Kunnen wij onze niet-tekenende partner toch houden aan de groepssamenwerking?

| AE 11891 | Ondernemingsvrijheid | 17 reacties

Een lezer vroeg me:

Al een tijdje onderhandel ik met vijf partijen om tot een samenwerking te komen, waarbij we een opensourcepakket gaan exploiteren onder gezamenlijke winstdeling. Het contract ondertekenen is blijven liggen vanwege de crisis, maar we zijn wel al soort van begonnen. Nu stelt een van de partijen dat hij het eigenlijk toch niet eens is met het contract (lees: de winstdeling) en hij zegt dat hij nergens aan vast zit omdat hij nooit getekend heeft. Is dat zo, en wat kunnen wij nu doen?

Of een overeenkomst gesloten is, hangt in eerste instantie af van wat in de tekst zelf staat. Soms staat er iets van “Deze treedt in werking na de laatste handtekening” en dan is het evident dat de overeenkomst nu nog niet gesloten is omdat er handtekeningen missen.

Minstens zo vaak staat er een aanvangsdatum en is er geen duidelijke reden waarom de handtekeningen gezet moeten worden. Of er staat helemaal niets over wanneer het contract aanvangt. Dan moet je gaan duiden hoe de rest van het contract opgezet is. Wat was het doel van de overeenkomst, en is het daarvoor echt nodig dat dan iedereen moet tekenen? Wat waren, anders gezegd, de bedoelingen van partijen toen ze kozen voor een document waar een krabbel onder zou komen.

In veel gevallen geldt: niet ondertekend hebben is niet hetzelfde als niet akkoord zijn. Ook uit feitelijk handelen kun je akkoord afleiden, bijvoorbeeld omdat die ene partij ze de oprichtingsbijdrage betaald heeft, alvast het afgesproken werk ging doen of op zijn minst inhoudelijk ging discussiëren op de groepsapp waar de samenwerking mee gerund wordt. Dan is het ontbreken van de handtekening geen beletsel meer.

Uitzonderingen zijn natuurlijk mogelijk. Als de partij zich in het onderhandeltraject altijd wat afhoudend had opgesteld, dan kun je nu niet claimen dat hij stilzwijgend er aan vast zat bijvoorbeeld. Of als hij een unieke bijdrage gaat leveren (en dat nog niet gedaan heeft), dan is het ook nogal prematuur.

Maar zoals gezegd, een handtekening is niet verplicht. Juridisch zitten ze er bijvoorbeeld al aan vast als de vertegenwoordiger appt dat ze akkoord zijn en de handtekening nog even laat wachten vanwege coronaperikelen. Je kunt dus prima snel schakelen door aan te dringen op een anders gecommuniceerd akkoord, en later zien hoe je die krabbel gaat krijgen. Want die is eigenlijk nergens voor nodig, behalve je héél bang bent dat je ruzie gaat krijgen over wat er exact afgesproken is.

Arnoud

Wat als een licentie zichzelf tegenspreekt?

| AE 8780 | Intellectuele rechten | 27 reacties

Via Twitter: waar sta je als een licentietekst enerzijds zegt “Alle rechten voorbehouden” met standaard blaftekst en anderzijds een keurige Creative-Commonslicentie benoemt, inclusief icoontje? Iets preciezer:

Mijn eerste gedachte is: ik zie de tegenspraak niet. Het voorbehoud zegt immers dat er niets mag zonder schriftelijke toestemming. En wat staat er boven dat voorbehoud geschreven? Precies, er is een CC-licentie van toepassing. De beperktste licentie, dat wel (Niet-Commercieel-GeenAfgeleidewerken), maar goed. Dat CC-logo met ondertitel is een geschrift dat toestemming verleent, dus dat sluit keurig aan bij de algemene tekstdie zegt “er mag niets zonder toestemming”.

Maar goed, stel het stond er net iets anders: “Het is ten strengste verboden op enigerlei wijze dit werk te kopiëren of aan derden beschikbaar te stellen.” (dus zonder “behoudens toestemming”) gevolgd door “Creative Commons Naamsvermelding”. Dan heb je inderdaad een tegenspraak. Wat dan?

Het recht is geen rekensom. De bedoeling van wat je opschreef, is minstens zo belangrijk als wat er letterlijk staat. Onder juristen staat dit bekend als de Haviltex-norm:

De vraag hoe in een schriftelijk contract de verhouding van pp. is geregeld en of dit contract een leemte laat die moet worden aangevuld, kan niet worden beantwoord op grond van alleen maar een zuiver taalkundige uitleg van de bepalingen van dat contract. Voor de beantwoording van die vraag komt het immers aan op de zin die pp. in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan deze bepalingen mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. Daarbij kan mede van belang zijn tot welke maatschappelijke kringen pp. behoren en welke rechtskennis van zodanige pp. kan worden verwacht.

Dit is dus waarom ik rechters do-what-I-mean compilers van het recht noem: ze moeten de afspraken interpreteren in het licht van wat deze partijen ermee bedoeld zouden hebben. Daar kan dus best iets anders uitkomen dan je zuiver taalkundig zou kunnen denken.

De vraag wordt dan dus: wat zou een uitgever van een boek bedoelen als hij zegt “Verboden te kopiëren” in combinatie met “Je mag kopiëren onder deze en deze voorwaarden”. Ik zou dan zeggen: die “Verboden”-tekst is een standaardfrase, terwijl de Creative Commons-vermelding iets bijzonders is. Het ligt dan voor de hand dat men uit gewoonte die standaardfrase vermeldde, maar dat het primair de bedoeling was het boek Creative Commons te verklaren. Daarmee ‘wint’ dan de Creative Commons-vermelding, zolang je binnen de grenzen van die licentie blijft uiteraard.

Je zou ook kunnen zeggen, een professioneel bedrijf vermeldt niet zomaar wat random teksten, dus beiden waren een bewuste keuze. Maar dan is het gevolg dat de uitgever twee tegenstrijdige dingen zegt, en je kunt niet tegelijkertijd aan twee dingen voldoen. Daarmee zou dan de Creative Commons-vermelding betekenisloos zijn. En dát kan redelijkerwijs toch ook weer niet de bedoeling zijn. Daarom zou ik die interpretatie niet juist vinden.

Hoe zouden jullie de combinatie van “Verboden” en “Creative Commons” interpreteren?

Arnoud