Nokia, bestaat dat nog? Ja, juist! Dankzij patenten

| AE 12398 | Innovatie | 25 reacties
Slepende patentruzies zijn al lang niet meer het exclusieve domein van smartphonefabrikanten en chipmakers. Dat meldde NRC laatst. Alles wat ‘smart’ is, kan inzet worden van juridische strijd. Dat schaadt de mededinging, vinden critici. De aloude patentendiscussie is terug, met een nieuw ICT-jasje want nu gaat het om ‘smart’ apparaten. Maar stiekem gaat het om macht in standaardisatie, en dat is volstrekt niet nieuw.Wie deze blog al langer volgt, weet dat softwarepatenten erg gevoelig liggen in de ICT. Daar zijn vele redenen voor: jarenlang zijn zonder al te veel controle duizenden octrooien toegewezen in softwaregebied, volstrekte trivialiteiten werden ineens basispatenten, interoperabiliteit werd gehinderd en er was nul bewijs dat het überhaupt iets zou toevoegen. (En wie dat niet weet, leest mijn Puinhopen-artikel maar eens.)Kern van het probleem zit hem volgens mij in het feit dat het octrooisysteem komt uit een wereld waarin uitvindingen op zichzelf staan. Ik heb de fiets uitgevonden, jij de step: wij gaan beiden de markt op en zien wie er wint, maar slaafse namaak kunnen we allebei weren. Jij vindt de bel uit, ik moet een licentie kopen bij jou of volstaan met een claxon.In de ICT hangen alle diensten van de interoperabiliteit aan elkaar. Bestanden lezen uit andermans pakket, je uitvoer doorsturen naar andermans software of gewoon een pakket maken dat diverse dingen kan. Als op elk van die dingen een octrooi zit, dan moet je dus van héél veel mensen een licentie vragen. En als die dat niet willen, dan heb je gewoon een probleem.Nu is er heel veel discussie (en sinds een paar jaar ook strenge grenzen) over wat voor software je mag patenteren. Maar dat dat mag bij telecomtechnologie, dat staat wel buiten kijf. En daar gaat het NRC-artikel dan ook over:
Nokia heeft de slag om de consument dan wel verloren, het bedrijf heeft een uitgebreide en nog altijd groeiende portefeuille van bijna 3.000 ‘patentfamilies’ op draadloze technologieën zoals 3G, 4G en 5G, blijkt uit het jongste jaarverslag. Licentievergoedingen voor gebruik van intellectuele eigendom zijn tegenwoordig zelfs de belangrijkste inkomstenbron van het bedrijf, […] Nokia behoort daarmee tot een relatief kleine groep multinationals die het overgrote deel van de octrooien bezitten op cruciale communicatie- en netwerktechnologieën, waaronder 3G, 4G, 5G en wifi.
Geld halen uit zulke octrooien is natuurlijk heel lucratief. Inbreuk hoef je niet te bewijzen, een alternatief kan men niet kiezen, dus mogen wij even vangen? Het aantal rechtszaken over patenten die betrekking hebben op cruciale communicatie- en netwerktechnologieën loopt inmiddels in de duizenden, aldus onderzoek. En dat komt dus weer vanwege al die ‘smart’ kastjes, die namelijk 3/4/5G of wifi nodig hebben om persoonsgegevens te lekken, pardon om toegevoegdewaardediensten te leveren. Wie daar patenten op heeft, kan dus flink binnenlopen. Of dwarszitten.Moet dat bij zulke essentiële standaarden wel kunnen? De consensus is, nou nee eigenlijk niet. Een redelijke vergoeding is tot daar aan toe, maar die moet wel fair, redelijk en niet-discriminatoir zijn:
Het meest concrete voorstel dat op tafel ligt, komt van een onderzoeksgroep onder leiding van hoogleraar Rudi Bekkers. In opdracht van de Europese Commissie onderzocht die groep de haalbaarheid van een onafhankelijk instituut om te beoordelen welke patenten daadwerkelijk „essentieel” zijn voor technologische standaarden. Zo’n beoordeling is een monsterklus, gezien de onmetelijke lijst van patenten die onder de loep moeten worden genomen. Maar het kan, concludeerden Bekkers en zijn collega’s. En het is nodig.
In mijn ervaring is het zo goed als onmogelijk om die klus voor elkaar te krijgen, dus ik ben héél benieuwd wat de uitkomsten gaan zijn. Het zou ontzettend mooi zijn als die wél laat zien wat er essentieel is.De volgende stap is natuurlijk vaststellen wat dan een eerlijk bedrag moet zijn. Hoe meet je de bijdrage van één octrooi in de 5G standaard? Welk bedrag koppel je daar aan? Daar zie ik vooralsnog geen antwoord op.Arnoud 

Hoe kan ik mijn algoritme zo goed mogelijk anti-patent publiceren?

| AE 11104 | Intellectuele rechten | 29 reacties

Een lezer vroeg me:

Ik heb een algoritme ontwikkeld waarvan ik verwacht dat het patenteerbaar is, maar dat ik beschikbaar wil stellen in het publiek domein. Ik wil voorkomen dat iemand anders er patent op aanvraagt. Welke eisen gelden er dan aan de publicatie? Kan ik het gewoon op mijn Linkedin-feed publiceren, is dat publiek genoeg?

Wie wil voorkomen dat zijn uitvinding door een ander gepatenteerd wordt, moet deze publiceren. Een octrooi wordt volgens de wet niet verleend op een uitvinding die al bekend was (het nieuwheidsvereiste). Aan ‘bekendheid’ worden geen hoge eisen gesteld, het gaat er eigenlijk alleen maar om dat het publiek toegang had tot de publicatie op de dag voordat het octrooi werd aangevraagd.

In theorie kun je de uitvinding dus op een briefje schrijven en in de lokale bibliotheek ophangen. Praktisch gezien is dat niet handig, want octrooiverlenende instanties kijken daar niet en zullen dus het octrooi gewoon verlenen. Dan moet je achteraf gaan bewijzen dat je dat briefje daar opgehangen had en wat er precies in stond.

Beter is dus een publicatie op een plek waarvan je weet dat die instanties (zoals het EPO of het USPTO) ze lezen. Je komt dan bij de zogeheten defensive publication-uitgevers terecht. Deze spannen zich in om bijdragen van derden doorzoekbaar te maken voor octrooiverlenende instanties, zodat deze de publicatie gebruiken om meteen aanvragen af te wijzen.

Een mooie die ik zelf zou aanraden is Defensive Publications, een initiatief van onder meer patentalliantie Open Invention Network en het Software Freedom Law Center (dat weer gelieerd is aan de Free Software Foundation). Een andere is de Prior Art Search Database van IP.com.

Belangrijk voor mij zou nog zijn om zo veel mogelijk steekwoorden en patentterminologie toe te voegen, en vooral de uitleg in gewone taal te doen. Niet alleen broncode of een wiskundige beschrijving. Daar kun je namelijk niet op zoeken.

Arnoud

Kan Google iets patenteren dat de uitvinder al in het publiek domein had gestopt?

| AE 10659 | Intellectuele rechten | 16 reacties

Internetgigant Google probeert een patent te krijgen op een compressietechniek die asymmetrische numerieke systemen (ANS) heet. Dat is opmerkelijk, zo las ik bij Ars Technica, omdat het in 2014 al bedacht is en door haar uitvinder (Jarek Duda) toen in het publiek domein is geplaatst en al diverse bedrijven (waaronder Facebook, Apple en Google) hier implementaties van in gebruik hebben. Dus hoe kan Google dan nu in 2018 een octrooiaanvraag hebben op deze innovatie?

Meelezende octrooigemachtigden denken nu waarschijnlijk, Google was vast eerder met de aanvraag. Immers, het is mogelijk dat bedrijf A iets aanvraagt en dat daarna persoon B het opnieuw uitvindt en publiceert in het publiek domein. De octrooiaanvraag van A is dan eerder dan B’s publicatie, en dan kan er gewoon rechtsgeldig octrooi verleend worden. Maar nee: Googles aanvraag is uit 2015 en Duda’s publicatie is van november 2013. Sterker nog, Googles aanvraag nóemt Dudek gewoon als prior art (alinea 92). Geen twijfel dus, Duda was eerder.

Het lijkt erop dat Google een oude truc in stelling heeft gebracht. Het is namelijk mogelijk om binnen een reeds gedane uitvinding een octrooi te vestigen op een specifiek aspect of een bijzondere implementatie. Dat iemand een bepaalde uitvinding heeft gepubliceerd, betekent namelijk niet dat het gehele idee in al zijn mogelijkheden en alternatieven nu vrij van rechten is. Als iemand een truc daarbinnen weet te verzinnen, dan kan die nog steeds worden geoctrooieerd.

In dit geval lijkt Google te zeggen dat zij twee varianten van Duda’s uitvinding heeft gecombineerd, de zogeheten Boolean ANS en symbolische ANS encoders. Ieder blokje input wordt door beide encoders verwerkt, en afhankelijk van de resultaten wordt het ene dan wel het andere verwerkte blokje opgeslagen in de output. De details ontgaan me een beetje maar het idee lijkt te zijn dat je zo kunt kiezen wat de handigste, snelste of beste encoding geeft. Daarmee encodeer je net wat beter dan wanneer je een van de twee gebruikt voor de hele datastroom.

Heel spannend lijkt het me niet, maar het past binnen het idee dat je een verbetering op andermans uitvinding in principe mag octrooieren. Natuurlijk moet je verbetering dan wel inventief zijn ten opzichte van het basisidee, en het Europees Octrooibureau vond alvast dat dat niet het geval is. Ook het USPTO zal naar mijn inschatting erg streng zijn, vanwege de Alice-uitspraak waarmee vrijwel ieder software-patent nu naar de prullenbak verwezen wordt.

Arnoud

Jatten werkt: Instagram verplettert Snapchat met zijn Stories

| AE 9608 | Innovatie | 8 reacties

Een jaar geleden kopieerde Instagram de belangrijkste functie van Snapchat: de verdwijnende fotoverhalen, genaamd Stories. En met succes, las ik bij RTL Z. Beter goed gejat dan slecht bedacht, leken ze bij Instagram te hebben gedacht. En ja, dat is volkomen legaal, zo een feature overnemen van een concurrerende dienst. Er is weinig tot niets… Lees verder

Amazon-patent moet prijsvergelijken via wifi van winkel tegenhouden

| AE 9493 | Intellectuele rechten | 10 reacties

Amazon heeft onlangs goedkeuring ontvangen voor een patent, waarin een methode is beschreven om het vergelijken van prijzen via de wifi-verbinding van fysieke winkels tegen te gaan. Dat meldde Tweakers vorige week. Doel van die methode is te zorgen dat je niet snel online bestelt wat je zojuist in de winkel hebt gezien. Maar het… Lees verder

Kan een prior art generator alle patenten ongeldig maken?

| AE 8623 | Intellectuele rechten | 19 reacties

Wat te doen tegen patenttrollen die met dubieuze octrooien op vage ideeën claims leggen? Er zijn allerlei plannen voorgesteld, maar de creatiefste tot nu toe vind ik wel het project All Prior Art van Alexander Reben. Een tekstgenerator die voor alles prior art genereert, zodat octrooien makkelijker onderuit gehaald worden. Gaat dat werken? In het… Lees verder

Wanneer mag je een auteursrechtelijk beschermde standaard toepassen?

| AE 8577 | Innovatie, Intellectuele rechten | 12 reacties

Een lezer vroeg me: Hoe zit het nu met auteursrecht en patent op standaarden? Ik had altijd begrepen dat het vrij simpel is; je hebt auteursrecht op de tekst van de standaard, en daarnaast heb je eventueel octrooi op de implementatie. Maar nu hoor ik dat er daarnaast ook nog het intellectueel eigendom is, het… Lees verder

Amerikaans Supreme Court deelt gevoelige klap uit aan softwareoctrooien

| AE 6751 | Intellectuele rechten | 67 reacties

“Doe het per computer”-octrooien zijn in de VS niet meer mogelijk. In een unanieme uitspraak beslist het Amerikaanse Hooggerechtshof (Supreme Court) dat abstracte ideeën en uitvindingen niet octrooieerbaar zijn, ook niet als je de claim aankleedt met een computer zodat het er ineens fysiek uitziet. Met deze uitspraak (Alice Corp. v. CLS Bank) lijkt het… Lees verder

Presentatie van iPhone is prior art voor diezelfde iPhone

| AE 5978 | Intellectuele rechten | 12 reacties

De originele presentatie van de iPhone door Steve Jobs heeft ervoor gezorgd dat een patent in Duitsland ongeldig is verklaard, las ik bij Nu.nl. Die presentatie telt als ‘prior art’ omdat hij vijf maanden voor de indieningsdatum van het Europese octrooi is gedaan. Formeel geldt dit alleen in Duitsland maar er is geen reden waarom… Lees verder