Mogen kinderen anno 2025 zelf smartphones kopen en apps installeren?

Photo by HelenJank on Pixabay

Een groep van ruim 1400 Nederlandse artsen heeft het kabinet opgeroepen om leeftijdsgrenzen in te stellen voor het gebruik van een smartphone en sociale media door kinderen. Dat meldde Tweakers vorige week. Uiteraard gaf dat veel discussie, met voor mij als interessante uitspringer de vraag: waarom mogen kinderen eigenlijk smartphones kopen en bezitten?

De Consumentenbond meldt dat de meeste kinderen rond de 9 jaar hun eerste smartphone krijgen. Advies is om een paar jaar te wachten: bij 10-12 jaar is er meer ruimte om dit verantwoord te doen. Maar trefwoord is ‘krijgen’, zelf kopen op die leeftijd is niet aan de orde.

Ouders moeten toestemming geven voor iedere aankoop van een kind tot 18 jaar (art. 1:234 BW). Omdat dit natuurlijk snel tot onwerkbare situaties leidt, zegt de wet dat die toestemming geacht wordt te zijn gegeven als de transactie er eentje is “waarvan in het maatschappelijk verkeer gebruikelijk is dat minderjarigen van zijn leeftijd deze zelfstandig verrichten.” Als een kind van 10 dat snoep koopt bij AH, kun je dat niet terugdraaien, dat is normaal.

Vraag is dus: is het gebruikelijk in Nederland anno 2025 dat kinderen van leeftijd X zelfstandig smartphones kopen?

Een relevanter punt is hoe dat zit met de apps op die smartphone, daar komt de verslaving en andere ellende immers vandaan. Hiervoor komen we bij de AVG, en dan met name bij de Uitvoeringswet AVG over persoonsgegevens van minderjarigen. (Want geen app zo leuk of er zit wel een datagraaier in.)

De AVG zegt eigenlijk niets over persoonsgegevens van kinderen bij apps. Ja, er is artikel 8 maar dat geldt alleen bij “een rechtstreeks aanbod van diensten van de informatiemaatschappij aan een kind” en alleen als de dienst op basis van toestemming wordt geleverd. Dan moeten de ouders toestemming geven.

De meeste diensten (apps) verwerken persoonsgegevens op basis van de grondslag uitvoering contract dan wel legitiem belang, en vallen dus buiten artikel 8 AVG. Hetzelfde geldt voor artikel 5 UAVG, dat de regel van artikel 8 AVG uitbreidt naar alle andere situaties: als de dienstverlener niet werkt met toestemming, is ouderlijke toestemming irrelevant.

Het enige soort van haakje dat je overhoudt, is dat overweging 38 en artikel 6(1)(f) AVG bijzondere waarde hechten aan de privacy en rechten van kinderen bij de afweging van het legitiem belang. Apps die persoonsgegevens van kinderen gebruiken, moeten daar dus meer rekening mee houden. (Maar omdat zelden om leeftijd wordt gevraagd, is dat meteen ook een lastige om uit te voeren.)

De populairste categorie apps zijn social media, en dat zijn dan weer diensten die gereguleerd worden door de Digital Services Act of DSA. Artikel 28 daarvan stelt dat

Aanbieders van voor minderjarigen toegankelijke onlineplatforms nemen passende en evenredige maatregelen om een hoog niveau van privacy, veiligheid en bescherming van minderjarigen binnen hun dienst te waarborgen.
Dit gaat over zaken als leeftijdscontrole en weren van voor hen ongeschikte content. En dat is belangrijk, 60% van de kinderen tussen de 8 en 12 jaar heeft een socialmediaaccount.

Nee, dat is niet verboden – er is geen harde leeftijdsgrens voor verwerking van persoonsgegevens in Europese of Nederlandse wetgeving. Die grens van 16 jaar (die tot 13 omlaag mag als een land dat wil) is uit artikel 8 AVG en gaat dus over toestemming geven door minderjarigen.

Het lijkt mij een héél goed idee om smartphonegebruik en afname van online diensten door kinderen te reguleren gezien de vele publicaties over slechte effecten, maar daar is dus echt nieuwe regelgeving voor nodig.

Arnoud

 

Kan ik per direct van deze defect geleverde laptopbatterij af?

Photo by Clint Patterson on Unsplash

Een lezer vroeg me:

Ik heb bij een webwinkel een vervangende batterij gekocht voor mijn consumentenlaptop. Deze werkt alleen niet, ook niet in een andere laptop waar de originele batterij wel werkt. Conclusie: de batterij is stuk. Ik wil daarop van de koop af, maar de webwinkel eist dat ik deze eerst moet terugsturen zodat zij deze kunnen repareren of vervangen. Ik heb nul vertrouwen meer, ik wil gewoon mijn geld terug. Kan dat?
Nee, dat kan niet. Je zult bij een aankoop de verkoper eerst de kans moeten geven om het product te onderzoeken en waar nodig te repareren of vervangen.

Als je iets koopt, moet dat conform de redelijkerwijs gewekte verwachtingen zij (art. 7:17 BW). Een batterij die geen stroom geeft, voldoet natuurlijk niet. De wet geeft je als koper dan het recht om te eisen dat dit in orde wordt gemaakt. Maar dat is geformuleerd als herstel of vervanging (art. 7:21 lid 1 BW), niet als recht om per direct van de koop af te kunnen.

Pas als de winkel er niet in slaagt om de batterij te repareren en ook geen andere op te sturen, dan krijg je een recht de koop ongedaan te maken (art. 7:22 lid 1 BW). Hetzelfde geldt als de verkoper te lang doet over dat herstel, of als ook na herstel er gedoe blijft.

Er is dus geen ruimte om bij constatering van een gebrek direct de koop te ontbinden. Dit lijkt me ook vrij onredelijk. Dingen kunnen nu eenmaal stuk gaan, zeker als het als pakket opgestuurd wordt. Een rondje proberen te herstellen is dan de aangewezen weg.

Arnoud

Hoe lang duurt mijn maand opzegtermijn?

Photo by Matheus Bertelli on Pexels

Via Reddit:

Ik heb een maandelijks opzegbaar abonnement bij een sportschool, maar ik wil naar andere sportschool. Ik heb op 1 april mijn abonnement opgezegd, maar mijn abonnement loopt door tot 1 juni? Zal dit kloppen?
Deze vraag heeft op zich niets met ict te maken, maar ze is irritant omdat nergens op een obvious manier ‘maand’ gedefinieerd is. En het ict-haakje is dan dat die maand opzegtermijn ook geldt bij telecomcontracten, dus ik voel de ruimte er wat over te zeggen.

Sinds 2011 geldt bij het opzeggen van duurovereenkomsten bij consumenten de Wet Van Dam, die een maximum van een maand hanteert (bij sommige kranten/tijdschriften drie maanden). Zoals de ACM het uitlegt:

U hebt een abonnement op een datingsite tot 1 september. Op 15 september zegt u op. De datingsite zegt dat pas kunt stoppen na de automatische verlenging van 6 maanden. Dit mag niet. Tijdens een verlenging mag u opzeggen met de maximale opzegtermijn van 1 maand. Uw abonnement stopt op zijn laatst op 15 oktober.
Hieruit kun je dus opmaken dat “maand” betekent “zelfde dagnummer in de eerstvolgende kalendermaand”. Iets vergelijkbaars zegt men

Maar waar stáát dat in de wet? Helaas is nergens in de parlementaire behandeling van de Wet Van Dam gezegd wat men hiermee bedoelde. De enige soort van relevante duiding is deze brief:

Voor de volledigheid wijs ik erop dat de opzegtermijn van één maand dan wel van drie maanden aanvangt op de dag van het versturen van de verklaring tot opzegging.
Ook is gezegd (MvA) dat het de bedoeling is dat de algemene regel hetzelfde moet zijn als de speciale regel voor telecomcontracten, waar ook één maand opzegtermijn geldt. Dat zegt de ACM ook zo bij telecomcontracten:
De opzegtermijn is maximaal 1 maand. Die maand gaat meteen lopen op de dag dat u uw abonnement opzegt.
Hierover vond ik dit recente vonnis dat expliciet voorrekent dat je bij opzegging op 6 april met “een maand” uitkomt bij 1 juni, oftrewel kalendermaand:
Dit betekent dat ten aanzien van het afnamecontract een opzegtermijn geldt van een maand. Gelet op het feit dat de opzegging op 6 april 2023 heeft plaatsgevonden, is het afnamecontract geëindigd per 1 juni 2023. Dit betekent dat de maatschap de over de maand juli 2023 gevorderde bedragen niet is verschuldigd.
In de discussie op Reddit werd nog dit arrest uit 2023 aangedragen waarin een opzegtermijn speelde van “1 maand per de 1e van de maand”, oftewel dezelfde berekenwijze als hierboven. Maar de Hoge Raad keurt dat af, omdat de opzegtermijn “maximaal één maand” moet zijn:
Dit betekent dat naast een opzegtermijn een beding waarin wordt voorgeschreven tegen welke dag moet worden opgezegd (zoals per de eerste van de maand) waarmee de toegestane opzegtermijn in feite wordt verlengd, niet is toegestaan.
Daarmee zou het pleit beslecht moeten zijn. Frustrerend blijft het, want ik had liever een formele bron gehad waar het gewoon in stáát.

Arnoud (PS ik ben er maandag weer, morgen Hemelvaart en daarna dagje vrij)

Wiens probleem is het als mail in de spam komt vanwege ontbrekende DKIM/SPF regels?

Pexels / Pixabay

Via Reddit:

[I]k heb een bericht ontvangen van een incassobureau die graag wat geld willen innen namens mijn vorige warmte leverancier. Nu wil het zo zijn dat de factuur die zij eerder gestuurd hebben, niet is aangekomen door een fout in de mailconfiguratie aan hun kant. Ik ben het daarom ook niet eens met de extra incasso kosten. Wat kan ik hiermee?
De vraagsteller verduidelijkt verderop wat er misgegaan is. Hij gebruikt Microsoft’s maildienst, en deze controleert tegenwoordig streng op de DKIM en SPF informatie die in mails aanwezig hoort te zijn. Deze geven aan van wie mail echt afkomstig is, en als deze niet goed staat dan komt de mail niet aan.

Al decennia roepen juristen (terecht) dat het spamfilter het risico van de ontvanger is. Maar door deze nadruk op technische kwaliteitsstandaarden kun je wel vraagtekens stellen bij deze uitspraak tegenwoordig. Een spamfilter is onmisbaar, sterker nog is onvermijdelijk want je emailprovider die doet dat gewoon. En DKIM en SPF zijn nuttige indicatoren, dus die kijkt daar naar.

Ik kan er juridisch niet de vinger op leggen waar dit precies zit, maar ergens ligt een grens van “de mailprovider mag kijken naar eventueel X” en “de afzender moet X gewoon goed instellen”. Bij dat laatste spreken we van een configuratiefout: het is logisch dat zo’n mail niet aankomt, en dat kun je de ontvanger niet verwijten.

Het enige tegenargument voor het incassobureau is nog dat nergens staat dat het verplicht is om DKIM/SPF te hanteren. Maar anno 2025 is dit wel een redelijk breed gedragen consensus, en dat ís nou net hoe men op internet dingen “verplicht” stelt. Doe mee of je doet niet meer mee.

Ik durf ondertussen wel te stellen dat wie mails zonder DKIM/SPF verstuurt, voor eigen risico opereert. Dit hoor je te weten als ict-dienstverlener (de leverancier van het incassobureau dus), en het dan niet aanzetten kun je de beoogde ontvanger niet verwijten.

Specifiek bij consumentenrecht speelt er nog een discussie. Voordat je incassokosten mag rekenen, moet je de zogeheten 14-dagenbrief hebben gestuurd (art. 6:96 lid 6 BW).

Voordat u aanspraak kunt maken op vergoeding van de incassokosten moet u uw debiteur een ‘14 dagenbrief’ sturen, waarin u hem de gelegenheid geeft om zonder kostenverhoging alsnog te betalen. In die brief moet u dus aanzeggen dat hij na het verstrijken van die 14 dagentermijn buitengerechtelijke incassokosten is verschuldigd. En moet u melden hoe hoog die incassokosten precies zijn.
Een discussiepunt hierbij is of deze ook per e-mail mag. Het Hof ‘s-Hertogenbosch oordeelde in 2017 dat dat inderdaad mag, vooral omdat er in het wetsartikel niet expliciet staat dat het schriftelijk moet.

Arnoud

EU: TikTok is niet transparant genoeg over advertenties, krijgt mogelijk boete

Photo by Deon Fosu on Unsplash

TikTok-moederbedrijf ByteDance overtreedt de Europese Digital Services Act met zijn advertentieoverzicht. Dat meldde Tweakers op basis van onderzoek van de Europese Commissie. Het gaat om voorlopige bevindingen, maar een boetebesluit hangt natuurlijk in de lucht. Maar wacht even: wat is een advertentieoverzicht en waarom moet dat transparant zijn?

Wie onder de Digital Services Act (DSA) als zeer groot online platform (VLOP) is aangemerkt, krijgt een berg extra eisen opgelegd. Dit geldt ook voor kortefilmpjesdienst TikTok. Meestal gaat het dan over systeemrisico’s, eerlijke voorwaarden en dergelijke, maar artikel 39 eist ook een advertentieregister of reclameregister.

Het register moet per reclame-uiting zaken vermelden als de inhoud en afzender, de periode van vertoning, hoe en of deze getarget was (en waarop) en de groep van gebruikers die er mee werd bereikt. Achterliggende gedachte is natuurlijk transparantie, maar opmerkelijk is wel de keuze om het register geheel openbaar te laten zijn in plaats van op verzoek door toezichthouders opvraagbaar, bijvoorbeeld. Een reden is dat ook onderzoekers en consumenten er nu in kunnen kijken.

Een mooi voorbeeld van zo’n register vind ik het Centrum voor advertenties van Google. Je kunt hier vrij eenvoudig terugvinden wie waarop adverteert (bijvoorbeeld mijn bedrijf ICTRecht).

TikTok heeft ook zo’n register, maar dat voldoet dus volgens de Commissie niet. Het kennelijke probleem is dat het register geen goede zoekfunctie heeft, en ook geen API-toegang om gestructureerd informatie binnen te harken. TikTok moet nu dus met een reactie komen waarom zij wél voldoet, anders zal de Commissie handhavend kunnen optreden.

Arnoud

 

 

 

LinkedIn-gebruikers verliezen cookiezaak wegens geven van toestemming

Photo by Rai Vidanes on Unsplash
Twee LinkedIn-gebruikers die het platform ervan beschuldigden dat LinkedIn zonder hun toestemming trackingcookies plaatste hebben een rechtszaak verloren omdat ze hier toch toestemming voor gegeven hadden. Dat las ik bij Security.nl. Het vonnis leest wat raar: het voelt onlogisch dat je procedeert terwijl je weet dat je ergens mee instemde.

Vorig jaar oordeelde de rechter nog dat Linkedin geen trackingcookies mocht plaatsen, op straffe van een dwangsom van 500 euro per cookie. Mogelijk dat deze personen daardoor getriggerd werden eenzelfde claim te doen, want die teller kan flink oplopen natuurlijk.

Punt in die vorige zaak was wel dat daar vast stond dat er géén toestemming was gegeven. Hier lag dat even anders:

LinkedIn heeft vervolgens bij de mondelinge behandeling van dit kort geding aangevoerd dat [eiser 1] en [eiser 2] voorafgaand aan 12 augustus 2024 (de datum van het door hen uitgevoerde initiële onderzoek) via de privacyvoorkeuren op het LinkedIn-platform toestemming hebben gegeven voor het plaatsen en uitlezen van alle cookies, waaronder ook cookies voor advertentieactiviteiten van LinkedIn.
Dit is dus waar het voor mij raar voelt. Een claim als deze baseer je op een ‘kale’ sessie, waarbij je geen toestemming geeft voor wat dan ook en dan constateer je dat je toch tracking cookies krijgt.

De enige lezing die voor mij enigszins begrijpelijk is, is dat ze op 12 augustus 2024 zo’n kale sessie hebben gedaan, maar daarvóór bij gewoon gebruik wel de toestemmingsknoppen hebben bediend. Toestemming kun je intrekken maar dat moet je wel doen. Als je dat niet doet, dan blijft deze van kracht ook bij nieuwe sessies.

Een ander argument was dat bij Linkedin de toestemmingsknoppen standaard op ‘ja’ staan, en dat je deze dus op ‘nee’ moet zetten. Oftewel een opt-out, en dat is in strijd met de wet. Maar daar was men te laat mee aan komen zetten.

Arnoud

Hoofdaanklager van ICC heeft geen toegang meer tot Microsoft-mail na sancties VS

Photo by Morgane Perraud on Unsplash

De hoofdaanklager van het Internationaal Strafhof in Den Haag kan zijn werk amper doen omdat hij geen toegang meer heeft tot zijn Microsoft-e-mail. Dat meldde Tweakers vrijdag. Bij de AP wordt gemeld dat de reden Amerikaanse sancties tegen het ICC zijn, deel van een pakket dat in februari is aangenomen. Hopelijk komt de discussie over digitale soevereiniteit nu eens echt op gang.

De sancties dateren uit februari, zo meldt AP:

Neither the U.S. nor Israel is a member of or recognizes the court, which has issued an arrest warrant for Israeli Prime Minister Benjamin Netanyahu for alleged war crimes over his military response in Gaza after the Hamas attack against Israel in October 2023. Tens of thousands of Palestinians, including children, have been killed during the Israeli military’s response.
De sancties zijn bedoeld om de “baseless arrest warrants” tegen Netanyahu ongedaan te maken. Diensten leveren aan een gesanctioneerde partij is in principe dan verboden naar Amerikaans recht, vandaar dat Microsoft de MS365 mailbox van de hoofdaanklager heeft opgeheven. (Hij werkt nu met Proton.)

Kan Europa hier wat tegen doen? MS bevelen dit ongedaan te maken? Dat ligt formeel wat ingewikkeld, omdat het Strafhof geen Europees orgaan is maar een VN-orgaan. Als een en ander wél onder EU-jurisdictie valt, dan is er sinds 1996 de mogelijkheid om via de Blocking statute een partij als Microsoft juridische bescherming te bieden zodat ze door kunnen gaan met levering.

Velen moeten natuurlijk denken aan eind april, toen Microsoft bekend maakte snel naar de rechter te zullen stappen als de Amerikaanse overheid Europese digitale veerkracht in gevaar zou brengen:

Brad Smith pledged during an event in Brussels on Wednesday to protect Microsoft’s European customer data and “agreed to challenge any government demand for EU public sector or enterprise customer data where we have a legal basis for doing so.”
Als jurist vind ik dit geen héle sterke bewering maar de uitspraak had natuurlijk de context van Amerikaanse bevelen tot toegang bij Europese data. En het ICC is geen Europese organisatie dus valt buiten de toezegging. Maar het doet wel vreemd aan, die twee dingen zo kort na elkaar.

De zaak laat voor mij vooral zien dat de juridische en de praktische werkelijkheid fors uit elkaar liggen. En dat de problemen acuut zijn: die stekker eruit is geen proces van maanden. Je probeert in te loggen en dat mag niet, en dat is het dan. Heb je dáár al een strategie voor?

Arnoud

 

 

 

Mag onze verwerker zijn eigen reclame toevoegen aan onze berichten?

Photo by Ramon Kagie on Unsplash

Een lezer vroeg me:

Wij gebruiken al een tijd een SaaS dienst voor interne ERP-diensten. Nu valt het me sinds kort op dat er soms reclame voor de leverancier gemaakt wordt in de berichten. Het zijn korte tekstjes, dus niet heel storend, maar het gaat me om het principe: mogen ze dat doen?
In de kern werken dit soort diensten allemaal hetzelfde. Iedere medewerker krijgt een eigen login, de huisstijl kun je in mindere of meerdere mate aanpassen naar je eigen stijl, maar de naam en branding van de dienst is vaak wel zichtbaar genoeg.

Regelmatig krijg je mails van zo’n dienst. Eigenlijk zijn dat altijd systeemberichten: er staat een taak voor je klaar, er is een nieuw bericht, review dit document, et cetera. Allemaal prima, en het versturen van die berichten past prima binnen het verwerkerschap dat deze dienstverlener heeft in het kader van de AVG.

Bij die reclameberichten voelt dat wat anders. Die horen niet bij de dienstverlening an sich, en het versturen daarvan neigt dan ook meer naar zelfstandig verwerkingsverantwoordelijkeschap. Men kiest zelf of die boodschap verzonden moet worden, welke boodschap en naar wie.

Tegelijkertijd: er worden geen aparte reclameberichten gestuurd, het gaat om twee à drie regels onderaan berichten die toch al verstuurd worden. Dit lijkt sterk op de situatie dat je inlogt en in het portaal dan een bericht krijgt zoals “Wil je ons laten weten wat je van SuperMegaERP vindt, klik hier voor de enqûete”.

Ik heb er moeite mee dit als bezwaarlijk te zien. Natuurlijk, heel formeel moeten ze dit aan de inkoopmanager of contractuele contactpersoon vragen. Maar nu komen ze bij de mensen die écht weten wat ze vinden van SuperMegaERP. En de grondrechten van die mensen komen nou niet echt in het gedrang specifiek door die twee extra regels.

Arnoud

Nintendo kan Switch bricken in VS als gebruiker overeenkomst schendt, mag dat ook bij ons?

Photo by Tim Mossholder on Pexels

Nintendo heeft volgens de nieuwe gebruikersvoorwaarden voor een Nintendo-account het recht om bijvoorbeeld een Switch te bricken als de gebruiker deze overeenkomst schendt. Dat meldde Tweakers vorige week. Veel reacties van de strekking “rare VS, dat kan niet bij ons”, maar hoe zit dat nou echt?

Het nieuws werd ontdekt door de Amerikaanse gamejournalist Stephen Totilo. Hij zag in de voorwaarden een serie praktijken die een klant niet mag uitvoeren, met als consequentie

Je erkent hiermee dat Nintendo bij het schenden van de voorgaande beperkingen het recht heeft om Nintendo Account Services en de bijbehorende Nintendo-apparaten geheel of gedeeltelijk permanent onbruikbaar te maken.
De praktijken in kwestie gaan over ongeautoriseerd gebruik van de Nintendo accountdiensten in brede zin, dus niet alleen auteursrechtinbreuk of strafbaar kraken van beveilingen bijvoorbeeld.

Deze diensten neem je af met een Nintendo Switch, en dat is een ding dat je koopt in de zin van het BW. Dan word je er eigenaar van, en eigendomsoverdracht moet “vrij van alle bijzondere lasten en beperkingen” gebeuren (art. 7:15 BW).

Je kunt een beperking op je eigendom alleen “uitdrukkelijk” aanvaarden, en dat betekent “is er apart bij gezegd en afgesproken” en niet “staat diep diep in de enorme lappen voorwaarden waar we u twintig jaar murw mee hebben gebeukt” (ik zeg het maar even).

Een dienst is geen product, en daar mogen inderdaad voorwaarden worden gesteld over wanneer de dienstverlener deze mag stoppen. De Digital Services Act stelt daar een aantal grenzen aan, maar misbruik van de dienst is in principe legitiem en zolang de definitie van ‘misbruik’ redelijk is, is daar verder weinig aan te doen.

Maar goed, dat gaat dus over de dienst waar je uit geknikkerd wordt. Niet dat je apparaat een knikker, pardon een baksteen wordt. Ik geef toe, dat kan wat nodeloos precies overkomen want wat heb je aan het apparaat als de dienst het niet doet, maar juridisch is dat wezenlijk wat anders.

Arnoud

Achterafbetaaldienst Klarna verdient aan incassokosten, oordeelt rechter, en dat maakt ze ongeldig (de incassokosten, niet Klarna)

Photo by Jakub ?erdzicki on Unsplash

De kosten die achterafbetaaldienst Klarna in rekening brengt wanneer iemand te laat is met betalen, maken deel uit van het verdienmodel van het bedrijf. Dat meldde de NOS onlangs. En dat is een juridisch probleem: dan is er sprake van een consumentenkrediet dat op ongeldige manier tot stand kwam.

De zaak begon zoals zo vele. Een consument kocht wat bij een webwinkel en koos voor uitgestelde betaling via Klarna, maar betaalde vervolgens niet. Naar de rechter dus, en omdat het hier gaat om consumentenrecht moet de kantonrechter dan de zaak ambtshalve onderzoeken – dus ook als de consument zich niet verzet en zelfs als die niets laat horen (verstek).

Dat gebeurde in een tussenvonnis, waarin de rechter constateert dat achteraf betalen een vorm van consumentenkrediet is. Dat is belangrijk, want dan gaan extra beschermende regels gelden zoals een kredietwaardigheidstoets en een serie informatieplichten. Er is echter een uitzondering: een kredietovereenkomst waarbij het krediet binnen drie maanden moet worden terugbetaald en waarvoor slechts onbetekenende kosten kunnen worden aangerekend.

Het Hof van Justitie had eind 2024 geoordeeld dat bij achterafbetaling zoals hier je in principe in die uitzondering valt. Echter, zoals de kantonrechter het hier formuleert:

Dit kan anders zijn als de kredietverstrekker er, teneinde een economisch voordeel te verkrijgen, vanaf de sluiting van de kredietovereenkomst op anticipeert dat de consument de betalingsverplichting niet zal nakomen.
De bedoeling van de wetgever was om een uitzondering te creëren voor simpele koop-nu-betaal-later-met-toeslag situaties. Maar partijen als Klarna (en Riverty, uit het HvJ arrest) maken er een verdienmodel van door met rente en andere kosten significant meer te verdienen dan enkel dat beetje toeslag. En dat mag maar dan ben je gewoon een kredietverstrekker, en moet je je aan de regels daarvan houden.
De kantonrechter wijst er in dit verband op dat in het rapport van de Autoriteit Financiële Markten (AFM), waarnaar in het tussenvonnis is verwezen, met zoveel woorden is vermeld dat het verdienmodel van zogenoemde ‘buy now pay later’-aanbieders (waartoe ook de kredietverstrekker in deze procedure behoort) verschilt, maar dat een aantal aanbieders een substantieel deel van hun inkomsten verdient met het in rekening brengen van kosten aan consumenten die te laat betalen. Volgens de AFM zijn die kosten meer dan kostendekkend voor de werkzaamheden die deze aanbieders daar tegenover stellen, zijn ze voor die aanbieders zelfs winstgevend en vormen ze een wezenlijk deel van hun verdienmodel.
Vanwege deze constatering kan de kredietverstrekker zich dus niet op de uitzondering beroepen. En omdat er bij de achterafbetaalkeuze niet aan de informatieplichten en kredietwaardigheidstoets is voldaan, wordt de kredietovereenkomst vernietigd. Oftewel: geen rente, incassokosten en dergelijke verschuldigd.

De hoofdsom wel, want uiteindelijk hád de consument iets gekocht en dan moet je betalen. Maar ook dan onderzoekt de rechter ambtshalve of het allemaal wel goed gegaan is. Quod non, zoals juristen dan zeggen:

  • Op de bevestigingspagina stond niet de naam van de shop (Shein) maar de naam Zoetop Business Co Limited, wie dat ook moge wezen. En als je onderaan de Shein-pagina het colofon opent, gaat het ineens over Infinite Styles Ecommerce Co Ltd. Onduidelijkheid over de identiteit van de koper is een essentieel probleem.
  • De bij de dagvaarding gevoegde algemene voorwaarden waren recenter dan de dag van aankoop, zodat niet na te gaan is onder welke voorwaarden is gecontracteerd.
  • Volgens de dagvaarding vermeldt de bestelknop “Bestelling plaatsen”, maar screenprints zeggen “Plaats bestelling”. En geen van beide is duidelijk genoeg om aan te geven dat er een betalingsverplichting ontstaat bij het plaatsen van de bestelling. in de’, waarmee volgens de eisende partij voldoende duidelijk zou zijn gemaakt dat met het klikken op die knop een betalingsverplichting is aangegaan.
  • Oh ja, en ná die plaats-knop kwamen er nog knoppen “afrekenen” en “kopen”, waardoor het extra verwarrend wordt wanneer je nou precies de overeenkomst sluit en wanneer je de betalingsverplichting aangaat.
  • Onduidelijk is hoe de wettelijk verplichte  bestelbevestiging eruit ziet, waarin zaken moeten staan als de naam van de verkoper, een specificatie van de gekochte producten, de koopprijs, eventuele verzendkosten, informatie over de wijze van levering en de leveringstermijn, een pdf met daarin informatie over het herroepingsrecht en linkjes naar online hulp.
Vanwege deze tekortkomingen verlaagt de kantonrechter het te betalen bedrag met 60%, zodat de consument nog maar € 25,49 hoeft te betalen voor de spullen.

Niet vermeld is hoe veel de kwijtgescholden achterafbetaalkosten waren. En dat is jammer en wrang, want de consument wordt met deze betalingsverplichting alsnog in het ongelijk gesteld en moet dan € 303,54 proceskosten betalen.

Arnoud