Geen gezag voor vader door Facebookberichten

| AE 4485 | Privacy, Uitingsvrijheid | 7 reacties

Een vader heeft geen gezag over zijn kind gekregen, omdat hij op zijn Facebook-pagina negatieve berichten over de moeder had geplaatst. Dat las ik bij Jurofoon. Deze berichten waren volgens de rechtbank zeer ongepast en alleen bedoeld om de moeder negatief weg te zetten. Daarmee had de man aangetoond zich onvoldoende rekenschap te geven van de eisen die gezamenlijk ouderschap en de belangen van het kind met zich meebrengen.

In deze zaak had de moeder als enige het ouderlijk gezag over het kind. De man had in de procedure gevraagd om gezamenlijk gezag. Een dergelijke eis wordt in principe toegewezen, tenzij er

een onaanvaardbaar risico is dat de minderjarige klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen, of afwijzing anderszins in het belang van de minderjarige noodzakelijk is.

In deze zaak was er sprake van een dergelijk risico, en de Facebookberichten waren daarbij een belangrijk stuk bewijs. Niet het enige; de rechtbank noemt ook “het volledig gebrek aan vertrouwen over en weer van de ouders in elkaar” en “de slechte communicatie tussen de ouders”. Maar op Facebook waren de nodige negatieve berichten geplaatst, met een ondertoon van “als ik mijn kind heb dan zal ik eens écht vertellen hoe het zit” en dat is natuurlijk niet in het belang van het kind.

Ook verweet de rechtbank de man dat deze de eerste pagina van een rechtbankstuk online had gezet, inclusief naam van de vrouw. Nu mag je op zich best processtukken publiceren als dat noodzakelijk is om je punt te onderbouwen. Maar daarvan was hier geen sprake, hoewel de rechtbank niet precies motiveert waarom. Ik krijg de indruk dat men het als tendentieus zag en bovendien kwalijk vond dat de naam van de vrouw erin stond.

Dit wil niet zeggen dat iets schrijven over je kind niet mag. Maar je zult als ouder dus écht rekening moeten houden met de belangen van je kind. En dat kan betekenen dat je soms je mond moet houden over een onrechtvaardige situatie, omdat je kind er niets aan heeft als je daar op je strepen gaat staan.

Arnoud

Je kind zien via internet

| AE 2106 | Informatiemaatschappij | 6 reacties

Met dank aan de onvolprezen RSS-feed van Jure.nl vond ik een beschikking (geen vonnis) in de categorie personen-en familierecht waarin internet een opvallende rol speelt. Het feit dat een man regelmatig met het kind van zijn partner chatte, gaf de doorslag bij de vraag of hij mede het gezag over dat kind kon krijgen.

In deze zaak ging het om het verkrijgen van gezamenlijk gezag over een kind. Dat kan volgens de wet (art. 1:253t BW) als er sprake is van “een nauwe persoonlijke betrekking tot het kind”, dat wordt uitgelegd als dat de moeder minstens drie jaar alleen het gezag had en haar partner minstens een jaar samen met de moeder voor het kind gezorgd had.

Het kind bleek echter uit huis geplaatst. Kan dan nog wel sprake zijn van “een nauwe persoonlijke betrekking”? De rechtbank overweegt van wel. Het is niet vereist dat de niet-ouder met de minderjarige in één woning verblijft, zo blijkt uit eerdere jurisprudentie.

Gebleken is dat de moeder en haar partner [naam kind 1] één keer per maand zien, dat er elke dag telefonisch contact is tussen [naam kind 1] en hen en er regelmatig via internet een chatsessie met [naam kind 1] plaatsvindt. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat aan de eisen van artikel 1:253t BW is voldaan.

Natuurlijk speelde er meer mee, maar ik vond het toch wel goed om te zien dat deze factor wordt meegenomen. Het is steeds makkelijker om langs elektronische weg met je kinderen contact te houden. Veel ouders (en verzorgers) doen dat dan ook. Ik ben blij dat de rechtspraak dat ook erkent en mede op basis daarvan beslist dat sprake is van de vereiste nauwe band.

Arnoud