Mag je als waterbedrijf mensen mailen dat er een bacterie in het drinkwater zit?

Photo by Tosab Photography on Unsplash

Er is een bacterie gevonden in het drinkwater in de regio Utrecht. Dat meldde RTV Utrecht vorige week. De darmbacterie enterokokken kan gevaarlijk voor de gezondheid zijn. Veel mensen klaagden echter het niet direct van het waterbedrijf gehoord te hebben. Dat mocht niet van de AVG, zei hij spottend.

Volgens RTV Utrecht is het gevaar relatief:

Die bacterie komt van nature ook voor in de darmen van mensen en is niet gevaarlijk voor gezonde mensen. Voor mensen met een kwetsbare gezondheid kan de bacterie wel vervelende gevolgen hebben, zoals een infectie.
Desondanks is het advies breed gegeven om water drie minuten te koken voor consumptie (en werd het bronwater in alle supermarkten diezelfde ochtend leeggekocht). Maar niet iedereen kreeg de waarschuwing van waterbedrijf Vitens. Deels is het probleem dat niet iedere bewoner ook de klant is, zoals bij de verhuurder van een studentenwoning. Maar het blijkt ook juridisch moeilijk te zijn:
Daarnaast hebben sommige klanten toen ze zich ooit aanmeldden bij Vitens of daarna aangegeven dat ze geen mail van het bedrijf willen ontvangen. “Dan mogen we ze wettelijk ook geen mail sturen. Ook niet bij een calamiteit zoals deze.” [aldus een woordvoerder]
Dit doet natuurlijk vreemd aan, waarom zou bij een calamiteit de nood niet de wet breken?

Daarvoor moeten we naar artikel 6 lid 1 punt d AVG, een verwerking die noodzakelijk is om de vitale belangen van de betrokkene of van een andere natuurlijke persoon te beschermen. De AP legt uit:

Een vitaal belang is aan de orde als het over een belang gaat dat essentieel is voor iemands leven of gezondheid. En u die persoon niet om toestemming kunt vragen om persoonsgegevens te verwerken. Bijvoorbeeld wanneer er acuut gevaar dreigt, maar iemand bewusteloos is of mentaal niet in staat om toestemming te geven.
Ik ken deze grond vooral uit de boekjes, want er wordt zeer zelden een beroep op gedaan. Overweging 46 noemt als voorbeelden natuurrampen en door de mens veroorzaakte rampen, en deze infectie is zeker niet op dat niveau. Daarbij komt dat de verwerking ‘essentieel’ moet zijn, dus niet “handig” of “beter uitkomend” dan andere vormen.

Belangrijker is voor mij dat een beroep op deze grondslag (overweging 46) alleen mogelijk is als je geen andere grondslag kunt inroepen. Hier had vooraf een vraag gesteld kunnen worden “Wilt u bij ernstige risico’s zoals bacteriën een noodbericht krijgen”, en om die reden vervalt deze mogelijkheid.

Blijft (zoals altijd) het gerechtvaardigd belang over. Dat mag altijd, ook zonder toestemming. Niet bij reclame (dat vereist opt-in), maar dit servicebericht is zeker weten geen reclame. Alleen zit je hier dan met het probleem dat bij verkrijging is aangegeven dat men ook geen serviceberichten wil. En dan houdt dat dus op.

Arnoud

Mag de rechter een onrealistisch korte implementatieperiode afdwingen in een vonnis?

Photo by Towfiqu barbhuiya on Unsplash

Facebook en Instagram moeten voor het einde van het jaar hun tijdlijnen aanpassen van een Nederlandse rechter. Dat meldde Tweakers vorige week. Dit was een spoedappel omdat Meta écht niet niet in de geëiste periode de softwarewijziging kon doorvoeren die zij in een eerder vonnis opgelegd kreeg: het moeten onthouden van de keuze voor een chronologische feed.

In mijn tijd was dat een bitflag in je profile, maar tegenwoordig gaat het ook hier “om aanpassingen die de kern van deze systemen raken, die moeten voldoen aan de toepasselijke privacy en veiligheidsregels, testprocedures moeten doorlopen en zijn onderworpen aan goedkeuringsprocedures van derden (Apple en Google)”.

Voor wie de vorige blog niet gelezen had: de chronologische feed is er al gewoon. Het probleem is dat je keuze om die op te vragen niet permanent is, maar binnen de kortste keren teruggezet wordt naar de algoritmische feed. Als Meta dus zegt dat men “met man en macht aan de slag gegaan” is met deze “complexe ingrepen in de bestaande systemen” dan bedoelen ze “een plekje maken om te onthouden welke feed je wilde”.

Bits of Freedom had als eiser nog gesteld dat dit in ieder geval als snelle patch zo door te voeren moet zijn, en definitieve implementatie kan dan later. Maar dat ziet het Hof anders: het moet goed gebeuren want “aannemelijk is dat de potentiële risico’s die kleven aan deze sneller te realiseren tijdelijke oplossing veel groter zijn”.

Punt is natuurlijk dat deze regel sinds 2023 geldt. Dus hoezo is het nú een ding dat dit maanden moet duren, even los van hoe reëel die schatting is?

In situaties als deze is het formalistisch bekeken heel makkelijk. De wet is er sinds 2023, de rechter legt uit wat de wet betekent maar die uitleg geldt dan ook sinds 2023 want de wet is de wet. Dus bij deze de constatering dat je het al 2 jaar verkeerd doet.

Dat kan behoorlijk hard uitvallen, maar het is een gevolg van het systeem waarin rechters de wet duiden maar niet maken. Een verrassende uitspraak is dus jouw probleem als marktpartij, en je moet van goeden huize komen om daarvoor een coulante behandeling te krijgen. (Ik moet nu denken aan de Box 3-uitspraak van de Hoge Raad.)

Wel zal bij de periode om het te realiseren meewegen hoe voorzienbaar deze interpretatie van de wet was, naast hoe moeilijk het aanpassen. En ik kan er hier werkelijk niet bij dat het zó raar en onlogisch is. Je “voorkeursoptie te allen tijde [kunnen] selecteren en te wijzigen” is toch alleen zinnig als dat wijzigen onthouden wordt? Ja, je mag wijzigen maar ik zet het bij de eerstvolgende klik weer terug. Kom nou.

Arnoud

 

 

Kan een platform de voorwaarden met terugwerkende kracht herzien om AI te kunnen trainen met alle gebruikersdata?

ananitit / Pixabay

Een lezer vroeg me:

Veel is al gezegd over de recente aankondiging van Linkedin om standaard gebruikersposts en -data te gebruiken om AI te trainen. Wat mij opviel is dat het ook gaat om gegevens die vele jaren teruggaan, tot zelfs 2003! Kun je werkelijk je gebruiksvoorwaarden of privacy policy zo met terugwerkende kracht herzien?
Inderdaad gaat Linkedin binnenkort gebruikersdata gebruiken om AI systemen mee te trainen. Men gebruikt daarbij een opt-out systeem, wat erop wijst dat men zich AVG-technisch beroept op het gerechtvaardigd belang. Daarbij is immers een opt-out verplicht (artikel 21), waarbij formeel je dan redenen moet opgeven maar in de praktijk “ik wil het niet” geaccepteerd wordt.

Naast een uitzondering van privéberichten heeft LinkedIn gezegd niet te trainen op gegevens van minderjarigen. Ook salarisgegevens en sollicitatiegegevens worden niet meegenomen in de training.

Blijft de vraag: hoe kunnen en mogen ze dan teruggaan tot 2003? De reden daarvoor is even flauw als simpel: men stelt het recht te hebben om te trainen op alle data die er nu is. De datum waarop die data werd geschapen, is daarbij irrelevant.

Ook als je het vanuit auteursrechtelijk perspectief bekijkt, is het kort en goed niet van belang wanneer de data werd geplaatst. Je kunt vanaf vandaag bepalen dat alle aanwezige werken mogen worden gebruikt. Dat is dan geen wijziging met terugwerkende kracht. Dat zou het pas zijn als je ook zegt “oh ja we hebben de afgelopen vijf jaar getraind op je data, bij deze verklaren we dat alsnog legaal”. De enige manier om hier wat tegen te doen, is actief je oude berichten weghalen.

Arnoud

Consumenten failliete webshop zien duizenden euro’s verdampen, ondanks keurmerk

Photo by Growtika on Unsplash

Consumenten die denken een veilige aankoop te doen bij webwinkel Uw Game Specialist, blijven met lege handen achter. Dat las ik bij Radar onlangs. De webshop is namelijk failliet verklaard. Men pakt gelijk door: die had toch een keurmerk, hoe kon dit gebeuren, zijn keurmerken nog wel wat waard? Eh, oké.

Het bericht citeert diverse consumenten die producten bestelden en nu achter het net vissen. Want bij een faillissement is vooruit betaald geld van een consumentenkoop eigenlijk altijd verdwenen. Heel soms kun je via je creditcard nog iets ongedaan maken, maar dat is het wel een beetje.

De consumenten gebruikten reputabele diensten zoals Tweakers Pricewatch om de webshop te vinden (“Daar had de aanbieder drie sterren en werd enkel een lange levertijd gemeld”). Ook checkten ze zoals het hoort de keurmerken: “Zijn vertrouwen werd verder versterkt door het aanwezige keurmerk van WebwinkelKeur.”

Dat keurmerk biedt echter – net zo min als de andere – enige garantie dat het de webshop financieel voor de wind gaat. Er wordt periodiek gecheckt dat men de relevante wetgeving implementeert, en mogelijk nog aanvullende eisen. De toezegging dat je bij faillissement je geld terugkrijgt is meer iets voor een garantiefonds. Thuiswinkel Waarborg is daar bijvoorbeeld helder in:

Thuiswinkel Waarborg is geen garantiefonds. Wanneer een bij ons aangesloten webwinkel of verkoper failliet gaat, of in surseance van betaling verkeert, kan Thuiswinkel.org er niet voor zorgen dat je je (aan)betaling terugkrijgt.
Bij Radar vroegen ze na bij Webwinkelkeur waarom deze niets deed met de klachten:
“Normaal gesproken proberen wij bij de eerste klachten te bemiddelen, maar in dit geval konden wij geen contact meer krijgen met de webwinkel. Omdat herstel onmogelijk bleek, hebben wij besloten het keurmerk onmiddellijk in te trekken”, vertelt WebwinkelKeur.
Ook Tweakers reageert uitgebreid en geeft aan dat ze wel degelijk vermeldingen intrekken als er signalen komen dat er iets niet goed gaat.
In de periode kort voorafgaand aan het faillissement zagen wij een toename van negatieve reviews op ons platform. Vanaf 28 augustus 2025 (ruim voor het faillissement) zijn producten van Uw Game Specialis niet meer zichtbaar in de Pricewatch. Wij hebben de shop op deze dag uitgezet.
Probleem is natuurlijk dat een faillissement vrijwel altijd uit de lucht komt vallen voor de kopers. Weinig winkels geven immers vooraf aan dat het financieel slecht met ze gaat en dat ze vrezen binnenkort om te vallen. Een keurmerk of prijsvergelijker is daarmee eigenlijk altijd te laat om in te grijpen.

Arnoud

 

 

 

Hoe bewijs ik dat een online aankoop retour is gegaan?

Photo by Ketut Subiyanto on Pexels

Via Reddit:

[Wij hebben als consument een online aankoop] retour gestuurd. Op de site stond als retourproces dat we eerst een mail moesten sturen en het vervolgens retour sturen. Dit hebben wij niet gedaan. We hebben het met PostNL terug gestuurd maar niet op naam en ook niet verzekerd. Wel met track and trace en die geeft aan dat het pakketje is afgeleverd op het juiste adres. De verkoper zegt echter dat ze het niet heeft ontvangen.
Om maar met het eerste te beginnen: nee, het is niet verplicht om het retourproces van de winkelier te volgen. Het is wel handig, al is het maar omdat de afhandeling dan het snelste zal gebeuren. Maar een retour weigeren omdat het proces niet is gevolgd, dat mag niet.

De wet (art. 6:23o0 lid 3 BW) zegt hoe het moet:

De consument oefent het [retourrecht] uit door binnen de [14 dagen] het ingevulde modelformulier voor ontbinding, bedoeld in bijlage I deel B van de richtlijn, te zenden of een andere daartoe strekkende ondubbelzinnige verklaring te doen aan de handelaar.
Zo’n “ondubbelzinnige verklaring” kan dus ook een mail naar de helpdesk zijn, of zelfs een WhatsApp-bericht. Het pakket simpelweg terugsturen met een dergelijke verklaring (of het modelformulier) is dus ook juridisch genoeg.

Alleen: de bewijslast dat die verklaring is aangekomen ligt bij jou. En bij de route van het pakket terugsturen ligt ook de bewijslast van aankomst bij jou.

Deze situatie verschilt dus niet heel veel van die waarin men wél netjes het retourproces was opgestart. Kwijt is kwijt, en als het kwijt is voordat de winkel het heeft, dan krijg je je geld niet terug.

Alleen: is het wel kwijt? Volgens opgaaf van PostNL is het pakket wel degelijk afgegeven op het vestigingsadres van de winkel. In 2024 bepaalde de rechter dat dat genoeg is:

[gedaagde] heeft als bewijs van retourzending een verzendbewijs ingebracht met een track en trace nummer/code en de datum van 4 mei 2021. [gedaagde] heeft hiermee voldaan aan haar verplichting om de bestelling onverwijld terug te sturen. [De webwinkel] heeft niet, althans onvoldoende, betwist dat het bestelde is geretourneerd.
Hier lees ik dat “de verkoper zegt echter dat ze het niet heeft ontvangen”. Dat noemen juristen een blote ontkenning, en dat is niet genoeg om tegen zo’n bewijs als een track&trace in te brengen. (Denk ik wel genoeg zou bv. zijn dat het een zaterdag was en je kantoorpand dan altijd dicht is.)

In de context van verzending naar de consument is wel uitgemaakt (vonnis 1, vonnis 2) dat enkel een track&trace te weinig is. Dat zit hem er in omdat daar artikel 7:11 BW geldt, dat specifiek eist dat de winkel moet bewijzen dat het product in handen van de consument is gekomen. Dat bewijst een track&trace natuurlijk niet. Maar dat artikel geldt niet bij terugzending.

Het kan natuurlijk dat het pakket bij de buren is afgegeven, zoals de vraagsteller suggereert. Dan ligt het iets subtieler. Enerzijds is de verzending voor risico van de vraagsteller, dus zou die de buren moeten vragen het pakket naar nummer 12 te brengen. Anderzijds is bezorgen bij de buren zó ingeburgerd dat het voor mij simpelweg redelijk is (art. 6:248 BW) dat de winkel met dit verhaal even bij de buren langs moet of die het pakket hebben gehad.

Arnoud

Gerechtshof wijst verzoek van X tot spreekverbod voor Nederlander af

Photo by Michael Dziedzic on Unsplash

De Nederlandse jurist en techexpert Danny Meki? krijgt van het Amsterdamse gerechtshof geen spreekverbod in een zaak waarin hij X om inzage in zijn persoonsgegevens vraagt. Dat meldde Nu.nl onlangs. Meki? ligt in de clinch met X (née Twitter) over het waarom achter een shadowban. Maar waarom dan een spreekverbod?

In augustus vorig jaar blogde ik over de zaak:

Technoloog en Ph.D-kandidaat Danny Meki? ontdekte in oktober dat hij op X was onderworpen aan een shadowban: weliswaar kun je zelf alles nog gebruiken, maar niemand krijgt je berichten meer te zien. Dat bleek (volgens de helpdesk van Twitter, waar verbazingwekkend genoeg nog mensen werkten destijds) te herleiden tot een artikel van de NOS dat Meki? daar gedeeld had.
Het had er de schijn van dat het algoritme zijn bericht had aangemerkt als iets met kindermisbruikmateriaal te maken hebbend. De enige verwijzing daar naar was echter een woord in de kop van het NOS-artikel dat hij deelde, dus dat doet raar aan.

In techkringen zegt men dan vaak “The Algorithm moves in mysterious ways” maar in Europa heb je recht op uitleg over het wat en hoe (artikel 15 AVG en 17 DSA). En dat spreekverbod kwam aan de orde in de juridische procedure over het verkrijgen van die uitleg. Meki? had namelijk gelijk gekregen en moest inzage krijgen in hoe het moderatiesysteem had gehandeld. X gaf ook inzage, maar maakte 90% van de tekst onleesbaar “vanwege bedrijfsgeheimen”.

Nee, dat schiet niet op, vandaar het hoger beroep. De regel uit de Europese jurisprudentie (Dun & Bradstreet) is dat in zo’n geval de rechter alle informatie krijgt en zelf kiest wat de eiser wel en niet mag zien. Maar X was toch bezorgd dat de volledige stukken in de procedure bij Meki? zouden komen, en dat die ze dan zou publiceren. Vandaar het mededelingenverbod over dat stuk in de zin van artikel 28(1)(b) Rechtsvordering, iets dat de rechter inderdaad kan opleggen.

Het arrest laat zien dat het Hof daar niet veel voor voelt, juist omdat zo’n verbod ver gaat en dus de informatievrijheid raakt in een maatschappelijk relevante zaak. Er is ook een minder ingrijpend alternatief, namelijk de beperkte kennisname van het stuk wegens “gewichtige redenen” van de andere partij (artikel 22(2) Rv). Mede omdat Meki? daar zelf mee had ingestemd, wijst het Hof die beperking toe.

De volgende stap is dat het Hof nu zélf de ongeredigeerde output van het algoritme mag bestuderen, om vervolgens te bepalen wat Meki? hier van te zien mag krijgen en wat bedrijfsgeheim is. Daarna kan de discussie verder gaan over allereerst of die uitleg adequaat is, en ten tweede of de uitleg de moderatiebeslissing kan dragen.

Arnoud

Denemarken wil verbod op sociale media voor kinderen onder vijftien jaar, is dat een goed idee?

GDJ / Pixabay

De Deense overheid is bezig met een verbod op sociale media voor kinderen onder de vijftien jaar, las ik bij Nu.nl. “Telefoons stelen hun kindertijd”: 60 procent van de jongens van elf tot negentien jaar ziet in hun vrije tijd geen enkele vriend. Duidelijk verhaal, maar is een verbod dan de oplossing?

Denemarken is niet het eerste land met dit voornemen. Australië keurde een wetsvoorstel hierover eind vorig jaar goed. Noorwegen heeft al een tijdje het voornemen maar dat is nog niet in een wet verankerd. In Nederland ligt er sinds maart een motie. En de motivatie is altijd hetzelfde: de invloed van social media op adolescenten is enorm negatief.

Het lijkt simpel te regelen. Al deze diensten verwerken persoonsgegevens van deze kinderen, en de AVG eist dat landen daarvoor een minimumleeftijd in hun uitvoeringswetgeving opnemen. In Nederland is dat 16 jaar, dus eigenlijk hebben we al zo’n verbod.

Alleen: die eis geldt alleen wanneer de dienstverleners de grondslag toestemming gebruiken, en dat doen ze lang niet altijd. Facebook beroept zich bijvoorbeeld soms op “uitvoering overeenkomst”, en we hebben ook nog altijd het gerechtvaardigd belang.

Daar komt bij dat “het mag met toestemming van je ouders” bepaald niet hetzelfde is als “het is verboden tot je zestiende”. Van de zomer hadden we het over de Richtlijn voor schermgebruik kinderen van ons kabinet, waarbij ook de discussie over een verbod oplaaide. Commenter Jeroen schreef toen heel terecht:

Kinderen tot 15 jaar integraal verbieden op “social media” en smartphones integraal verbieden tot groep acht (dat is ca 11-13 jaar) is een slecht idee. Ik denk dat dat niet gaat werken, en is bovendien buitenproportioneel, waarbij je ook inbreuk maakt op de rechten van die kinderen zelf om deel te nemen aan de maatschappij, en om te leren verantwoord om te gaan met die middelen. Je krijgt dan vergelijkbare effecten als met het alcoholverbod tot 21 jaar in de VS: jongeren gaan er lekker omheen werken, of leren niet goed hoe ze hier wel mee om moeten gaan.
Dat laatste zit mij ook dwars. Het is sowieso al moeilijk voor mensen zich staande te houden in het manipulatieve geweld van dark patterns, engagement bait en profilering. En dan zou je dat als kind van 16-en-een-dag ineens kunnen zonder voorbereiding?

Jeroen wees op het de Richtlijn gezond schermgebruik van de VU en UU. Deze onderzoekers laten zien dat een leeftijdsgrens van dertien verstandiger is. Die sluit aan bij de bestaande transitie van basisschool naar voortgezet onderwijs, waar de behoefte aan contact met leeftijdsgenoten en de ontwikkeling van de sociale identiteit ineens veel belangrijker wordt.

Tegelijkertijd is men op die leeftijd nog wel “relatief open voor begeleiding en zijn opvoeders vaak nog nauw betrokken bij hun dagelijkse bezigheden.” Begeleiding en educatie hebben hier dan nog goede kans van slagen, al zal er meer nodig zijn dan “praat met je kind over Tiktok”.

Arnoud

 

 

Ik ben vergeten de parkeerapp uit te zetten maar kan bewijzen dat ik weg was, wat nu?

Beeld: Wikimedia Commons

Een lezer vroeg me:

Ik heb met een parkeerapp geparkeerd in Den Bosch. Na een uur ben ik weggegaan, maar ik ben vergeten de parkeeractie stop te zetten. Dit ontdekte ik pas de volgende nacht om 23.59, met dus een enorm bedrag aan parkeergeld. Ik kan echter bewijzen dat ik vanaf een uur later elders geparkeerd stond. Kan ik daarmee het te veel betaalde parkeergeld terugvorderen?
Er is natuurlijk al veel, heel veel geprocedeerd over parkeergeld – hoewel we het als juristen natuurlijk parkeerbelasting noemen. Tegelijkertijd gaat eigenlijk al die jurisprudentie over niet (of te weinig) betaalde belasting.

Hier is de vraag andersom: er is te véél betaald door een fout van de aangifteplichtige. Die fout was het vergeten uit te zetten van de app, wat voor mij net wat anders is dan vooraf een kaartje voor 4 uur nemen en na een uur al weggaan. Dan weet je hoe dan ook dat je meer betaalt dan je strikt nodig hebt.

De app vergeten aan te zetten komt wel af en toe voor, maar met de logische uitspraak dat dat jouw risico als belastingplichtige is. Logisch, maar voor juristen blijft dan de vraag: waar stáát dat dan, dat het jouw plicht is start- en eindtijd te kiezen. En hier tevens: dat je er niet op terug mag komen. Sorry, mijn fout, waar ik 23:59 zei bedoelde ik 12:45.

Algemeen geldt dat een belastingaanslag ambtshalve verminderd mag worden (artikel 65 Algemene wet rijksbelasting, die vaak analoog wordt toegepast bij gemeentelijke parkeerheffingen). Alleen is dat geen recht van de betrokkene, maar een bevoegdheid van de belastingambtenaar.

Veel gemeentes willen nog wel eens coulant zijn wanneer iemand aangeeft een fout te hebben gemaakt. Amsterdam is bijvoorbeeld heel expliciet: twee keer betalen voor hetzelfde kenteken is reden voor geld terug, betaald terwijl er geen betaald parkeren was of twee personen die beiden betaalden. Maar “U bent vergeten uw parkeerapp uit te zetten” is nadrukkelijk géén reden voor coulance. (Hetzelfde zie ik toevallig in Leiden.)

Er lijkt dus geen manier te zijn om met welk bewijs dan ook te eisen dat een parkeerbelastingaangifte wordt gecorrigeerd. Wie wel een route weet, ik hoor het graag!

Arnoud

 

Rechter in rechtszaak Bits of Freedom: Meta moet keuze gebruiker respecteren

Photo by Lisa from Pexels on Pexels

Gebruikers van Instagram en Facebook moeten meer controle krijgen over de inrichting van hun tijdlijn. Dat meldde Nu.nl onlangs. Het gaat specifiek over het moeten onthouden van de keuze van de volgorde waarin berichten worden getoond, iets dat Meta momenteel niet doet.

De zaak was aangespannen door digitaleburgerrechtenorganisatie Bits of Freedom. Zij kan onder de wet rechtszaken voeren namens haar achterban in brede zin, en daarbij vorderen dat organisaties aanpassingen doorvoeren of ergens mee stoppen (maar geen schadeclaims).

In dit geval ging het om wat het vonnis “aanbevelingssystemen” noemt, zeg maar je feed met berichten. Vroegâh was dat simpel omgekeerd-chronologisch: de nieuwste eerst. Nu gebruikt men termen als “for you”, “Most relevant” of “hot” en moet je maar hopen dat je alles ziet dat je wil zien.

Al in 2022 was dit een ding, vandaar dat de Digital Services Act (DSA) hier eisen aan stelt. De hoofdregel is artikel 27 lid 3 die voor alle platforms geldt (dus ook de niet-VLOPs):

Wanneer krachtens lid 1 verschillende opties beschikbaar zijn voor aanbevelingssystemen die de relatieve volgorde bepalen van de informatie die aan afnemers van de dienst wordt getoond, stellen aanbieders van onlineplatforms tevens een functionaliteit ter beschikking die de afnemer van de dienst de mogelijkheid biedt zijn voorkeursoptie te allen tijde te selecteren en te wijzigen.
Oftewel je moet de door jou gewenste optie voor de volgorde kunnen maken en behouden. Het ging dan met name om deze vervolgzin:
Deze functionaliteit is rechtstreeks en gemakkelijk toegankelijk op het specifieke gedeelte van de online-interface van het onlineplatform waar aan de informatie prioriteit wordt gegeven.
Ben je wél een VLOP (een zeer groot platform, zoals Facebook en Instagram dus) dan voegt artikel 38 toe dat er ten minste één optie moet zijn die niet gebaseerd is op jouw voorkeuren (profilering). En meer algemeen mogen platforms gebruikers niet misleiden of zodanig beïnvloeden dat ze niet meer vrijelijk kunnen kiezen wat ze doen met de dienst (artikel 25, de dark patterns in online interfaces).

Hoe werkt dat wijzigen van de volgorde in Instagram nou?

Ten aanzien van Instagram wordt als volgt geoordeeld. Op de startpagina van Instagram (iOS-app en website) en in de opmerkingensectie van Instagram (iOS, Android en website) kan de gebruiker rechtstreeks klikken of drukken op “Voor jou” en daarmee het aanbevelingssysteem wijzigen naar een chronologische feed (“Volgend”). Daarmee staat gebruikers een rechtstreeks en gemakkelijk toegankelijke functionaliteit ter beschikking, conform artikel 27 lid 3 DSA.

Maar dat gaat mis bij de Android-app:

Dit geldt niet voor de startpagina van Instagram op de Android-app. Daar kan de keuze voor een chronologische feed op de startpagina enkel worden gemaakt door op het Instagram-logo te klikken of drukken. Het wordt de gebruiker op geen enkele manier duidelijk gemaakt dat deze functionaliteit achter het logo verscholen zit, zodat deze niet rechtstreeks en gemakkelijk toegankelijk is.

Ook bij de Reels-sectie doet zich dit probleem voor: daar zit de functionaliteit verborgen achter de tekst “Reels”.

Zodra de gebruiker ‘swipet’ naar een volgende reel verschijnt de functionaliteit weliswaar alsnog, maar geoordeeld wordt dat dit niet voldoende rechtstreeks en gemakkelijk toegankelijk is. Van gebruikers wordt op deze manier immers gevergd dat zij voor het selecteren van een niet-geprofileerd aanbevelingssysteem ogenschijnlijk willekeurige handelingen uitvoeren die niets met het instellen van een aanbevelingssysteem te maken hebben (het klikken op de tekst “Reels” of het swipen naar een volgende reel).

Bij de Facebook-app gaat het ook mis:

Om het aanbevelingssysteem van de startpagina in de apps en/of website te wijzigen naar een chronologische weergave, moet een gebruiker eerst navigeren naar “Menu” en vervolgens naar de submenu’s “Instellingen” en “Voorkeuren”. De functionaliteit is aldus niet toegankelijk op het specifieke gedeelte van de online-interface van Facebook waar aan de informatie prioriteit wordt gegeven (de startpagina). Uit de naam van deze (sub)menu’s blijkt bovendien niet dat gebruikers via deze route kunnen kiezen voor een niet-geprofileerd aanbevelingssysteem op de startpagina. De functionaliteit is dus ook niet rechtstreeks en gemakkelijk toegankelijk.

Dit moet dus anders. Minstens zo irritant is dat de apps deze keuze niet persistent onthouden maar slechts zolang de gebruiker op dat specifieke onderdeel blijft. De rechtbank ziet niet letterlijk in artikel 27 of 38 een plicht om die keuze te onthouden, maar concludeert dat het niet onthouden van zo’n instelling geldt als een verboden dark pattern onder artikel 25:

Aannemelijk is dat deze praktijk tot keuzemoeheid van gebruikers leidt en daarmee een wezenlijke verstoring vormt van de autonomie van de gebruikers van Facebook en Instagram. Deze functionaliteit van de platforms betreft dan ook een door de DSA verboden donker patroon.

Wie nu denkt “tjeetje maar dat had Meta toch nooit kunnen bedenken, zulke vage termen”: in overweging 67 staat letterlijk dat “een afnemer van de dienst herhaaldelijk vragen een keuze te maken indien hij die reeds heeft gemaakt” per definitie een dark pattern is.

Een aanverwante tjeetje is het zielig doen van de Director of Product Management, namelijk dat zij onmogelijk binnen twee weken uitvoering kan geven aan deze bevelen, omdat dit ingrijpende wijzigingen voor haar platforms behelzen, waarvan implementatie ten minste zes tot twaalf maanden zal duren.

De rechter vindt dat gelukkig onzin: het gaat alléén over het onthouden van de sorteerinstelling van de feed, niet om een volledige overhaul van de gehele UI. Dat moet lukken binnen twee weken, op straffe van een dwangsom van een ton per dag gemaximeerd op 5 miljoen euro.

Uiteraard gaat Meta in hoger beroep, maar de uitspraak is uitvoerbaar bij voorraad en moet dus ook dan gewoon worden opgevolgd. Ik ben benieuwd, zei hij cynisch.

Arnoud

ACM waarschuwt: mensen geven onbewust akkoord voor aankoop dure thuisbatterij

Photo by Manuchi on Pixabay

Autoriteit Consument & Markt (ACM) heeft gewaarschuwd voor een telefonische verkoper met de naam Opslagplan, las ik bij Nu.nl. Het bedrijf laat mensen stiekem een koopovereenkomst tekenen voor de aankoop van een thuisbatterij, en schermt met juridische trucs als je daar van af probeert te komen.

De toezichthouder legt uit:

Opslagplan vraagt mensen tijdens het [telefonisch] verkoopgesprek een digitale handtekening te zetten voor een vrijblijvende offerte of voor een afspraak voor een adviesgesprek bij hen thuis. Gedupeerden geven aan dat pas na het verkoopgesprek duidelijk wordt dat zij een koopovereenkomst hebben getekend voor een thuisbatterij van €15.000 tot €20.000. Als consumenten van de koop af willen zien moeten ze volgens het bedrijf duizenden euro’s ‘annuleringsvergoeding’ betalen. … Opslagplan zegt dat mensen de koopovereenkomst niet kunnen ontbinden omdat er sprake zou zijn van een ‘aanbod op maat’.
Dat laatste zien we terug in de bevestigingsbrief die men stuurt:
“Onze producten, software en installatie worden afgestemd op uw technische- en persoonlijke (woon)omstandigheden alsmede uw wensen. Ons aanbod betreft daarom een aanbod op maat.”
Dit is natuurlijk aperte onzin. De wet (art. 6:230p sub f onder 1 BW) omschrijft het als:
de levering van volgens specificaties van de consument vervaardigde zaken, die niet geprefabriceerd zijn en die worden vervaardigd op basis van een individuele keuze of beslissing van de consument, of die duidelijk voor een specifieke persoon bestemd zijn
Het moet dus gaan om zaken die gemaakt zijn op specificaties van de consument, niet die gekozen zijn op zulke specificaties. Een eettafel wordt ook geen maatwerk omdat ik heb gezegd dat er acht mensen aan moeten kunnen zitten en ik geen middenpoot wil.

Minstens zo verdacht is natuurlijk dat digitaal tekenen. Ik moest gelijk denken aan de praktijken van Pretium uit 2014, dat middels telefonische acquisitie contracten op afstand sloot en daarbij deed alsof op ‘1’ drukken een handtekening was. Maar dat ging specifiek over contracten voor geregeld leveren van diensten als gevolg van koude acquisitiebelletjes (art. 6:230v BW lid 6). Die moeten schriftelijk, op straffe van nietigheid.

Een ongevraagd belletje of men een thuisbatterij mag plaatsen gaat over een koopovereenkomst, en die mag vormvrij worden gesloten. Dus als het bedrijf vraagt “wilt u dat” en jij zegt “ja”, dan heb je een thuisbatterij van 15.000 euro gekocht.

Uit de klachten bij de ACM blijkt dat het bedrijf voorwendt dat men slechts handtekeningen voor offertes of vrijblijvende adviesgesprekken thuis zou zetten. Daarna wordt het dan als een bindend contract gepresenteerd. Dat is natuurlijk misleidend (artikel 6:193c, eerste lid, onder c en f, BW).

Het bedrijf blijkt door de ACM niet vindbaar, vandaar dat men koos voor een publieke waarschuwing. Dat is tevens natuurlijk een duidelijke aanwijzing dat het bedrijf niet daadwerkelijk naar de rechter gaat voor de “annuleringsvergoeding”. Maar wel ook een signaal dat wie al betaald heeft, zijn geld waarschijnlijk kwijt is.

Arnoud