade ondervinden als gevolg van de film Wilders hiervoor civielrechtelijk aansprakelijk stellen. En niet alleen schadevergoeding voor belediging of discriminatie, maar ook heel plat voor hun in brand gestoken auto vanwege relletjes die het direct gevolg zijn van de vertoning.

Arnoud

De merkenwet versus de meningsuiting

Wilders vs MarlboroDeze posters (rechts) bevatten een meningsuiting over Geert Wilders. Dat mag, het is een politieke mening en die heeft een hoge mate van bescherming. De inbeslagname half januari was dus onterecht. Minder duidelijk is de vraag of Philip Morris, eigenaar van het merk Marlboro, iets kan doen tegen deze meningsuiting. Zij is niet betrokken bij de discussie, maar haar merk wordt wel gebruikt om die mening te onderstrepen. Mag dat zomaar?

Merkenrecht is in principe bedoeld om de handel te reguleren. Het is niet eerlijk als iemand zijn producten kan verkopen onder andermans merk, of onder een eigen merk dat verwarrend veel lijkt op het origineel. Je mag dus geen sigaretten verkopen die Malboro heten. Het Benelux-verdrag voor de Intellectuele Eigendom verbiedt echter niet alleen commercieel gebruik van een merk, maar ook nietcomercieel gebruik

indien door dat gebruik, zonder geldige reden, van dat teken ongerechtvaardigd voordeel wordt getrokken uit of afbreuk wordt gedaan aan het onderscheidend vermogen of de reputatie van het merk

Die “geldige reden” wordt streng getoetst. Er moet een strikte noodzaak zijn om het merk te gebruiken. Het noemen van een merknaam bij kritiek op het bedrijf is meestal wel een strikte noodzaak. Bij een persiflage of parodie wordt het al twijfelachtiger. En het gebruik op deze posters is nog verder weg van het merk. Waarom nou net Marlboro, zal de rechter vragen. Het gaat toch om de vergelijking met die sticker “kan de gezondheid ernstige schade toebrengen”, moet daar dan perse de layout van de Marlboro-pakjes ook nog bij?

Wolfgang Sakulin schreef hierover een commentaar in NRC Handelsblad. Hij signaleert terecht dat hier een botsing met de vrije meningsuiting optreedt. Een inbreuk op de vrije meningsuiting mag namelijk alleen als dat “in een democratische samenleving noodzakelijk is”. Ook dat is een strenge eis. En die botst met de strenge eis dat je alleen een merk mag gebruiken bij je meningsuiting als dat “strikt noodzakelijk” is.

Een merk is namelijk meer dan alleen de aanduiding van een product of bedrijf, zo schrijft hij:

Bekende merken dragen vaak meerdere lagen van betekenis in zich. Het zijn niet alleen commerciële, maar ook sociale en politieke symbolen. HEMA of McDonald’s zijn commerciële merken, maar staan daarnaast ook synoniem voor de Nederlandse consumptiecultuur, respectievelijk de mondialisering of het Amerikaans Imperialisme. Bij internationaal opererende bedrijven vervangen merken steeds vaker personen als gezicht van het bedrijf en als dragers van de macht. Het Marlboro merk representeert bijvoorbeeld de macht en invloed van Philip Morris en van de sigarettenindustrie in het algemeen. Zulke sociale en politieke betekenissen mogen niet exclusief toebehoren aan de merkhouder.

Wanneer een merk dus een dergelijke sociale of politieke bijbetekenis heeft, zou men er eerder gebruik van mogen maken in het kader van discussie of andere meningsuiting. Daar kan ik me wel in vinden, zolang het maar gaat om een ‘echte’ meningsuiting en niet om verkapt commercieel gebruik zoals bij die zogenaamde parodieën van Adidas, McDonald’s en dergelijke op t-shirts.

Wat vinden jullie? Moet dit kunnen, of kan Philip Morris terecht protesteren tegen de ongewenste associatie met het Wilders-debat?

Via Volledig bericht, pardon Boek 9.

Arnoud

Wanneer moet je een geband persoon teruglaten op je forum?

Van forums verwijderd (geband) worden is een regelmatig terugkerend onderwerp hier. Logisch ook: de gemoederen lopen hoog op en dan wordt er al snel met juridische taal gegooid. Hier weer een lastige die we nog niet gehad hebben.

Eén van onze bezoekers had nogal ongezouten en vaak grove meningen gepost op ons forum. Vanwege taalgebruik en klachten van anderen is zij na een paar waarschuwingen tijdelijk geband. Na die ban kwam ze weer terug en begon alles van voren af aan. Toen hebben we haar permanent verbannen, zoals ook in ons reglement staat. Toen kwam ze vanaf een ander IP-adres terug met een andere usernaam, die we vervolgens ook weer opgeheven hebben. Nu schrijft zij: “ik wil alleen maar op het forum kunnen posten. Jullie bans zijn een schending van mijn vrije meningsuiting en ik ga daar stappen tegen ondernemen.”

Als site-beheerders heb je natuurlijk het recht om je site in te richten zoals je wilt. Maar als je je site openstelt voor anderen, dan kun je niet zomaar meer eenzijdig bepalen hoe alles verloopt. Je moet dan rekening houden met de belangen van je bezoekers.

Een goed huisreglement is dan van wezenlijk belang. Daarin zet je wat je wel en niet gewenst acht op je forum, en wat je gaat doen als mensen zich daar niet aan houden. Na een waarschuwing een tijdelijke en daarna een permanente uitsluiting is bijvoorbeeld een prima regeling. Zolang maar duidelijk is wat de regels zijn.

Desondanks kunnen forumbeheerders of moderators niet zomaar elk bericht om elke reden verwijderen of aanpassen. Iemands meningsuiting is beschermd, en er moet dus een geldige reden zijn om dat te doen. Bij illegale bijdragen (belediging, racisme, inbreuk op andermans rechten) is er evident zo’n geldige reden aanwezig. Reclame mag ook zomaar verwijderd worden. En berichten die off-topic zijn, kunnen verplaatst of eventueel verwijderd worden. Maar inhoudelijk ingrijpen bij on-topic discussies zou zeer uitzonderlijk moeten zijn.

Wie zich echter aantoonbaar misdraagt en bij herhaling de regels overtreedt, mag van een forum worden uitgesloten. Belooft hij dan beterschap, dan mag het forum hem terugnemen maar dat hoeven ze uiteraard niet te doen. Dat is dan de keuze van de beheerders.

Arnoud