Standaardverweer bij aansprakelijkheid

Er is niets gebeurd. Voorzover er wel wat gebeurd is, was er geen sprake van een normschending. Voorzover er wel een norm geschonden was, strekte deze niet tot bescherming van uw belangen. Voorzover uw belangen wel geschaad zijn, heeft u geen schade. Voorzover u wel schade heeft, is er geen causaal verband met de normschending. Voorzover er wel een causaal verband is, was ik er niet bij betrokken. Voorzover ik er wel bij betrokken was, was er sprake van overmacht. Voorzover er geen sprake was van overmacht, was er sprake van noodweer. Voorzover er geen sprake was van noodweer, kwam het zonder dat ik me er van bewust was. Voorzover ik me er van bewust was, kwam het door onachtzaamheid. Voorzover ik wel oplette, was het niet met opzet. Voorzover het met opzet was, kan de schade mij niet naar redelijkheid worden toegerekend. Voorzover deze mij wel kan worden toegerekend, moet de vergoeding worden verminderd vanwege eigen schuld. Voorzover de schadevergoeding niet verminderd wordt uit eigen schuld, moet deze worden verminderd omdat u geen maatregelen ter beperking van de schade hebt genomen. Voorzover u wel afdoende maatregelen hebt genomen, moet er een billijkheidscorrectie worden toegepast. Voorzover geen billijkheidscorrectie wordt toegepast, moet de schadevergoeding gematigd worden op grond van redelijkheid en billijkheid.

Arnoud

Nieuw op Iusmentis: Mixen van open en gesloten software (Nederlandse versie)

Na bijna acht maanden toch de Nederlandse vertaling van mijn artikel uit Intellectual Asset Magazine over mixed-source software ontwikkeling: het combineren van gesloten en open source software.

Veel firma’s gaan op een ad-hoc manier om met open source: een programmeur heeft een stukje code nodig om een deadline te halen, men komt toevallig iets tegen op internet, of een leverancier meldt en passant dat gebruik is gemaakt van open source. Als er wel beleid over open source is, komt dat meestal neer op “niet toegestaan, tenzij”. Het meer structureel en pro-actief gebruikmaken van open source voor bepaalde onderdelen van producten kan grote voordelen opleveren.

Regels over open source moeten niet gericht zijn op het verbieden daarvan, maar moeten onderdeel zijn van de strategie waarmee het bedrijf effectief gebruik van open source maakt. Cruciaal hierbij is een positieve houding van de bedrijfsjuristen en IP-specialisten, en natuurlijk voldoende kennis van software-ontwikkeling om een zinvolle bijdrage aan het ontwerp te kunnen leveren.

De open source strategie bestaat uit drie stappen. Allereerst moet bij elk product duidelijk zijn welke features differentiërend, baseline of commodity zijn. De volgende stap is op basis hiervan beslissen waar open source gebruikt gaat worden. En als derde stap moeten naast de technische ook de juridische ontwerpbeslissingen worden gemaakt, zodat het systeem op de juiste manier kan worden ontworpen. Het ABISS voorbeeld hierboven laat zien dat een goede samenwerking tussen de ontwikkelaars en de juristen hierbij van groot belang is. Kortom, mix dus niet alleen open en gesloten software, maar ook ontwikkelaars en juristen.

Mixen van open en gesloten software (in Programma’s > Open source software @ iusmentis.com).

Hierop voortbordurend is mijn Innoveren met open source.

Arnoud

Hoe beveilig je vooral niet een USB-stick

Vandaag op Tweakers: Secustick biedt schijnveiligheid.

USB-sticks bevatten steeds meer gevoelige gegevens, en zijn natuurlijk kwetsbaar voor diefstal en ongeautoriseerde toegang. Een verstandige gebruiker zorgt er dan ook voor dat zijn stick voorzien is van encryptie-software en andere beveiliging. Dat kun je zelf doen (met b.v. Truecrypt) maar er komen ook steeds meer sticks met ingebouwde beveiliging.

Eentje daarvan is de Secustick. Niet alleen werkt deze met een wachtwoord, maar een hij vernietigt zichzelf als te vaak een verkeerd wachtwoord wordt ingevoerd. Klinkt spannend, zeker als je bedenkt dat het nog helemaal niet makkelijk is om een USB-stick zichzelf te laten vernietigen. Waar haal je de energie vandaan? En mag zo’n ding eigenlijk nog wel door de controle bij het vliegveld?

Vragen die ze zich bij Tweakers ook stelden. In een zesdelig verslag werd het ding eens flink aan de tand gevoeld. En daarbij deden ze een paar opmerkelijke ontdekkingen, die leidden tot de volgende conclusie:

Ons advies mag duidelijk zijn: iemand die 130 euro over heeft voor een mooie metalen usbstick met ophangkoordje kan gerust een Secustick aanschaffen; degene die graag zijn gegevens veilig meeneemt doet er verstandiger aan een beter exemplaar te zoeken of een gewone stick te gebruiken met een programma als TrueCrypt.

Mooi stukje doghouse security dus.

Arnoud

Draadloos internetten vanuit de telefooncel

BRIGHT meldt zojuist:

Voor draadloos surfen via een wifi-hotspot kan je nu naar de telefooncel gaan. Dat klinkt vreemd, maar het is toch zo. KPN gaat dertig telefooncellen in grote steden voorzien van Wifi, meldt het telecombedrijf vandaag.

Maar dan zou een tafeltje toch wel handig zijn. Waar laat ik anders mijn laptop?

B R I G H T :: Telefooncel toch nog ergens goed voor.

Arnoud

Innoveren met open source

Innovatie is tegenwoordig zo complex dat niemand dat meer in zijn eentje kan doen. Samenwerking en open innovatie zijn cruciaal om te kunnen blijven innoveren. Door eigen innovaties te combineren met die van anderen, blijven bedrijven in staat om nieuwe producten te creëren en naar de markt te brengen.

Maar innovaties vertalen naar een product vereist meer dan dat. Een innovatie is een feature, een aspect, een onderdeel van een product. Een moderne televisie bevat meer dan 600 uitvindingen bijvoorbeeld. Sommige daarvan zijn innoverend: Ambilight, 100 Hertz, verbetering van de beeldkwaliteit. Andere zijn al oud: teletekst, automatische zenderselectie, stereo geluid. En dat zijn er nog maar zes van de zeshonderd.

Die overige 594 bij elkaar harken is nog een flinke klus. Die technologieën beschouwen we allang niet meer innoverend of differentiërend. Die wil je dus graag zo goedkoop mogelijk ergens inkopen, en het maakt niet zo veel uit bij wie. Zolang het maar gewoon werkt. Hoe krijg je dat nu voor elkaar?

Er is gelukkig een categorie software die a) gewoon werkt en b) overal beschikbaar is. Open source. Ik ben er dan ook heilig van overtuigd dat open source gebruiken een essentieel aspect is van innoveren. Zie bijvoorbeeld mijn artikel Mixed-source software development.

Het boek Innovation Happens Elsewhere was dan ook een zeer positieve verrassing. Niet alleen legt het helder uit wat open source is en hoe open source projecten werken, maar het benadert open source vanuit het innovatie-perspectief.

Uitgaande van de observatie dat open innovatie de toekomst heeft, komen ze tot de conclusie dat:

To succeed, companies need to find ways to use outside innovations and to become part of a distributed fabric of innovation through a combination of licensing and well-chosen gifts. Although the concept of a gift may not at first seem to fit well with free-market capitalism, it might when thought of in the context of collaborating with others to build common commodity-like infrastructure. If it makes business sense in that context, then perhaps it makes business sense in others.
Dit verklaart meteen de titel: innovatie gebeurt elders. Dat kun je ontkennen (maar dan ga je failliet) of je kunt er gebruik van maken.

Open innovatie gaat niet alleen maar om het aan- of verkopen van innovaties, maar ook om het gratis delen daarvan. En open source is een zeer geschikt middel om innovaties te delen. Door de licentievorm wordt iedereen geacht netjes samen te werken en verbeteringen te delen.

Natuurlijk zijn er meer mensen die pleiten voor het gebruik van open source. Zie bijvoorbeeld An Open Source Strategy for the Open Group, A Guide to Developing an Enterprise Open Source Strategy of Open Source as a Business Strategy. Dit is alleen het eerste boek dat ik ken dat de strategisch inzet van open source bespreekt.

Companies that develop software can use open source as a basis for sharing tools, technology, and prototypes, and communities can be built around open-source projects.

There are many advantages to using open source, but being able to engage the Innovation Happens Elsewhere strategy is especially compelling. Not only does it build the market size, but the tactics to make it work help companies that use it get to better products faster by directly involving the customer base in their design. Through direct conversations with customers, there is reduced guesswork in gathering market requirements. Moreover, there are some operational efficiencies to be gained through better testing, community-based support, and some significant product contributions.

De grote vraag is natuurlijk welke innovaties je volgens deze strategie voor jezelf houdt, welke je in- of verkoopt en bij welke je open source gebruikt. Dat is iets voor een volgend artikel.

UPDATE: deze post is verwerkt in het artikel Open innovatie vraagt om open source dat ik op Sync heb gepubliceerd.

Arnoud

Hoe bewijs je inbreuk op auteursrecht?

Pinyin is een fonetisch systeem waarmee je Chinese karakters kunt intypen met westerse toetsenborden. Daarbij moet je eigenlijk niet alleen letters intypen maar ook accenten. Zo betekent mà wat anders dan má. (De ene betekent “paard” en de ander “moeder”, maar ik vergeet altijd welke van de twee wat. Gelukkig nog nooit fout gegaan.)

Omdat pinyin werkt zonder die accenten, moet de software dus raden welk karakter je bedoelt als je “ma” intypt. Meestal werkt dat met statistiek: mensen hebben het vaker over hun moeder dan over hun paard, dus iemand die “ma” typt zal wel “moeder” bedoelen. En de software kan meer: hij raadt ook welk karakter je bedoelt als je nog maar een deel er van hebt ingetypt. Zie het voorbeeld van The Gong Project voor meer informatie.

Onlangs introduceerde Google zijn eigen software om met pinyin te werken. Al snel werd er beweerd dat deze software leentjebuur had gespeeld bij Chinese concurrent Sogou.

In het recht geldt: Wie stelt, bewijst. Maar hoe bewijs je dat een bedrijf jouw software heeft overgenomen? Een mogelijkheid is om een kopie van de software te pakken en die naast je eigen software te leggen. Zie je voldoende overeenkomsten, dan zal het wel overgenomen zijn.

Dat is alleen een beetje lastig als de software in kwestie niet te koop of te downloaden is, maar ergens op een server draait waar je niet bij kunt. Zoals de Pinyin-software van Google.

In dit geval kwam een oude truc goed van pas: kijk naar de fouten die de beide systemen maken. Als die allemaal hetzelfde zijn, dan zit er waarschijnlijk hetzelfde systeem achter. En dat is dan inbreuk op het auteursrecht.

Google heeft ondertussen formeel zijn excuses aangeboden.

Meer bij ABC30.com en bij NU.nl: Gelijkende vertaalsoftware brengt Google in verlegenheid.

Arnoud

Weg met Powerpoint? Nee, met PowerpointEN

Gisteren verwees ik naar een Australisch onderzoek over Powerpoint en hoe je dat wel -of juist niet- moet gebruiken.

Vandaag komt ook Garr Reynolds van Presentation Zen met een artikel hierover: Is it finally time to ditch PowerPoint?

Reynolds maakt de zeer ware opmerking dat het niet zozeer gaat om Powerpoint als zodanig, maar om het Powerpointen, het gebruik van Powerpoint om bolletjeslijsten met ondertiteling van je presentatie te laten zien. Dit noemt hij Slideumentatie. Je kunt met Powerpoint goede presentaties maken, en ook prima zelfstandig leesbare samenvattingen. Slideumentatie is een half-half oplossing: een presentatie die tegelijkertijd zelfstandig leesbaar moet zijn. En dan krijg je dus the worst of both worlds.

Een goede presentator deelt dus geen uitgeprinte Powerpoint uit, maar een artikel.

Zoals Reynolds het formuleert:

It’s long past time that we realized that putting the same information on a slide that is coming out of our mouths usually does not help — in fact usually hurts our message.

If your presentation visuals taken in the aggregate (e.g., your “PowerPoint deck”) can be perfectly and completely understood without your narration, then it begs the question: why are you there?

Arnoud

Patenteer nu ook uw copyright

Bill O’Brien, platform strategy manager bij Microsoft Ierland, in een discussie over open source en de vraag of Microsoft ooit haar broncode openbaar zal maken:

No, that’s not going to happen. … People patent their copyrights and everyone protects their IP and that’s how the industry works.”

Bron: SiliconRepublic.com: Microsoft opens up to open source.

Tip gevonden op DigitalMajority.

Arnoud