Komen er weer softwarepatenten aan in Europa?

| AE 2672 | Intellectuele rechten | 25 reacties

Richard Stallman in de bocht. Ik las een artikel in de Guardian waarin de vrijesoftwarevoorman de noodklok luidt over de bedreiging van het softwareoctrooi. Eén stukje schoot me echt in het verkeerde keelgat: de plannen om een trans-Europees octrooi in te voeren zouden een sneaky manier zijn om stiekem toch weer softwareoctrooien te legaliseren.

Al sinds 1950 of daaromtrent zijn er plannen om een Europees octrooi in te voeren, dat in één keer in heel Europa geldt en niet zoals nu in elk land apart wordt geregistreerd. Als compromis is begin jaren zeventig het Europees Octrooibureau opgericht dat de beoordeling van aanvragen centraal doet, waarna het Europese octrooi wordt omgezet in een setje nationale octrooien.

Het vervolgtraject (één octrooi) liep altijd fout op de vraag in welke taal dat octrooi gepubliceerd zou moeten worden, want elk Europees land vindt dat haar eigen taal de leidende taal is voor technische innovatie of dat lokale ondernemers geen buitenlandse talen hoeven te snappen om octrooien te kunnen vermijden. De enige uitzondering is Nederland, dat al sinds 1973 pleit voor gewoon Engels, Frans of Duits mits landen met andere talen dan maar korting krijgen op de aanvraagtarieven.

In 2005 was er die puinhoop van de richtlijn “computer-geimplementeerde uitvindingen” waarbij werd voorgesteld de aanpak van het Europees Octrooibureau te formaliseren. Die gaat wel iets verder dan alleen “zet het woord computer in je aanvraag en je bent safe”. Je uitvinding moet wel iets doen waar de computer zelf (de hardware) beter van gaat werken. Zo is een datacompressietechniek te patenteren omdat deze zorgt voor sneller datatransport, of juist minder benodigde netwerkcapaciteit voor dezelfde gegevens. Een algoritme om fractals te tekenen is niet te patenteren, ook niet als je “op een computer” erbij zet want dit ‘doet’ niets met de hardware zelf.

Er wordt nu weer gesproken over het echte Europese octrooi, waarbij de discussie vooral gaat over hoe de handhaving in zijn werk moet gaat. Komt er dan een Europese octrooirechtbank, en zo ja waar gaat die zich vestigen? Want als hij in Duitsland zit, moet een Spaanse ondernemer dan helemaal daarheen reizen? En als elk land er eentje heeft, hoe waarborg je dan de eenvormigheid van de uitspraken? En oh ja, in welke taal gaan we het ook weer doen?

Ik verwacht niet dat er de komende vijf jaar een echt Europees octrooi komt, en al helemaal niet dat daar specifieke regels in staan over software. Als er al regels komen, dan gaat dat over de status van een octrooi na verlening en de manier van handhaving. De inhoudelijke regels zullen 1-op-1 gebaseerd zijn op wat het Europees Octrooiverdrag uit 1973 zegt. Pas de rechtspraak daarna zal enige duidelijkheid kunnen verschaffen over softwareoctrooien.

Arnoud

“Invasie van patenttrollen verwacht na Microsoft/i4i-arrest Supreme Court”

| AE 2582 | Intellectuele rechten | 15 reacties

i4i-patent.pngMicrosoft moet i4i 300 miljoen dollar betalen voor patentschending, nadat alle bezwaren zijn verworpen, meldde Webwereld vrijdag. Er wordt voor een invasie van patenttrollen gevreesd, omdat de Supreme Court de bewijsregels in patentrechtszaken wel heel pro-patenthouder lijkt te formuleren. Het patent van i4i is geldig, omdat Microsoft geen “helder en overtuigend” bewijs van het tegendeel heeft. Maar i4i hoeft slechts aan te tonen dat het “waarschijnlijk” is dat Microsoft het octrooi schendt om een verbod toegewezen te krijgen.

i4i is een Canadees bedrijf dat software maakt voor documentbeheer. Hun patent (US5,787,449) betreft een techniek om structuur en inhoud van een document apart te kunnen beheren, die gebruik maakt van metacodes in een aparte datastroom. Het patent is uit 1994 en heeft elke aanval weten te overleven. In 2009 werd Microsoft veroordeeld omdat Word inbreuk zou maken met het .DOCX en .DOCM bestandsformaat.

Microsoft had bij de procedure diverse prior art systemen gevonden, maar liep tegen een procedureel probleem aan: de jury(*) kreeg als instructie dat ze alleen het octrooi ongeldig mocht verklaren als de prior art “clear and convincing evidence” bevatte dat de uitvinding al bestond. Dat is een hoge eis, hoger dan de gebruikelijke “preponderance of the evidence”. En die laatste standaard mocht dan weer wél gebruikt worden om te bepalen of Microsoft inbreuk maakte en dus Word van de markt moest halen.

De Supreme Court in haar arrest (pdf) nu dat dit verschil juist is. Dit omdat het USPTO de patentaanvraag heeft onderzocht, en we toch mogen verwachten (hah!) dat deze daarbij zorgvuldig en grondig te werk gaat. Daarom is het terecht om in die situatie een extra hoge eis te stellen aan waar de gedaagde mee komt.

Webwereld vreest dat patenttrollen zich gesterkt zullen voelen door dit arrest. Logisch, de Supreme Court bevestigt hier dat het inderdaad moeilijk is een octrooi aan te vechten. Bovendien kost dat al snel enkele miljoenen Euros. Maar een kenmerk van trollen is dat ze zelden procederen, en liever een relatief laag bedrag eisen om zo snel binnen te lopen. Veel door trollen ingezette octrooien zijn zeer dubieus, maar als je moet kiezen tussen 1 miljoen betalen en 4 miljoen in een rechtszaak steken dan is -zakelijk gezien- de keuze duidelijk.

i4i lijkt me overigens geen patenttrol: zij verkopen eigen producten, en onder trollen worden over het algemeen alleen bedrijven verstaan die octrooien opkopen en licenties gaan eisen zonder zelf iets op de markt te brengen.

(*) In de VS worden octrooirechtszaken door een jury beslist. Daarbij is het gebruikelijk dat alle mensen met technische achtergrond worden uitgesloten van de jury, omdat die bevooroordeeld zouden zijn. Inderdaad betekent dat dat zaken over complexe technologie beslist worden door mensen met per definitie geen verstand daarvan.

Arnoud

“Google patenteert eigen homepage”

| AE 1746 | Intellectuele rechten | 6 reacties

google-homepage-patent.pngGoogle’s minimalistische homepage (“zoekstartpagina” volgens Webwereld) is gepatenteerd, meldden diverse media donderdag. Daarmee zou het bedrijf concurrenten zoals Bing of Yahoo! dwars kunnen zitten als die hun veel te drukken startpagina’s willen uitkleden om zo eindelijk eens marktaandeel te veroveren.

Wat je daarbij echter zelden ziet, is het nummer van het patent want dat had in dit geval veel duidelijk gemaakt: het gaat om een zogeheten design patent, herkenbaar omdat het nummer (D599372) begint met een “D”.

Een design patent heet bij ons een “modelrecht”, en komt neer op bescherming voor het uiterlijk, de vormgeving van een product. Zoals Octrooicentrum Nederland het omschrijft:

Dit uiterlijk wordt bepaald door bijvoorbeeld de kleur, de vorm of het materiaalgebruik van het voortbrengsel. Essentieel hierbij is dat het model nieuw is en een eigen karakter heeft.

Het gaat hier dus nadrukkelijk niet om de techniek achter de homepage of hoe inventief het is om niets op je homepage te zetten. Het criterium is enkel en alleen of je iets nieuws hebt bedacht dat als uiterlijk van een product kan dienen. En dat mag dus best iets triviaals zijn. Nog trivialer dan de Auteurswet eist trouwens, drie rechte strepen op een schoen kunnen prima een beschermd modelrecht zijn maar ze zijn (waarschijnlijk) niet creatief genoeg om een auteursrecht te claimen.

Kan dit patent bij ons ook verleend worden? Dat is een goeie vraag. Het belangrijkste struikelblok zal zijn of een homepage een ‘product’, of beter gezegd een ‘voortbrengsel’ is in de zin van het Beneluxverdrag voor de Intellectuele Eigendom. Je kunt namelijk een nieuw ontwerp alleen beschermen als dit het uiterlijk van een twee- of driedimensionaal voorwerp is. Maar in artikel 3.1 van dat verdrag staat onder andere:

Computerprogramma’s worden niet als voortbrengsel aangemerkt.

Volgens dit boek was daarbij de overweging dat “het moeilijk denkbaar is een computerprogramma als een voortbrengsel met een te beschermen uiterlijk te beschouwen”. Wat is immers de buitenkant van een computerprogramma? Tsja, ik zou zeggen dat de interface op het scherm het uiterlijk is, maar dat ligt kennelijk complexer.

Je kunt dus het uiterlijk van een computerprogramma, bv. de skin van MSN Messenger, niet via een modelrecht beschermen. Daarvoor zul je echt auteursrecht moeten proberen te claimen op bijvoorbeeld de icoontjes of het kunstzinnige karakter van de plaatsing van alle interface-elementen. (Misschien dat daarom steeds meer programma’s zo’n niet-standaard en daarmee volstrekt onbruikbare interface hebben?)

Voor een website zal dan wel hetzelfde gelden denk ik. Wat is de buitenkant van een website?

Oh ja, bij SearchEngineLand schrijft iemand dat “[p]lenty of search engines prior to Google’s 1998 launch had clean pages”. Iemand enig idee welke? De meeste sites waren voor zover ik me kan herinneren juist hartstikke druk met portaltoestanden en knipperende banners.

Arnoud

EOB wil uw mening over softwareoctrooien

| AE 1510 | Intellectuele rechten | 1 reactie

Software is niet octrooieerbaar, behalve als het technische software betreft want dat is op zich geen software. Of zoiets. Dat is kort gezegd het standpunt van hte Europees Octrooibureau als het gaat om de octrooieerbaarheid van software-gerelateerde uitvindingen, door tegenstanders ook wel aangeduid als “softwarepatenten”. Dat standpunt van het EOB is enigszins onbegrijpelijk voor veel… Lees verder

Nu ook spam in octrooiaanvragen

| AE 354 | Intellectuele rechten, Iusmentis | Er zijn nog geen reacties

Ja dat las u goed: er worden octrooiaanvragen ingediend met als enige doel reclame maken voor de octrooi- en licentiediensten van de aanvrager. Kijk maar: Explore interesting inventions inside, conceived by our genius idea generator. Discover history’s most effective method in conceiving novel uses for existing electronic technology. License huge domains of intellectual property from… Lees verder