Doorzoeken van een bedrijfspc mag niet zomaar

Ik ken een paar werkgevers die nu gaan schuimbekken. Je geeft je werknemers een PC te leen, die gaan ze dan een beetje privé zitten gebruiken en dan mag je er niet eens meer in zoeken als blijkt dat die werknemers disfunctioneren. Maar dat is toch echt waar deze uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven op neerkomt. Het ging hier om tuchtrecht voor accountants, maar tussen de regels door zie je duidelijk dat het College afkeurt dat er in privé gebruikte apparatuur wordt gezocht als daar geen héél goede reden voor is.

Een ambtenaar werkte als systeembeheerder bij een gemeente. Ze werd geschorst omdat ze zonder toestemming van B&W een personal computer met toebehoren, eigendom van de gemeente, bij haar thuis had geplaatst. Om redenen die me niet helemaal duidelijk zijn, werd vervolgens de fraudeafdeling van Deloitte losgelaten om die computer te doorzoeken.

De ambtenaar vocht de schorsing aan, en diende ook een klacht in tegen de onderzoeker. Die was accountant, en dus onderworpen aan hun tuchtrecht. Van een accountant mag in rapportage verwacht worden dat deze objectief, neutraal en volledig is. Maar daarvan was hier geen sprake:

Het onderzoek was immers juist gericht op het – totale – gebruik van de personal computer. Bij een feitelijke weergave van de aangetroffen computerprogramma’s is het niet aan betrokkene een keuze te maken in wat hij wel of niet opneemt in zijn rapportage. Bovendien heeft hij met de opsomming, zoals opgenomen in het rapport, de indruk gewekt een volledige weergave te hebben gegeven. Uit het rapport blijkt geenszins dat dit slechts een beperkte weergave behelst. … Betrokkene heeft er hiermee blijk van gegeven op selectieve wijze te rapporteren, hetgeen hem tuchtrechtelijk aan te rekenen is.

Belangrijker, hij had deze PC niet zomaar mogen doorzoeken, omdat de PC thuis stond en niet (via VPN of anderszins) aangesloten was op het bedrijfsnetwerk.

Betrokkene heeft de computer behandeld als een werk-computer, deel uitmakend van het computer-netwerk van de werkgever. Nu hiervan evenwel geen sprake was, had betrokkene meer terughoudendheid moeten betrachten bij het onderzoeken van het privé-gebruik van de computer.

En die regel geldt ook voor gewone werkgevers. Ook op het werk heb je recht op privacy, en dat betekent dat je als werkgever niet zomaar mag gaan snuffelen in de spullen die je werknemers ter beschikking stelt.

Arnoud

De gegoogelde actiecode

discount-korting-afgeprijsd-actie-aktie.pngEen lezer vroeg me:

Ik heb op het internet wat gekocht bij een webwinkel. Tijdens het orderproces gaf het formulier “aktiecode” aan, dus ik meteen Googlen voor een aktiecode en jawel hoor, een werkende met 30 euro korting. Maar een uur of wat later kreeg ik een mail dat mijn bestelling niet werd geaccepteerd omdat de aktiecode die ik had gebruikt, niet gold voor deze producten. Dat kan toch niet zomaar? Waarom hebben ze dan niet een eenvoudige check ingebouwd op die aktiecode?

Aan een actiecode kunnen zeker voorwaarden worden verbonden, en die krijg je te horen als je de actiecode/tegoedbon koopt. Dat het systeem technisch toelaat dat je de verkeerde code invoert, lijkt me geen bewijs dat ze deze moeten accepteren. Het gaat me te ver om te zeggen dat een winkel een systeem moet programmeren om actiecodes te valideren voordat de bestelling doorgaat.

Als je de actiecode langs normale weg had verkregen, had die voorwaarde erbij gestaan (althans dat had gemoeten). Dan had je op dat moment geweten dat de code niet geldig was voor dit product. Door de code via zo’n zoekopdracht te vinden, neem je het risico dat hij achteraf niet (meer) geldig blijkt.

Ik denk dus dat de winkel in zijn recht staat om de bestelling te annuleren.

Arnoud

Nederlandse organisaties ernstig bezorgd over ACTA

Omdat ik officieel nog met vakantie ben, nog even geen nieuwe eigen blogpost. Wel graag uw aandacht en steun voor het volgende:

Een brede groep Nederlandse organisaties heeft ernstige zorgen over de totstandkoming en de inhoud van het anti-namaakverdrag ACTA. De onderhandelingen over dit verdrag vinden nu grotendeels in het geheim plaats. De organisaties roepen de Nederlandse regering in een open brief (PDF) op om de transparantie rond ACTA te vergroten en de reikwijdte van het verdrag te beperken.

De onderhandelingen over ACTA raken veel Nederlanders, maar zij krijgen door het gebrek aan transparantie vrijwel geen inspraak. Volgens de ondertekenaars vergroot dat de weerstand tegen aan ACTA gerelateerde nationale wetgeving, zeker nu andere verdragen in veel meer openheid zijn onderhandeld.

Bovendien is in ACTA een uitgebreid hoofdstuk over de handhaving van intellectuele eigendomsrechten in de digitale omgeving opgenomen. ACTA heeft daarmee mogelijk onwenselijke gevolgen voor het grondrecht op communicatievrijheid, onze kenniseconomie en de persoonlijke vrijheid van internetgebruikers.

De organisaties roepen de Nederlandse regering op alles in het werk te stellen om de transparantie over dit verdrag te verbeteren. Daarnaast roepen zij de regering op om ACTA te beperken tot namaakgoederen en dit niet uit te breiden tot de handhaving van intellectuele eigendomsrechten in de digitale omgeving. De brief is geschreven door een brede coalitie van belanghebbenden in de informatiemaatschappij. De ondertekenaars zijn:

  1. Bits of Freedom
  2. Consumentenbond
  3. FOBID
  4. Free Knowledge Institute
  5. HCC
  6. Health Action International Europa
  7. Internet Society Nederland
  8. Kennisland
  9. Nederlands Juristen Comité voor de Mensenrechten
  10. Open Domein
  11. Platform Burgerrechten
  12. Privacy First
  13. VrijBit
  14. VrijSchrift

Arnoud

Overnemen fotootje bij forumcopypastepost geen inbreuk

maroc-peter-vincent-schuldEen foto die bij een overgenomen nieuwsbericht op een foto stond, levert geen schending van het auteursrecht of het portretrecht op. Dat bepaalde het Gerechtshof Amsterdam eerder deze week in het hoger beroep van de zaak Peter Vincent Schuld tegen forum Maroc.nl (via).

Een forumlid had een artikel uit een krant overgenomen, inclusief het fotootje daarbij. De fotograaf daarvan eiste een schadevergoeding van de forumbeheerders omdat zijn auteursrecht en het portretrecht van zijn dochter zou zijn geschonden. Die stond namelijk op de foto.

In eerste instantie had de rechtbank geoordeeld dat Maroc.nl als forum niet aansprakelijk was voor deze publicatie, omdat de fotograaf de klachtprocedure niet had doorlopen en haar claimbrief naar een verouderd adres had gestuurd.

In hoger beroep werd hier niet op ingegaan, omdat de rechter vindt dat er sowieso geen sprake is van schending van rechten. Het fotootje was immers een beeldcitaat:

De functie van de foto bij het artikel is functioneel van aard en vergroot de zeggingskracht van het artikel en verbeeldt op doeltreffende wijze het schrijnende karakter van het aangesneden onderwerp (kinderlokken op internet).

Nu er geen auteursrechten geschonden zijn, hoeft het gerechtshof ook niet te bedenken of Maroc.nl voor zo’n schending aansprakelijk zou zijn. Een beetje jammer, hoewel het wel goed is om te zien dat het Gerechtshof zo’n foto-overname als citaat ziet want er zijn tientallen fotografen actief die voor dat soort hergebruik gewoon een factuur menen te kunnen sturen.

Voor wat betreft het portretrecht is het Hof minstens zo snel klaar: (de ouder van) het kind had toestemming gegeven voor de originele publicatie in de krant, dus kan hij niet protesteren bij herpublicatie in dezelfde context op een internetforum. Terecht, lijkt me.

(En ja, ik ben nog met vakantie maar bij dit soort opstekertjes blog ik wel eventjes hoor.)

Arnoud

Laptop kopende agent ongeschikt voor functie

diefstal-theft-politie.jpgJe koopt een laptop die gestolen blijkt, en vervolgens raak je je baan kwijt. Kan dat? Ja dat kan, tenminste als je observant bij de politie bent. Dan toont zo’n aankoop aan dat je niet goed kunt observeren en dus “geen goed ambtenaar” bent (art. 72 lid 2 Barp). Dat oordeelt de rechtbank Rotterdam bij een beroepzaak tegen een overplaatsing naar de geüniformeerde dienst.

De ambtenaren hadden gereageerd op een advertentie op Marktplaats voor een laptop (‘nieuw in doos nooit gebruikt”) voor ” 800. Deze moest worden afgehaald bij een belwinkel, maar wel na sluitingstijd. De laptop zat verpakt in folie in de doos met de bijbehorende garantiebewijzen. De verkoper had erbij gemeld dat hij een partij laptops in België had gekocht. Er werd geen aankoopbon gekregen of gevraagd.

Daarbij in aanmerking genomen de status van de buurt waarmee eisers vanuit hun werk als observant bekend waren, had van eisers mogen worden verwacht dat zij alert waren geweest op de risico’s die zij met de aankoop liepen, en dat zij van de koop hadden afgezien, ofwel dat zij nader onderzoek hadden gedaan naar de herkomst van de laptop.

Op basis van dit alles oordeelt de rechtbank dat de ambtenaren toch wel enige argwaan hadden moeten hebben. Dit waren dubieuze omstandigheden, en als politie-agent behoor je dan terughoudend te zijn. Omdat dat niet is gebeurd, is het begrijpelijk dat ze uit hun functie worden gezet:

Daarbij heeft verweerder belang kunnen hechten aan de omstandigheid dat het doel van de functie van medewerker van het observatieteam is het stelselmatig observeren ten behoeve van de opsporing van stafbare feiten. Juist op dit punt, het herkennen en inschatten van de situatie zijn eisers tekort geschoten, terwijl van hen juist extra alertheid mocht worden verwacht.

Oftewel: als een agent/observant laat zien dat hij niet goed is in het observeren van een mogelijke strafbare transactie, dan is hij niet geschikt voor het werk. Zit wat in.

Arnoud

Mail geen geheime bedrijfsdocumenten naar jezelf

attachment-bijlage-mail-email-doorsturen-geheim.jpgVertrouwelijke documenten naar jezelf forwarden is niet handig, zeker niet als je kort daarna ontslagen wordt en vervolgens tegen je ex-werkgever meldt dat je een artikel gaat publiceren over het soort producten dat in die documenten beschreven wordt. Dat ondervond een man uit Spijkenisse toen zijn ex-werkgever hem voor de rechter sleepte wegens schending van de geheimhoudingsbepaling uit zijn arbeidscontract.

De arbeidsovereenkomst was maar van korte duur: nog in de proeftijd werd hij weer ontslagen. Kort daarna stuurde de ex-werknemer een mail dat hij een studie zou publiceren over roerpropellersystemen, precies het soort producten dat het bedrijf zelf ook maakte. De ex-werkgever was daar niet blij mee, en vermoedde dat in die studie geheime informatie over hun systemen zou verschijnen. Na enige discussie bleek dat de ex-werknemer wel bereid zou zijn de studie in te trekken als de werkgever een bedrag zou betalen. Dat was zo te lezen de druppel, en de ex-werkgever stapte naar de rechter met een beroep op de geheimhoudingsclausule in zijn contract.

De ex-medewerker had bedrijfsdocumenten, waaronder stukken met de aanduiding “internal”, naar zijn privé mailadres gestuurd. Hij verklaarde zelf dat dit “ter voorbereiding van werkbesprekingen de volgende dag” was en dat hij niet van plan was iets te gebruiken daaruit in de studie, maar daar lijkt de rechter weinig geloof aan te hechten.

De rechter wijst het gevraagde publicatieverbod toe, maar beperkt het wel sterk. Je kunt iemand niet verbieden om “zich negatief over [het bedrijf] uit te laten”, ook niet als hij ex-werknemer is. Een verbod is

slechts gerechtvaardigd voor zover het gaat om uitlatingen waarmee de geheimhoudingsplicht van [gedaagde] wordt geschonden. Onderzocht moet dus worden of er gegronde vrees bestaat dat [gedaagde] onder het geheimhoudingsbeding vallende informatie openbaar zal maken.

De rechter concludeert op basis van de feiten van de zaak dat die gegronde vrees er inderdaad is. De werknemer had tijdens het dienstverband niets gezegd over de studie, hij had bij het afscheid niets gezegd over de geheime documenten en hij was na het ontslag erg negatief. Dat maakte het achteraf gezien allemaal wel erg toevallig.

Als laatste had de ex-werknemer nog gemeld dat hij zich als klokkenluider zag, oftewel misstanden aan de kaak wilde stellen en daarvoor die geheime documenten nodig zou hebben. Dat is op zich een argument, maar:

[gedaagde] is geen journalist of wetenschapper, de beoogde publicatie betreft een commercieel rapport dat slechts tegen betaling en aan belangstellenden (naar valt te verwachten: uit de branche) en niet aan een breed publiek ter beschikking wordt gesteld. Dat enig maatschappelijk belang openbaarmaking op die wijze van onder het geheimhoudingsbeding vallende gegevens vereist, is onvoldoende gebleken. Bovendien kan uit het feit dat [gedaagde] zich bereid heeft verklaard tegen vergoeding van publicatie van de betreffende gegevens af te zien, worden afgeleid dat de gestelde maatschappelijke verantwoordelijkheid ook voor [gedaagde] zelf geen principieel punt is.

Nou is de opmerking “is geen journalist” wat raar want iedereen is journalist, maar bij het uitbrengen van een commercieel rapport onder een beperkte groep lijkt me de nieuwswaarde inderdaad niet zo hoog.

Arnoud

Is een particuliere verkoper aansprakelijk voor kwijtgeraakte bestellingen?

Update (12 maart 2012) let op, deze blog is vervangen door Wie is aansprakelijk voor verloren bestellingen bij particuliere verkoop?

Regelmatig krijg ik vragen over bestellingen die kwijtraken of beschadigd worden bij de verzending naar de koper. Welke rechten heb je dan als koper? En maakt het daarbij uit of je koopt bij een bedrijf of bij een particulier op bv. Marktplaats?

Wie gaat zoeken in het wetboek, ziet al snel artikel 7:11 BW, dat het risico bij de verkoper legt:

Indien bij een consumentenkoop de zaak bij de koper wordt bezorgd door de verkoper of een door deze aangewezen vervoerder, is de zaak pas voor risico van de koper van de bezorging af, zelfs al was zij reeds eerder afgeleverd in de zin van artikel 9.
Dit is dwingend recht (art. 7:6 BW): tenzij de koper een specifieke bezorger voorstelt, is de verkoper aansprakelijk voor kwijtraken. Ook als hij TNT Post gebruikt, ook als in de algemene voorwaarden staat dat de koper het risico aanvaardt bij gebruik van TNT Post en ook als de koper heeft gezegd dat het zo goedkoop mogelijk doet. Oh ja, en ook als de koper TNT Post uit een lijstje bezorgbedrijven heeft gekozen.

Punt is wel dat dit alleen geldt bij een ‘consumentenkoop’, en dat is (art. 7:5 BW) een koop tussen een bedrijf en een particulier. Een particulier die wat spullen op Marktplaats verkoopt, is niet automatisch een bedrijf (of beroepsmatig handelaar). Daarvoor is echt meer nodig.

Bij verkoop tussen particulieren (consumenten) onderling geldt artikel 7:11 BW dus niet. Je valt dan terug op de hoofdregel uit de wet (art. 7:9 BW): de verkoper moet zorgen dat de gekochte zaak wordt afgeleverd bij de koper. En ‘aflevering’ betekent hier niet ‘bezorging’ maar ‘plek waar de overeenkomst wordt uitgevoerd’. Volgens artikel 6:41 BW is die plek de plaats waar het product zich bevindt (zie ook de Tekst & Commentaar, p. 1038). Oftewel: de koper moet de producten komen halen. Hij kan ze laten opsturen, maar dat is dan op zijn eigen risico (art. 7:10 BW).

De speciale regeling van artikel 7:11 BW is dus ingevoerd om dat risico om te draaien. De wetgever beschermt daarmee de consument die bij een bedrijf koopt. Dat bedrijf kan zich verzekeren of een mooi contract met een vervoerder afsluiten die wél gegarandeerd aflevert, is de gedachte. Een consumentverkoper kan dat niet, dus dan is het oneerlijk om het risico daar te leggen.

Mijn eerdere blogpost over wanprestatie bij niet-levering moet ik dus nuanceren: er is geen sprake van een tekortkoming van de consumentverkoper als het pakketje kwijtraakt in de post, want het risico van kwijtraken ligt bij de koper in die situatie.

Arnoud

Adverteren bij Google voor tweedehands merkproducten mag

portakabin-primakabin-adwords.pngAdverteren bij Google voor tweedehands merkproducten mag, zolang je advertentie maar duidelijk is over jouw relatie tot de merkhouder. Dat blijkt uit het Europese arrest C-558/08 in de Portakabin/Primakabin-zaak (via) waarover onze eigen Hoge Raad vragen had gesteld. Het Hof van Justitie komt nu met nadere regels over wanneer de uitzonderingen op het merkrecht opgaan bij advertenties gekoppeld aan de merknaam als zoekwoord.

Na het onlangs gewezen arrest Google/Vuitton doet het Europese Hof nu ook uitspraak over de Portakabin/Primakabin-zaak. Hier stonden de advertenties van het bedrijf Primakabin centraal. Zij adverteerde voor “gebruikte portakabins”, wat na een sommatie van Portakabin veranderd werd in “gebruikte Portakabin units”. Tot aan de Hoge Raad werd doorgeprocedeerd of dit wel mocht, en die verwees de zaak door naar het Europese Hof omdat merkenrecht nu eenmaal Europees geregeld is.

Het Europese merkrecht kent grofweg twee redenen om een merk te gebruiken: om te verwijzen naar de soort, kwaliteit, bestemming etcetera van het eigen product en om te adverteren met een legitiem op de markt gebracht product. Bij ‘soort, bestemming etcetera’ moet je denken aan een vermelding “Past in de Philips THX1138 stofzuiger”.

In het arrest wordt de regel bevestigd uit het Google/Vuitton-arrest: advertenties met merknamen erin (of gekoppeld aan merknamen) zijn gewoon keihard merkinbreuk als “de normaal geïnformeerde en redelijk oplettende internetgebruiker” niet meer kan zien of er een band is tussen de adverteerder en de merkhouder.

Daarna besluit het Hof dat die verwijzings-uitzondering in principe niet kan opgaan bij advertenties bij zoekmachines. Er is normaal geen reden om te verwijzen naar andermans product – tenzij je dus stofzuigerzakken voor de Philips THX1138 stofzuiger wilt verkopen. De rechter moet dit van geval tot geval onderzoeken, maar moet daarbij voorop stellen dat het gebruik niet toegestaan.

Een verkoper kan wél adverteren met merknamen als hij gewoon legaal verkregen merkproducten wil doorverkopen. Dit is al decennia vaste rechtspraak: het merkrecht is ‘uitgeput’ wanneer de merkhouder zelf het product in Europa op de markt brengt. Anderen mogen dat dan doorverkopen, en mogen ook reclame maken met de merknaam in hun advertenties over dat doorverkopen. (Je zou zeggen dat dat logisch is maar er is vele malen tot aan dit Europese Hof over geprocedeerd, want volgens merkhouders is tweedehands doorverkoop toch wel een schandalig stukje piraterij en merkmisbruik.)

Als je die vaste rechtspraak doortrekt naar advertenties, dan wordt de hoofdregel

dat de houder van een merk een adverteerder niet kan verbieden om, op basis van een zoekwoord dat gelijk is aan of overeenstemt met dat merk en dat deze adverteerder zonder toestemming van die houder heeft geselecteerd in het kader van een zoekmachineadvertentiedienst op internet, reclame te maken voor de wederverkoop van tweedehands waren die oorspronkelijk door de merkhouder of met zijn toestemming onder dit merk in de EER in de handel zijn gebracht

Natuurlijk zijn daar uitzonderingen op. Als de merkhouder een “gegronde reden” heeft, dan mag hij nog steeds bezwaar maken.

Het Hof noemt een aantal voorbeelden van wanneer er zo’n gegronde reden is:

  • als de advertentie de reputatie van het merk ernstig schaadt;
  • als de adverteerder de indruk wekt dat er een economische band bestaat tussen hem en de merkhouder, bijvoorbeeld door te suggereren dat hij tot het distributienet van de merkhouder behoort (geautoriseerd dealer is);
  • als de adverteerder de merkproducten van hun merkaanduiding ontdoet (“debranding”) en er zijn eigen merkje opplakt.

Daar staat tegenover dat er níet meteen al sprake is van een gegronde reden als

  • je de merknaam combineert met het woord “gebruikt” of “tweedehands”
  • <li>de reclame jouw imago versterkt ("sjonge, hij verkoopt Dior, nou dan zal het wel een goeie zijn")</li>
    
    <li>je ook andere (tweedehands of nieuwe) producten verkoopt, tenzij die andere producten "het imago dat de houder voor zijn merk heeft weten te creëren" ernstig zou kunnen schaden (dus geen Dior parfum tussen de vuilniszakken)</li>
    

Ik zou dus zeggen dat hieruit volgt dat je mag adverteren met merkproducten die je tweedehands verkoopt, als

  1. je die producten legaal in Europa ingekocht hebt,
  2. je er netjes bij meldt dat ze tweedehands of gebruikt zijn als dat zo is,
  3. je je eigen bedrijfsnaam noemt in de advertentie,
  4. geen bijdehante of dubbelzinnige opmerkingen opneemt die suggereren dat je toestemming hebt van de merkhouder, en
  5. je de merknamen en logo’s op het product niet gaat overplakken.

In het kader van de giecheltoets: “wettelijk geautoriseerd dealer” noemen en dan zeggen “van de wet ben ik geautoriseerd om te dealen in tweedehands producten” mag dus niet.

Heel verrassend is dit arrest niet, maar het is goed om het zo op een rijtje te hebben staan want zoals gezegd willen merkhouders nog wel eens over de rooie gaan omdat iemand hun merkproducten durft door te verkopen en dat nog waagt te adverteren ook.

Arnoud

Mag ik een e-book ruilen?

Een lezer schreef me:

Ik heb een e-book gekocht bij een Nederlandse webwinkel maar direct na aanschaf besloten dat ik het toch niet meer wilde. Ik heb het nog niet gedownload. Kan ik me nu beroepen op de wet koop op afstand?

Een e-book is geen product maar een dienst in de zin van de wet. Ook voor diensten geldt de Wet Koop op Afstand, maar de regels zijn net iets anders.

Je mag een dienst binnen zeven werkdagen na de datum van afsluiten annuleren, tenzij met jouw instemming de levering al is begonnen (art. 7:46i BW). De vraag is dan, wanneer is de dienst “e-book” begonnen met jouw instemming. Ik zou zeggen op het moment dat je de download initieert. Oftewel, zolang je niet op downloaden klikt, zou je binnen zeven werkdagen de aankoop moeten kunnen annuleren.

Wellicht is te verdedigen dat een ebook toch eerder als een product moet worden gezien, bijvoorbeeld via dezelfde redenering als het Hof Arnhem hield over software of in het RuneScape-arrest uit Leeuwarden.

In dat geval heb je zeven werkdagen vanaf de ontvangst, vanaf het downloadmoment dus. Maar dan krijg je ook te maken met de uitzonderingen voor producten. Ik zie er twee: 1) Software waarvan het zegel verbroken is: een ebook is een softwareproduct en je hebt het zonder zegel meegenomen, dus dat zegel is al meteen verbroken. 2) Zaken die “naar hun aard” niet geretourneerd kunnen worden: van een ebook kun je alleen een kopie maken, dus van ‘retourneren’ kan per definitie geen sprake zijn.

Ook dan weer denk ik dat het alleen zal lukken als het ebook nog niet gedownload is.

Arnoud

De Google cache legen, moet dat?

Wie iets op zijn website zet dat door de rechter verboden wordt (bijvoorbeeld smaad, privacyschending of auteursrechteninbreuk), moet dat verwijderen. Logisch. Maar naast verwijderen van je eigen site kun je ook veroordeeld worden om het artikel van andere plekken op internet te laten verwijderen. De bekendste plek is de Google cache, waar tot enkele maanden na verwijdering van het origineel vaak nog een kopie te vinden is. Hoe ver kan zo’n veroordeling gaan?

In mei werden twee mensen veroordeeld wegens publicatie van een aantal onrechtmatige artikelen over vermeend seksueel misbruik van hun kind door de vader. Zij kregen daarbij de opdracht de artikelen

te verwijderen en verwijderd te houden, in zoverre dat deze artikelen op geen enkele wijze meer via welke zoekopdracht dan ook op het internet zijn terug te vinden

Een dikke maand later stond men er weer over de vraag wat dat nu betekent voor de Google cache. De gedaagde had netjes brieven gestuurd naar allerlei websites, en die hadden het artikel keurig verwijderd. Ook Google kreeg zo’n brief, maar had daar kennelijk niets mee gedaan. Was daarmee het vonnis genegeerd? (met dank aan Margriet Koedooder)

De kortgedingrechter is zelf even gaan kijken(!) bij Google en ontdekte dat deze een speciale procedure voor verwijderen van URLs uit de index en cache heeft. Die speciale procedure is in gewonemensentaal uitgelegd en gemakkelijk te vinden vanaf de Google homepage. Daarom had de gedaagde deze procedure moeten volgen, aldus de rechter.

De rechter interpreteert de hierboven aangehaalde opdracht als een “zware inspanningsplicht”: je bent niet letterlijk verplicht het overal gewist te krijgen (dat kan niet) maar je moet wel laten zien dat je alles hebt gedaan dat redelijkerwijs mogelijk was om het weg te krijgen. En zo’n plicht geldt ook voor leken:

Als [gedaagden] van mening zijn dat zij onvoldoende kennis van internet hadden om er zeker van te zijn dat zij aan het vonnis voldeden had het op hun weg gelegen zich daarover te laten voorlichten of daar nadere informatie over in te winnen. Niet is gesteld of gebleken dat zij dit (tijdig) hebben gedaan of dat zij naar dergelijke informatie hebben gezocht.

Mede daarom oordeelde de rechter dat er te weinig is gedaan om aan het vonnis gehoor te geven, zodat een dwangsom van 22.500 euro betaald moest worden.

Mooi. Een rechter met clue.

Update (5 november 2012) een Gerechtshof met clue bepaalt dat een vordering tot Google-schoonmaken alleen kan als daarom is gevraagd. Een verbod iets te zeggen impliceert niet een gebod tot weghalen wat reeds gezegd is.

Arnoud