Wanneer mag een auditor onze camerabeelden inzien?

| AE 6365 | Privacy, Security | 4 reacties

dome-camera.jpgEen lezer vroeg me:

Van tijd tot tijd komt er bij ons een auditor over de vloer voor de certificering van een van onze klanten (PCI-DSS audit bijvoorbeeld). Soms wil zo’n auditor dan ook de camerabeelden bekijken, om bevestiging te krijgen dat de camerabeveiliging werkt. Mogen wij daarana meewerken? Camerabeelden mogen toch alleen met gerechtelijk bevel worden afgegeven?

Er is geen harde regel die inzage door derden verbiedt behalve bij gerechtelijk bevel. Sterker nog, er is slechts een bevel officier van justitie nodig om camerabeelden te vorderen door Justitie (art. 126nd Strafvordering). Tenzij je de strenge lijn van de Hoge Raad volgt die zegt dat camerabeelden ‘bijzondere’ persoonsgegevens zijn, dan is een bevel rechter-commissaris nodig.

Maar goed, dat gaat over strafrecht. Hier gaat het om inzage door een private partij. Daarbij is het strafrecht en het wetboek van strafvordering niet relevant.

De beveiliging middels camera’s is op zich al een onderwerp dat gerechtvaardigd moet worden onder de Wet bescherming persoonsgegevens, aangezien camera’s persoonsgegevens verwerken. De gebruikelijke grond is artikel 8 sub f: er is een dringende noodzaak (men kán niet anders), er is geen reële mogelijkheid toestemming te vragen en men heeft alles gedaan dat gedaan kan worden om de privacy van de gefilmde mensen te beschermen.

Als je het filmen an sich kunt rechtvaardigen onder dit artikel, dan lijkt me “controleren dat het filmen werkt” eigenlijk automatisch ook wel door de beugel kunnen. Maar je zult wel wat specifieke waarborgen moeten inbouwen. Kan de software automatisch gezichten blurren bijvoorbeeld? Doe dat dan wanneer de auditor de beelden kijkt. Of kan de auditor in een apart kamertje kijken met achterlating van zijn telefoon, zodat hij wel kijkt maar niet kan kopiëren? Misschien kun je op een rustig moment de beste man (m/v) zélf even voor de camera laten staan, en daarna samen constateren dat hij inderdaad in beeld was.

Arnoud

Tweeten of hyperlinken naar persoonsgegevens is verwerking

| AE 5162 | Privacy | 16 reacties

verkeerslicht.jpgIk mag het weer zeggen: OMGWTFWBP. Het publiceren van een tweet of het versturen van een e-mail met daarin een hyperlink naar een pagina waar de naam en kenteken van een auto-eigenaar worden vermeld, is verwerking van die persoonsgegevens, zo meldde Webwereld. In een beschikking over een inzageverzoek bepaalt de rechtbank in Den Bosch dat de site Veilingdeurwaarder inzageverzoeken onder de Wbp moet honoreren, óók voor de mails en tweets over advertenties met daarin persoonsgegevens.

Op Veilingdeurwaarder kunnen deurwaarders advertenties plaatsen ter aankondiging van de executoriale verkopen waarmee zij zijn belast. Per e-mail of op Twitter kun je zien wat er zoal bij komt. Bij verkopen van auto’s worden automatisch de RDW gegevens opgehaald. Plus, naam en nummerbord van de eigenaar worden erbij vermeld in de advertentie. Dat maakt de advertentie een persoonsgegeven inderdaad.

Op grond van de Wbp had de eigenaar van een daar te koop staande advertentie inzage gevraagd in wat Veilingdeurwaarder deed met zijn persoonsgegevens. Met name wilde hij weten wie allemaal die mail had ontvangen en wie de tweet zou hebben gelezen, want ook dat valt onder het wettelijk inzagerecht – dat je altijd hebt als iemand gegevens over je verwerkt (behalve bij journalistieke verwerkingen).

Veilingdeurwaarder verwees naar de deurwaarder die de advertentie had aangeleverd, maar de rechter wijst ze terecht: zíj publiceren dus zíj zijn de verantwoordelijke, in de zin van de Wbp. Dit mede omdat men zelf gegevens verrijkte met RDW-data. Niet als verweer werd gevoerd dat zij slechts een platform zijn, en dus ex 6:196c BW niet aansprakelijk zijn voor wat gebruikers (deurwaarders) plaatsen. Ik weet niet of dat opzettelijk was, maar eerder is bepaald dat die beperking van aansprakelijkheid niet geldt bij publicatie van persoonsgegevens.

En hier is dan de omgwtfwbp:

De rechtbank is tevens van oordeel dat het verzenden van een e-mail of tweet met daarin een directe link naar de advertentie waarin de persoonsgegevens zijn vermeld het verwerken van persoonsgegevens oplevert.

En dat omdat de Wbp ‘verwerken’ definieert als “elke handeling of elk geheel van handelingen met betrekking tot persoonsgegevens”. Zeggen “ze staan dáár” valt er in een brede interpretatie inderdaad onder. En de Wbp ís zo breed bedoeld. Alles, echt alles, over persoonsgegevens moet eronder vallen. Dus het is niet zo gek dat die rechter tot deze interpretatie komt.

Het levert wel héél veel praktische problemen op. Want wat houdt dat eigenlijk in, inzage in een tweet? Het recht van correctie op een mailinglijst? Moet ik bijhouden wie die tweets leest, hoe dóe ik dat eigenlijk?

Er zit echter een veiligheidsklep in de Wbp: je hoeft geen gedetailleerde inzage te geven wanneer dat juist ándermans privacy zou schenden:

De rechtbank is met Veilingdeurwaarder van oordeel dat Veilingdeurwaarder niet gehouden is naam- en adresgegevens te verstrekken van alle ontvangers van de nieuwsbrief omdat daarmee immers een verregaande inbreuk op de privacy van die ontvangers zou worden gemaakt. Naar het oordeel van de rechtbank kan Veilingdeurwaarder volstaan met het verstrekken van categorieën van ontvangers, welke mogelijkheid uitdrukkelijk is toegestaan op grond van artikel 35.

Je mag dus volstaan met melden dát je het naar je volgers hebt getweet en dat je mailinglijst met 3000 ontvangers ook een link heeft gekregen. Maar dat antwoord moet je wel geven als er naar wordt gevraagd. Ik ben benieuwd hoe veel organisaties niet in staat zijn dat antwoord te produceren. Zou een profielensite weten op welke manier mijn profiel bekeken is en/of hoe de link daarnaar is gedeeld door derden?

Intrigerende vraag nog: moet je nu je tweets beveiligen tegen misbruik? Ook beveiliging moet immers onder de privacywet.

Arnoud