Stop met voorlezen, begin te vertellen

Het is nu bewezen: bolletjeslijsten voorlezen is de beste manier om je publiek in slaap te krijgen. Australisiche onderzoekers hebben geanalyseerd hoe een Powerpoint-sheet het beste een verhaal kracht bij kan zetten:

“It is effective to speak to a diagram, because it presents information in a different form. But it is not effective to speak the same words that are written, because it is putting too much load on the mind and decreases your ability to understand what is being presented.”

Met andere woorden, een presentatie wordt vele malen beter door je gesproken tekst te versterken met je Powerpoint-sheets. Je sheets moeten je boodschap kracht bijzetten. Niet alleen maar herhalen of samenvatten wat je vertelt.

Een foto, een kort citaat, een diagram of een schema versterken wat je vertelt. Het is dus zaak bij elk element van je boodschap te zoeken naar een afbeelding die deze versterkt.

Mensen luisteren met hun linker hersenhelft, en ze kijken met de rechter. Als ze dus naar jou luisteren en tegelijkertijd een plaatje bekijken met de kernboodschap, wordt het effect van jouw tekst versterkt.

Zet je een lange of complexe tekst op je sheet, dan moeten mensen hun linker hersenhelft gebruiken om die te begrijpen. Terwijl ze dat doen, kunnen ze niet naar jou luisteren.

Powerpoint is geen autocue.

Arnoud

Eerste open source auto gepresenteerd (via the Inquirer)

Op de AutoRai 2007 is een auto 2.0 gepresenteerd. De c,mm,n (spreek uit als Common) wordt in een open source omgeving ontworpen en gebouwd. Studenten van de universiteiten van Delft, Eindhoven en Twente (3TU) hebben de basis voor de ‘auto van de toekomst’ neergezet.

Over enkele weken kunnen internetgebruikers, commercieel of individueel, de bouwtekeningen downloaden, ideeën toevoegen en weer teruggeven aan de online community. Dit laatste is wel voorwaarde om te participeren.

Via The Inquirer. De homepage van de auto heeft meer informatie en plaatjes.

Arnoud

Wanneer is iets inbreuk op het portretrecht?

Iemand die op de foto gezet worden, kan daar met zijn portretrecht tegen optreden. Daar zijn natuurlijk wel de nodige eisen voor. De belangrijkste is dat de geportretteerde moet aantonen dat hij een redelijk belang heeft om de publicatie te verbieden.

Een recent gepubliceerd maar oud vonnis (1996!) geeft mooi aan hoe die analyse in zijn werk gaat.

In deze zaak werd een vrouw gefotografeerd bij een Wasteland-party in Amsterdam. De vrouw was op de foto te zien “met één been over de reling van de loopbrug geslagen waarbij haar jurk openvalt. Voor haar bevindt zich een gehurkte man die zijn gezicht tegen haar schaamstreek drukt.”

De foto werd vervolgens in de Nieuwe Revu gepubliceerd. De foto illustreerde een artikel met als opschrift: SEX. HET JAAR WAARIN ALLES KAN, en bijschrift “Van incestplegers tot fistfucken op TV. Van SM op Internet tot openbare sex op de Amsterdamse Wasteland-parties. 1995 is het jaar waarin alles mag, kan en moet. Waarom?”

De vrouw wilde dit laten verbieden, omdat de publicatie van deze foto een ernstige inbreuk op haar privacy zou zijn. Zo pleitte haar advocaat:

Zij heeft er grote bezwaren tegen dat haar wijze van feestvieren buiten de kring van de aanwezigen op het feest bekend wordt, omdat bekenden van haar en anderen in haar omgeving haar gedrag zedeloos zullen vinden. Zij waande zich echter veilig in de beschermde omgeving van dit volgens haar besloten feest, tussen gelijkgestemde zielen.

Hoe ging de rechtbank hier nu mee om?

De eerste vraag is of er wel sprake is van een portret. Een afbeelding is een “portret” wanneer er een persoon herkenbaar op afgebeeld is. Dat betekent niet dat het gezicht er op moet staan. Een persoon kan ook door een karakteristieke lichaamshouding herkenbaar zijn.

Anders dan De Geïllustreerde Pers c.s. menen zijn van het gelaat van eiseres op de foto karakteristieke en daarmee herkenbare trekken te zien, zoals de haardracht, de neus, een gedeelte van de oogpartij en de bril. Het is, naar de rechtbank ter zitting heeft kunnen waarnemen, wel degelijk mogelijk dat aan het gelaat herkend wordt van de afbeelding, ook door onbekenden.

De eiseres had dus een portretrecht op de foto.

De volgende vraag is welk redelijk belang zij kon aanvoeren tegen publicatie. Privacy (persoonlijke levenssfeer) is in principe zo’n belang. Maar in dit geval was de foto buiten genomen, op de openbare weg waar het feest ook gehouden werd. De eisers zeiden

dat vrijwillig in de openbaarheid is getreden, op een publiek schavot, in het kader van een exhibitionistisch evenement, ten overstaan van toeschouwers, fotografen en cameraploegen, met in seksueel opzicht grenzeloos gedrag.

Maar dat was niet overtuigend, vond de rechtbank. Op de openbare weg dingen doen, betekent nog niet dat je helemaal geen privacy hebt.

De persoonlijke levenssfeer [kan] zich immers ook uitstrekken tot bepaalde gebeurtenissen die – gedeeltelijk – in het openbaar plaatsvinden. De omstandigheid dat eiseres zich boven de openbare weg bevond toen de foto werd genomen en dat personen die zich op dat moment in de Reguliersdwarsstraat bevonden haar – al dan niet conform haar bedoeling – mogelijk konden zien, vormt voor De Geïllustreerde Pers c.s. nog geen vrijbrief om zonder haar toestemming een foto van haar in een compromitterende pose te publiceren in een landelijk weekblad.

Het bordje bij de ingang van het feest met de mededeling dat binnen foto’s werden gemaakt, was daarbij niet relevant. Dat waarschuwt alleen dat er foto’s worden gemaakt en zegt nog niets over publicatie van die foto’s.

Degene die de foto publiceert, zal dus met een eigen belang moeten komen dat pleit vóór publicatie. Nu ging het om een foto in een weekblad. Verslaggeving en vrije nieuwsgaring is een groot goed, en privacy moet soms wijken als een foto nieuwswaarde heeft.

Er moet dan beoordeeld worden of het belang van de geportretteerde bij bescherming van haar persoonlijke levenssfeer opzij gezet moet worden voor het belang van het tijdschrift bij de onbelemmerde uitoefening van hun recht op vrijheid van meningsuiting.

In dit geval vond de rechtbank dat de privacy toch voorging, om een aantal redenen:

  • De foto was “geruime tijd” voor publicatie van het artikel gemaakt. Het ‘nieuws’ op de foto was dus niet echt actueel.
  • De geportretteerde was geen bekende persoon. Bekende personen hebben veel te dulden, maar “gewone” mensen niet.
  • De fotograaf had kunnen vragen om toestemming.
  • Het gezicht van de vrouw had onherkenbaar gemaakt kunnen worden. Het ging tenslotte niet om háár als persoon, maar om een sfeerbeeld.
Met name die laatste reden was doorslaggevend. Het was niet zo moeilijk geweest om rekening te houden met haar privacy. Dan had het tijdschrift dat ook moeten doen.

Wel werd de schadevergoeding verlaagd omdat de vrouw zelf het risico had genomen dat iets als dit kon gebeuren.

Gevonden via Boek 9.

Arnoud

Nieuw op Iusmentis: Citeren en citaatrecht

Nieuw op Iusmentis:

Het citeren van een kort gedeelte van een boek of artikel is geen inbreuk op het auteursrecht. Essentieel is dat de bron en de maker van het werk worden vermeld, niet meer wordt geciteerd dan strikt nodig voor het doel, en dat het citaat getrouw is (liefst letterlijk). Citeren kan bijvoorbeeld om te vertellen over het werk of om er kritiek op te leveren.

Er is geen harde regel over het deel dat je over mag nemen van het origineel. Dat kan ook niet, want het gaat bij citeren om de vraag of je wat je overneemt, ook echt nodig hebt voor het doel van je citaat. Soms zijn honderd regels nodig, en soms zijn tien regels al te veel.

Citeren en citaatrecht (in Auteursrecht @ iusmentis.com).

Arnoud

Nieuw op Iusmentis: Plagiaat bij gebruik van andermans werk

Nieuw op Iusmentis:

Plagiaat is het letterlijk overnemen van (delen van) andermans werk zonder fatsoenlijke bronvermelding. Ook parafraseren, in je eigen woorden weergeven van andermans werk, wordt vaak als plagiaat gezien als er geen bron bij vermeld staat. Je moet dus altijd duidelijk je eigen bijdragen scheiden van die van anderen.

Plagiaat bij gebruik van andermans werk (in Auteursrecht @ iusmentis.com).

Arnoud

Lekker Juridisch! Aan tafel bij zestien bekende juristen

Bij uitgeverij Ars Aequi is verschenen Lekker Juridisch! Aan tafel bij zestiende bekende juristen. Voor het eerst koken – of, zorgen dat je iets te eten krijgt – is een kunst apart: zoveel wordt wel duidelijk uit dit kookboek. Naast praktische recepten en tips van foodstyliste Merijn Tol bevat dit boek culinaire herinneringen van juristen als Oscar Hammerstein, Ivo Opstelten en de gebroeders Anker. Wat waren hun succesrecepten, wat aten ze het liefst als een kater hadden en met wie zouden ze nu het liefst aan tafel gaan?

Lekker Juridisch! Aan tafel bij zestien bekende juristen

Arnoud

Is de GPL een contract?

De meeste software-licenties worden gepresenteerd als een contract. Dit zijn de voorwaarden, u moet zo veel betalen, hier tekenen (klikken) alstublieft. Bij open source licenties ligt dat iets anders. Daar wordt niet geklikt en al helemaal niets betaald. Er zit een bestandje bij de software waarin de voorwaarden staan uitgelegd. Zit een gebruiker of verspreider van open source nu wel vast aan die licentie?

Naar Nederlands recht is het antwoord duidelijk: ja, natuurlijk. Zonder licentie mag je vrij weinig met andermans software doen. Installeren en gebruiken mag wel, als je de software legaal van iemand anders kreeg (art. 45j Auteurswet). Maar verspreiden mag niet zonder toestemming van de rechthebbende. Wie de software dus toch verspreidt, is dan kennelijk akkoord gegaan met de licentie.

Naar Amerikaans recht ligt dit iets lastiger. Je zit daar pas vast aan een contract als je “consideration” (een tegenprestatie) biedt voor wat de rechthebbende je geeft. Geld betalen om iets te mogen, is duidelijk consideration. Maar ook bijvoorbeeld “jij mag mijn auto lenen als ik morgen jouw grasmaaier mag gebruiken” is een geldig Amerikaans contract.

Hoe zit dat nu bij de GPL? Daar wordt niets betaald. Er is ook niet echt een andere tegenprestatie aan te wijzen. Het enige wat nog in de buurt komt, is dat de verspreider verplicht is om de broncode mee te leveren. Maar is dat nu een tegenprestatie, of een verplichting?

Eben Moglen, huisjurist van de Free Software Foundation, heeft altijd verdedigd dat de GPL geen overeenkomst is, maar wat dan heet “een eenzijdige verklaring van toestemming.”

The word ‘license’ has, and has had for hundreds of years, a specific technical meaning in the law of property. A license is a unilateral permission to use someone else’s property. The traditional example given in the first-year law school Property course is an invitation to come to dinner at my house. If, when you cross my threshold, I sue you for trespass, you plead my ‘license,’ that is, my unilateral permission to enter on and use my property.

Dit onderscheid is belangrijk. Als de GPL geen contract is, dan is verspreiding die de toestemming te buiten gaat, schending van het auteursrecht. Als de GPL een contract is, kun je verspreiders voor de rechter slepen om naleving van dat contract te eisen, maar niet meer voor schending van het auteursrecht. Ze hebben dan immers een licentiecontract gesloten, en wie een licentie heeft, schendt het auteursrecht niet. Dit werd bijvoorbeeld nog bevestigd in Sun vs. Microsoft (1999):

A copyright owner who grants a non- exclusive license to use his copyrighted material waives his right to sue the licensee for copyright infringement.

Dit zal nog belangrijk worden bij GPLv3, waar heel veel nieuwe clausules worden ingevoerd. Een kritisch commentaar vanuit dit standpunt is te vinden op ACT: GPLv3 : Welcome to Contract Law.

Update (3 juli 2012): in de octrooicontext wordt een gesloten licentiecontract gebruikt om een beschuldiging van octrooischending te pareren.

Arnoud

Nieuwe Notice & Takedown procedure van XS4All

XS4All staat bekend als een provider die staat voor de bescherming van haar klanten. Zonder gerechtelijk bevel werden bijvoorbeeld nooit persoonsgegevens verstrekt aan derden. Daar is nu verandering in gekomen, vanwege de ontwikkelingen in de jurisprudentie over aansprakelijkheid van providers. Vrijwel al die jurisprudentie was trouwens “Iemand vs. XS4All”.

Op 2 februari heeft XS4All een nieuwe klachtenprocedure ingevoerd. Bij deze procedure bestaat nu expliciet de mogelijkheid dat XS4All persoonsgegevens van klanten afgeeft aan de klager, ook als er nog geen rechtbank is geweest die ze daartoe verplicht.

Op het Opinieweblog legt Niels Huijbregts (teamleider van de abuse-afdeling van XS4All) uit waarom. Hij geeft daarbij een goed en leesbaar overzicht van de relevante jurisprudentie, dat hij samenvat met:

Het bovenstaande is een lang verhaal dat er uiteindelijk op neerkomt dat die houding niet te handhaven is: Providers zijn aansprakelijk als het gaat om materiaal dat onmiskenbaar onrechtmatig is, de provider moet daarover zelf oordelen. In de zaak-Deutsche Bahn vond de rechter al dat de provider onjuist had geoordeeld en veel te terughoudend was geweest en bij Pessers-Lycos werd besloten dat van onmiskenbare onrechtmatigheid helemaal geen sprake hoeft te zijn: de provider moet gewoon meewerken. Weigering betekent zelfs dat de provider zelf mogelijk onrechtmatig handelt.
Met name de Deutsche Bahn-zaak is kritisch ontvangen door juristen. Zie bijvoorbeeld de noot van Lodewijk Asscher over dit vonnis.

Het blijft natuurlijk een lastige zaak. De privacy van gebruikers is een groot goed. Tegelijkertijd kan daar ook best misbruik van worden gemaakt, omdat mensen zich dan kunnen verschuilen achter hun provider. En waarom zou het in zo’n situatie niet toegestaan kunnen worden om persoonsgegevens af te geven?

Terecht sluit Huijbregts af met:

Het feit dat je op internet relatief anoniem te werk kunt gaan, geeft je natuurlijk niet het recht de wet te breken. Wanneer iemand van mening is dat je dat toch doet, wordt je daarvan op de hoogte gesteld. Dat gebeurt voordat er een rechter aan te pas komt en dat is maar goed ook: zo heb je de mogelijkheid je te verweren of je fout te herstellen, voordat een rechter bepaalt dat je NAW-gegevens bekend moeten worden gemaakt. Mocht het ooit zover komen dat XS4ALL besluit NAW-gegevens bekend te maken, dan betekent dat dat de betreffende klant zelf al voldoende mogelijkheden heeft gehad om dat te voorkomen.

Arnoud