Eh nee, een stiekeme geluidsopname is in beginsel rechtmatig

| AE 12777 | Privacy, Regulering | 20 reacties

Het hof stelt voorop dat een heimelijk gemaakte gespreksopname in beginsel onrechtmatig is verkregen. En ik viel van mijn stoel, want hoezo. Deze zin in een recent arrest (dank tipgever) steekt me buitengewoon, en niet alleen omdat het niet klopt: het is onrechtvaardig om dat zo te zeggen.

De zaak komt uit het jeugdrecht, en gaat over een gedwongen voogdij waarbij de ouders graag een bredere omgangsregeling met hun kind willen. Daarbij zijn vele gesprekken gevoerd, en op zeker moment hebben de ouders een stiekeme geluidsopname gemaakt van een persoon die werkt bij de voogdij-instelling. Die wilde men aan het dossier laten toevoegen, en daar gaat het Hof dus voor liggen.

En kijk. Ik snap best dat je als Hof zegt,

… dat in zaken waarbij jeugdzorginstanties zijn betrokken, terughoudend dient te worden omgegaan met het toestaan van het overleggen van dergelijke heimelijk gemaakte geluidsopnames. Dergelijke opnames stroken niet met belangrijke waarden als transparantie en vertrouwen. Kernwaarden die van belang zijn om tot een goede samenwerking te komen en in dit geval om hulp te kunnen verlenen in het belang van de betrokken kinderen.
Want ja, natuurlijk ontstaat er een vertrouwensbreuk als jij stiekem een gesprek opneemt. Dat het mág (en het mag, punt uit) maakt het natuurlijk niet meteen moreel oké of iets waarvan de wederpartij het maar moet accepteren. En ik weet heus dat er genoeg zaken zijn waarbij zulke opnames op Youtube belanden als het vervolgtraject niet naar de zin van de boze ouders is, al dan niet met geknip en geplak en diverse insinuaties.

De reden dat ik er zo boos over ben, is dus meer dan die echt foute zin dat “een heimelijk gemaakte gespreksopname in beginsel onrechtmatig is”. Want dat is dus niet waar, het is uitdrukkelijk niet strafbaar – en dat was ook de bedoeling van de strafwetgever. Wat niet strafbaar is, is in beginsel ook juist rechtmatig.

Nee, wat me eraan steekt is dat je op deze manier mensen in een kwetsbare positie de mogelijkheid ontzegt een misstand aan de kaak te stellen. Want het gaat hier om een enorm heftige situatie, waarbij mensen zich vaak niet gehoord voelen of het idee hebben dat zij toezeggingen kregen die niet nagekomen worden. Een gespreksopname is in zo’n ongelijke situatie dan de enige manier om daar tegenop te boksen. En als je dan een gerechtshof krijgt dat dat van tafel veegt, dan is dat gewoon buitengewoon onrechtvaardig.

Afijn. Ik ben alweer rustig. Wat je de volgende keer dus doet, is niet de gespreksopname inbrengen of melden dat die is gemaakt. Je maakt zelf een transcriptie, en je verwerkt dat in je verzoekschrift of verweer alsof je uit je hoofd zo letterlijk mogelijk reproduceert wat er is gezegd. Doe dat uitgebreid, zodat je laat doorschemeren dat je écht weet wat er gezegd is en er niet makkelijk gezegd kan worden “u trekt een zin uit zijn verband”.

Vervolgens laat je de wederpartij rustig reageren op de tekst. Erkennen ze wat er staat (“Dat is wel zo gezegd maar”) dan is dat mooi, en ga je verder op de interpretatie. Ontkent men dat dat zo gezegd is, dan ga je eerst doorprikken op wat er dan wél gezegd zou zijn, dat je je het héél goed herinnert en of men zéker weet dat er echt iets anders is gezegd. Pas als er dan een keiharde ontkenning ligt, dan zeg je “goh heel raar, ik blijk dus een gespreksopname te hebben waarin u echt iets heel anders zegt”. Op die manier forceer je de discussie naar het rechtzetten van de onjuistheid van de wederpartij, en dat is precies de reden waarom een eventuele onrechtmatigheid van het opnemen gepasseerd mag worden.

En natuurlijk publiceer je geen opnames.

Arnoud

 

Dossier op internet zetten: auteursrechtschending?

| AE 2514 | Intellectuele rechten, Uitingsvrijheid | 11 reacties

Over het publiceren van dossiers is altijd veel te doen. Je eigen teksten mag je online zetten, maar mag dat ook met brieven of stukken van de wederpartij? Vorig jaar beschreef ik de regels, maar één specifiek stuk wil ik nu nader uitlichten. De rechtbank Almelo oordeelde namelijk recent dat publiceren van stukken van de wederpartij een schending van het auteursrecht was.

Achtergrond van het geschil was de vraag wie de Gemeenschappelijke Medezeggenschapsraad (GMR) van een school was. Twee groepen mensen wierpen zich op als de ‘echte’ GMR en dat leidde tot negatieve publicaties op internet. Dat moest dan ook wel tot een rechtszaak komen, maar nu een kort geding was aangespannen kan de rechter niet echt een eindoordeel vormen over wie ‘echt’ is.

De rechter kan wel oordelen over de publicaties. Die waren zo te lezen aardig heftig, maar de rechter betrekt de doelgroep (“een klein deel van de bevolking van de gemeente Enschede, dat bekend is met het conflict”) en oordeelt dan ook dat de publicaties niet onrechtmatig zijn.

De gedane uitlatingen zijn niet van een dermate verregaande aard dat verwacht moet worden dat eisers hierdoor (ernstige) hinder dan wel schade zullen ondervinden.

Wel onrechtmatig is het publiceren van het dossier. De rechter is daar erg makkelijk: er zit auteursrecht op, dus mag het niet.

Deze stukken ontberen niet een oorspronkelijk karakter en om die reden komen zij in aanmerking voor volledige auteursrechtelijke bescherming. Het op de website plaatsen van die stukken kan worden gezien als een openbaarmaking in de zin van artikel 12 Auteurswet (hierna te noemen Aw). Gelet op het bepaalde in artikel 1 Aw is openbaarmaking echter uitsluitend voorbehouden aan de maker. [Gedaagde] heeft aldus door plaatsing van genoemde stukken op de website inbreuk gemaakt op de auteursrechten van eisers dan wel hun raadsvrouwe.

Dat had wel iets minder ongenuanceerd gekund. Het publiceren van de stukken diende hier hetzelfde doel als de gewraakte eigen publicaties: informeren en discussiëren over dat conflict. Er werd hier niet gepubliceerd om andermans economische exploitatierechten aan te tasten. Het voelt dan nogal met de haren erbij gesleept om op grond van het auteursrecht te eisen dat de dossierstukken verwijderd moeten worden.

Ik had graag gezien hoe de rechter de vrije meningsuiting had afgewogen tegen de auteursrechten. Het lijkt erop dat op dit punt geen verweer is gevoerd – er staat niets over in het vonnis. Mijns inziens is goed verdedigbaar dat publicatie van de stukken een hoger doel dient dan het auteursrecht in dit soort situaties. (Denk aan het Scientology-arrest, hoewel dat een nogal extreme situatie was.) Mensen een compleet beeld geven van je geschil kan eigenlijk niet zonder de stukken van de wederpartij laten zien.

Arnoud

Ik wil mijn dossier op internet zetten, mag dat?

| AE 2108 | Uitingsvrijheid | 17 reacties

dossier-bestand-folder-mappen-papier-papieren.jpgDiverse lezers vroegen me, in allerlei variaties:

Al geruime tijd ben ik verwikkeld in een conflict met een niet nader te noemen instantie. Mijn klachten worden constant getraineerd en afgewezen om onterechte redenen, zelfs nadat ik reeds enkele rechtszaken heb gewonnen en ze gewoon moeten doen wat de rechter zegt. Nu wil ik dit graag eens onder de aandacht van het publiek brengen, dus ik ga een website bouwen en daar het hele dossier op zetten. Maar mag dat eigenlijk wel, of krijg ik dan last met bv. de privacywetgeving?

Op zich is het toegestaan om een website te bouwen (of op andere wijze te publiceren) over een bepaalde situatie. Alleen bij het publiceren van concrete dossierstukken moet je uitkijken. De privacywetgeving is het belangrijkste probleem: een brief van de wederpartij kan naam en adres van een specifieke medewerker bevatten, en publicatie daarvan is een privacyschending. Je zult dus dat soort gegevens altijd moeten anonimiseren.

Bij uitgebreidere stukken, zoals bijvoorbeeld deskundigenrapporten of adviezen van derden, krijg je mogelijk ook te maken met auteursrechten. Zo’n stuk kan bijvoorbeeld een lap tekst of een afbeelding uit een werk van een ander bevatten, en het is niet gezegd dat je dat online mag publiceren. Bij het schrijven van zulke stukken wordt vaak geen rekening gehouden met auteursrechten, omdat de auteur niet verwacht dat die stukken openbaar gemaakt worden.

Correspondentie tussen advocaten moet je ook niet zomaar openbaar maken. Er bestaat zoiets als “confraternele correspondentie”, oftewel correspondentie tussen advocaten waarmee ze proberen een zaak te schikken. Dergelijke correspondentie mag niet zomaar ‘in het geding’ worden gebracht (art. 12 en 13 van de gedragsregels voor advocaten). Een advocaat die zo’n brief zomaar aan de rechter overhandigt, handelt in strijd met die gedragsregels.

Het is niet duidelijk of dit ook geldt voor de cliënt, maar als een advocaat willens en wetens meewerkt aan zo’n publicatie door zijn cliënt dan heeft die advocaat toch wel een probleem denk ik. In het hoger beroep in de Nijntje-zaak heeft Nijntje (Mercis) mede op die grond geëist dat Mijndomein ophoudt de toegezonden stukken te publiceren.

Een vonnis of beschikking van de rechtbank mag altijd online. Dit is publieke informatie waar geen rechten op zitten. Als het vonnis niet ter zake doende namen of andere persoonsgegevens noemt, is het netjes die te anonimiseren. Procedeer je bijvoorbeeld tegen een gemeente, dan hoeft de naam van de behandelend ambtenaar niet genoemd te worden.

Arnoud