Kunnen nabestaanden het account van een overledene laten verwijderen?

Photo by gustavofer74 on Pixabay

Een lezer vroeg me:

Op een forum waar ik moderator van ben, is het verzoek binnengekomen de berichten van een recent overleden vaste gebruiker allemaal te wissen (het gaat om duizenden berichten). Men stelt dat deze persoon slecht lag met de familie en vele roddels op het forum heeft geplaatst. Een daarvan meldt zelfs erfgenaam van het account te zijn en op die grond het gehele account te mogen opeisen. Hoe zit dat?
Er is geen aparte wet- of regelgeving over het verwijderen van berichten of accounts. Meestal wordt dan de AVG ingeroepen, die kent een recht van verwijdering (artikel 17). Echter, de AVG geldt alleen bij levende personen. Op grond van de AVG een persoonsgegeven (zoals een bericht, naam of account) van een overledene weghalen is dus niet mogelijk.

Ik lees echter dat de berichten iets over familie zeggen. Aangenomen dat dit gaat over nog levende mensen, kunnen die inderdaad op grond van de AVG verwijdering eisen. Jij moet dan als beheerder een afweging maken: hoe ernstig is de uitlating, hoe goed is deze onderbouwd en welke schade of nadeel hebben de personen over wie het gaat? Iemand die in een discussie uitgebreid ingaat op verwaarlozing uit zijn jeugd doet daar weliswaar een negatieve uiting, maar dat lijkt me niet snel smadelijk.

Ik zie dus alleen mogelijkheden op basis van inhoud die redelijkerwijs onrechtmatig is, dergelijke berichten moet je aanpassen of verwijderen. Dit is dan hetzelfde ongeacht of de plaatser overleden is natuurlijk, dus het zijn dan ‘gewoon’ klachten over vermeende smaad, privacyschending en dergelijke. Een geheel account verwijderen kan op die grond niet.

De erfgenaam die het account opeist, heeft goed opgelet op deze blog: het is (soms) mogelijk om toegang te krijgen tot een account van een overledene, als je diens erfgenaam bent. Op grond van wat juridisch ‘saisine’ heet, ben je dan de rechtsopvolger van de (dienst)overeenkomst met het forum op grond waarvan er mag worden gediscussieerd.

Dit levert je alleen geen extra rechten op ten opzichte van wat de overledene destijds mocht. Dus als die niet bevoegd was om zomaar berichten weg te halen (wat vrijwel altijd het geval is bij forums), dan ben je dat als contractsovernemende partij ook niet.

Arnoud

Maakt niet weghalen van oude, inmiddels strafbare tweets je alsnog strafbaar?

Photo by Bruno Saito on Pexels

Ten tijde van het plaatsen van berichten op Twitter was doxing nog niet strafbaar. Dat las ik in een recent vonnis van de rechtbank Rotterdam inzake doxing, het verspreiden van identificerende informatie met het doel iemand bang te maken, overlast te bezorgen of in zijn beroep te hinderen. Dat doen oude berichten niet, aldus de rechtbank.

De verdachte had in december 2023 berichten  geplaatst op Twitter (“thans X geheten” aldus het vonnis). De strekking daarvan wordt duidelijk met dit geanonimiseerde voorbeeld:

“Of?cier van justitie [naam] ( [naam vereniging] [jaartal] ) is de broer van [naam] [werkgever broer].”

Onder dit bericht zijn vier afbeeldingen geplaatst, inhoudende foto’s van de officier van justitie [naam], vermelding van zijn vermeende adres, postcode en telefoonnummer (…)

Dit leest als doxing: het verspreiden van informatie over iemand met als doel dat diegene daar bang van wordt en/of diens werk niet meer goed kan doen. In dit geval die officier (die veel complotzaken doet; de verdachte is eerder veroordeeld in dat verband) hinderen door insinuaties.

Inhoudelijk valt daar vast over te twisten, maar het fundamenteler probleem was dat de berichten dus geplaatst waren vóórdat doxing strafbaar werd (1 januari 2024). Strafbaarstelling kan niet met terugwerkende kracht, dus vielen deze berichten wel onder het verbod?

Ja, aldus de officier: ze zijn ook nu in 2024 gewoon te lezen, en de verdachte had ze niet weggehaald. Dat is hetzelfde als in 2023 een poster voor je raam hangen en die laten hangen. Elke dag zullen passanten die zien, ook in 2024. Dan is het geen excuus dat je die in 2023 ophing.

De rechtbank ziet toch een fundamenteel verschil:

In het voorbeeld van de poster met strafbare teksten daarop zal de persoon die de poster heeft opgehangen zelf ook iedere dag geconfronteerd worden met de poster en zal hij iedere dag opnieuw ervoor kiezen om de poster te laten hangen zodat voorbijgangers, opnieuw en ook steeds, kennis kunnen nemen van de inhoud ervan. Het nalaten de poster te verwijderen wordt daarmee een bijna actieve handeling die kan worden geduid als (opnieuw) verspreiden met meergenoemd oogmerk. Dat ligt anders bij het plaatsen van berichten op een sociale netwerk website als Twitter waar dagelijks vele berichten worden geplaatst waarmee de verzender niet steeds opnieuw (dagelijks) wordt geconfronteerd.
Een oud Twitterbericht dat slingert nog wel rond, maar het is niet elke dag een nieuwe actieve beslissing om die te laten staan. Dat is dus anders dan die poster. Er zal echt meer nodig zijn, zoals het bericht retweeten/sharen na de inwerkingtreding van het verbod.

Ook dat de verdachte mogelijk wist dat doxing al bijna verboden was, is niet genoeg. Je moet echt alleen kijken naar wat men ná de strafbaarstelling doet, een dag voorafgaand aan de strafbaarstelling datgene doen is immers (nog) legaal.

Arnoud

 

Mag je citeren uit een mail in een mailinglijst met beperkte toegang?

Photo by Castorly Stock on Pexels

Een lezer vroeg me:

Mijn vriendengroep heeft een mailinglijst waarop we onderling kletsen, maar ook sociale afspraken maken en wat filosoferen over dingen. Een van mijn vrienden deed een mooie uitspraak, die ik recent op Linkedin heb gebruikt bij wijze van citaat (met naamsvermelding). Nu stelt hij dat dat niet mocht, omdat onze mailinglijst niet openbaar was. Klopt dat?
Citeren uit andermans werk mag, mits aan een aantal voorwaarden is voldaan. Naamsvermelding is nodig, je mag niet meer overnemen dan nodig voor jouw doel en er moet een inhoudelijke (functionele) reden zijn. Mijn vuistregel: als je het citaat weglaat, wordt dan je eigen bericht onbegrijpelijk?

Een vaak vergeten randvoorwaarde is dat het werk “rechtmatig openbaar” gemaakt moet zijn. Dit betekent dat je niet mag citeren uit ongepubliceerd werk, zoals een op zolder gevonden brief van een ander of een foto die jij alvast mocht zien van de bruidsfotograaf.

De term “openbaar maken” betekent in principe “aan het publiek bekend maken” (art. 12 Auteurswet). “Publiek” is daar de term voor “onbepaalde groep mensen die niet aan speciale regels gebonden is”, vat ik maar even samen.

Het gaat dus niet perse om het aantal mensen: een boek dat door 3 mensen is gekocht, is “openbaar gemaakt”. Maar een manuscript dat door 5 mensen op verzoek van de auteur van commentaar is voorzien, is nog niet “openbaar gemaakt”. Die groep is door de auteur gekozen voor het speciale doel van vooraf lezen en commentaar geven. Dit lijkt op maar is niet helemaal hetzelfde als een afspraak tot geheimhouding.

Bij deze mailinglijst krijg ik het gevoel dat de groep beperkt is samengesteld. Je wordt niet zomaar ‘vriend’ van deze mensen. Anders zou dat zijn bij bijvoorbeeld de mailinglijst van de bezoekers van een café, in principe kan iedereen dat bezoeken en dus abonnee worden van die lijst.

Arnoud

Strava past API-voorwaarden aan, mogen die wel van de AVG?

Bron: Kinkate, Pixabay

Fitnessapp Strava heeft zijn voorwaarden rondom zijn API aangepast, waardoor apps van derde partijen minder data kunnen tonen en geen data mogen gebruiken voor het trainen van AI-modellen. Dat meldde Tweakers. Volgens DC Rainmaker het einde van de third-party apps rond Strava. Denk aan coachingplatforms, die nu ineens geen Strava-data meer kunnen gebruiken. Dus: mag dat van de AVG of een andere DLA?

De reden dat vele tipgevers (dank) aan de AVG dachten, is omdat in de AVG een specifiek artikel staat over dataportabiliteit (art. 22.1 AVG):

De betrokkene heeft het recht de hem betreffende persoonsgegevens, die hij aan een verwerkingsverantwoordelijke heeft verstrekt, in een gestructureerde, gangbare en machineleesbare vorm te verkrijgen, en hij heeft het recht die gegevens aan een andere verwerkingsverantwoordelijke over te dragen, zonder daarbij te worden gehinderd door de verwerkingsverantwoordelijke aan wie de persoonsgegevens waren verstrekt (…)
Het recht is wat beperkt: het geldt alleen om gegevens die je zelf verstrekt hebt, niet om gegevens die “gededuceerd en afgeleid” zijn. Ook moet de grondslag toestemming dan wel overeenkomst zijn. Beiden gaan goed bij de Strava-dienst.

Je hebt bij Strava de mogelijkheid een zipfile te downloaden, die zou je dan weer kunnen uploaden bij zo’n coachingplatform. Maar dat kon dus volautomatisch en direct via de API, en nu mag dat ineens niet meer. Dat voelt als een vorm van “hinder”.

De Strava API overeenkomst vermeldt inderdaad een forse beperking:

If your Developer Applications log into Strava on behalf of a Strava user, then you are permitted to access and display data or functionality only for that Strava user, and you may not disclose such data to, or use it for, another user nor any other third party.
Een app die data ophaalt bij Strava (ook via de API) mag die vervolgens alleen tonen aan de gebruiker om wie het gaat. Dus niet de coach of andere gebruikers, zoals bij een leaderboard of competitie.

Artikel 22 AVG spreekt dat niet tegen: dat gaat alleen over toegang tot je eigen persoonsgegevens.

De Richtsnoeren van de AVG-toezichthouders hierover merken op dat het hele punt van dataportabiliteit is “the right to receive personal data and to process them, according to the data subject’s wishes”. Als een hardloper dus wél wil dat de coach meekijkt, dan moet dat kunnen – ook als de hardloopdata uit Strava komt via de API.

Strava zou kunnen zeggen dat deze bepaling uit zorg is over vertrouwelijkheid van persoonsgegevens. Maar dat is nadrukkelijk niet nodig, aldus diezelfde Richtsnoeren:

In this respect, the data controller is not responsible for compliance of the receiving data controller with data protection law, considering that it is not the sending data controller that chooses the recipient.
Als het jouw keuze is dat je coach je hardloopprestaties mag zien, dan heeft Strava daar niets meer van te vinden. Ze mogen dan weer wel een adequate authenticatie uitvoeren, om zeker te weten dat dit nog steeds jouw wens is.

De andere grote DLA om voor uit te kijken is de DMA, de Digital Markets Act. Deze sjagrijnige broer van de Digital Services Act is bedoeld om een eerlijke digitale market te creëren, en bevat stevige bepalingen tegen machtsmisbruik dat voortvloeit uit een digitale koppositie, wat de DMA “poortwachterschap” noemt.

Een poortwachter moet bijvoorbeeld haar communicatiedienst interoperabel maken (art. 7), iets waar WhatsApp nu mee worstelt. Appstores van poortwachters moeten te passeren zijn, de reden dat Apple zo boos is dat ze haar AI-speelgoed de EU markt niet op wil brengen (dus niet de AI Act).

Dataportabiliteit algemeen staat er ook in, en dan vanuit het perspectief van de concurrent:

De poortwachter zorgt ervoor dat zakelijke gebruikers en door een zakelijke gebruiker gemachtigde derden op hun verzoek kosteloos effectieve, kwaliteitsvolle en continue realtimetoegang hebben tot en gebruik kunnen maken van geaggregeerde en niet-geaggregeerde gegevens, persoonsgegevens inbegrepen, die door die zakelijke gebruikers en door de eindgebruikers die betrokken zijn bij de door die zakelijke gebruikers geleverde producten of diensten worden verstrekt voor of gegenereerd in het kader van het gebruik van de betrokken kernplatformdiensten of diensten die samen met of ter ondersteuning van de betrokken kernplatformdiensten worden aangeboden.
Met die bepaling is Strava’s API bepaling triviaal ongeldig. Alleen: daarvoor moet Strava een poortwachter zijn, en daar kom je pas aan als je
  1. een aanzienlijke impact hebt op de interne markt;
  2. een kernplatformdienst aanbiedt die voor zakelijke gebruikers een belangrijke toegangspoort tot eindgebruikers vormt, en
  3. met betrekking tot haar activiteiten een stevig verankerde en duurzame positie inneemt of naar verwachting in de nabije toekomst een dergelijke positie zal innemen.
De DMA vermeldt enkele getallen die een vermoeden opleveren dat hiervan sprake is (jaaromzet van ten minste 7,5 miljard EUR, actief in drie lidstaten, minstens 45 miljoen maandelijks actieve eindgebruikers, zo nog wat en dat drie jaar lang). Maar daar komt Strava niet aan.

Terug naar de AVG dus. Hier lijkt er ruimte zijn voor handhaving, maar mijn vermoeden is dat er weinig prioriteit voor zal zijn bij de toezichthouders. Immers, de belangen van betrokkenen worden niet direct geraakt, Strava is eerder té beschermend dan te weinig.

Er is echter hoop: in de zaak Linden Apotheker heeft het Hof van Justitie bepaald dat ook concurrenten een verwerkingsverantwoordelijke mogen aanklagen wegens een AVG-schending. Dus niet alleen betrokkenen of hun massaclaimorganisaties. Een coachingplatform dat zich nu geblokkeerd ziet, mag Strava in Europa dus juridisch aanpakken onder de AVG.

Arnoud

 

 

Google gaat in EU stoppen met politieke advertenties

Photo by Brian Wertheim on Unsplash

Google gaat stoppen met het tonen van politieke advertenties in de Europese Unie. Dat meldde Tweakers. Het is een reactie op de in maart gepubliceerde Verordening betreffende transparantie en gerichte politieke reclame, die 10 oktober 2025 van kracht wordt.

Op haar blog klaagt het bedrijf dat als missie heeft alle kennis van de wereld te ontsluiten dat dit té ingewikkeld is:

The European Union’s upcoming Regulation on Transparency and Targeting of Political Advertising (TTPA) unfortunately introduces significant new operational challenges and legal uncertainties for political advertisers and platforms. For example, the TTPA defines political advertising so broadly that it could cover ads related to an extremely wide range of issues that would be difficult to reliably identify at scale.
Pakken we de wet erbij, dan zien we dat politieke reclame twee kanten kent:
  1. Reclame door, voor of namens een politieke actor, tenzij het om een zuiver particuliere of commerciële boodschap gaat; of
  2. Reclame die van invloed kan zijn op en bedoeld is om het resultaat van een verkiezing of referendum, stemgedrag of een wetgevings- of regelgevingsproces op Unie-, nationaal, regionaal of lokaal niveau te beïnvloeden; [uitgezonderd neutrale overheidsinformatie]
Dit komt mij toch niet buitengewoon onduidelijk voor. Het onderscheid tussen commerciële reclame en politieke/ideologische boodschappen is volgens mij al lang begrepen.

Het probleem is volgens mij eerder artikel 11, de transparantie- en labelingvereisten voor elke politieke reclameboodschap. Je moet zulke reclame markeren als politiek, én “de entiteit die uiteindelijk zeggenschap heeft over de opdrachtgever” er bij noemen. Ik zie wel hoe dat ingewikkeld kan zijn, want (zeker in de VS) zijn veel van zulke entiteiten er niet van gediend om publiek bekend te worden.

Opmerkelijk genoeg zijn de financiële sancties (artikel 25) gericht op die opdrachtgevers, “uitgevers” van reclame – wat Google zou zijn – kunnen geen boete krijgen maar alleen bevelen om advertenties te blokkeren en daarvoor filtermechanismen te bouwen en dergelijke.

Wat ik me dan afvraag: als je gaat stoppen met politieke reclame omdat je die niet kan herkennen, hoe ga je dan herkennen dat je zo’n advertentie niet wilt?

Arnoud

 

 

Google moet gegevens van YouTube-gebruiker met Zwols bedrijf delen

mohamed_hassan / Pixabay

Google moet de gegevens van een gebruiker achter een YouTube-kanaal delen met een Zwols bedrijf dat instructievideo’s maakt waarmee cursisten zich kunnen voorbereiden op het CBR-examen. Dat meldde Security.nl vorige week. Het bedrijf meent dat sprake is van auteursrechtinbreuk door de plaatser van de video’s. Hoe zat dat ook alweer?

De vaste lezers van deze blog denken nu wellicht aan het Lycos/Pessers-arrest, al lang de vaste rechtspraak rond afgifte NAW-gegevens bij een vermoedelijk onrechtmatig handelen. Het vonnis in deze zaak kent een andere route: 843a Rechtsvordering, de zogeheten exhibitieplicht waarin je als partij mee moet werken aan bewijs overleggen. Dit kent vier eisen:

  1. de eiser moet een rechtmatig belang hebben,
  2. het verzoek moet zien op bepaalde bescheiden die
  3. zien op een rechtsbetrekking waarin de eiser partij is en
  4. de aangesproken partij moet deze tot haar beschikking of onder haar berusting hebben
De eiser had onderbouwd dat de video’s auteursrechtelijk beschermd waren, en dat de inbreuk grootschalig genoeg was om een rechtszaak over te willen voeren. Aan eis 1 was dus voldaan.

Wat eis 2 betreft moet Google de gevraagde naam, telefoonnummer, e-mail- en IP-adressen en geboortedatum afgeven. Dat is nodig en genoeg om een advocaat een dagvaarding mee te kunnen laten versturen. Maar wat Google niet heeft, hoeft ze natuurlijk niet af te geven (eis 4).

Je kunt je afvragen of er (eis 3) wel een ‘rechtsbetrekking’ is tussen Google en de eiser. Wat heeft Google te maken met de auteursrechtinbreuk door die kanaaleigenaar? Maar juridisch krijg je een ‘rechtsbetrekking’ als je iemands rechten schendt – een verbintenis tot schadevergoeding uit onrechtmatige daad, in jargon. En dat is genoeg voor deze eis.

Google had nog gesteld dat men ook een notice&action verzoek had kunnen sturen. Google zou dan vast de video’s hebben weggehaald. Maar dat werkt niet voor de eiser, die wil een schadevergoeding en een verbod (ik gok met dwangsommen) op herhaalde inbreuk, bijvoorbeeld via een nieuw Youtubekanaal.

Het resultaat is niet heel verrassend. Deze benadering is vooral interessant omdat het zo een stuk makkelijker te motiveren is dat je gegevens wilt hebben. Bij de Lycos/Pessers criteria zit meer een inhoudelijke afweging en een toets of je alle andere mogelijkheden hebt uitgeput. Hier komt het neer op “dit wil ik hebben, jij weet het en er is iets serieus aan de hand, geef het”. Ik ben dus benieuwd of dit de norm gaat worden.

Arnoud

 

heeft de Rechtbank Overijssel bepaald. Op het betreffende YouTube-kanaal zijn sinds juli vorig jaar instructievideo’s te zien, waarvan het Zwolse bedrijf stelt dat zij de rechthebbende is.

 

Help, mijn docent zegt dat ik met ChatGPT heb gefraudeerd maar ik schreef alles zelf!

Photo by Jonathan Kemper on Unsplash

Een lezer vroeg me:

Ik zit op het vwo en moest een paper inleveren. Dat heb ik netjes gedaan, alleen zegt mijn docent nu dat dit uit ChatGPT komt en dat ik dus gefraudeerd heb. Dat is zeer zeker niet waar (ik haat die clichéformuleringen), maar hoe moet ik dat nu aantonen?
Ik hoop dat die beschuldiging van fraude met iets meer bewijs werd gedaan dan wat ik ooit las “ik vroeg het ChatGPT zelf en die zei van wel”. Want dat was klinkklare onzin.

Tegelijkertijd weet ik dat veel docenten overspoeld worden met ChatGPT-uitvoer, van werkstukken tot mails, voorstellen en wat heb je nog meer. Daar krijg je dan een neus voor, zeker als je het fors ziet afwijken van wat de leerling produceert wanneer deze geen directe internettoegang heeft. En dan snap ik dat een docent er bovenop springt.

Lastiger is de vraag wat voor bewijs er nodig is in de context van zo’n schoolopdracht. Enerzijds mag je van docenten verwachten dat ze meer aandragen dan “ik herken ChatGPT intuïtief”, anderzijds mag je van scholieren verwachten dat ze meer kunnen laten zien dan enkel hun finale paper.

Mijn voorstel zou dus zijn dat deze lezer zhaar bronnen, concepten en eerdere versies overlegt om te laten zien hoe de tekst tot stand gekomen is. Als dat niet lukt, dan zou een mondelinge discussie over de inhoud een alternatief kunnen zijn: wie zelf ergens een paper over schrijft, moet dat mondeling kunnen toelichten lijkt me. Dit is in ieder geval hoe het bij universiteiten lijkt te werken.

Jullie andere suggesties? Een betrouwbaar werkende genAI-detector ben ik nog niet tegengekomen. (Grammarly’s detector geeft mij zeer wisselende resultaten.)

Arnoud

 

Ik word met mijn paspoortnaam aangesproken in reactie op een recensie, mag dat?

jackmac34 / Pixabay

Via Reddit:

Ik ben een reviewer, want dat vind ik leuk. In de afgelopen jaren heb ik meer dan 140 online reviews geplaatst. … Nu heb ik afgelopen week een héééle nare ervaring gehad met een bedrijf, en voor het eerst een slechte review geschreven waarbij ik heb beschreven hoe mijn ervaring was en hoe ik naar mijn idee ben behandeld. Nu heeft dat bedrijf (een huidkliniek) mijn persoonlijke gegevens die ik in vertrouwen heb gegeven in hun systeem opgezocht en spreken zij me in hun review antwoord aan met mijn volledige paspoortnaam en zeggen ze dat ik lieg. … Mag dit zomaar? Wat zouden jullie daarmee doen?
De reviewer gebruikt (zoals velen) een bijnaam, wat online erg verstandig is. Maar bij het recenseren van producten of diensten kan de wederpartij natuurlijk vaak achterhalen om wie het gaat. Ook dat is verstandig: wie niets doet tegen neprecensies, kan zomaar onderuit gaan als bedrijf.

Dat het bedrijf opzoekt om wie het ging, vind ik dus logisch. Vervolgens intern nazoeken wat er is gebeurd en meneer benaderen lijkt mij ook geheel in orde (ook AVG-technisch, after sales service is gewoon toegestaan natuurlijk). Maar de naam online zetten in een reactie op de recensie?

Sommige reacties noemen het doxxing, het strafbare feit uit art. 285d Sr van het verspreiden van persoonsgegevens “met het oogmerk om die ander vrees aan te jagen”. Dat gaat me wat ver, maar ik zie hoe het intimiderend over kan komen. En het is denkbaar, dat je iemands echte naam gebruikt in de hoop dat die schrikt en de recensie weghaalt – dan gaat de reactie met echte naam ook weg.

Mag het van de AVG? Het is natuurlijk een verwerking van persoonsgegevens. Op het eerste gezicht: ja, je mag een klant met diens naam aanspreken (natuurlijk). Maar, dat gebeurt hier allereerst op een openbaar forum en niet in zeg een telefoongesprek of mailbericht.

Ten tweede wordt hier die echte naam verbonden aan een gezondheidsgegeven, want we hebben hier te maken met een huidkliniek. En daarmee onthult de kliniek dus een medisch gegeven over een klant, wat zeer zeker niet recht te breien is onder de AVG.

Maar of je het nu onder het strafrecht of via de AVG wilt benaderen, het probleem blijft natuurlijk dat niemand je erbij gaat helpen. De meest aangewezen partij is de reviewsitebeheerders, die onder de DSA moeten handelen op je klacht dat er onrechtmatig persoonsgegevens (of je privacy) wordt geschonden. Aangifte lijkt me kansloos.

Arnoud

Hoe veel kost overname van andermans foto als je dat automatisch doet?

Photo by OpenClipart-Vectors on Pixabay

Hoe veel kost overname van een foto nou echt, en wat doe je als je heel verschillende tarieven ziet? Die vraag kreeg de rechtbank Gelderland recent in een zaak tussen twee fotografen en een regionale nieuwssite. De uitspraak raakt aan embedded linken, citaatrecht én de hoogte van de schadevergoeding.

De fotografen, althans de organisatie waar ze bij aangesloten waren, hadden gezien dat zo’n duizend foto’s verschenen op die nieuwssite. Reden voor een forse rekening, alleen bleek al snel dat de meesten daarvan via een embedded hyperlink (dieplink) vanaf hun eigen server werd ingeladen. Dat is dus geen inbreuk.

Van 82 foto’s (eiser 1) en 390 foto’s (eiser 2) stond vast dat ze waren gekopieerd (gedownload en ingeladen op de eigen server). Dat moet je niet doen: dat is inbreuk. Althans, tenzij je je kunt beroepen op citaatrecht, maar dat ligt moeilijker dan je zou denken, zeker als je alles volautomatisch doet:

Naar het oordeel van de rechtbank kan een beroep op het citaatrecht niet slagen als een nieuwsbericht, naast een koptekst, louter en alleen bestaat uit een foto. De gebruikte foto is dan namelijk niet van ondergeschikt belang ten opzichte van de uitlatingen van de gebruiker. Een uitlating van de gebruiker ontbreekt bovendien in dit concrete geval. Dat dit moet worden beoordeeld in de context van de gehele website en niet ten aanzien van een enkel nieuwsbericht, zoals [gedaagde] heeft betoogd, vindt naar het oordeel van de rechtbank geen steun in het recht. Die opvatting zou teveel afbreuk doen aan het beschermingsniveau van intellectuele eigendomsrechten zoals gewaarborgd door de Auteursrechtrichtlijn en de Aw.
Het achterliggende argument is dat een citaat wel wat toe moet voegen. Je toont niet een foto omdat je bron dat ook doet, je doet dat omdat die foto iets toevoegt. Je hebt de foto nodig, wellicht als bewijs, wellicht om je eigen betoog te versterken of juist om in te hakken op de foto, maar zoals ik altijd zeg: een overname is pas een citaat als je eigen verhaal onduidelijker wordt zónder de overgenomen foto.

Bij sites als deze wordt eigenlijk altijd standaard de foto van het bronartikel meegenomen, en naast de eerste alinea getoond. Als dat met embedden gebeurt, is dat prima (oordeelt ook deze rechter), maar als je foto’s overneemt dan kom je dus in een spannend gebied terecht. Een hele kleine overname (niveau postzegel) is traditioneel wel een citaat in de vorm van een aankondiging, maar zo te lezen waren de foto’s hier een stuk groter.

Dan blijft over de vraag, hoe veel schade moet de inbreukmaker vergoeden. Het gaat hier om professionele fotografen, dus als hoofdregel is dat de gemiste licentievergoeding. Daar stonden twee argumenten tegenover elkaar:

  1. De fotografen stelden dat ze normaal voor zulk gebruik €285 per foto betaald kregen, en hadden facturen overlegd die daadwerkelijk dat bedrag in rekening brachten.
  2. De gedaagde had gevonden dat de opdrachtgever van die fotografen (DPG media) eerder rond de 11 euro per foto rekende.
De rechtbank volgt (weinig verrassend) de bewijzen van de fotografen. Wat marktconform is, is niet relevant. Bij schade gaat het om de schade die jij leed, niet wat men gemiddeld aan schade heeft. Als je mijn dure Spkyer auto total loss rijdt, heb ik meer schade dan wanneer dat bij mijn 15 jaar oude Opel Corsa gebeurt.

De rechter neemt hier (wel ietwat verrassend) de staffelkorting over die de fotografen hanteren. Hierdoor komt het tarief op ongeveer 192 (eiser 1) en 100 euro (eiser 2) per foto. En in het eindvonnis (er was wat procedurele discussie) gaat het dan hard – 16k respectievelijk 40k schadevergoeding.

Weliswaar zonder allerlei opslagen voor naamsvermelding, gemiste exclusiviteit en weet ik veel. Maar desondanks een enorm bedrag. Daar komen dan nog de proceskosten bij, die in auteursrechtzaken normaal neerkomen op de échte rekening van de advocaat (en niet het forfaitaire tarief). Alleen zijn er sinds enkele jaren richtsnoeren dat het bij “eenvoudige” zaken – zoals deze – gemaximeerd moet zijn op 8000 euro in een bodemprocedure. En dat doet de rechtbank dan ook.

Arnoud

Wanneer verdient gefotoshopte content het label “AI assisted”?

Photo by Florinel ZONE on Unsplash

Een probleem bij Facebook en collega’s: je krijgt al vrij snel het label “AI assisted” of vergelijkbaar aan je beeldmateriaal. Moederbedrijf Meta worstelt met hoe dit aan te pakken, omdat zij nepbeeld wil aanpakken maar er nauwelijks goede criteria zijn. Maar op dit moment is het “als je Adobe®? Photoshop gebruikt, krijg je het label” en dat is ook weer niet heel handig.

De opkomst van AI-beeldgeneratoren heeft geleid tot een stortvloed aan nepbeeld en AI-revisies. Soms bizar (zoals Shrimp Jesus), soms gewoon nieuwe kunst en soms welbewuste manipulatie van de werkelijkheid – en van alles daar tussenin.

Dit aanpakken begint bij het herkennen, en daar ligt ook meteen het probleem. De meeste bedrijven in deze sector doen mee aan wat Adobe Content Credentials heeft genoemd: een label in de metadata waarin kort opgesomd staan welke handelingen met AI zijn uitgevoerd. Deze is via een stevige hash verbonden aan de afbeelding, en kan dus ook geverifieerd worden als het label uit het beeld gehaald worden (en ook na bepaalde triviale manipulaties zoals roteren).

Facebook, Instagram en collega’s screenen op dit label, en tonen dan een waarschuwing: “Made with AI”, tegenwoordig “AI Info”. Van tegenhouden of andere maatregelen is (vooralsnog) geen sprake, en in het kader van transparantie is dit al een mooie stap natuurlijk. (Het moet ook in het kader van de zorgplicht onder de DSA die deze platforms hebben.)

Probleem is natuurlijk: wanneer is iets “made with AI” of “AI assisted”. Heel veel aanpassingen die we de afgelopen twintig jaar als “image was enhanced using Adobe® Photoshop® software” (deze frase is verplicht) hebben omschreven, worden tegenwoordig als AI-aanpassingen gezien. Niet alleen generatief (het uitbreiden van je canvas) maar ook basale zaken als objecten herkennen en vervangen. Dit speelt natuurlijk ook bij andere tools.

Ik denk niet dat je hier ooit echt uitkomt. Het compromis dat nu gevonden is, komt neer op een onderscheid tussen “de afbeelding kwam in de basis uit een genAI tool” en “de afbeelding is aangepast met AI-achtige tools”. Die eerste krijgen het label, bij die tweede zie je het pas als je de foto-informatie opvraagt. Ideaal is dat niet, maar ik weet niet hoe het beter zou moeten.

Arnoud